Verordening op de raadscommissies, gemeente Uithoorn 2025

De raad van de gemeente Uithoorn;

 

Gelezen het voorstel van de leden: Albers, Beuse, Bergman, Gasseling, Jansen en Van Leeuwen 27 november 2025

 

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

 

Verordening op de raadscommissies, gemeente Uithoorn 2025

 

luidende als volgt:

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    lid: lid van een raadscommissie;

  • b.

    voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;

  • c.

    commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger;

  • d.

    griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • e.

    vergadering: vergadering van een raadscommissie.

Hoofdstuk 2. De commissies

Artikel 2. Instelling raadscommissies

  • 1.

    De raad stelt de volgende raadscommissies in:

    • a.

      commissie Organiseren;

    • b.

      commissie Wonen en Werken;

    • c.

      commissie Leven.

  • 2.

    De commissie Organiseren adviseert en overlegt over:

    • a.

      financiën;

    • b.

      openbare orde;

    • c.

      intergemeentelijke samenwerking en regionale aangelegenheden;

    • d.

      gemeentelijke organisatie;

    • e.

      gemeentelijke communicatie in brede zin.

  • 3.

    De commissie Wonen en Werken adviseert en overlegt over:

    • a.

      ruimtelijke ontwikkeling;

    • b.

      economische ontwikkeling;

    • c.

      leefomgeving en duurzaamheid;

    • d.

      verkeer en vervoer.

  • 4.

    De commissie Leven adviseert en overlegt over:

    • a.

      participatie en integratie;

    • b.

      burgerzaken, dienstverlening en e-gemeente;

    • c.

      maatschappelijke ontwikkeling;

    • d.

      jeugd en onderwijs;

    • e.

      sociale zaken;

    • f.

      maatschappelijke ondersteuning

    • g.

      integrale veiligheid.

  • 5.

    De commissie Organiseren fungeert, namens de raad, als aanspreekpunt voor de rekenkamer Uithoorn.

  • 6.

    Als een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat bepaalt de agendacommissie welke commissie het onderwerp wordt besproken. De agendacommissie kan ook bepalen dat ter bespreking van het onderwerp een gezamenlijke commissievergadering wordt belegd.

  • 7.

    Als een gezamenlijke commissievergadering plaatsvindt, bepalen de betrokken commissievoorzitters in onderling overleg wie de gezamenlijke vergadering voorzit.

Artikel 3. Taken van de commissies

Een raadscommissie heeft tot taak:

  • a.

    advies uit te brengen aan de raad over een voorstel of onderwerp dat gaat over de onderwerpen genoemd in artikel 2, tweede, derde of vierde lid. In het advies geeft de commissie uitsluitend aan of het voorstel of onderwerp naar haar oordeel voldoende is besproken om te kunnen worden geagendeerd voor besluitvorming in de raad. Daarbij geeft de commissie tevens aan of het voorstel of onderwerp moet worden behandeld in een politiek debat dan wel als hamerstuk kan worden geagendeerd;

  • b.

    overleg te voeren met het college van burgemeester en wethouders over door hen verstrekte inlichtingen en het door hen gevoerde bestuur over de onderwerpen genoemd in artikel 2, tweede, derde en vierde lid.

Artikel 4. Samenstelling van de commissies

  • 1.

    De leden worden door de raad, op voordracht van de fracties, benoemd.

  • 2.

    Raadsfracties bestaande uit één, twee of drie personen kunnen zowel raadsleden als niet-raadsleden, zogenaamde burgerleden, voordragen als leden voor de commissies. Een éénpersoonsraadsfractie mag twee burgerleden voordragen; een tweepersoonsraadsfractie mag één burgerlid voordragen. Als een raadsfractie bestaande uit één, twee of drie personen een commissievoorzitter levert, mag deze fractie één (extra) burgerlid voordragen.

  • 3.

    Burgerleden die worden voorgedragen als lid van een commissie waren tijdens de laatste verkiezingen voor de gemeenteraad geplaatst op de kandidatenlijst van de desbetreffende partij. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn op de burgerleden die zijn voorgedragen als lid van een commissie, van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    Een fractie die twee of meer zetels heeft in de raad draagt per commissie maximaal twee personen voor als lid. Een fractie die één zetel heeft in de raad draagt per commissie maximaal één persoon voor als lid.

  • 5.

    Een raadslid, of een burgerlid als bedoeld in lid 2, kan optreden als plaatsvervangend lid voor de vertegenwoordigers van zijn fractie in de commissie of commissies waarin hij niet als lid is benoemd.

Artikel 5. Voorzitter

  • 1.

    De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. Minimaal één van de te benoemen voorzitters is afkomstig uit de coalitiepartijen en minimaal één van de te benoemen voorzitters is afkomstig uit de niet-coalitiepartijen.

  • 2.

    De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van deze verordening;

    • d.

      hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Een lid en zijn plaatsvervanger houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

  • 3.

    De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  • 4.

    De raad kan de voorzitter ontslaan.

  • 5.

    Een lid, een plaatsvervanger en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6.

    Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 4 en 5.

  • 7.

    Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van een commissie van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 7. Ondersteuning van de commissies

  • 1.

    De griffie ondersteunt de commissies

  • 2.

    De griffier wijst voor iedere commissie een medewerker van de griffie aan als commissiegriffier.

  • 3.

    Bij afwezigheid van de commissiegriffier wordt deze vervangen door een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.

  • 4.

    De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.

Artikel 8. Aanwezigheid burgemeester en wethouders

  • 1.

    Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen van de commissies en kan aan de beraadslaging deelnemen.

  • 2.

    De burgemeester of een wethouder kan door een commissie worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.

Hoofdstuk 3. De vergaderingen

Paragraaf 1. De voorbereiding

Artikel 9. Vergaderfrequentie

  • 1.

    In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie:

    • a.

      Organiseren plaats op de dinsdag van de tweede week van de maand;

    • b.

      Wonen en Werken plaats op de woensdag van de tweede week van de maand;

    • c.

      Leven plaats op de dinsdag van de tweede week van de maand.

  • 2.

    De vergaderingen van de raadscommissies beginnen in de regel om 19.30 uur en vinden plaats in de raadzaal in het gemeentehuis.

  • 3.

    Een raadscommissie vergadert voorts als de voorzitter het nodig oordeelt of als ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 4.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 10. Oproep

  • 1.

    De voorzitter roept ten minste zes dagen voor een vergadering de leden voor een vergadering op onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  • 2.

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden ter beschikking gesteld.

  • 3.

    Als een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden ter beschikking gesteld.

Artikel 11. Agenda

  • 1.

    De agendacommissie stelt de voorlopige agenda’s voor de vergaderingen van de commissies vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van een commissie na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 2.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 3.

    Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De agendacommissie bepaalt, gehoord de commissie, in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 4.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 12. Beschikbaar stellen stukken voor een ieder

  • 1.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden daags na oproep voor een ieder ter kennisname beschikbaar gesteld.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor stukken waarop op grond van artikel 87 van de Gemeentewet, geheimhouding is opgelegd.

Artikel 13. Openbare kennisgeving

  • 1.

    Een openbare kennisgeving over het plaatsvinden van de vergadering wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt de:

    • a.

      datum, het tijdstip, de plaats en de voorlopige agenda voor de commissievergadering;

    • b.

      wijze waarop een ieder de agenda en de bijbehorende stukken kan inzien;

    • c.

      mogelijkheid gebruik te maken van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16.

Paragraaf 2. De vergadering

Artikel 14. Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 15. Opening en quorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2.

    Als het vereiste aantal leden niet aanwezig is, vervalt de vergadering en bepaalt de agendacommissie een nieuwe datum voor de bespreking van de agendeerde stukken.

Artikel 16. Spreekrecht burgers

  • 1.

    Inwoners hebben het recht in te spreken tijdens openbare vergaderingen van de raad en haar commissies. Bij een vergadering van de raad kunnen inwoners uitsluitend inspreken over onderwerpen die op de agenda staan, terwijl bij een vergadering van een commissie ook mag worden ingesproken over onderwerpen die niet op de agenda staan. Tenzij de raad anders beslist.

    Het woord kan niet gevoerd worden:

    • a.

      over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      als een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden of is ingediend.

  • 2.

    Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

  • 3.

    De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken als dat in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 4.

    Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Zo nodig bepaalt de voorzitter, gehoord de commissie, een andere spreektijd per inspreker.

Artikel 17. Besluitenlijst

  • 1.

    Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 2.

    De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan de raadscommissie te doen.

  • 3.

    De besluitenlijst vermeldt:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de ter vergadering aanwezige leden, de commissiegriffier, de ter vergadering aanwezige portefeuillehouder alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      de namen van de leden die afwezig waren;

    • c.

      de onderwerpen die aan de orde zijn geweest;

    • d.

      het advies aan de raad, waarbij ingeval van een niet-eensluidend advies bij de verschillende adviezen de namen van de desbetreffende leden worden vermeld;

    • e.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 21 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

Artikel 18. Aantal spreektermijnen

  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

Artikel 19. Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde betreft uitsluitend de orde van de vergadering.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 20. Handhaving orde; schorsing

  • 1.

    Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    De voorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

  • 4.

    De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 21. Beraadslaging

  • 1.

    Een raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan een raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om de leden of portefeuillehouders de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

  • 3.

    Een raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

  • 4.

    De voorzitter sluit de beraadslaging als een onderwerp of voorstel naar het oordeel van de commissie voldoende is toegelicht en besproken.

Artikel 22. Advies

Nadat de beraadslaging is gesloten, formuleert de commissie zo nodig een advies aan de raad. Als niet tot een eensluidend advies kan worden gekomen, worden in het advies alle binnen de commissie levende standpunten verwoord.

Hoofdstuk 4. De besloten vergadering

Artikel 23. Algemeen en verslaglegging

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

  • 1.

    Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden alleen aan raads- en burgerleden beschikbaar gesteld via het besloten deel van het raadsinformatiesysteem.

  • 2.

    Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een eerstvolgende vergadering ter vaststelling aangeboden. Dit kan in een openbare vergadering, maar mag dan niet inhoudelijk over het verslag worden gesproken. Indien die wens er is, kan de voorzitter besluiten dit onderwerp achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Ook kan tijdens de vergadering door de raadscommissie een besluit worden genomen over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.

Artikel 24. Besluitenlijst besloten vergadering

De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt in de eerstvolgende besloten vergadering vastgesteld. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 25. Vertrouwelijkheid

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 87 van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 26. Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 5. Toehoorders en pers

Artikel 27. Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen plaatsnemen op de publieke tribune.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 28. Geluid- en beeldregistratie

  • 1.

    Het is niet toegestaan om (film) opnames te maken in de raadzaal. Zie artikel 57 Reglement van Orde.

  • 2.

    Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen een verzoek aan de griffier. Indien goedgekeurd dient deze zich te gedragen naar de aanwijzingen.

  • 3.

    Degenen die de registraties maken, dragen er zorg voor dat zij op generlei wijze de orde van de vergadering niet verstoort.

Artikel 29. Gebruik mobiele telefoons

In de vergaderzaal, inclusief de publieke tribune, is het gebruik van mobiele communicatiemiddelen slechts toegestaan voor zover dit de orde van de vergadering niet verstoort.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 30. Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 31. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag nadat deze door de gemeenteraad is vastgesteld.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de raad van de gemeente Uithoorn van 27 november 2025 nr. S 2.4

De griffier,

mevr. S.I.E. Kox-Meijer

De voorzitter,

dhr. P.J. Heiliegers

Toelichting  

 

In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.

 

Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. Het is niet wettelijk verplicht commissies in te stellen. In Uithoorn is ervoor gekozen dat wel te doen.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.

 

Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling

Artikel 2. Instelling raadscommissies

Met deze verordening wordt een stelsel van drie raadscommissies ingesteld. De taakverdeling over de commissies volgt de thema’s zoals die zijn opgenomen in de Strategische Visie Uithoorn 2030. Een en ander is in de eerste vier leden van dit artikel vastgelegd. Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat, bepaalt het agendacommissie in welke commissie het wordt besproken of dat een vergadering van gezamenlijke commissies wordt belegd. In het laatste geval bepalen de commissievoorzitters onderling wie de gezamenlijke vergadering voorzit.

 

Artikel 3. Taken

 

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. De voorbereiding van de besluitvorming bestaat uit het vergaren van informatie en een eerste verkenning van opinies. De commissies zijn uitdrukkelijk niet bedoeld als een platform voor het voeren van een politiek debat. De gemeenteraad is daarvoor het enig juiste gremium. Het advies aan de raad van een raadscommissie behelst dan ook niet meer dan een oordeel over de vraag of een onderwerp voldoende is toegelicht en besproken om te kunnen worden geagendeerd voor besluitvorming in de raad. De commissie kan daarbij wel een advies meegeven over het agenderen van een onderwerp als bespreekstuk dan wel als hamerstuk.

 

Artikel 4. Samenstelling

 

De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. In deze verordening is dit zodanig vertaald dat elke fractie zelf bepaalt met hoeveel vertegenwoordigers zij in de commissies is vertegenwoordigd. Dit past ook bij de taakstelling voor de commissies. Zij hoeven immers inhoudelijk niet een oordeel over een onderwerp of voorstel te geven. Het is daarom niet noodzakelijk aan de verschillende vertegenwoordigingen een gewogen gewicht toe te kennen.

 

De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke lid de betreffende fractie vertegenwoordigd in de verschillende commissies. Het is mogelijk dat de raad (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen tot lid van een commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een “burgerlid” niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet. Andere redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan de orde.

 

Zoals uit het tweede lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen raadslid te zijn. Ook niet-raadsleden (burgerleden) worden echter wel door de politieke groeperingen (fracties) voordragen. Overigens is dit voorbehouden aan groeperingen die één, twee of drie zetels in de gemeenteraad hebben. Groeperingen met meer dan drie zetels in de gemeenteraad worden geacht over voldoende capaciteit te beschikken om de commissies adequaat te kunnen bezetten. De burgerleden moeten op de kandidatenlijst van de betreffende groepering hebben gestaan. Dit in verband met de ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers.

 

Op grond van het derde lid moeten burgerleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. Ook wordt van hen verwacht dat zij de (aangepaste) eed of verklaring en belofte afleggen.

 

Om er voor te zorgen dat iedere fractie in staat is om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een raadscommissie.

 

Artikel 5. Voorzitter

 

Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt. Volgens het Reglement van Orde van de raad zijn de commissievoorzitters lid van de agendacommissie Om ervoor te zorgen dat ook de niet-coalitiepartijen in het presidium zijn vertegenwoordigd, bepaalt artikel 5, eerste lid dat minimaal één commissievoorzitter afkomstig is uit de niet-coalitiepartijen.

 

Op basis van het tweede lid is de voorzitter geen lid van de raadscommissie. Hiermee wordt bereikt dat de voorzitter zich kan concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwendt voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie.

 

Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de gemeenteraad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid). Het zal echter niet altijd mogelijk zijn de voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen. Om die reden is er geen termijn in artikel 5, eerste lid, opgenomen.

 

 

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures

 

De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden. In principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege; de raad hoeft hen niet te ontslaan.

 

Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie eveneens van rechtswege als een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en als een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).

 

De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen commissielid. De raad kan ook (zonder voorstel van een fractie) de voorzitter van een raadscommissie ontslaan. Dit kan zich voordoen als deze niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden.

 

Artikel 7. Ondersteuning van de commissies

 

De gemeenteraad, en dus ook zijn commissies, worden ondersteund door de griffie. Om deze ondersteuning zo soepel mogelijk te laten verlopen, wordt het aanwijzen van een commissiegriffier en eventuele vervangers aan de griffier overgelaten.

 

Artikel 8. Aanwezigheid burgemeester en wethouders

 

De burgemeester en de wethouders kunnen volgens de Gemeentewet geen voorzitter c.q. lid van een commissie zijn. Desondanks is hun aanwezigheid bij een commissievergadering doorgaans wel noodzakelijk. In dit artikel is daarom bepaald dat zij toegang hebben tot de commissievergaderingen en aan de beraadslagingen kunnen deelnemen. Hieraan kan echter geen onvoorwaardelijk recht worden ontleend bij de beraadslagingen aanwezig te zijn. Als een commissie dat wenst, kan zij beraadslagen zonder dat de burgemeester of een wethouder daarbij aanwezig is. Uitgangspunt is echter dat zij bij de voor hen relevante commissies aanwezig zijn.

 

Hoofdstuk 3. De vergaderingen Paragraaf 1. De voorbereiding Artikel 9. Vergaderfrequentie

Dit artikel bepaalt wanneer de vergaderingen van de commissies in de regel plaatsvinden. In Uithoorn is sprake van een maandelijkse besluitvormingscyclus waarbij op de laatste donderdag van de maand door de gemeenteraad de besluiten worden genomen. Twee weken daaraan voorafgaand (dus in de regel in de tweede week van de maand) vinden de commissievergaderingen plaats.

 

Dit artikel bevat geen nadere bepalingen over het al dan niet openbaar zijn van de commissievergaderingen. In de Gemeentewet is al geregeld dat het uitgangspunt is dat commissievergaderingen openbaar zijn. Als de commissievoorzitter het nodig oordeelt of als een vijfde deel van het aantal leden daarom verzoekt, worden de deuren gesloten. De commissie besluit vervolgens zelf of in beslotenheid wordt vergaderd.

 

Artikel 10. Oproep

 

De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep voor een vergadering, inclusief de agenda en de stukken, tenminste 6 dagen voor de vergadering. Als in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld, is deze termijn minimaal 48 uur voor de vergadering.

 

Artikel 11. De agenda

 

Dit artikel bepaalt dat het agendacommissie de voorlopige agenda’s voor de

vergaderingen van de commissies vaststelt. Uiteindelijk stellen de commissies zelf, bij aanvang van de vergaderingen, de definitieve agenda vast. De voorzitter en de leden kunnen voorstellen doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen dan wel af te voeren of om de behandelvolgorde te wijzigen. Als over een onderwerp behoefte is aan meer informatie, kan het in meerdere vergaderingen van een commissie worden besproken.

 

Artikelen 12 en 13. Beschikbaar stellen stukken voor een ieder/Openbare kennisgeving

 

Daags na het verzenden van de oproep aan de leden, worden de stukken voor een ieder ter kennisname beschikbaar gesteld. Dit gebeurt op de in Uithoorn gebruikelijke wijze. De website van de gemeenteraad is daarvoor het belangrijkste platform.

 

Paragraaf 2. De vergadering

Artikel 14. Presentielijst

De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie (niet zijnde raadsleden) te kunnen vaststellen.

 

Artikel 15. Opening en quorum

 

Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. Is het vereiste aantal leden niet aanwezig dan vervalt de vergadering en bepaalt het agendacommissie een nieuwe datum voor de bespreking van de geagendeerde stukken.

 

Artikel 16. Spreekrecht burgers

 

Dit artikel geeft burgers het recht in te spreken tijdens een commissievergadering. Dit kan gebeuren op eigen verzoek of op uitnodiging van een commissie. Het artikel is zodanig geformuleerd dat ook over niet-geagendeerde onderwerpen kan worden ingesproken. Wel zijn enkele specifieke uitzonderingen gemaakt.

Burgers die willen inspreken moeten zich hiervoor uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering aanmelden. Zo nodig bepaalt de voorzitter, in overleg met de commissie, een maximale spreektijd.

 

Artikel 17. Besluitenlijst

 

Van een commissievergadering wordt een besluitenlijst gemaakt. Dit artikel bepaalt wat de inhoud van de besluitenlijst (minimaal) moet zijn. Er wordt derhalve geen (woordelijk) verslag geproduceerd. Wel worden digitale opnames van de vergaderingen gemaakt die via de website van de gemeenteraad kunnen worden teruggekeken.

 

Artikelen 18 en 19. Aantal spreektermijnen/Voorstellen van orde

 

Deze artikelen behoeven geen toelichting.

 

Artikel 20. Handhaving orde; schorsing

 

Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

 

Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten.

Onder verstoringen van de orde worden ook verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring van de kant van de publieke tribune.

 

Artikel 21. Beraadslaging

 

Om de duur van vergaderingen niet onnodig te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid van dit artikel is daarop een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel lid toegekend.

 

Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, kan aan de beraadslagingen een derde termijn worden toegevoegd (zie artikel 19).

 

Artikel 22. Advies

 

De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de commissie anders beslist. Een commissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle leden, inclusief minderheidsstandpunten, worden alle standpunten verwoord als geen sprake is van een unaniem advies. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.

 

Hoofdstuk 4. Besloten vergadering Artikel 23. Algemeen

Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.

 

Artikel 24. Besluitenlijst besloten vergadering

 

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist..

 

Artikel 25. Geheimhouding

 

Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 87 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie en het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.

 

 

Artikel 26. Opheffing geheimhouding

 

De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In dit artikel is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

 

Hoofdstuk 5. Toehoorders en pers

 

De artikelen van dit hoofdstuk behoeven geen nadere toelichting.

 

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

 

De artikelen van dit hoofdstuk behoeven geen nadere toelichting.

 

Naar boven