Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;

 

gelet op de artikelen 8 lid 2, 21, lid 5, 18 lid 10, 20 lid 6 en 23 lid 6 van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026 en artikel 22 lid 10 van de Verordening Jeugdhulp Enschede 2026;

 

besluit vast te stellen het:

 

Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026

 

Hoofdstuk 1: Inleiding

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1.

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    • a.

      Collectief vervoer: aanvullend openbaar vervoer waarbij men gezamenlijk met anderen wordt vervoerd van deur tot deur;

    • b.

      Ritbijdrage: de hoogte van de bijdrage per rit bij gebruik van het collectief vervoer;

    • c.

      Verordening Jeugdhulp: De Verordening Jeugdhulp Enschede 2026;

    • d.

      Verordening Maatschappelijke ondersteuning: De Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026.

  • 2.

    Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de Wmo, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, het Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Verordening Jeugdhulp en de Verordening Maatschappelijke ondersteuning.

 

Hoofdstuk 2: PGB

 

Voor de jeugdwet betreft het ondersteuning bij het opgroeien. Voor de Wmo gaat het om ondersteuning bij participeren in de samenleving.

Artikel 2. Hoogte PGB voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet

  • 1.

    Het pgb voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet wordt vastgesteld conform artikel 14 van de Verordening Jeugdhulp . Daarbij geldt dat:

  • 2.

    Voor formele zorg: 90% van het ZIN tarief

  • 3.

    Het pgb voor informele ondersteuning vanuit de Jeugdwet een vast uurtarief van €20,00 bedraagt;

  • 4.

    Het pgb voor informele groepsgerichte ondersteuning vanuit de Jeugdwet per dagdeel €20,00 bedraagt. Dit is afgeleid van een vast uurtarief van €20,00 en een minimale groepsgrootte van 4 personen.

Artikel 3. Hoogte PGB voor ondersteuning vanuit de Wmo: begeleiding basis/plus of dagbesteding basis/plus

  • 1.

    Het pgb voor formele ondersteuning voor begeleiding basis/plus of dagbesteding basis/plus van uit de Wmo wordt vastgesteld conform artikel 19 lid 1, lid 3 en lid 4 van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning. Daarbij geldt dat:

    • a.

      Formele zorg begeleiding en dagbesteding: 80% van het ZIN tarief

    • b.

      Informele zorg begeleiding:

      • i.

        01-01-2026 t/m 30-06-2026: €26,02

      • ii.

        01-07-2026 t/m 31-12-2026: €26,94

  • 2.

    Het pgb voor informele groepsgerichte ondersteuning voor dagbesteding basis/plus van uit de Wmo per dagdeel €20,00 bedraagt. Dit is afgeleid van een vast uurtarief van €20,00 en een minimale groepsgrootte van 4 personen.

  • 3.

    De tarieven zoals vermeld in lid 1 zijn een all-in tarief. Alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in dit tarief.

Artikel 4. Hoogte PGB voor ondersteuning vanuit de Wmo: ondersteuning bij het huishouden (OH)

  • 1.

    Het pgb voor ondersteuning bij het huishouden wordt vastgesteld conform artikel 19 lid 1 en lid 5 van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning.

  • 2.

    Ondersteuning huishouden:

    • a.

      Formele zorg: 80% van het ZIN-tarief

    • b.

      Informele zorg:

      • i.

        01-01-2026 t/m 30-06-2026: €21,82

      • ii.

        01-07-2026 t/m 31-12-2026: €22,58

  • 3.

    De tarieven zoals vermeld in lid 1 zijn een all-in tarief. Alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in dit tarief.

Artikel 5. Hoogte PGB voor vervoer vanuit de Jeugdwet en de Wmo

  • 1.

    Vervoer naar een voorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet is in eerste instantie algemeen gebruikelijk. Alleen de meerkosten kunnen als niet algemeen gebruikelijk worden aangemerkt.

  • 2.

    Het vervoer kan alleen worden ingezet indien er ook een voorziening dagbesteding of begeleiding vanuit de Wmo of de Jeugdwet is ingezet.

  • 3.

    De hoogte van het pgb voor vervoer van uit de Jeugdwet of de Wmo bedraagt de netto kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het maatwerkvervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers naar de dichtstbijzijnde passende locatie, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 90% (Jeugd) of 80% (Wmo) van het tarief wat de gemeente betaald wordt uitgekeerd, met een maximum van €1000,- per maand.

  • 4.

    Indien het vervoer met een eigen auto wordt uitgevoerd kan er een financiële tegemoetkoming worden toegekend indien het vervoer niet algemeen gebruikelijk is en inwoner geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte is gebaseerd op de kilometerprijs van het Nibud. En wordt berekend op basis van de afstand van het woon- of verblijfsadres naar de dichtstbijzijnde locatie waar passende ondersteuning kan worden gegeven.

    Type auto

    Kilometerprijs

    Miniklasse

    71 cent

    Compacte klasse

    78 cent

    Compacte middenklasse

    81 cent

    Middenklasse

    107 cent

Bron: Nibud prijzengids 2025-2026, vervoer tabel 11.1 Autokosten per maand

Artikel 6. Hoogte PGB in plaats van collectief vervoer

De hoogte van het pgb voor collectief vervoer bedraagt de netto kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd

Artikel 7. Gebruiksduur voorziening PGB

  • 1.

    Als gebruiksduur van een voorziening waarvoor een pgb wordt verstrekt, geldt:

    • a.

      De in het bestek hulpmiddelen of trapliften genoemde minimale termijnen van technische levensduur.

    • b.

      Als hier niets over is opgenomen c.q. voor de overige niet genoemde middelen:

      • i.

        10 jaar, ingeval het een bruikleenauto, gesloten buitenwagen, trap- of plafondlift betreft;

      • ii.

        7 jaar, ingeval het overige voorzieningen betreft.

      • iii.

        De technische levensduur zoals bedoeld onder sub a betreft de minimale levensduur.

Artikel 8. Hoogte PGB voor woonvoorziening, rolstoel of ander verplaatsingsmiddel

  • 1.

    De hoogte van het pgb voor aanschaf van een woonvoorziening, rolstoel of ander verplaatsingsmiddel is gelijk aan de kostprijs van de meest passende, goedkoopste voorziening.

  • 2.

    De goedkoopst passende voorziening blijkt uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting of uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst.

  • 3.

    Als een pgb voor aanschaf van een woonvoorziening, rolstoel of ander verplaatsingsmiddel wordt verstrekt, kan zo nodig ook een pgb voor onderhoud, reparatie en verzekering worden toegekend.

Artikel 9. Voorwaarden voor PGB voor woningaanpassing

Het college verleent slechts pgb voor een woningaanpassing als:

  • 1.

    De door het college aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing zal worden verricht;

  • 2.

    Aan de onder 1 genoemde personen inzicht wordt geboden in de vereiste bescheiden en tekeningen welke betrekking hebben op de woningaanpassing;

  • 3.

    De onder 1 genoemde personen de gelegenheid wordt geboden tot het controleren van de woningaanpassing.

  • 4.

    Na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een woningaanpassing, maar uiterlijk binnen 1 jaar na het toekennen van een pgb, verklaart de cliënt aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid.

  • 5.

    De gereed melding is tevens een verzoek om definitieve vaststelling van het pgb en een verzoek om (gedeeltelijke) uitbetaling.

Artikel 10. Hoogte PGB voor woningaanpassing

  • 1.

    Het pgb voor een woningaanpassing bedraagt de werkelijk gemaakte en voor vergoeding in aanmerking komende kosten op basis van een door het college goedgekeurde kostenbegroting.

  • 2.

    Deze kostenbegroting wordt gemaakt door de wijkteammedewerker gebaseerd op marktonderzoek naar de Nibud/Casadata-normen voor de daadwerkelijke woningaanpassing of op basis van contractafspraken die de gemeente Enschede heeft met een leverancier.

  • 3.

    Bij berekening van het pgb voor de kosten van een woningaanpassing is het uitrustingsniveau van een sociale huurwoning bepalend.

Artikel 11. Hoogte PGB voor onderhoud, keuring en reparatie woningaanpassing, rolstoel of ander verplaatsingsmiddel

  • 1.

    Alleen de werkelijk gemaakte kosten van onderhoud, keuring en reparatie komen in aanmerking voor een pgb;

  • 2.

    Vaststelling gebeurt op basis van een vooraf door het college goedgekeurde kostenbegroting;

  • 3.

    De hoogte van het pgb voor onderhoud, keuring en reparatie is nooit meer dan het bedrag dat het college betaald voor eenzelfde soort voorziening in natura.

  • 4.

    De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie worden jaarlijks achteraf uitbetaald. Tenzij er anders overeengekomen wordt.

Artikel 12. Hoogte PGB bij cara-sanering

  • 1.

    Als een woningsanering noodzakelijk is in verband met cara of allergische aandoeningen, beoordeelt het college altijd of de vervanging van vloerbedekking en/of gordijnen voldoet aan de criteria voor algemeen gebruikelijk zoals bedoeld in artikel 1 van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning.

  • 2.

    Het pgb voor een woningsanering bedraagt de werkelijk gemaakte en voor vergoeding in aanmerking komende kosten op basis van een door het college goedgekeurde kostenbegroting.

  • 3.

    Deze kostenbegroting wordt gemaakt door de wijkteammedewerker gebaseerd op marktonderzoek naar de Nibud/Casadata-normen voor de daadwerkelijke kosten.

 

Hoofdstuk 3: Financiële tegemoetkomingen

Artikel 13. Hoogte financiële tegemoetkoming herinrichting

  • 1.

    Stoffering nieuwe woning

    Aantal leden van het huishouden

    Financiële tegemoetkoming

    1

    € 1.647,04

    2 tot 3

    € 1.719,74

    4 tot 5

    € 2.113,73

    6 of meer

    € 2.411,39

  • 2.

    Deze bedragen zijn gebaseerd op de prijzengids van het Nibud 2023. Voor 2026 zijn deze tarieven geïndexeerd met het CPI van 3,3%. Onderdeel van de berekening zijn het plaatsen van vinyl vloerbedekking, overgordijnen, gordijnrails, behang en behanglijm. Een cliënt kan andere keuzes maken bij de inrichting, zoals laminaat in plaats van vinyl, muurverf in plaats van behang en rolgordijnen in plaats van kant en klare overgordijnen. De meerkosten zijn dan echter voor eigen rekening van de cliënt.

Artikel 14. Hoogte financiële tegemoetkoming verhuizing

  • 1.

    De hoogte van de financiële tegemoetkoming verhuizing en herinrichting voor een persoon met beperkingen bij verhuizing naar een passende, eventueel nog te verbouwen woning bedraagt € 3.151,99.

  • 2.

    De hoogte van de financiële tegemoetkoming verhuizing en herinrichting voor een persoon die ten behoeve van een persoon met beperkingen verhuist uit een rolstoelwoning met als doel de rolstoelwoning leeg achter te laten bedraagt € 3.151,99.

  • 3.

    De hoogte van beide financiële tegemoetkomingen in dit artikel kunnen jaarlijks geïndexeerd worden door het college. Voor 2026 zijn deze tarieven geïndexeerd met het CPI van 3,3%.

Artikel 15. Hoogte financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening

  • 1.

    De financiële tegemoetkoming voor een noodzakelijke sportvoorziening is een tegemoetkoming in de kosten voor de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening of aanpassing aan een bestaande sportvoorziening.

  • 2.

    De verstrekking van de financiële tegemoetkoming is bedoeld voor niet-professionele structurele sportbeoefening in verenigingsverband.

  • 3.

    De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor aanschaf van een noodzakelijke sportvoorziening is €3000,- voor een handbewogen voorziening en €6000,- voor een elektrische voorziening.

  • 4.

    De goedkoopst passende voorziening blijkt uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting of uit een door de gemeente met de gecontracteerde leverancier(s) afgesloten overeenkomst.

  • 5.

    Voor een niet-elektrisch aangedreven sportvoorziening wordt de financiële tegemoetkoming in beginsel verstrekt voor een periode van minimaal drie jaar, voor een elektrische aangedreven sportvoorziening wordt het pgb in beginsel verstrekt voor een periode van minimaal zes jaar.

 

Hoofdstuk 4: Overige bepalingen

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit besluit treedt inwerking op 1 januari 2026 en wordt aangehaald als: Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2026.

Artikel 17. Intrekking oude besluit

Met de inwerkingtreding van dit Besluit, wordt het Besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2025 ingetrokken.

 

Vastgesteld in de vergadering van 9 december 2025

Burgemeester en Wethouders van Enschede,

de Secretaris, M.W. de Graaf

de Burgemeester, R.W. Bleker

Naar boven