Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (zesde tranche)

 

De raad van de gemeente Zaanstad; gezien het voorstel van het college van 4-11-2025;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad:

 

Artikel I Wijziging verordening

De Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    In de intitulé komt te vervallen:

  • artikel 8 van de Woningwet

  • de artikelen 39, 39c, 39d van de Wet bodembescherming,

  • het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming.

 

  • B.

    De opmerkingen met betrekking tot de regeling komen te luiden:

  • De gemeente Zaanstad heeft haar regels over de fysieke leefomgeving uit diverse Zaanse verordeningen samengebracht in deze verordening. De regels in deze verordening vallen onder de reikwijdte van de Omgevingswet en zullen op termijn worden verwerkt in het definitieve omgevingsplan.

 

  • C.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 2.9 te luiden:

  • Gedoogplicht en zorgplicht voor voorzieningen voor verkeer, verlichting, nummering en naamgeving

 

  • D.

    In de inhoudsopgave komt de titel van Hoofdstuk 4 te luiden:

  • Hoofdstuk 4 Aanwijzing van gemeentelijk monument, beeldbepalende onroerende zaak, gemeentelijk archeologisch monument, beschermd stads- of dorpsgezicht, beschermde boom of ligplaats voor vaartuigen

 

  • E.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 4.2 te luiden:

  • (Voornemen tot) Aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • F.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 4.6 te luiden:

  • Voorlopige aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • G.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 4.7 te luiden:

  • Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • H.

    In de inhoudsopgave komt paragraaf 5.2 te luiden:

  • Bodem en bodemsanering en artikelen 5.2 t/m artikel 5.11 [vervallen].

 

  • I.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 5.12 te luiden:

  • Artikel 5.12 Aanleggen, in stand houden of opruimen van telecomkabels

 

  • J.

    Aan de inhoudsopgave wordt toegevoegd:

  • Artikel 5.54 t/m 5.59 [gereserveerd]

 

  • K.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 5.68 te luiden:

  • Locaties voor bouwen, herstellen, droogzetten of slopen van vaartuigen en woonschepen

 

  • L.

    In de inhoudsopgave komt de titel van artikel 5.72 te luiden:

  • Wijzigen of slopen gemeentelijk monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • M.

    Aan de inhoudsopgave wordt toegevoegd:

  • Artikel 8.5 [vervallen]

 

  • N.

    In de inhoudsopgave komt de Bijlagen bij de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad te luiden:

  • Bijlage 5.12 Kleine werkzaamheden ten aanzien van telecomkabels en kabels en leidingen

  • Bijlage 5.13 Aanvullende bepalingen voor spoedeisende werkzaamheden aan telecomkabels en kabels en leidingen

  • Bijlage 5.14 Aanvullende gegevens voor aanvraag voor instemmingsbesluit, vergunning of melding voor telecomkabels en kabels en leidingen

  • Bijlage 5.15 - I Aanvullende bepalingen ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van telecomkabels en kabels en leidingen

  • Bijlage 5.15 - II Aanvullende technische bepalingen ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van telecomkabels en kabels en leidingen

  • Bijlage 5.19 Aanvullende bepalingen voor de overdracht of de wijziging van de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels en leidingen

 

  • O.

    In de inhoudsopgave komt Toelichting te luiden:

  • Toelichting bij de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad.

 

  • P.

    Aan artikel 1.1 Begripsbepalingen worden de volgende begripsbepalingen toegevoegd:

    • -

      Beeldbepalende onroerende zaak: een als zodanig door een besluit van burgemeester en wethouders aangewezen bouwwerk, stedenbouwkundige of landschappelijke structuur dat van cultuurhistorische waarde is op grond van karakteristieke hoofdvorm of karakteristieke opzet, vanwege de architectuur, de landschappelijke of stedenbouwkundige situering of de bijdrage aan de herkenbaarheid van de omgeving. Onder beeldbepalende onroerende zaken worden ook karakteristieke bouwwerken, karakteristieke panden en beeldbepalende onroerende zaken zoals bouwkundige objecten, bruggen, parken, tuinen en landschappelijke inrichtingen verstaan.

 

  • Q.

    In artikel 1.1 Begripsbepalingen worden de volgende begripsbepalingen gewijzigd:

    • -

      voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer: het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde op 31 december 2023, dit is de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

    • -

      cultureel erfgoed: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In de gemeente Zaanstad gaat het om beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke (archeologische) monumenten, beeldbepalende onroerende zaken, cultuurlandschap en stads- en dorpsgezichten;

    • -

      inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde op 31 december 2023, dit is de dag direct voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De artikelen 5.40 tot en met 5.42 zijn uitsluitend van toepassing op inrichtingen type A en B zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

    • -

      omgevingsplan: omgevingsplan gemeente Zaanstad.

 

  • R.

    Aan artikel 1.2 Toepassingsbereik wordt een lid toegevoegd:

    • 1.

      Deze verordening geeft regels over aanwijzing van functies in de fysieke leefomgeving en regels voor functies en activiteiten die vallen onder de reikwijdte van de Omgevingswet, maar nog niet zijn opgenomen in het omgevingsplan.

    • 2.

      Deze verordening is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien in het (tijdelijke) omgevingsplan.

 

  • S.

    Artikel 1.3 Doelen van de verordening lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      In deze verordening zijn regels over de fysieke leefomgeving die vallen onder de reikwijdte van de Omgevingswet, vanuit verschillende gemeentelijke verordeningen samengebracht in 1 verordening. Deze regels worden (stapsgewijs) verwerkt in het omgevingsplan.

 

  • T.

    Artikel 2.1 Doel van de regels komt te luiden:

  • Het doel van dit hoofdstuk is om algemene regels te geven voor instandhouding, behoud en bescherming van de fysieke leefomgeving. Iedereen dient bij zijn activiteiten voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving te dragen en toe te staan dat maatregelen getroffen worden om de fysieke leefomgeving te beschermen en te behouden.

 

  • U.

    Artikel 2.5 Zorgplicht voor toestand onroerend cultureel erfgoed lid 2 komt te luiden:

    • 2.

      De eigenaar en huurder van een (gemeentelijk) monument of beeldbepalende onroerende zaak zijn verplicht het onderhoud te verrichten dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

 

  • V.

    Artikel 3.3 Beslistermijn lid 4 komt te luiden:

    • 4.

      Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag van een omgevingsvergunning.

 

  • W.

    De titel van Hoofdstuk 4 komt te luiden:

  • Hoofdstuk 4 Aanwijzing van gemeentelijk monument, beeldbepalende onroerende zaak, gemeentelijk archeologisch monument, beschermd stads- of dorpsgezicht, beschermde boom of ligplaats voor vaartuigen.

 

  • X.

    Artikel 4.1 Doel van aanwijzen gemeentelijk cultureel erfgoed lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      Het doel van de regels in deze paragraaf is het verlenen van de bevoegdheid aan burgemeester en wethouders om gemeentelijk onroerend cultureel erfgoed aan te wijzen. Dit draagt bij aan het behouden en beschermen van onroerend cultureel erfgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of van uitzonderlijke schoonheid is en dat onvervangbaar is. Door de aanwijzing als gemeentelijk monument, archeologisch monument, beeldbepalende onroerende zaak of beschermd stads- of dorpsgezicht krijgt het betreffende erfgoed een beschermde status.

 

  • Y.

    De titel van artikel 4.2 komt te luiden:

  • (Voornemen tot) Aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • Z.

    Artikel 4.2 lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      Burgemeester en wethouders kunnen een onroerende zaak die van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aanwijzen als gemeentelijk monument, gemeentelijk archeologisch monument of als beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • AA.

    Artikel 4.2 lid 4 komt te luiden:

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in lid 2 en 3 wordt over het voornemen tot aanwijzing van een kerk als monument overleg gevoerd met de eigenaar.

 

  • BB.

    Artikel 4.2 lid 5 komt te luiden:

    • 5.

      De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk (archeologisch) monument of de beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • CC.

    Artikel 4.3 Voorbescherming lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      De artikelen 2.5 en 5.71 tot en met 5.76 zijn van overeenkomstige toepassing op het gemeentelijk (archeologisch) monument of de beeldbepalende onroerende zaak ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4.2 is bekendgemaakt.

 

  • DD.

    Artikel 4.4 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit lid 2 komt te luiden:

    • 2.

      De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk (archeologisch) monument of de beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • EE.

    De titel van artikel 4.6 komt te luiden:

  • Voorlopige aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • FF.

    Artikel 4.6 lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een onroerende zaak voorlopig aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak. In afwijking van artikel 4.2 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 3.7 advies gevraagd na de voorlopige aanwijzing.

 

  • GG.

    De titel van artikel 4.7 komt te luiden:

  • Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • HH.

    Artikel 4.7 lid 2 komt te luiden:

    • 2.

      Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken indien het gemeentelijke (archeologisch) monument of de beeldbepalende onroerende zaak waarop de aanwijzing betrekking heeft, teniet is gegaan.

 

  • II.

    Artikel 5.34 Aanleggen rioolaansluiting komt te luiden:

    • 1.

      Het is verboden zonder toestemming en (schriftelijke) opdracht van de gemeente Zaanstad een aansluiting te maken op het gemeentelijke rioolstelsel.

    • 2.

      Een aanvraag voor een aansluiting op het gemeentelijke rioolstelsel en de daarbij behorende gegevens en documenten worden ingediend bij burgemeester en wethouders via de vastgestelde indieningsprocedure en het daarvoor bestemde digitale formulier op de website van Zaanstad.

    • 3.

      De gemeente legt de rioolaansluiting aan tot de perceelgrens.

    • 4.

      Het aanleggen van de rioolaansluiting en het herstel van de openbare ruimte gebeurt op kosten van de eigenaar of een andere rechthebbende op het perceel.

 

  • JJ.

    Artikel 5.40 (Aanwijzing) collectieve festiviteiten lid 5 en 6 komen te luiden:

    • 5.

      De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5.42 van deze verordening gelden bij collectieve festiviteiten niet voor inrichtingen type A en B als bedoeld in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.

    • 6.

      De verlichtingsnormen ten behoeve van sportbeoefening op sportterreinen, als bedoeld in artikel 3.148 eerste lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, gelden niet bij collectieve festiviteiten.

 

  • KK.

    Artikel 5.41 Incidentele festiviteiten lid 2, 3 en 5 komen te luiden:

    • 2.

      In een type A- of een B –inrichting, als bedoeld in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, mogen per kalenderjaar maximaal negen incidentele festiviteiten plaatsvinden waarbij de geluidsnormen, genoemd in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5.42 van deze verordening niet van toepassing zijn, onder de voorwaarde dat ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit per inrichting melding is gedaan bij burgemeester en wethouders.

    • 3.

      Het is toegestaan in een type A- of B-inrichting per kalenderjaar bij maximaal negen incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden voor sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit melding is gedaan bij burgemeester en wethouders.

    • 5.

      Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over:

      • a.

        de dagen waarop en de tijden waarbinnen incidentele festiviteiten kunnen plaatsvinden;

      • b.

        de maximale tijdsduur en het maximaal toelaatbare geluidsniveau ter plaatse voor het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5.42 van deze verordening;

 

  • LL.

    Artikel 5.42 Het ten gehore brengen van onversterkte muziek lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      In afwijking van artikel 2.18 eerste lid onder f van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer zijn op het ten gehore brengen van onversterkte muziek de geluidsnormen uit artikel 2.17 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing.

 

  • MM.

    Artikel 5.44 Geluidshinder als gevolg van het luiden van (kerk-)klokkenkomt te luiden:

  • Aan het ten gehore brengen van onversterkt geluid als gevolg van het luiden van kerkklokken zijn tijdens nachtelijke uren van 23.00 uur en 07.00 de geluidsnormen van toepassing uit artikel 2.17 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

  • NN.

    Artikel 5.52 Maken of veranderen van een uitweg lid 2 komt te luiden:

    • 2.

      De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

      • a.

        de bruikbaarheid van de weg;

      • b.

        het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

      • c.

        de bescherming van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving;

      • d.

        de bescherming van de openbare groenvoorzieningen; of

      • e.

        het behoud van een beschermde boom.

 

  • OO.

    Artikel 5.62 Innemen ligplaats voor vaartuigen lid 1 komt te luiden:

    • 1.

      Het is verboden een ligplaats voor vaartuigen in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen buiten de hiervoor aangewezen gedeelten van het openbaar water zoals bepaald in het Aanwijzingsbesluit ligplaatsen vaartuigen dat is vastgesteld door burgemeester en wethouders op basis van artikel 4.13 van deze verordening.

 

  • PP.

    Aan artikel 5.62 Innemen ligplaats voor vaartuigen wordt het volgende lid toegevoegd:

    • 5.

      Het is verboden om te wonen op een recreatieschip.

 

  • QQ.

    De titel van artikel 5.72 komt te luiden:

  • Wijzigen of slopen gemeentelijk monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • RR.

    Artikel 5.72 lid 1 tot en met lid 3 komen te luiden:

    • 1.

      Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

      • a.

        een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; of

      • b.

        een beeldbepalende onroerende zaak te slopen, te verstoren, te verplaatsen of ingrijpend te wijzigen; of

      • c.

        een gemeentelijk monument of beeldbepalende onroerende zaak te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht.

    • 2.

      Het eerste lid is niet van toepassing op:

      • a.

        de uitvoering van normaal onderhoud waarbij detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument of de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigen; of

      • b.

        inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.

      • c.

        de uitvoering van normaal onderhoud waarbij detaillering, profilering en vormgeving van de beschermde onderdelen van de beeldbepalende onroerende zaak of de aanleg van een beeldbepalende tuin, park of andere aanleg niet wijzigen.

    • 3.

      Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • SS.

    Aan artikel 5.72 wordt het volgende lid toegevoegd:

    • 7.

      Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarvoor bij of krachtens de Omgevingswet geen vergunning is vereist.

 

  • TT.

    De titel van artikel 5.73 komt te luiden:

  • Advies omgevingsvergunning gemeentelijk of provinciaal (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • UU.

    Artikel 5.73 komt te luiden:

  • Burgemeester en wethouders zenden een volledige aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een gemeentelijk of provinciaal beschermd (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak voor advies aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 3.7.

 

  • VV.

    Artikel 5.75 Slopen in gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht lid 4 komt te luiden:

    • 4.

      Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen op grond van een verplichting als bedoeld in de artikelen 13 of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

  • WW.

    Artikel 5.80 Vellen van boom lid 3 komt te luiden:

    • 3.

      Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval een voorschrift verbinden dat er pas gebruik mag worden gemaakt van de vergunning indien:

      • a.

        de daarmee samenhangende vergunning is verleend en de bezwaartermijn of beroepstermijn van de samenhangende vergunning verstreken is zonder dat de samenhangende vergunning is geschorst;

      • b.

        de daarmee samenhangende vergunning is verleend en gestart wordt met de werkzaamheden; of

      • c.

        de daarmee samenhangende vergunning voor het ruimtelijke deel van het bouwen onherroepelijk is verleend.

 

  • XX.

    Aan de verordening wordt het artikel 5.86 toegevoegd:

  • Artikel 5.86 Beplanting nabij grenslijn

  • De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt voor bomen in de openbare ruimte vastgesteld op 0,5 meter.

 

  • YY.

    Artikel 7.1 Toezichthouders komt te luiden:

  • 1.

     

    • 1.

      Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.16 tot en met 2.21, 5.3, 5.4, 5.6, 5.8, 5.9, 5.10, 5.51, 5.52, 5.72, 5.73, 5.75, 5.76 en 5.77 van deze verordening zijn belast:

      • a.

        de door burgemeester en wethouders krachtens artikel 18.6 Omgevingswet aangewezen personen;

      • b.

        de overige door burgemeester en wethouders aangewezen personen

    • 2.

      Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.11, 2.15, 5.20, 5.40 tot en met 5.44, 5.50 en 5.52 zijn belast:

      • a.

        de politieambtenaren Eenheid Noord-Holland, district Zaanstreek-Waterland;

      • b.

        de aangewezen ambtenaren van het cluster collectieve dienstverlening;

      • c.

        de overige door burgemeester en wethouders aangewezen personen.

    • 3.

      Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.12 tot en met 5.32 en artikel 5.80 tot en met 5.86 zijn belast:

      • a.

        de aangewezen ambtenaren van het cluster collectieve dienstverlening;

      • b.

        de overige door burgemeester en wethouders aangewezen personen.

    • 4.

      Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.13, 5.61 tot en met 5.69 zijn belast:

      • a.

        de politieambtenaren Eenheid Noord-Holland, district Zaanstreek-Waterland;

      • b.

        de aangewezen ambtenaren van het cluster collectieve dienstverlening;

      • c.

        de ambtenaren van de afdeling Havens en Vaarwegen;

      • d.

        de overige door burgemeester en wethouders aangewezen personen.

 

  • ZZ.

    Artikel 7.2 Strafbaarstelling komt te luiden:

    • 1.

      Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.5 tot en met 2.11, 4.2, 4.6, 4.13, 5.8, 5.12 tot en met 5.32, 5.40 tot en met 5.44, 5.50 tot en met 5.52, 5.60 tot en met 5.69, 5.72, 5.74, 5.75, 5.76 en 5.80 tot en met 5.85 is een strafbaar feit en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

    • 2.

      Lid 1 is niet van toepassing als wordt gehandhaafd op basis van de Wet op de economische delicten.

    • 3.

      Artikel 1a onderdeel 3 van de Wet op de economische delicten is van toepassing op overtreding van het bepaalde bij 2.16 tot en met 2.21.

 

  • AAA.

    Aan artikel 8.4 Overgangsbepalingen wordt het volgende lid toegevoegd:

    • 11.

      Beeldbepalende onroerende zaken die voorheen zijn aangewezen op grond van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad, worden geacht te zijn aangewezen op grond van de desbetreffende artikelen in deze verordening.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt op 1 januari 2026 in werking.

 

Wijzigingen in de toelichting op de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (zesde tranche)

 

I. De Algemene toelichting komt te luiden:

 

Omgevingswet

De Omgevingswet is in werking getreden. Deze wet bundelt wetgeving uit 26 wetten over de fysieke leefomgeving. Onderdelen die onder de fysieke leefomgeving vallen, zijn in ieder geval: bouwwerken, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit blijkt uit artikel 1.2 van de Omgevingswet.

 

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke behoeften. Dit blijkt uit artikel 1.3 van de Omgevingswet.

 

Alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving moeten samengebracht in het definitieve omgevingsplan. Het huidige tijdelijke omgevingsplan wordt in de komende jaren gefaseerd uitgewerkt. Het tijdelijke omgevingsplan is van rechtswege ontstaan en bestaat uit de bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en de bruidsschat. De bruidsschat zijn regels die van het rijk overgaan naar de gemeente. Het rijk heeft ervoor gezorgd dat deze bruidsschatregels automatisch in het tijdelijke omgevingsplan zijn gekomen.

Een deel van de bruidsschatregels is inmiddels overgezet naar het definitieve omgevingsplan.

 

Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad

Omdat ook in verordeningen regels over de fysieke leefomgeving staan heeft Zaanstad als voorbereiding op de Omgevingswet de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (VFL) gemaakt. Regels uit verschillende verordeningen zijn hierin samengebracht. De VFL is een tussenstap naar het definitieve omgevingsplan. De regels vanuit de VFL worden uiteindelijk opgenomen in het definitieve omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor tot eind 2031 de tijd.

 

De VFL is sinds 1 januari 2020 van kracht en is in tranches aangevuld met regels uit verschillende verordeningen. Bij het omzetten zijn de regels geüniformeerd, verduidelijkt en in een structuur geplaatst, die aansluit bij de Omgevingswet.

 

In de VFL zijn de regels van een aantal verordeningen volledig opgenomen. Deze verordeningen zijn daarom ingetrokken.

Dit betreft:

  • Bouwverordening Zaanstad 2008;

  • Verordening Bodemsanering Zaanstad 2017;

  • Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad;

  • Brandbeveiligingsverordening 2012;

  • Rioolaansluitingsverordening van de gemeente Zaanstad;

  • Algemene Verordening ondergrondse infrastructuur (AVOI).

 

In de VFL is van een aantal verordeningen een deel van de regels opgenomen, omdat niet alle regels over de fysieke leefomgeving in de zin van de Omgevingswet gaan. Deze verordeningen zijn voor het overige van kracht gebleven.

Dit betreft:

  • Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013;

  • Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Zaanstad;

  • Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020.

 

II. Wijzigingen en aanvullingen op de toelichting op artikelen

 

  • A.

    De algemene toelichting op artikel 1.1 komt te luiden:

  • Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • De meeste begrippen die gebruikt worden in deze verordening worden niet gedefinieerd. Definiëren is niet nodig wanneer begrippen worden gebruikt conform het normale, algemeen gangbare spraakgebruik. Voor de invulling kan worden aangesloten bij het "Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse Taal". Ook een aantal begrippen uit de Omgevingswet, die minder gebruikelijk zijn in het algemeen gangbare spraakgebruik, zijn opgenomen in dit artikel.

 

  • B.

    Aan de toelichting op artikel 1.1 wordt de volgende toelichting op begrip ‘Beeldbepalende onroerende zaak in alfabetische volgorde toegevoegd:

  • Een beeldbepalende onroerende zaak is een pand, onroerend object of andere onroerende zaak in de openbare ruimte dat op zichzelf niet monumentwaardig is, maar door zijn verschijningsvorm of belevingswaarde draagt het wel bij aan de totale kwaliteit van die omgeving/de fysieke ruimte. Daarom zou het in enige vorm behouden moeten blijven.

  • Een beeldbepalende zaak heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde. Die draagt door de architectuur, de vormgeving van een ingenieurswerk of de aanleg van bijvoorbeeld een park en zijn plaats in de stedenbouwkundige structuur of landschappelijke setting bij aan het landschappelijk beeld of dorps- en stadsbeeld. Beeldbepalend heeft niet alleen betrekking op de esthetische kwaliteit van een gebouw of object. De term duidt ook op de beleving van een gebouw dat opvalt in zijn omgeving of nadrukkelijk het beeld van de omgeving bepaalt.

  • Een beeldbepalende zaak heeft een lichtere vorm van bescherming dan een monument.

 

  • C.

    De toelichting op begrip ‘Houtopstand’ komt te luiden:

  • Het begrip houtopstand wordt niet altijd op dezelfde manier gebruikt. In deze verordening vallen ook een vrijstaande boom onder dit begrip houtopstand! Het wijkt dus af van de definitie in de Omgevingswet.

  • Het begrip ‘houtopstand’ is in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: “zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend”. Individuele bomen vallen dus niet onder het begrip ‘houtopstand’ in de Omgevingswet, en worden dus niet door de regels van het Bal beschermd.

 

  • De aangewezen bebouwingscontour houtkap volgens artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is door de gemeenteraad vastgesteld op de gemeentegrens.

  • De gemeente is bevoegd individuele bomen te beschermen door regels hierover te stellen. De gemeente heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door ook voor vrijstaande bomen regels te stellen in deze verordening.

 

  • D.

    De toelichting op begrip ‘Vellen’ komt te luiden:

  • In lijn met de Omgevingswet wordt in deze verordening het begrip vellen als overkoepelend begrip gebruikt. Vellen omvat alle handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

 

  • E.

    De toelichting op begrip ‘Omgevingsplan’ komt te luiden:

  • Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is van rechtswege voor elke gemeente een tijdelijk omgevingsplan ontstaan. Hierin zijn de regels van de bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en de bruidsschat opgenomen.

  • Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen naar een definitief omgevingsplan met de regels over de fysieke leefomgeving. Binnen deze periode verwerkt de gemeente ook de regels uit deze VFL in het omgevingsplan.

 

  • F.

    De toelichting op artikel 1.2 komt te luiden:

 

  • Eerste lid

  • De Omgevingswet bundelt wetgeving over de fysieke leefomgeving. Het doel is dat ook gemeenten haar regels over de fysieke leefomgeving bundelt in het omgevingsplan. De VFL bevat regels over de fysieke leefomgeving en is een tussenstap naar het definitieve omgevingsplan. De regels uit de VFL worden uiteindelijk opgenomen in het definitieve omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor tot eind 2031 de tijd.

 

  • Tweede lid

  • Omdat de gemeente Zaanstad het definitieve omgevingsplan de komende jaren gefaseerd opbouwt, kan het voorkomen dat voor de ene locatie de regels uit deze verordening van toepassing zijn en voor een andere locatie de regels uit het definitieve omgevingsplan.

  • Om die reden is in dit tweede lid bepaald dat in dat laatste geval de regels uit het omgevingsplan voorrang hebben zijn.

 

  • G.

    De toelichting op artikel 2.5 komt te luiden:

  • Dit artikel is gebaseerd op de artikelen 13.11 en 13.12 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 13 model Erfgoedverordening 2016 en is ter vervanging van een deel van de artikelen 10, 17 en 23 van de Erfgoedverordening.

 

  • Eerste lid

  • Dit verbod geldt ook voor een voorlopig aangewezen gemeentelijk monument of beeldbepalende onroerende zaak. Zie artikel 4.9. over de voorlopige aanwijzing van een gemeentelijk monument of beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • Tweede en derde lid

  • Deze zorgplicht geldt voor al het onroerend cultureel erfgoed, te weten gemeentelijke, provinciale en rijksmonumenten, beeldbepalende onroerende zaken, beschermd stads- en dorpsgezicht en archeologische monumenten.

 

  • H.

    De toelichting op artikel 4.2 komt te luiden:

  • Artikel 4.2 (Voornemen tot) Aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • Dit artikel is grotendeels gebaseerd op de artikelen 5 en 6 van de model Erfgoedverordening 2016.

 

  • Dit artikel regelt de toekenning van de status als gemeentelijk monument, archeologisch monument of beeldbepalende onroerende zaak. Een tuin, een park en (elementen van) cultuurlandschap vallen binnen het begrip ‘monument’. De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang en de overige bij de aanwijzing betrokken belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het monument, het archeologisch monument of de beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • Deze formulering is ontleend aan artikelen 3.1, eerste lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet.

 

  • Burgemeester en wethouders hebben beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een monument of archeologisch monument als beschermd gemeentelijk monument. Er geldt bovendien niet zoiets als de voorheen gehanteerde vijftigjarengrens voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol spelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve concreet worden onderzocht.

 

  • Ieder monument is gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet per definitie een onroerende zaak. Ieder archeologisch monument omvat ten minste één onroerende zaak (het terrein, dat vanwege en samen met de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen, gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangemerkt als archeologisch monument). Voor alle zakelijk gerechtigden op de over onroerende zaken is ontvangst van het voornemen van een aanwijzing door burgemeester en wethouders van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel 1, onder a, onderdeel 1, jo. artikel 1, onder b, onderdeel 5, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers ten aanzien van de onroerende zaak.

 

  • De Erfgoedwet bevat niet een begrip als beeldbepalend pand of beeldbepalende onroerende zaak in haar definities of bepalingen.

  • Gemeenten kunnen onroerende zaken als beeldbepalend of karakteristiek aanduiden vanwege hun cultuurhistorische waarde, zonder dat deze de status van rijks- of gemeentelijk monument hebben.

  • Gemeenten mogen dus op basis van hun eigen erfgoedbeleid regels stellen voor beeldbepalende zaken, bijvoorbeeld bij sloop of verbouwing.

  • De Omgevingswet biedt gemeenten ruimte om dit soort aanduidingen in hun omgevingsplannen op te nemen of gedurende de overgangsperiode in een verordening.

 

  • Vierde lid

  • De aanwijzing van kerkelijke monumenten vereist voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat dan per definitie om een monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging in artikel 16.58 lid van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Dit lid stemt overeen met de vergelijkbare eis in artikel 3.1 van de Erfgoedwet en doet recht aan de bijzondere positie van het kerkelijk monument als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. Dit geldt naast de algemene regel van artikel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord.

  • Deze uitzondering voor kerkelijke monumenten geldt niet voor kerkelijke beeldbepalende onroerende zaken, omdat bij beeldbepalende panden alleen het uiterlijk / de buitenkant beschermd wordt. Daarbij is bescherming van het interieur uitgesloten.

  • Er kunnen dan geen wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat pand in het geding zijn.

 

  • I.

    De toelichting op artikel 4.3 komt te luiden:

  • Dit artikel is gebaseerd op artikel 7 van de model Erfgoedverordening 2016.

 

  • Het is wenselijk ook ten aanzien van gemeentelijk monumenten en beeldbepalende onroerende zaken in voorbescherming te voorzien. Dat gebeurt met dit artikel. De voorbescherming start zodra burgemeester en wethouders het voornemen tot aanwijzing hebben bekendgemaakt aan de zakelijk gerechtigden.

 

  • J.

    De toelichting op artikel 4.6 komt te luiden:

  • Artikel 4.6 Voorlopige aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • Dit artikel is gebaseerd op artikel 11 van de model Erfgoedverordening 2016.

 

  • Dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen een monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument aan te wijzen en daarmee snel een beschermde status te geven.

  • In dat geval wordt de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 8 pas ingeschakeld na de voorlopige aanwijzing. De bescherming van paragraaf 4 geldt vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van de voorlopige aanwijzing. Een bezwaarschrift heeft dus geen opschortende werking en daarmee kan de voorlopige aanwijzing dus niet omzeild worden. Als de aanwijzing definitief wordt door de opname in het erfgoedregister loopt deze bescherming door.

 

  • K.

    De titel van artikel 4.7 te luiden:

  • Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • L.

    De toelichting op artikel 4.11, vierde lid komt te luiden:

  • Dit is een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit voor het vellen van een houtopstand zoals bedoeld in artikel 22.8 Omgevingswet en artikel 2.1a Omgevingsbesluit.

  • Soms zal naast deze vergunning nog een vergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving nodig zijn voor flora en fauna-activiteiten in verband met de bescherming van bijvoorbeeld broedende vogels, verblijfplaatsen of foerageerroutes van vleermuizen en verblijfplaatsen van kleine zoogdieren. Het is mogelijk om dit in één aanvraag te doen, maar het is ook toegestaan om een vergunning van het Besluit activiteiten leefomgeving apart aan te vragen.

  • In de Omgevingsregeling zijn indieningsvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning opgenomen.

 

  • M.

    De toelichting op artikel 5.34 komt te luiden:

  • De rioolaansluiting op de gemeentelijke riolering bestaat voor een deel uit een rioolleiding in de openbare ruimte en voor een deel uit een leiding op het perceel dat wordt aangesloten.

 

  • De rioolaansluiting tot aan de perceelgrens wordt door of in opdracht van de gemeente aangelegd. Deze aanleg gebeurt op kosten van de rechthebbende op het perceel.

 

  • De aanleg van het riool en het leidingdeel op het perceel van de rechthebbende gebeurt op kosten van de rechthebbende op het perceel.

 

  • Een aansluiting op het gemeentelijke rioolstelsel dient aangevraagd te worden via de website van de gemeente Zaanstad via het online formulier (Rioolaansluiting aanvragen - Gemeente Zaanstad).

 

  • N.

    De toelichting op artikel 5.40 komt te luiden:

  • Artikel 5.40 (Aanwijzing) collectieve festiviteiten

 

  • Dit artikel is gebaseerd op het voormalige artikel 4:2 van de APV.

 

  • Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de collectieve festiviteiten en activiteiten. De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld gaan over beperking of uitbreiding van het toegestane geluidsniveau of de sluitingstijden. In dit artikel is deze bevoegdheid toegepast.

 

  • Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moest dat geregeld worden in of krachtens een gemeentelijke verordening.

  • Op basis van overgangsrecht kan de gemeente in de periode tot 31 december 2031 nog gebruik maken van deze systematiek. Vooralsnog zijn de regels in deze verordening gebaseerd op het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

  • Op enig moment, gedurende de overgangsperiode van de Omgevingswet, zullen de regels over dit onderwerp worden aangepast aan het systeem van de Omgevingswet en worden opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Zaanstad.

 

  • Tweede lid

  • De uitvoering van de regeling is neergelegd bij B&W.

  • B&W hebben collectieve feestdagen aangewezen. Zie ook artikel 8.3, derde lid

 

  • Derde lid

  • Het maximale aantal aan te wijzen collectieve festiviteiten is door de raad vastgelegd in deze verordening.

  • B&W is zeer terughoudend met het gebruik van de mogelijkheid om de collectieve festiviteit terstond aan te wijzen als de festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was.

 

  • Vierde lid

  • De aanwijzing kan dus ook voor een beperkt aantal locaties of beperkt soort inrichtingen gelden.

 

  • Vijfde lid

  • De bevoegdheid om te bepalen dat de in dit lid bedoelde geluidsnormen niet gelden bij collectieve festiviteiten komt voort uit artikel 2.21, eerste lid, onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

  • Zesde lid

  • Volgens artikel 4.113, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer moet de verlichting bij sportbeoefening in de buitenlucht tussen 23.00 uur en 07.00 uur zijn uitgeschakeld en ook wanneer er geen sport wordt beoefend of onderhoud wordt uitgevoerd.

  • In de gemeente Zaanstad geldt deze beperking niet bij collectieve festiviteiten.

 

  • O.

    De toelichting op artikel 5.41 komt te luiden:

  • Artikel 5.41 Incidentele festiviteiten

 

  • Dit artikel is gebaseerd op het voormalige artikel 4:3 van de APV.

 

  • Eerste lid

  • Een incidentele festiviteit is een festiviteit die aan één of een klein aantal inrichtingen gebonden is. Dit is bijvoorbeeld een optreden met levende muziek bij een café, een jubileum, een personeels- of straatfeest of een “vroege vogels”-toernooi.

  • Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de incidentele festiviteiten en activiteiten. De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld gaan over beperking of uitbreiding van het toegestane geluidsniveau, de sluitingstijden of het maximaal aantal incidentele festiviteiten per jaar. In dit artikel is deze bevoegdheid toegepast.

 

  • Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moest dat geregeld worden in of krachtens een gemeentelijke verordening.

  • Op basis van overgangsrecht kan de gemeente in de periode tot 31 december 2031 nog gebruik maken van deze systematiek. Vooralsnog zijn de regels in deze verordening gebaseerd op het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

  • Op enig moment, gedurende de overgangsperiode van de Omgevingswet, zullen de regels over dit onderwerp worden aangepast aan het systeem van de Omgevingswet en worden opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Zaanstad.

 

  • Tweede lid

  • Volgens artikel 4.113, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer moet bij inrichtingen de verlichting voor sportbeoefening in de buitenlucht tussen 23.00 uur en 07.00 uur zijn uitgeschakeld en indien er geen sport wordt beoefend of onderhoud wordt uitgevoerd. Volgens het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het maximum aantal dagen waarvoor de beperkingen voor de verlichting niet gelden maximaal 12 dagen of dagdelen per jaar. De raad heeft voor Zaanstad het maximum op 9 keer per jaar gesteld.

 

  • Vijfde en zevende lid

  • B&W hebben nadere regels gesteld voor incidentele festiviteiten op het Hembrugterrein. Zie artikel 8.3, eerste lid van deze verordening.

 

  • P.

    De toelichting op artikel 5.42 komt te luiden:

  • Artikel 5.42 Het ten gehore brengen van onversterkte muziek

 

  • Dit artikel is gebaseerd op het voormalige artikel 4:5 van de APV.

 

  • Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden of maatwerkvoorschriften vast te stellen voor onversterkte muziek.

  • Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moest dat geregeld worden in of krachtens een gemeentelijke verordening.

  • Op basis van overgangsrecht kan de gemeente in de periode tot 31 december 2031 nog gebruik maken van deze systematiek. Vooralsnog zijn de regels in deze verordening gebaseerd op het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

  • Op enig moment, gedurende de overgangsperiode van de Omgevingswet, zullen de regels over dit onderwerp worden aangepast aan het systeem van de Omgevingswet en worden opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Zaanstad.

 

  • Eerste lid

  • In dit lid is een maatwerkvoorschrift opgenomen

 

  • Tweede lid

  • Om vooral amateurgezelschappen in niet professionele oefenruimtes de kans te geven tot het hobbymatig beoefenen van onversterkte muziek, is voor hen de mogelijkheid gecreëerd om een aantal uur in de week uitgezonderd te zijn van de geluidsniveaus. In dit lid wordt gesproken over oefenen. Op deze manier worden festiviteiten en optredens voor publiek uitgesloten. Er is sprake van oefenen als men muziek maakt zonder dat er publiek aanwezig is.

 

  • Derde lid

  • Wanneer onversterkte muziek wordt gecombineerd met versterkte muziek dan is dit artikel niet van toepassing. Dan gelden de regels uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer voor versterkte muziek.

 

  • Q.

    De toelichting op artikel 5.44 komt te luiden:

  • Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden of maatwerkvoorschriften vast te stellen voor geluid, zoals in dit artikel voor het luiden van onversterkt geluid als gevolg van het luiden van kerkklokken tijdens nachtelijke uren van 23.00 uur en 07.00.

 

  • Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moest dat geregeld worden in of krachtens een gemeentelijke verordening.

  • Op basis van overgangsrecht kan de gemeente in de periode tot 31 december 2031 nog gebruik maken van deze systematiek. Vooralsnog is de geluidsnorm in deze verordening gebaseerd op het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

  • Op enig moment, gedurende de overgangsperiode van de Omgevingswet, zullen de regels over dit onderwerp worden aangepast aan het systeem van de Omgevingswet en worden opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Zaanstad.

 

  • R.

    De toelichting op artikel 5.51 derde lid komt te luiden:

  • Nutsbedrijven, zoals energie- of waterbedrijven, moeten op grond van artikel 2:11 van deze verordening een omgevingsvergunning hebben voor het aanleggen van leidingen e.d. in een weg.

  • Gemeenten mogen geen omgevingsvergunning eisen voor telecommunicatiebedrijven en kabeltelevisiebedrijven en de door hen beheerde telecommunicatiekabels met een openbare status (telecommunicatie- en omroepnetwerken). Voor deze werken is dwingend geregeld in de Telecommunicatiewet dat telecommunicatiebedrijven een instemmingsbesluit dienen aan te vragen bij de gemeente.

 

  • S.

    Aan de toelichting op artikel 5.62 wordt toegevoegd:

  • Vijfde lid

  • Het doel van dit artikellid is het verbieden van wonen op recreatieschepen die niet bedoeld zijn om permanent op de wonen. Recreatieschepen zijn hier niet op ingericht. Het is zelfs levensgevaarlijk om erop te wonen. Denk hierbij aan koolmonoxidevergiftiging en ontploffing.

  • Dit verbod is niet van toepassing op woonschepen en woonarken. Woonschepen en woonarken zijn geen recreatieschepen. Voor woonschepen zijn bij (woonschepen)verordening specifieke regels gesteld en worden specifieke ligplaatsen aangewezen.

 

  • T.

    De toelichting op artikel 5.68 lid 1 en 2 komt te luiden:

  • Eerste lid

  • Het is verboden een vaartuig of woonschip of een onderdeel daarvan te bouwen, herstellen, droog te zetten of te slopen buiten de locaties die voor deze activiteiten zijn bedoeld. Deze activiteiten zijn verboden omdat hierbij de veiligheid en het milieu en de leefomgeving in het geding kunnen zijn.

 

  • Deze activiteiten worden op een werf uitgevoerd met een vergunning op basis van de Wet milieubeheer of op basis van de Omgevingswet. Dat hangt af van de aard van de activiteit. De Wet milieubeheer is grotendeels geïntegreerd in de Omgevingswet en in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

  • Activiteiten op een werf kunnen dus vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer, maar sinds de invoering van de Omgevingswet vallen veel activiteiten onder de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten.

 

  • Tweede lid

  • In de omgevingsvergunning kunnen voorwaarden, voorschriften en beperkingen worden gesteld aan werkzaamheden, die niet vallen onder de Wet milieubeheer.

 

  • U.

    De toelichting op artikel 5.72 komt te luiden:

  • Artikel 5.72 Wijzigen of slopen gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • Dit artikel is deels gebaseerd op het voormalige artikel 14 van het model Erfgoedverordening 2016.

 

  • Bij de in dit artikel bedoelde vergunning kan sprake zijn van een ander bevoegd gezag dan burgemeester en wethouders. Zie toelichting bij artikel 3.1.

 

  • Eerste lid

  • In het besluit bouwwerken leefomgeving zijn bouwwerkzaamheden opgenomen waarvoor geen vergunning nodig is. Anders dan bij een gemeentelijk monument zijn beeldbepalende onroerende zaken niet uitgezonderd van dit vergunningvrij bouwen. Dit volgt uit de artikelen 2.29 en 2.30 van het besluit bouwwerken leefomgeving.

 

  • Tweede lid onder b

  • In gevallen waarin herbouw onontkoombaar is, is vergunning mogelijk voor herbouw in andere stijl, maar met vergelijkbaar beeld. Hiervoor is geen subsidie van toepassing. Per geval kan worden beoordeeld of de status van beeldbepalende onroerende zaak dan gehandhaafd kan of moet blijven.

  • Om een vergunning voor de activiteit slopen van een beeldbepalende onroerende zaak te kunnen afgeven, moet onomstotelijk vaststaan dat behoud van het pand of object technisch niet mogelijk is binnen verantwoorde financiële randvoorwaarden. Aan de vergunning kan de voorwaarde worden verbonden van het uitgebreid documenteren van de te slopen zaak, met bouwtekeningen en foto’s.

 

  • Tweede lid onder c

  • Zoals het woord al zegt wordt bij beeldbepalende onroerende zaken het uiterlijk beschermd. Wijziging van interieur en materiaal(soort) zijn bij beeldbepalende onroerende zaken daarom vergunningvrij.

  • Hoever de bescherming zich uitstrekt is bepaald in de redengevende omschrijving per aangewezen beeldbepalende onroerende zaak.

 

  • Zesde lid

  • Voor wat betreft de vereiste overeenstemming met de eigenaar van een kerkelijk monument aangesloten bij artikel 16.58 Omgevingswet.

  • Deze bepaling voor kerkelijke monumenten geldt niet voor kerkelijke beeldbepalende onroerende zaken, omdat daarbij bescherming van het interieur is uitgesloten.

  • Er kunnen dan geen wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat pand in het geding zijn.

 

  • V.

    De toelichting op artikel 5.73 komt te luiden:

  • Artikel 5.73 Advies omgevingsvergunning gemeentelijk, provinciaal monument of beeldbepalende onroerende zaak

 

  • Burgemeester en wethouders zenden een volledige aanvraag voor een omgevingsvergunning voor advies aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 3.7.

 

  • W.

    De toelichting op artikel 5.77 komt te luiden:

  • Dit artikel is gebaseerd op het voormalige artikel 7.3.1. van de Bouwverordening.

  • Deze bepaling is opgenomen met het oog op de brandveiligheid.

  • De algemene normen voor brandveiligheid staan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

  • Zo is op basis van artikel 6.6 Bbl gebruiksmelding verplicht bij nachtverblijf in zorginstellingen voor meer dan 10 personen.

  • De gemeente heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheid om deze verplichting al op te leggen bij nachtverblijf voor meer dan 5 personen.

 

  • X.

    De toelichting op artikel 5.80 lid 1 t/m 3 komt te luiden:

  • Dit artikel is gebaseerd op het voormalige artikel 4:11 van de APV.

 

  • Eerste lid

  • De omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit het vellen van een houtopstand zoals bedoeld in artikel 22.8 Omgevingswet en artikel 2.1a Omgevingsbesluit.

 

  • Zoals uit de begripsbepaling ook blijkt vallen zowel een individuele boom als een groep van bomen onder het begrip houtopstand.

  • Soms zal naast deze vergunning nog een vergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving nodig zijn voor flora en fauna-activiteiten in verband met de bescherming van bijvoorbeeld broedende vogels, verblijfplaatsen of foerageerroutes van vleermuizen en verblijfplaatsen van kleine zoogdieren. Het is mogelijk om dit in één aanvraag te doen, maar het is ook toegestaan om een vergunning van het Besluit activiteiten leefomgeving apart aan te vragen.

 

  • Tweede lid

  • Dus alleen voor bomen vanaf deze dikte en omvang geldt de verplichting om een omgevingsvergunning aan te vragen.

 

  • Derde lid

  • Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning afhankelijk van de feitelijke situatie voorschriften verbinden. Bijvoorbeeld dat pas gebruik mag worden gemaakt van de vergunning als de daarmee samenhangende vergunning is verleend en de bezwaartermijn of beroepstermijn van de samenhangende vergunning verstreken is zonder dat de samenhangende vergunning is geschorst. Hiermee wordt voorkomen dat bomen al worden gekapt voordat daadwerkelijk uitvoering kan worden gegeven aan het (bouw)plan.

 

  • Belanghebbenden kunnen voor het einde van de bezwaar- of beroepstermijn de mogelijkheid om een schorsing te vragen van de samenhangende vergunning. Daarmee wordt dan ook de werking van de omgevingsvergunning voor het kappen uitgesteld.

 

  • Feitelijk betekent dit dat voor aanvragen, die regulier worden voorbereid, het einde van de bezwaartermijn geldt. Voor aanvragen die worden voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uitgebreide procedure) geldt het einde van de beroepstermijn.

 

  • Doel is te voorkomen dat bomen op een locatie al gekapt worden en dat vervolgens op de locatie nog geen (bouw)activiteiten gestart worden.

 

  • Y.

    De toelichting op artikel 5.86 komt te luiden:

  • Gemeente Zaanstad streeft naar behoud en versterken van de biodiversiteit in de gemeente en het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering zoals verdroging en wateroverlast. Hiervoor heeft de gemeente ambities vastgesteld op het gebied van onder andere boomkroonbedekking en aantallen bomen in de openbare ruimte. Dat algemene belang is door Europa erkend en daar is de Natuurherstelwet voor aangenomen.

  • Belangrijke maatregelen van deze Natuurherstelwet zijn het vergroten van de populatie bosvogels en het vermijden van nettoverlies aan stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking tot eind 2030.

 

  • Bomen in de openbare ruimte staan in veel wijken al decennia binnen de afstand van 2 meter tot de erfgrens. De ruimte is in de meeste wijken van Zaanstad niet voldoende om een grotere afstand aan te houden. Daarom wordt in dit artikel gebruik gemaakt van de mogelijk in artikel 5:42 van het Burgerlijk wetboek om deze plaatselijke gewoonte bij verordening vast te leggen. In dit artikel wordt geregeld dat de afstand van de grenslijn van eens anders erf 0,5 meter bedraagt voor bomen in de openbare ruimte. Hierbij wordt gerekend vanaf het midden van de voet van de boom.

 

  • In Zaanstad geldt voor de kap van particuliere houtopstanden geen vergunningplicht. Om die reden blijven voor particulieren onderling de standaard afstanden gelden.

 

  • Z.

    De toelichting op artikel 7.2 komt te luiden:

  • Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen straf stellen. Deze straf mag niet zwaarder zijn dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • Wanneer de overtreding een strafbaar feit is dat onder de Wet Economische delicten valt dan kan een zwaardere straf worden opgelegd.

 

  • Bij vergunningplichten wordt uitdrukkelijk gesteld dat het verboden is om ‘zonder vergunning of in afwijking daarvan’ te handelen. Hierdoor levert het niet-nakomen van een vergunningvoorschrift ook een strafbaar feit op.

  • Voor een omgevingsvergunning bepaalt artikel 5.5 van de Omgevingswet dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. Daarom wordt bij omgevingsvergunningen alleen bepaald dat het verboden is te doen zonder vergunning.

 

  • Bij de handhaving wordt niet altijd de maximale straf wordt opgelegd. Afhankelijk van de aftreding kan worden volstaan wordt met een (lagere) geldboete.

 

  • AA.

    De toelichting op artikel 8.4 komt te luiden:

  • Eerste lid

  • Dit artikellid is alleen relevant voor vergunningaanvragen, die waren ingediend voor de inwerking treden van deze verordening, te weten voor 1 januari 2020.

 

  • Tweede lid

  • Vergunningen of ontheffingen verleent en meldingen ingediend op grond van ingetrokken artikelen gelden als vergunning of ontheffing op grond van deze verordening.

 

  • Elfde lid

  • Deze bepaling is opgenomen om veilig te stellen dat beeldbepalende onroerende zaken die zijn aangewezen op grond van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad, worden geacht te zijn aangewezen op grond van de desbetreffende artikelen in deze verordening.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27-11-2025.

 

De griffier

Naar boven