Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Nijmegen 2026

De raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 17 december 2025;

 

Gelezen het voorstel van:

burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;

 

Gelet op:

artikel 225, van de Gemeentewet;

 

Besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Nijmegen 2026 (Verordening parkeerbelastingen 2026)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a)

    voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • b)

    autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden.

  • c)

    binnen de singels: het gebied dat wordt begrensd door St. Titussingel (vanaf de Waalbrug), Keizer Traianusplein, St. Canisiussingel, Oranjesingel, Keizer Karelplein, Van Schaeck Mathonsingel, de spoorlijn Nijmegen-Arnhem en Waalkade, met inbegrip van de genoemde wegen of weggedeelten;

  • d)

    buiten de singels: geheel Nijmegen, met uitzondering van het gebied binnen de singels;

  • e)

    centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel;

  • f)

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • g)

    houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • h)

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • i)

    openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

  • j)

    parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • k)

    parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg;

  • l)

    parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet;

  • m)

    RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;

  • n)

    Tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen;

  • o)

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • p)

    adres: voor deze verordening wordt onder adres mede verstaan een woonwagen op een daartoe door het formeel bevoegd orgaan aangewezen centrum en een woonboot op een daartoe formeel door het bevoegd orgaan aangewezen reguliere ligplaats;

  • q)

    zorginstelling: instellingen in de curatieve zorg die beschikken over een erkenning van het Zorginstituut Nederland, sectoren Verpleging en Verzorging, de geestelijke en gezondheidszorg (ggz) en gehandicaptenzorg volgens de Wet Langdurige Zorg, alsmede professionele organisaties voor stervensbegeleiding;

  • r)

    dag: kalenderdag;

  • s)

    week: periode van 7 aaneengesloten dagen;

  • t)

    maand: kalendermaand;

  • u)

    bezoekersregeling: de regeling waarbij een bezoeker van een belanghebbende, die in een betaald parkeren gebied woont, tegen een gereduceerd uurtarief kan parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip;

  • v)

    parkeerregeling mantelzorg: de regeling waarbij een bewoner die mantelzorg ontvangt en die in aanmerking komt voor het mantelzorgcompliment, zijn mantelzorgers tegen gereduceerd uurtarief kan laten parkeren. De regeling geldt voor een maximaal aantal uren per kalenderjaar. Urenregistratie vindt digitaal plaats middels een digitale aan- en afmelding van het parkeertijdstip.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op een centrale computer.

  • 3.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, in de loop van een vergunning periode aanvangt, is de belasting verschuldigd voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van 1 jaar voor de eerste bewonersvergunning en 6 maanden voor de overige parkeervergunningen.

  • 4.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel a in de loop van een vergunning periode eindigt, wordt restitutie verleend voor het resterende gedeelte van de vergunningstermijn van 1 jaar voor de eerste bewonersvergunning en 6 maanden voor de overige parkeervergunningen.

  • 5.

    In afwijking van het vorige lid bestaat geen ontheffing van de belastingplicht voor de Hulpverleningsvergunning zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel in hoofdstuk I.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

  • 5.

    Bij de voldoening op aangifte moet, indien opgevraagd, het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belastingen, bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd, geschiedt door het college bij openbaar te maken besluit.

Artikel 8 Kosten naheffingsaanslag

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedragen € 82,00.

Artikel 9 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en is derhalve vrijgesteld van het parkeren van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:

  • a.

    gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte:

    • geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart;

    • gemeentelijke parkeerontheffing voor gehandicapten;

    • buitenlandse gehandicaptenparkeerkaart.

  • b.

    als zodanig herkenbare politievoertuigen;

  • c.

    als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;

  • d.

    als zodanig herkenbare ambulances;

  • e.

    als zodanig herkenbare dierenambulances;

  • f.

    als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Nijmegen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De "Verordening parkeerbelastingen 2025" zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024 en gepubliceerd onder nr. Gmb-2024-541035, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie, welke tevens de datum van ingang van de heffing is, met dien verstande dat de verordening niet eerder dan 12 januari 2026 in werking treedt.

  • 2.

    De tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel treden in werking op de dag na publicatie, met dien verstande dat de verordening niet eerder dan 12 januari 2026 in werking treedt.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen 2026".

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.

De raadsgriffier,

drs. S.J. Ruta

De voorzitter,

drs. H.M.F. Bruls

Tarieventabel, behorende bij de verordening parkeerbelastingen 2026

 

I. Tarieven voor parkeren met een parkeervergunning, zoals bedoeld in art. 2 onderdeel a

 

 

Binnen de singels conform artikel 1 sub c verordening parkeerbelastingen 2026

Buiten de singels conform artikel 1 sub d verordening parkeerbelastingen 2026

A.

Eerste Bewonersvergunning

€ 48,00 per jaar

€ 12,00 per jaar

€ 4,00 per maand

€ 1,00 per maand

Tweede Bewonersvergunning

n.v.t.

€ 240,00 per jaar

n.v.t.

€ 20,00 per maand

Vanaf derde Bewonersvergunning

n.v.t.

€ 300,00 per jaar

n.v.t.

€ 25,00 per maand

B.

Bedrijfsvergunning beperkt kenteken wijzigen, geldig van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur

€ 480,00 per jaar

€ 360,00 per jaar

€ 40,00 per maand

€ 30,00 per maand

C.

Bedrijfsvergunning beperkt kenteken wijzigen, geldig van maandag tot en met zondag

€ 780,00 per jaar

€ 480,00 per jaar

€ 65,00 per maand

€ 40,00 per maand

D.

Bedrijfsvergunning onbeperkt kenteken wijzigen, geldig van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur

€ 780,00 per jaar

€ 480,00 per jaar

€ 65,00 per maand

€ 40,00 per maand

E.

Bedrijfsvergunning onbeperkt kenteken wijzigen, geldig van maandag tot en met zondag

€ 1200,00 per jaar

€ 600,00 per jaar

€ 100,00 per maand

€ 50,00 per maand

F.

Bedrijfsvergunning beperkt kenteken wijzigen, geldig van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur in vergunninggebied T

 

€ 124,20 per jaar

€ 10,35 per maand

G.

Overloopvergunning

€ 120,00 per jaar

 

€ 10,00 per maand

H.

Autodatevergunning binnen een gebied waar parkeerbelasting van toepassing is

€ 100,00 per jaar

 

€ 8,33 per maand

I.

Autodatevergunning buiten een gebied waar parkeerbelasting van toepassing is

€ 51,30 per jaar

 

J.

Marktparkeervergunning 1 dag per week

€ 61,60 per jaar

 

K.

Marktparkeervergunning 2 dagen per week

€ 102,60 per jaar

 

L.

Hulpverleningsvergunning

€ 129,10 per jaar

 

M.

Schippersvergunning

€ 12,00 per jaar

 

€ 1,00 per maand

N.

Bezoekersregeling € 0,25 per uur met een maximum van 585 uur per kalenderjaar voor bewoners in het centrum. In de overige vergunningsgebieden € 0,25 per uur met een maximum van 1000 uur per kalenderjaar.

 

 

O.

Parkeerregeling mantelzorg € 0,00 per uur met een maximum van 400 uur per kalenderjaar.

 

 

 

II Tarieven voor parkeren bij parkeerapparatuur 2026

  • A.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt per parkering voor de straten en terreinen:

    Locatie

    Tarief

    Wedren

    € 2,60per uur tussen09:00-21:00 met een maximum van€ 15,00 per dag

    Vierdaagseplein

    € 2,60 peruur tussen 09:00-18:00 en € 0,50per uur tussen18:00-21:00 met een maximum van € 15,00 per dag

    Parkeerterrein Oude Stad

    € 2,60 peruur tussen 09:00-18:00 en € 0,50per uur tussen18:00-21:00 met een maximum van € 15,00 per dag

    RadboudUniversitair Medisch Centrum

    € 1,65 per uur

    Novium Woonboulevard

    € 1,00per 3 uur of gedeelte daarvan

  • B.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is € 4,00 per uur in de volgende vergunningenzones zoals deze benoemd zijn in artikel 2 van het vigerende Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren:

    • -

      Vergunningenzone centrum.

  • C.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is € 2,90 per uur in de overige vergunningenzones zoals deze benoemd zijn in artikel 2 van het vigerende Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren. Dit met uitzondering van vergunningenzone B.

  • D.

    Voor parkeren in geheel Nijmegen voor een onbeperkt aantal parkeringen (dag- meerdagenkaart):

    Per kalenderdag

    € 18,65

    Voor eenperiode van minimaal 2 tot maximaal 7 dagen

    € 68,60

    Voor een maand of een gedeelte daarvan doch meer dan twee weken

    € 149,60

Bijlage onderbouwing naheffingsaanslag 2026

 

Algemeen

De hoogte van de naheffingsaanslag wordt bepaald door de geraamde kosten (als bedoeld in art. 2 Bgp Besluit gemeente belastingen) te delen door het verwacht aantal naheffingsaanslagen.

 

Het tarief mag maximaal kostendekkend zijn. Indien het berekende bedrag hoger is dan het maximumtarief van € 82,00 dan geldt het landelijke maximumtarief. De gemeente Nijmegen heeft in haar verordening het tarief bepaald op € 82,00.

Het gaat daarbij om het aantal opgelegde naheffingsaanslagen en niet om het aantal geïnde aanslagen (het verschil daartussen betreft sepo’s, vernietigingen, exotische kentekens).

 

Kosten opbouw (geraamd)

Variabele informatieverwerkingskosten

€ 197.636

Kosten afschrijving en interest

€ 0

Personeelskosten (excl. Overhead)

€ 1.391.057

Overheadkosten

€ 695.528

Totaal

€ 2.284.221

Deze bedragen zijn exclusief BTW

 

 

Toelichting personeelskosten:

  • Er is 19,5 fte aan formatie voor de Integraal toezichthouder (zie onderstaand overzicht uit het formatiesysteem). We rekenen 50% van deze formatie toe aan de naheffingsaanslag omdat de integraal toezichthouders ongeveer 50% van hun tijd aan taken voor fiscaal parkeren verrichten. Dat betekent: 9,75 fte tegen een loonsom van € 70.977, schaal 7 betekent een toerekening aan personeelskosten van € 692.026.

  • Er is 1 fte Senior vakinhoudelijk adviseur, schaal 10 (Coördinator parkeren), 100% toe te rekenen aan de naheffingsaanslag tegen een loonsom van € 99.031

  • Inhuur van fiscalisten € 600.000

Formatie-systeem

Toelichting overheadkosten:

In deze overhead zitten de kosten voor huisvesting, stafafdelingen, ICT etc. Wettelijk mogen we een opslag van 50% aan overhead op de loonsom toerekenen.

 

Maximale tarief bepaling

Voor de bepaling van het maximaal op te leggen tarief relateren we de toerekenbare (begrote) kosten aan de geraamde aanslagen 2026.

 

De toerekenbare kosten bedragen € 2.284.221 (zie boven). De geraamde aanslagen bedragen 14.728 (afgerond)

 

Dit leidt tot een maximaal kostendekkend tarief van € 155,09

 

Het berekende bedrag op basis van toerekenbare geraamde kosten, is daarmee hoger dan het maximale wettelijke tarief van € 82,00; De raad van de gemeente Nijmegen heeft besloten te kiezen voor het geldende maximale wettelijke tarief.

 

Opbrengstraming

De geraamde aanslagen bedragen 14.728 (afgerond) Tarief naheffingsaanslag € 82,00

 

Dit leidt tot een opbrengst van € 1.207.696. Hiermee zijn de kosten van € 2.284.221 voor 52,9% gedekt.

 

De regeling is gebaseerd op de volgende artikelen en besluiten:

  • 1.

    Artikel 225 Gemeentewet

  • 2.

    Artikel 234 Gemeentewet

  • 3.

    Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen

  • 4.

    Artikel 8, Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Nijmegen 2026

Toelichting verordening parkeerbelastingen

In de verordening parkeerbelastingen is de toepassing van betaald parkeren geregeld, zoals bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet. In artikel 2 van deze verordening zijn de vormen van parkeerbelastingen zoals die in de Gemeentewet zijn opgenomen letterlijk weergegeven.

 

Parkeerbelastingen hebben uitsluitend betrekking op wegen die openbaar zijn in de zin van de Wegenwet. Dit zijn wegen die niet zijn afgesloten voor het verkeer door fysieke maatregelen (slagboom) of het bord “verboden toegang, art 461 wetboek van strafrecht”.

 

Een parkeervergunning wordt twee keer per jaar betaald voor een periode van 6 maanden: van april tot oktober en van oktober tot april. De eerste bewonersvergunning wordt één keer per jaar betaald en deze termijn gaat in op het moment van afgifte van de vergunning.

 

Artikel 5

De restitutieregeling zoals opgenomen in het vierde lid van dit artikel geldt niet bij tussentijdse beëindiging van de hulpverlenersvergunning.

 

Artikel 7

Regelt de bevoegdheden van het college van B en W. Het aanwijzen van parkeerplaatsen waar een fiscaal regime geldt, de tijden dat betaald parkeren van kracht is en de wijze waarop moet worden betaald is geregeld in het Besluit tot aanwijzing en uitvoering betaald parkeren.

 

Er bestaat behoefte aan een product waarmee gebruikers voor langere tijd kunnen parkeren in het gebied waar betaald parkeren van kracht is. Denk bijvoorbeeld aan aannemers, incidentele werknemers of bedrijven die op meerdere plaatsen in de stad moeten parkeren op 1 dag. Voor deze groep is onder 2G de mogelijkheid opgenomen om voor langere tijd een parkeerkaart aan te schaffen. De tarieven daarvoor zijn gelijkgesteld aan de tarieven voor de parkeerontheffing uit de Legesverordening.

 

Artikel 10

Gaat in op de mogelijkheid van kwijtschelding. Bij parkeerbelastingen die worden geheven bij wege van voldoening op aangifte is het verlenen van kwijtschelding niet aan de orde. De van hogerhand gegeven regels geven geen ruimte om voor deze belasting de rijksregels zonder meer toepassing te laten vinden. Derhalve is een uitsluiting in deze verordening opgenomen.

 

Omdat het bezoekersparkeertegoed van maximaal 585 uren per jaar in het centrum en maximaal 1000 uren per jaar in de overige vergunningsgebieden te weinig kan zijn voor bewoners die mantelzorg ontvangen, kunnen deze bewoners in plaats van of naast een bezoekersregeling gebruik maken van de mantelzorgregeling. Voor deze regeling geldt een maximaal tegoed van 400 uren per jaar. De criteria om voor de parkeerregeling mantelzorg in aanmerking te komen zijn opgenomen in het vigerende Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren.

 

Artikel 12

Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moet de gemeente het besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend maken. Bekendmaking geschiedt door middel van publicatie in het Gemeenteblad. Het Gemeenteblad moet elektronisch worden uitgegeven. Dit gebeurt op www.overheid.nl. De dag van bekendmaking is de dag van publicatie op www.overheid.nl. Dit is de datum waarop de tekst van de verordening daadwerkelijk beschikbaar is voor de burger. De datum van inwerkingtreding van de heffing is vastgelegd in het tweede lid van artikel 12.

Naar boven