Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Uithoorn 2025

De raad van de gemeente Uithoorn;

 

gelezen het voorstel van de fractievoorzitters van 27 november 2025 , gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Uithoorn 2025’

 

Paragraaf 1 Ambtelijke bijstand

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren;

  • -

    bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie.

Artikel 2 Verzoek om informatie

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat.

  • 2.

    De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek is voldaan, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.

Artikel 3 Verzoek om bijstand

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand.

  • 2.

    De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.

  • 3.

    De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:

    • a.

      naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden of,

    • b.

      dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden, of

    • c.

      het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.

  • 4.

    Indien de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 4 Geschil over verleende ambtelijke bijstand

  • 1.

    Indien een raadslid niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, moet hij de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.

  • 2.

    Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 5 Hoeveelheid ambtelijke bijstand

  • 1.

    Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand die hij wenst.

  • 2.

    De gemeentesecretaris kan, in overleg met de griffier en het raadslid, een maximaal aantal uren bepalen dat er aan een verzoek om ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid onderdeel c, wordt besteed. Artikel 4, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De gemeentesecretaris kan een register bijhouden van de verleende ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen:

    • a.

      welk raadslid om bijstand heeft verzocht;

    • b.

      over welk onderwerp bijstand is verzocht;

    • c.

      welke ambtenaar bijstand heeft verleend;

    • d.

      hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;

    • e.

      de reden waarom een verzoek is geweigerd.

Artikel 6. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

 

Paragraaf 2 Fractieondersteuning

 

Artikel 7 Recht op financiële vergoeding

  • 1.

    De fracties, zoals bedoeld in artikel 8 van het reglement van orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie.

  • 2.

    Dit bedrag wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld. De helft van dit bedrag wordt in gelijke delen over de fracties verdeeld. De andere helft wordt naar rato van het aantal raadsleden per fractie, over de fracties verdeeld.

Artikel 8 Besteding financiële vergoeding

  • 1.

    De financiële vergoeding als bedoeld in artikel 7 kan worden besteed aan:

    • a.

      uitgaven gericht op het versterken van het functioneren en presteren van een fractie als team;

    • b.

      opleidingen, trainingen en coachingtrajecten die zijn gericht op het versterken van het functioneren en presteren van een fractie als team en/of haar individuele leden;

    • c.

      opleidingen die zijn gericht op het versterken van de inhoudelijke kennis van de fractie als geheel en/of haar individuele leden;

    • d.

      inhoudelijke en/of secretariële ondersteuning door een fractieassistent;

    • e.

      inhuur van externe inhoudelijk deskundigen ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het delen van de kennis door de externe niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten;

    • f.

      kosten verbonden aan het vergaren van informatie ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het vergaren van informatie niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten;

    • g.

      kosten verbonden aan het organiseren van (thema)bijeenkomsten voor de fractie met dien verstande dat de bijeenkomst niet publiek toegankelijk is en/of gekoppeld is aan een publieke uiting en/of activiteit.

  • 2.

    De financiële vergoeding als bedoeld in artikel 7 kan niet worden besteed aan:

    • a.

      afdrachten aan politieke partijen of met politieke partijen verbonden instellingen;

    • b.

      vergoeding van kosten die individuele leden van een fractie maken voor hun werkzaamheden als raadslid die dienen te worden bestreden uit de vergoedingen die de leden ingevolge het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;

    • c.

      vergoeding van kosten die individuele leden van een fractie maken voor het uitvoeren van een opdracht of een verzoek van de fractie;

    • d.

      kosten verbonden aan de organisatie van publieke bijeenkomsten en/of activiteiten;

    • e.

      bijdragen van welke aard of vorm dan ook voor het voeren van een verkiezingscampagne;

    • f.

      uitgaven ten behoeve van representatie;

    • g.

      kosten gemaakt ten behoeve van het publiekelijk communiceren van standpunten en/of het in stand houden van een website;

    • h.

      algemene opleidingen.

Artikel 9 Voorschot bijdrage fractieondersteuning

  • 1.

    De bijdrage voor fractieondersteuning wordt vóór 31 januari van het betreffende kalenderjaar in de vorm van een voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.

  • 2.

    In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuwgekozen raad plaatsvindt, wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.

  • 3.

    Het voorschot wordt verrekend met te veel ontvangen voorschotten die over voorafgaande jaren zijn verstrekt.

Artikel 10 Gevolgen splitsen fractie en beëindigen fractie

  • 1.

    Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.

  • 2.

    Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit artikel 6, tweede lid.

  • 3.

    Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 11 Reserve

  • 1.

    De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren.

  • 2.

    De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 7.

  • 3.

    Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de verantwoording als bedoeld in artikel 12 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.

  • 4.

    De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.

  • 5.

    Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere.

  • 6.

    Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.

Artikel 12 Verantwoording en controle

  • 1.

    De fractie legt uiterlijk drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige kalenderjaar, onder overlegging van een financieel verslag.

  • 2.

    De raad kan beslissen dat er een accountantscontrole plaatsvindt.

Artikel 13 Toepassing Awb

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de financiële middelen die een fractie ontvangt.

 

Paragraaf 3 Slotbepalingen

 

Artikel 14 Intrekking oude verordening

Met de vaststelling van deze verordening wordt ingetrokken:

  • -

    De Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Uithoorn 2012.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Uithoorn 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente Uithoorn op 27 november 2025, S 2.5

de griffier,

mw. S.I.E Kox-Meijer

de voorzitter,

dhr. P.J. Heiliegers

Artikelgewijze toelichting

 

 

Artikel 1

De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het verzoek kan neerleggen bij de gemeentesecretaris, die op zijn beurt een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie kan inschakelen.

Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet open overheid. Op niet-openbare documenten is het bepaalde in artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van toepassing. Deze rechten zijn uitgewerkt in het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Uithoorn.

 

Er is ervoor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de gemeentesecretaris, de ambtenaar die de bijstand verleent, moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.

 

De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.

 

In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.

 

Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de gemeentesecretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, betreft. De gemeentesecretaris zal alvorens hij gemotiveerd tot een beslissing komt de griffier in de gelegenheid stellen zijn zienswijze mede te delen.

 

Artikelen 2 en 3

De beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Hij overlegt hierover in ieder geval met de griffier. De griffier en het raadslid worden van de weigering om ambtelijke bijstand te verlenen op de hoogte gebracht. Beiden kunnen de weigering om ambtelijke bijstand te verlenen voorleggen aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat deze hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook met het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg de burgemeester verzoeken hierover verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).

 

Artikel 4

Indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn verzoek om hulp gehoor wordt gegeven, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de gemeentesecretaris. Als het daarover gevoerde overleg niet tot een oplossing leidt, kan de zaak aan de burgemeester worden voorgelegd.

 

 

Artikel 5

In dit artikel is het principe verwoord dat elk raadslid de ambtelijke bijstand krijgt die hij wenst. Wel kan de gemeentesecretaris, in overleg met de griffier en het raadslid, bepalen dat voor een bepaald verzoek een maximaal aantal uren ambtelijke bijstand beschikbaar wordt gesteld. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, kan de kwestie worden voorgelegd aan de burgemeester. Deze maximering geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b. Deze hulp wordt onbeperkt verleend.

Het register dat door de secretaris kan worden bijgehouden maakt het mogelijk na te gaan hoe vaak en voor welke tijdsduur er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze voorzieningen. Ook de griffier kan hier belang bij hebben.

 

Artikel 6

Fractieondersteuning vindt zijn vorm onder andere in een financiële ondersteuning. De hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.

 

Op basis van de gekozen verdeelsleutel ontvangen kleinere fracties een relatief groter bedrag dan grotere fracties. Dit is noodzakelijk omdat partijen geacht worden hun eigen fractieassistent te betalen (zie ook artikel 7).

 

Artikel 7

De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Daarnaast is expliciet gesteld dat de bijdrage mag worden besteed aan bekostiging van de vergoedingen aan een fractieassistent. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen te worden bekostigd uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten. Politiek georiënteerde cursussen zijn een aangelegenheid van de fracties en kunnen daarom worden bekostigd uit de fractieondersteuning en eigen bijdragen van de fractieleden.

Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen.

 

Artikel 8

De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad.

 

Indien blijkt dat het geld onrechtmatig is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden.

 

Artikel 9

Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.

Nieuw in de verordening is de toelichting wanneer een fractie besluit de partij te beëindigen.

Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

 

Artikel 10

De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.

Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met de splitsing van een fractie. De regeling in het zesde lid regelt dat de reserve naar evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw ontstane fracties. Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden.

 

Artikel 11

De controle van het verslag kan door de accountant meegenomen worden met de controle op de jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden met het verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat een fractie uit de raad verdwijnt zal de raad het ten onrechte uitgekeerde voorschot kunnen terugvorderen.

 

Artikel 12

Op grond van artikel 6 ontvangen fracties (ook) een financiële bijdrage bij wijze van fractieondersteuning. Een dergelijke bijdrage moet worden beschouwd als een subsidie in de zin van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat een besluit waarbij een bijdrage wordt toegekend (of een te veel betaald bedrag wordt teruggevorderd) een beschikking is in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep open staan.

 

Artikelen 13 t/m 15

Deze artikelen behoeven geen toelichting.

 

Naar boven