Gemeenteblad van De Fryske Marren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2025, 560773 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2025, 560773 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene subsidieverordening De Fryske Marren
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun; Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen;
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);
Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Het college kan een subsidieplafond verlagen als:
a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd en;
b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
Bij de aanvraag legt de subsidieaanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
c. een begroting en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van alle inkomsten onder andere bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
d. als de subsidieaanvrager een onderneming is, kan het college de volgende gegevens opvragen:
1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
2° een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimisverordening (de-minimisverklaring);
e. als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve en bestemmingsreserve(s) en/of voorzieningen op het moment van de aanvraag.
Artikel 10. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval:
a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of
b. als het betreft een subsidieaanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:
a. subsidie verstrekt zou worden aan een subsidieaanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of
b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.
Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:
a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift of de subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet en/ of het algemeen belang of de openbare orde;
e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
f. de aanvraag niet past in de beleidsuitgangspunten van de inclusieve samenleving: iedereen doet (naar vermogen) mee;
g. de subsidieaanvraag wordt ingediend na het plaatsvinden van de activiteit en/ of de aanvangsdatum van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
h. activiteiten met een commercieel karakter of waarbij sprake is van winstoogmerk;
i. de organisatorische en/ of financiële continuïteit van de subsidieaanvrager en/ of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;
j. de subsidieaanvrager geen sluitende begroting indient;
k. de subsidieaanvrager in relatie tot de gevraagde subsidie zelf geen substantiële bijdrage levert aan het realiseren van het gestelde doel;
l. er geen evenwichtige verhouding is tussen de verwachte resultaten en de gevraagde bijdrage;
m. er al in voldoende mate wordt voorzien in de activiteiten en/ of het doel dat wordt nagestreefd;
n. voor de activiteit al gemeentelijke subsidie is verstrekt;
o. wanneer er al gelijksoortige activiteiten zijn op het niveau van buurt, wijk, dorp of stad waar de aanvraag zich op richt;
p. als de subsidieaanvrager een steekproef heeft gehad die negatief beoordeeld is in het voorafgaande jaar;
q. als de aanvraag betrekking heeft op een receptie of een jubileum;
r. er een bijdrage wordt gevraagd voor de aanschaf of ontwikkeling van een website;
s. indien de aanvraag betrekking heeft op niet-subsidiabele kosten, zoals btw die fiscaal door de aanvrager kan worden verrekend;
t. geen subsidieregeling als bedoeld in artikel 3 van deze verordening van toepassing is;
u. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 12. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;
d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die een jaar of meer in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Bij subsidieregeling of subsidieverleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 13b. Huiselijk geweld en kindermishandeling
Het college kan aan de subsidieontvanger voorwaarden stellen met betrekking tot het signaleren en ondernemen van acties bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling.
Artikel 14. Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000
Als bij een verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De vaststelling vindt plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Artikel 15. Eindverantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot en met € 50.000
Bij subsidies vanaf €10.000 tot en met € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000
Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en
d. een samenstellingsverklaring over de jaarrekening voor subsidies vanaf € 50.000 tot en met € 250.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant;
e. een accountantsverklaring (controleverklaring) voor subsidies hoger dan € 250.000. De accountantsverklaring geeft een oordeel van de jaarrekening, de hoogte en de samenstelling van het vermogen.
Artikel 17. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 10.000
Indien de subsidieontvanger de volledige verantwoording niet binnen de gestelde termijn, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid, aanhef en onder a of b kan indienen, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college de subsidie lager vaststellen.
Artikel 18. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-560773.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.