Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 560819 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 560819 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (zesde tranche)
Artikel I Wijziging verordening
De Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad wordt als volgt gewijzigd:
Aan artikel 1.1 Begripsbepalingen worden de volgende begripsbepalingen toegevoegd:
Beeldbepalende onroerende zaak: een als zodanig door een besluit van burgemeester en wethouders aangewezen bouwwerk, stedenbouwkundige of landschappelijke structuur dat van cultuurhistorische waarde is op grond van karakteristieke hoofdvorm of karakteristieke opzet, vanwege de architectuur, de landschappelijke of stedenbouwkundige situering of de bijdrage aan de herkenbaarheid van de omgeving. Onder beeldbepalende onroerende zaken worden ook karakteristieke bouwwerken, karakteristieke panden en beeldbepalende onroerende zaken zoals bouwkundige objecten, bruggen, parken, tuinen en landschappelijke inrichtingen verstaan.
In artikel 1.1 Begripsbepalingen worden de volgende begripsbepalingen gewijzigd:
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde op 31 december 2023, dit is de dag direct voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De artikelen 5.40 tot en met 5.42 zijn uitsluitend van toepassing op inrichtingen type A en B zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
Het doel van dit hoofdstuk is om algemene regels te geven voor instandhouding, behoud en bescherming van de fysieke leefomgeving. Iedereen dient bij zijn activiteiten voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving te dragen en toe te staan dat maatregelen getroffen worden om de fysieke leefomgeving te beschermen en te behouden.
Artikel 4.1 Doel van aanwijzen gemeentelijk cultureel erfgoed lid 1 komt te luiden:
Het doel van de regels in deze paragraaf is het verlenen van de bevoegdheid aan burgemeester en wethouders om gemeentelijk onroerend cultureel erfgoed aan te wijzen. Dit draagt bij aan het behouden en beschermen van onroerend cultureel erfgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of van uitzonderlijke schoonheid is en dat onvervangbaar is. Door de aanwijzing als gemeentelijk monument, archeologisch monument, beeldbepalende onroerende zaak of beschermd stads- of dorpsgezicht krijgt het betreffende erfgoed een beschermde status.
Artikel 4.6 lid 1 komt te luiden:
In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een onroerende zaak voorlopig aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument of beeldbepalende onroerende zaak. In afwijking van artikel 4.2 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 3.7 advies gevraagd na de voorlopige aanwijzing.
Artikel 5.41 Incidentele festiviteiten lid 2, 3 en 5 komen te luiden:
In een type A- of een B –inrichting, als bedoeld in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, mogen per kalenderjaar maximaal negen incidentele festiviteiten plaatsvinden waarbij de geluidsnormen, genoemd in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5.42 van deze verordening niet van toepassing zijn, onder de voorwaarde dat ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit per inrichting melding is gedaan bij burgemeester en wethouders.
Het is toegestaan in een type A- of B-inrichting per kalenderjaar bij maximaal negen incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden voor sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit melding is gedaan bij burgemeester en wethouders.
Artikel 5.62 Innemen ligplaats voor vaartuigen lid 1 komt te luiden:
Het is verboden een ligplaats voor vaartuigen in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen buiten de hiervoor aangewezen gedeelten van het openbaar water zoals bepaald in het Aanwijzingsbesluit ligplaatsen vaartuigen dat is vastgesteld door burgemeester en wethouders op basis van artikel 4.13 van deze verordening.
Artikel 7.2 Strafbaarstelling komt te luiden:
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.5 tot en met 2.11, 4.2, 4.6, 4.13, 5.8, 5.12 tot en met 5.32, 5.40 tot en met 5.44, 5.50 tot en met 5.52, 5.60 tot en met 5.69, 5.72, 5.74, 5.75, 5.76 en 5.80 tot en met 5.85 is een strafbaar feit en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Wijzigingen in de toelichting op de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (zesde tranche)
I. De Algemene toelichting komt te luiden:
De Omgevingswet is in werking getreden. Deze wet bundelt wetgeving uit 26 wetten over de fysieke leefomgeving. Onderdelen die onder de fysieke leefomgeving vallen, zijn in ieder geval: bouwwerken, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit blijkt uit artikel 1.2 van de Omgevingswet.
Het doel van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke behoeften. Dit blijkt uit artikel 1.3 van de Omgevingswet.
Alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving moeten samengebracht in het definitieve omgevingsplan. Het huidige tijdelijke omgevingsplan wordt in de komende jaren gefaseerd uitgewerkt. Het tijdelijke omgevingsplan is van rechtswege ontstaan en bestaat uit de bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en de bruidsschat. De bruidsschat zijn regels die van het rijk overgaan naar de gemeente. Het rijk heeft ervoor gezorgd dat deze bruidsschatregels automatisch in het tijdelijke omgevingsplan zijn gekomen.
Een deel van de bruidsschatregels is inmiddels overgezet naar het definitieve omgevingsplan.
Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad
Omdat ook in verordeningen regels over de fysieke leefomgeving staan heeft Zaanstad als voorbereiding op de Omgevingswet de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (VFL) gemaakt. Regels uit verschillende verordeningen zijn hierin samengebracht. De VFL is een tussenstap naar het definitieve omgevingsplan. De regels vanuit de VFL worden uiteindelijk opgenomen in het definitieve omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor tot eind 2031 de tijd.
De VFL is sinds 1 januari 2020 van kracht en is in tranches aangevuld met regels uit verschillende verordeningen. Bij het omzetten zijn de regels geüniformeerd, verduidelijkt en in een structuur geplaatst, die aansluit bij de Omgevingswet.
In de VFL zijn de regels van een aantal verordeningen volledig opgenomen. Deze verordeningen zijn daarom ingetrokken.
In de VFL is van een aantal verordeningen een deel van de regels opgenomen, omdat niet alle regels over de fysieke leefomgeving in de zin van de Omgevingswet gaan. Deze verordeningen zijn voor het overige van kracht gebleven.
II. Wijzigingen en aanvullingen op de toelichting op artikelen
De meeste begrippen die gebruikt worden in deze verordening worden niet gedefinieerd. Definiëren is niet nodig wanneer begrippen worden gebruikt conform het normale, algemeen gangbare spraakgebruik. Voor de invulling kan worden aangesloten bij het "Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse Taal". Ook een aantal begrippen uit de Omgevingswet, die minder gebruikelijk zijn in het algemeen gangbare spraakgebruik, zijn opgenomen in dit artikel.
Een beeldbepalende onroerende zaak is een pand, onroerend object of andere onroerende zaak in de openbare ruimte dat op zichzelf niet monumentwaardig is, maar door zijn verschijningsvorm of belevingswaarde draagt het wel bij aan de totale kwaliteit van die omgeving/de fysieke ruimte. Daarom zou het in enige vorm behouden moeten blijven.
Een beeldbepalende zaak heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde. Die draagt door de architectuur, de vormgeving van een ingenieurswerk of de aanleg van bijvoorbeeld een park en zijn plaats in de stedenbouwkundige structuur of landschappelijke setting bij aan het landschappelijk beeld of dorps- en stadsbeeld. Beeldbepalend heeft niet alleen betrekking op de esthetische kwaliteit van een gebouw of object. De term duidt ook op de beleving van een gebouw dat opvalt in zijn omgeving of nadrukkelijk het beeld van de omgeving bepaalt.
Het begrip ‘houtopstand’ is in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: “zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend”. Individuele bomen vallen dus niet onder het begrip ‘houtopstand’ in de Omgevingswet, en worden dus niet door de regels van het Bal beschermd.
De Omgevingswet bundelt wetgeving over de fysieke leefomgeving. Het doel is dat ook gemeenten haar regels over de fysieke leefomgeving bundelt in het omgevingsplan. De VFL bevat regels over de fysieke leefomgeving en is een tussenstap naar het definitieve omgevingsplan. De regels uit de VFL worden uiteindelijk opgenomen in het definitieve omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor tot eind 2031 de tijd.
Dit artikel regelt de toekenning van de status als gemeentelijk monument, archeologisch monument of beeldbepalende onroerende zaak. Een tuin, een park en (elementen van) cultuurlandschap vallen binnen het begrip ‘monument’. De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang en de overige bij de aanwijzing betrokken belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het monument, het archeologisch monument of de beeldbepalende onroerende zaak.
Burgemeester en wethouders hebben beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een monument of archeologisch monument als beschermd gemeentelijk monument. Er geldt bovendien niet zoiets als de voorheen gehanteerde vijftigjarengrens voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol spelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve concreet worden onderzocht.
Ieder monument is gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet per definitie een onroerende zaak. Ieder archeologisch monument omvat ten minste één onroerende zaak (het terrein, dat vanwege en samen met de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen, gegeven de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangemerkt als archeologisch monument). Voor alle zakelijk gerechtigden op de over onroerende zaken is ontvangst van het voornemen van een aanwijzing door burgemeester en wethouders van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel 1, onder a, onderdeel 1, jo. artikel 1, onder b, onderdeel 5, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers ten aanzien van de onroerende zaak.
De aanwijzing van kerkelijke monumenten vereist voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat dan per definitie om een monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging in artikel 16.58 lid van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Dit lid stemt overeen met de vergelijkbare eis in artikel 3.1 van de Erfgoedwet en doet recht aan de bijzondere positie van het kerkelijk monument als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. Dit geldt naast de algemene regel van artikel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord.
In dat geval wordt de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 8 pas ingeschakeld na de voorlopige aanwijzing. De bescherming van paragraaf 4 geldt vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van de voorlopige aanwijzing. Een bezwaarschrift heeft dus geen opschortende werking en daarmee kan de voorlopige aanwijzing dus niet omzeild worden. Als de aanwijzing definitief wordt door de opname in het erfgoedregister loopt deze bescherming door.
Soms zal naast deze vergunning nog een vergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving nodig zijn voor flora en fauna-activiteiten in verband met de bescherming van bijvoorbeeld broedende vogels, verblijfplaatsen of foerageerroutes van vleermuizen en verblijfplaatsen van kleine zoogdieren. Het is mogelijk om dit in één aanvraag te doen, maar het is ook toegestaan om een vergunning van het Besluit activiteiten leefomgeving apart aan te vragen.
Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de collectieve festiviteiten en activiteiten. De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld gaan over beperking of uitbreiding van het toegestane geluidsniveau of de sluitingstijden. In dit artikel is deze bevoegdheid toegepast.
Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de incidentele festiviteiten en activiteiten. De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld gaan over beperking of uitbreiding van het toegestane geluidsniveau, de sluitingstijden of het maximaal aantal incidentele festiviteiten per jaar. In dit artikel is deze bevoegdheid toegepast.
Volgens artikel 4.113, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer moet bij inrichtingen de verlichting voor sportbeoefening in de buitenlucht tussen 23.00 uur en 07.00 uur zijn uitgeschakeld en indien er geen sport wordt beoefend of onderhoud wordt uitgevoerd. Volgens het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het maximum aantal dagen waarvoor de beperkingen voor de verlichting niet gelden maximaal 12 dagen of dagdelen per jaar. De raad heeft voor Zaanstad het maximum op 9 keer per jaar gesteld.
Om vooral amateurgezelschappen in niet professionele oefenruimtes de kans te geven tot het hobbymatig beoefenen van onversterkte muziek, is voor hen de mogelijkheid gecreëerd om een aantal uur in de week uitgezonderd te zijn van de geluidsniveaus. In dit lid wordt gesproken over oefenen. Op deze manier worden festiviteiten en optredens voor publiek uitgesloten. Er is sprake van oefenen als men muziek maakt zonder dat er publiek aanwezig is.
Zowel de Omgevingswet als het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geven gemeenten de mogelijkheid om voorwaarden of maatwerkvoorschriften vast te stellen voor geluid, zoals in dit artikel voor het luiden van onversterkt geluid als gevolg van het luiden van kerkklokken tijdens nachtelijke uren van 23.00 uur en 07.00.
Gemeenten mogen geen omgevingsvergunning eisen voor telecommunicatiebedrijven en kabeltelevisiebedrijven en de door hen beheerde telecommunicatiekabels met een openbare status (telecommunicatie- en omroepnetwerken). Voor deze werken is dwingend geregeld in de Telecommunicatiewet dat telecommunicatiebedrijven een instemmingsbesluit dienen aan te vragen bij de gemeente.
In het besluit bouwwerken leefomgeving zijn bouwwerkzaamheden opgenomen waarvoor geen vergunning nodig is. Anders dan bij een gemeentelijk monument zijn beeldbepalende onroerende zaken niet uitgezonderd van dit vergunningvrij bouwen. Dit volgt uit de artikelen 2.29 en 2.30 van het besluit bouwwerken leefomgeving.
Om een vergunning voor de activiteit slopen van een beeldbepalende onroerende zaak te kunnen afgeven, moet onomstotelijk vaststaan dat behoud van het pand of object technisch niet mogelijk is binnen verantwoorde financiële randvoorwaarden. Aan de vergunning kan de voorwaarde worden verbonden van het uitgebreid documenteren van de te slopen zaak, met bouwtekeningen en foto’s.
Soms zal naast deze vergunning nog een vergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving nodig zijn voor flora en fauna-activiteiten in verband met de bescherming van bijvoorbeeld broedende vogels, verblijfplaatsen of foerageerroutes van vleermuizen en verblijfplaatsen van kleine zoogdieren. Het is mogelijk om dit in één aanvraag te doen, maar het is ook toegestaan om een vergunning van het Besluit activiteiten leefomgeving apart aan te vragen.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning afhankelijk van de feitelijke situatie voorschriften verbinden. Bijvoorbeeld dat pas gebruik mag worden gemaakt van de vergunning als de daarmee samenhangende vergunning is verleend en de bezwaartermijn of beroepstermijn van de samenhangende vergunning verstreken is zonder dat de samenhangende vergunning is geschorst. Hiermee wordt voorkomen dat bomen al worden gekapt voordat daadwerkelijk uitvoering kan worden gegeven aan het (bouw)plan.
Gemeente Zaanstad streeft naar behoud en versterken van de biodiversiteit in de gemeente en het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering zoals verdroging en wateroverlast. Hiervoor heeft de gemeente ambities vastgesteld op het gebied van onder andere boomkroonbedekking en aantallen bomen in de openbare ruimte. Dat algemene belang is door Europa erkend en daar is de Natuurherstelwet voor aangenomen.
Bomen in de openbare ruimte staan in veel wijken al decennia binnen de afstand van 2 meter tot de erfgrens. De ruimte is in de meeste wijken van Zaanstad niet voldoende om een grotere afstand aan te houden. Daarom wordt in dit artikel gebruik gemaakt van de mogelijk in artikel 5:42 van het Burgerlijk wetboek om deze plaatselijke gewoonte bij verordening vast te leggen. In dit artikel wordt geregeld dat de afstand van de grenslijn van eens anders erf 0,5 meter bedraagt voor bomen in de openbare ruimte. Hierbij wordt gerekend vanaf het midden van de voet van de boom.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-560819.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.