Verordening Toekomstbestendig Wonen 2026

De raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering 17 december 2025;

 

Gelezen het raadsvoorstel ‘Vaststellen verordening Toekomstbestendig Wonen 2026’;

 

Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;

 

Besluit: Vast te stellen de Verordening ‘Toekomstbestendig Wonen 2026’

Artikel 1 - Begrippen

Deze Verordening verstaat onder:

  • a)

    Aanvraag: het door aanvrager bij de gemeente ingediende verzoek om een ‘Toekomstbestendig Wonen lening’, ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ of de ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’;

  • b)

    Aanvrager: een natuurlijk persoon zoals omschreven in artikel 2 lid 1 onder a t/m c, die een aanvraag doet voor een ‘Toekomstbestendig Wonen lening’, ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ of de ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’;

  • c)

    Cofinanciering: de gezamenlijke financiering van een lening waarbij vijftig procent (50%) van het leenbedrag wordt verstrekt door de gemeente en vijftig procent (50%) door de provincie;

  • d)

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen;

  • e)

    Combinatielening: een extra lening, die naast een hypothecaire lening wordt afgesloten, waaruit de aflossing op de hypothecaire lening mag worden betaald. Deze combinatielening wordt onlosmakelijk met de maatwerklening aangeboden en blijft beperkt tot maximaal het bedrag van de maatwerklening;

  • f)

    Eigenaar-bewoner: de natuurlijke persoon die een woning in eigendom heeft en deze woning als hoofdverblijf bewoont of zal gaan bewonen;

  • g)

    Energielabel: het door een gecertificeerd adviseur vastgestelde label als bedoeld in de “Regeling energieprestatie gebouwen”, dat de energieprestatie van een woning aanduidt met een letter van A++++ (zeer zuinig) tot en met G (zeer onzuinig);

  • h)

    Hypothecaire lening: een geldlening die wordt verstrekt voor de financiering van onroerend goed, waarbij de geldnemer aan de geldverstrekker een recht van hypotheek verstrekt op dat onroerend goed als zekerheid voor de terugbetaling van de lening;

  • i)

    Kifid: Klachteninstituut financiële dienstverlening;

  • j)

    Maatregelen: maatregelen zoals bedoeld in artikel 4 die kunnen worden gefinancierd met de ‘Toekomstbestendig Wonen Lening’, de ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ of de ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’;

  • k)

    Maximaal leenbedrag: het maximale leenbedrag dat totaal door een aanvrager kan worden aangevraagd per lening of als het totaal van meerdere aanvragen door deze aanvrager bij elkaar opgeteld voor een woning binnen deze regeling;

  • l)

    Netbewust: het slim beheren en afstemmen van energiegebruik en opwekking op de capaciteit en status van het elektriciteitsnet om overbelasting (netcongestie) te voorkomen en een duurzaam energiesysteem te realiseren.

  • m)

    Persoonlijke lening: een vorm van consumptief krediet waarbij de geldnemer eenmalig een vastgesteld bedrag ontvangt en dit bedrag, vermeerderd met rente, in vaste maandelijkse termijnen binnen een vooraf overeengekomen looptijd terugbetaalt, zonder mogelijkheid tot heropname van afgeloste bedragen;

  • n)

    Provincie: Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland;

  • o)

    SVn: stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM–vergunningnummer 12013647;

  • p)

    Toekomstbestendig Wonen Lening: een stimuleringslening die als persoonlijke lening wordt verstrekt ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van de maatregelen;

  • q)

    Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening: een hypothecaire lening die door SVn kan worden verstrekt aan de aanvrager ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van de maatregelen, tezamen met een aan de maatwerklening gekoppelde combinatielening;

  • r)

    Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening: een verzilverlening die als hypothecaire lening wordt verstrekt ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van de maatregelen;

  • s)

    Toewijzing: het besluit van de gemeente op basis waarvan de aanvrager bij SVn een aanvraag kan indienen voor de ‘Toekomstbestendig Wonen lening’, ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ of ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’.

  • t)

    Werkelijke kosten: de totale kosten van materialen en werkzaamheden of de kosten van de investering, voor zover noodzakelijk voor het treffen van de maatregelen en ook de kosten die gepaard gaan met het aanvragen en aangaan van de ‘Toekomstbestendig Wonen Lening’, ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ of ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’;

  • u)

    Woning: een bouwwerk of een deel daarvan, bestemd om in te wonen.

Artikel 2 - Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze verordening is uitsluitend van toepassing op lening aanvragen:

    • a)

      Waarvan de aanvrager van een ‘Toekomstbestendig Wonen Lening’ een eigenaar of een eigenaar tevens bewoner is van een woning in de gemeente Nijmegen. Indien er sprake is van twee of meer eigenaren, gelden deze gezamenlijk als aanvrager. Ten minste één van de aanvragers is jonger dan 76 jaar op het moment van indiening van de aanvraag bij SVn;

    • b)

      Waarvan de aanvrager van een ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’ een eigenaar of een eigenaar tevens bewoner is van een woning in de gemeente Nijmegen, die niet in aanmerking komt voor een van de andere leenvormen uit deze regeling of op andere wijze financierbaar is. Indien er sprake is van twee of meer eigenaren, gelden deze gezamenlijk als aanvrager;

    • c)

      Waarvan de aanvrager van een ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’ een eigenaar tevens bewoner is van een woning in de gemeente Nijmegen; De minimale leeftijd van de aanvrager bedraagt tien jaar voor het bereiken van de wettelijke AOW-leeftijd en er geldt geen maximumleeftijd. Als er sprake is van twee aanvragers (bewoners/eigenaren), geldt deze voorwaarde voor beide aanvragers.

  • 2.

    Deze verordening is van toepassing op woningen waarvan de noodzaak voor verduurzaming het grootst is.

  • 3.

    De leningen, zoals opgenomen in artikel 3, worden verstrekt ter realisatie van de maatregelen die zijn genoemd in artikel 4 en de Nadere regels behorend bij deze verordening.

Artikel 3 - Voorwaarden leningen

  • A.

    De ‘Toekomstbestendig Wonen lening’:

    • -

      Wordt verstrekt als persoonlijke lening vanuit een bouwdepot

    • -

      Bedraagt minimaal € 2.500, - en maximaal € 35.000, -

    • -

      Heeft een looptijd van maximaal 10 jaar voor bedragen tot en met € 15.000, - en maximaal 15 jaar voor bedragen vanaf € 15.001, -

    • -

      Heeft een rentepercentage van 2,6%

    • -

      Is een annuïtaire lening en is in overeenstemming met de productspecificaties van de stimuleringslening van SVn.

  • B.

    De ‘Toekomstbestendig Wonen Verzilverlening’:

    • -

      Wordt hypothecair verstrekt vanuit een bouwdepot

    • -

      Bedraagt minimaal € 2.500, - en maximaal € 35.000, -

    • -

      Heeft een rentepercentage van 1,7%

    • -

      Kent geen rente en aflossingsverplichting gedurende de looptijd. Jaarlijks wordt de rente bij de hoofdsom opgeteld. De hoofdsom met samengestelde rente is opeisbaar bij verkoop.

    • -

      Is in overeenstemming met de productspecificaties van de verzilverlening van SVn.

  • C.

    De ‘Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening’:

    • -

      Wordt hypothecair verstrekt vanuit een bouwdepot

    • -

      Bedraagt minimaal € 2.500, - en maximaal € 35.000, -

    • -

      De looptijd is maximaal 30 jaar

    • -

      Heeft een rentepercentage van 0,0 %

    • -

      Wordt verstrekt met een restschuldgarantie door gemeente en provincie

    • -

      Is een annuïtaire lening met een combinatielening en is in overeenstemming met de productspecificaties van de maatwerklening van SVn

    • -

      Deze lening is altijd maatwerk voor noodzakelijke investeringen ten behoeve van asbestsanering en/of funderingsherstel of verduurzaming in een collectieve aanpak. Deze lening is niet generiek inzetbaar.

Artikel 4 - Maatregelen

  • 1.

    De maatregelen, waarvoor de lening zoals omschreven in artikel 3 wordt aangevraagd, dienen aantoonbaar bij te dragen aan de volgende (beleids)doelen:

    • a.

      Verduurzaming (energiebesparing/energie opwekking);

    • b.

      Klimaatadaptatie;

    • c.

      Energietransitie;

    • d.

      Levensloopbestendig maken/langer zelfstandig thuis wonen;

    • e.

      Asbestsanering;

    • f.

      Funderingsherstel;

  • 2.

    Het college kan Nadere regels vaststellen.

  • 3.

    Gelet op het bepaalde in lid 1 en 2 stelt het college een lijst van maatregelen vast waarbij uitvoering wordt gegeven aan de in dit artikel vermelde (beleids)doelen. De Nadere regels in de bijlage bevat een opsomming van deze maatregelenlijst.

  • 4.

    Een lening wordt alléén verstrekt voor die maatregelen die in de Nadere regels worden genoemd. Deze maatregelen kunnen door het college worden gewijzigd.

  • 5.

    De investeringen dienen te allen tijde te worden gecombineerd met minimaal één energiemaatregel, zoals opgenomen in de maatregelenlijst.

Artikel 5 - Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast.

  • 2.

    Leningen op basis van deze verordening kunnen alleen worden toegekend indien dit subsidieplafond toereikend is voor de ingediende aanvragen.

Artikel 6 - Bevoegdheid college

Het college toetst de aanvraag aan de bepalingen in deze verordening en is bevoegd om, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, de aanvrager naar SVn te verwijzen voor het sluiten van een overeenkomst ten behoeve van een lening zoals omschreven in artikel 3.

Artikel 7 - Procedure, verdeling leningen en toewijzing aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor een lening zoals omschreven in artikel 3 wordt bij het college ingediend op een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier of digitaal via een door de gemeente aangewezen website. De aanvraag dient in ieder geval de navolgende gegevens te bevatten:

    • a.

      De te treffen maatregelen;

    • b.

      Een financiële onderbouwing van de te treffen maatregelen, bijvoorbeeld offertes;

    • c.

      Een planning van de uitvoering van de werkzaamheden.

  • 2.

    Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen twee weken.

  • 3.

    Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die het college voor het nemen van een beslissing noodzakelijk acht en daarmee niet compleet is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vier weken compleet te maken.

  • 4.

    Indien de aanvraag niet binnen de aangegeven termijn compleet is gemaakt, kan het college besluiten de aanvraag buiten behandeling te stellen.

  • 5.

    Het college handelt aanvragen af op volgorde van binnenkomst, waarbij de ontvangstdatum van de aanvraag leidend is.

  • 6.

    Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing en deelt die mee aan de aanvrager met een toewijzings- of afwijzingsbesluit.

  • 7.

    Uit overschrijding van de termijn in het zesde lid, kan de aanvrager niet afleiden dat zijn aanvraag is of wordt gehonoreerd.

  • 8.

    De beslissing genoemd in het zesde lid, is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden.

Artikel 8 Afwijzen aanvraag en intrekken toewijzing

  • 1.

    Het college wijst een aanvraag voor een lening, zoals omschreven in artikel 3 af, indien:

    • a.

      Het subsidieplafond is bereikt, of

    • b.

      De werkelijke kosten naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat; of

    • c.

      De werkelijke kosten minder bedragen dan € 2.500, -; of

    • d.

      Door aanvrager het maximaal toegestane (gestapelde) bedrag van € 35.000, - wordt overschreden; of

    • e.

      Niet is voldaan aan de bij of op grond van deze verordening gestelde voorschriften en/of bepalingen; of

    • f.

      De werkzaamheden die gepaard gaan met de investering waarvoor de lening, zoals omschreven in artikel 3, wordt aangevraagd al zijn begonnen of gerealiseerd voordat de lening tot stand is gekomen.

  • 2.

    De werkzaamheden die gepaard gaan met de investering waarvoor de lening wordt aangevraagd mogen pas starten nadat een toewijzingsbesluit door de gemeente is genomen én de overeenkomst voor de lening met de SVn is getekend.

  • 3.

    Het college trekt een toewijzing voor een lening, zoals omschreven in artikel 3, in indien:

    • a.

      De lening is toegewezen of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens; of

    • b.

      De lening niet tot stand komt.

  • 4.

    De toewijzing voor een lening, zoals omschreven in artikel 7 lid 6, verloopt van rechtswege wanneer de lening, zoals omschreven in artikel 3, niet tot stand komt binnen de termijn die in het toewijzingsbesluit is opgenomen.

Artikel 9 - Financiële toets, verstrekken en beheer van leningen door SVn:

  • 1.

    De toewijzing door het college, zoals omschreven in artikel 7 lid 6, vormt het startpunt voor een autonome financiële toetsing door SVn.

  • 2.

    SVn stelt de definitieve hoogte van een lening, zoals omschreven in artikel 3, voor een aanvrager vast en bij een positieve financiële toets brengt SVn een offerte uit. Bij een negatieve financiële toets, wijst SVn de lening af en brengt de aanvrager en gemeente hiervan op de hoogte.

  • 3.

    SVn verstrekt en beheert een geoffreerde lening zoals omschreven in artikel 3.

  • 4.

    Rentepercentages genoemd in deze verordening kunnen wijzigen wanneer de renteontwikkeling op de geldmarkt en/of de rentetarieven van Svn daar aanleiding toe geven. De productspecificaties en uitvoeringsregels van Svn zijn leidend.

  • 5.

    Indien de aanvrager het niet eens is met de financiële toets van SVn, kan er een klachtenprocedure worden gestart bij SVn, en vervolgens bij het KifiD. Aanvrager kan zich ook wenden tot de bevoegde burgerlijke rechter.

Artikel 10 – Overgangsbepaling

  • 1.

    Op aanvragen, die zijn ingediend onder de oude verordening maar waar nog niet op is besloten ten tijde van inwerkingtreding van deze nieuwe verordening, wordt de oude verordening toegepast.

  • 2.

    Besluiten zoals omschreven in artikel 7 lid 6, die genomen zijn krachtens de Verordening Toekomstbestendig wonen Nijmegen – A en B en zoals sindsdien gewijzigd en voor zover nog van kracht, gelden als besluiten, genomen krachtens deze verordening, totdat zij zijn ingetrokken.

Artikel 11 – Hardheidclausule

Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college gemotiveerd afwijken van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 12 - Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordening

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Toekomstbestendig Wonen, gemeente Nijmegen - B, zoals vastgesteld op 26 april 2025.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening ‘Toekomstbestendig Wonen 2026’,

Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2025 te Nijmegen

De Griffier;

Drs. S.J. Ruta

De Voorzitter;

Drs. H.M.F. Bruls

Toelichting - Verordening Toekomstbestendig Wonen 2026

1. Algemeen

 

Sinds 2019 bestaat de stimuleringsregeling 'Toekomstbestendig wonen’ van de provincie Gelderland, waar verschillende gemeenten aan deelnemen, waaronder ook de gemeente Nijmegen.

Deze regeling is gericht op het verduurzamen van de woningvoorraad in de provincie Gelderland en biedt de mogelijkheid voor huiseigenaren en sinds 2023 ook voor verenigingen van eigenaren (verder: Vve's) om met de deelnemende gemeente geld te lenen voor duurzame aanpassingen in een woning.

 

De Provincie Gelderland en de deelnemende gemeenten dragen beiden 50% bij aan de financiering van de lening.

De verschillende mogelijkheden die wij als gemeente bieden om een dergelijke lening af te sluiten voor het treffen van energiebesparende en levensloopbestendige maatregelen in een woning zijn opgenomen in de verordening “Toekomstbestendig Wonen, gemeente Nijmegen” (verder: de verordening).

 

Wat is het onderwerp van deze verordening?

Deze verordening is een gemeentelijke verordening op initiatief van en in samenwerking met de provincie Gelderland en stelt huiseigenaren in staat om een aantrekkelijke lening af te sluiten voor het verduurzamen en levensloopbestendig maken van hun woning.

 

Wat reguleert deze verordening?

De verordening reguleert onder meer het toepassingsbereik en de situaties waarin een lening kan worden afgesloten, de verschillende soorten leningen, de voorwaarden, het maximum bedrag per lening, het rentepercentage en de maatregelen en bijbehorende voorzieningen die kunnen worden getroffen met gebruikmaking van die lening. Ook omschrijft deze verordening het verloop van de procedure voor respectievelijk een gemeentelijke aanvraag en het aansluitend afsluiten van een overeenkomst tot (geld)lening met de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (verder: de stichting).

 

Doelstellingen

De belangrijkste doelstellingen van deze verordening zijn: het terugdringen van energieverbruik, het vergroten van de levensduur van de woning en het mogelijk maken van langer thuis wonen. De lening is bedoeld om woningen te verbeteren op de gebieden van energiebesparing (zoals isolatie en zonnepanelen) en levensloopbestendigheid (zoals het plaatsen van een traplift of badkamer op de begane grond).

 

Doelgroep

De toekomstbestendig wonen lening richt zich nu op woningen met een energielabel C of lager. Hierdoor wordt het budget ingezet voor woningen die het slechtst geïsoleerd zijn. Er blijven nog wel uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de lening wordt ingezet voor voornamelijk levensloopbestendige maatregelen, dan mogen ook huiseigenaren met energielabel B een lening aanvragen. Deze wijziging geldt voor beide verordeningen (woningen en vve's).

 

Procedure

Burgers dienen hun aanvraag voor een lening in bij de gemeente. De gemeente toetst deze aanvraag aan de bepalingen in deze verordening waarna een toekennings- of afwijzingsbesluit volgt. Voordat de toewijzing van de aanvraag plaatsvindt, controleert de gemeente eerst of er nog financiële middelen beschikbaar zijn om de desbetreffende aanvraag te kunnen afhandelen.

Als de aanvraag is toegekend kan de aanvrager met dit besluit bij de stichting een lening gaan aanvragen. Deze stichting beoordeelt de financiële situatie en de mogelijkheden voor de lening. De lening wordt bekostigd vanuit een fonds van deze stichting. Er zijn verschillende leenvormen beschikbaar, zoals een hypothecaire of persoonlijke lening, die afhankelijk zijn van uw situatie. De rentepercentages van de verschillende soorten leningen zijn aantrekkelijk.

Het treffen van een energiebesparende of -opwekkende maatregel is een vereiste om in aanmerking te komen voor de lening. Met de lening die met de stichting wordt afgesloten kunnen aanvragers geld lenen om deze maatregelen te bekostigen en de aanpassingen in de woning te realiseren.

 

Financiering leningen

De soorten leningen die in de verordening zijn omschreven, zijn revolverende leningen. Dit houdt in dat aflossingen op de al verstrekte leningen van de ene inwoner worden gebruikt voor het verstrekken van nieuwe leningen aan een andere inwoner. De stichting beheert deze fondsen en geeft hier uitvoering aan door het sluiten van overeenkomsten van (geld)leningen met aanvragers. De soorten leningen, de specifieke voorwaarden, rentepercentages en leningbedragen kunnen per gemeente verschillen, aangezien de verordening lokaal wordt vastgesteld. De provincie Gelderland en de Gemeente Nijmegen zijn geen partij bij de overeenkomsten die door de SVn met inwoners van de gemeente Nijmegen worden gesloten.

 

De gemeente Nijmegen heeft een overeenkomst met de stichting afgesloten waarin de wederzijdse (financiële) rechten en plichten tussen deze stichting en de gemeente zijn omschreven.

 

2. Artikelsgewijs

 

Artikel 1 - Definitiebepalingen. Sub l - Netbewust.

Hiermee wordt bedoeld dat er bewust wordt omgegaan met energiegebruik en -opwekking in relatie tot de belasting van het elektriciteitsnet.

 

Sub q - Toekomstbestendig Wonen Maatwerklening (alleen van toepassing op de Verordening toekomstbestendig wonen leningen – particulieren)

Deze lening is uitsluitend beschikbaar voor noodzakelijke investeringen ten behoeve van asbestsanering en/of funderingsherstel en/of verduurzaming in een collectieve aanpak. Deze lening is bedoeld voor aanvragers die op grond van hun inkomen niet op een andere manier financierbaar zijn en niet in aanmerking komen voor een lening zoals beschreven in sub p en r. Deze lening is uitsluitend mogelijk als de noodzakelijkheid blijkt uit de toewijzing en is niet generiek inzetbaar.

 

Artikel 3 – Voorwaarden leningen

In deze bepaling worden de verschillende soorten leningen omschreven en de daarbij horende voorwaarden.

 

Artikel 4 – Maatregelen

Deze bepaling omschrijft de verschillende maatregelen waarvoor een lening kan worden afgesloten.

 

Artikel 5 – Subsidieplafond

In deze bepaling is opgenomen dat er een subsidieplafond door het college wordt vastgesteld. Voordat de gemeente een aanvraag op grond van deze verordening in behandeling neemt en toewijst controleert de gemeente eerst of er nog financiële middelen beschikbaar zijn voor de desbetreffende aanvraag.

Op deze manier voorkomen we dat een aanvraag door een inwoner wordt ingediend en/of door de gemeente al in behandeling wordt genomen, terwijl er geen financiële middelen meer beschikbaar zijn.

Ook voorkomen we hiermee dat een inwoner met een gemeentelijk toekenningsbesluit bij de stichting een overeenkomst voor een lening wil afsluiten, terwijl het plafond al is bereikt en de financiële middelen zijn uitgeput.

Als het subsidieplafond niet toereikend is om het bedrag waarvoor de lening wordt aangevraagd toe te kennen, dan zal de aanvraag worden afgewezen op grond van artikel 8.

 

Artikel C – Bevoegdheid college

Deze bepaling spreekt voor zich.

 

Artikel 7 – Aanvraagprocedure – wijze van verdeling – tijdvak indienen aanvragen

Dit artikel bevat regels over de procedure voor het indienen van een aanvraag ten behoeve van een lening. Hierin wordt onder andere omschreven op welke manier er een aanvraag kan worden ingediend, waar het formulier te raadplegen is, welke gegevens er bij een aanvraag moeten worden ingediend en de termijn waarbinnen de gemeente een besluit moet nemen op de aanvraag. Ook wordt omschreven hoe de verdeling van de leningen plaatsvindt. Dit gebeurt op basis van de datum waarop een aanvraag door de gemeente is ontvangen. Aanvragen worden daarmee afgehandeld op volgorde van binnenkomst.

 

De ‘Verordening toekomstbestendig wonen 202C’ én de ‘Nadere regels toekomstbestendig wonen 202C’, worden op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt op de website van www.overheid.nl.

Naast deze officiële bekendmaking op grond van de Algemene wet bestuursrecht, wordt op de website van de gemeente Nijmegen bekendgemaakt, dat:

  • 1)

    de verordening en de nadere regels zijn vastgesteld en in werking zijn getreden op 1 januari 2026, en;

  • 2)

    deze regelgeving burgers de mogelijkheid biedt om een subsidie/lening aanvraag bij de gemeente in te dienen in een door de gemeente te bepalen tijdvak (bijvoorbeeld vanaf 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026);

  • 3)

    aanvragen op basis van deze in werking getreden regelgeving kunnen worden ingediend met het door de gemeente voorgeschreven formulier ten behoeve van leningen als omschreven in deze verordening (artikel 3);

  • 4)

    aanvragers kunnen alleen in dat door de gemeente voorgeschreven tijdvak een volledige aanvraag indienen waar een toekennings – of afwijzingsbesluit op volgt vanuit de gemeente.

Artikel 8 – Afwijzen aanvraag en intrekking toewijzing

Dit artikel somt de omstandigheden op waaronder een ingediende aanvraag wordt afgewezen of een toewijzingsbesluit wordt ingetrokken.

 

Artikel S – Financiële toets en verstrekken en beheer van leningen door de stichting

In dit artikel wordt het verloop van de procedure bij de stichting omschreven nadat een inwoner een aanvraag bij de gemeente heeft ingediend en hiervoor een toewijzingsbesluit heeft ontvangen ten behoeve van het aanvragen van een lening bij de stichting zoals omschreven in artikel 3.

 

Artikel 10 – Aanbieden twee produkten (geldt alleen voor de verordening VvE’s)

De gemeente biedt de Toekomstbestendig Wonen Lening kleine VvE aan met NHG-borg of zonder NHG-borg, zolang als de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen deze borgstelling aanbiedt.

 

Artikel 10 – Overgangsbepaling (artikel 11 verordening VvE’s)

Het overgangsrecht is erop gericht om aanvragen die zijn ingediend onder de oude verordening en waar nog geen besluit op is genomen bij inwerkingtreding van deze nieuwe verordening, af te handelen volgens de regelgeving in die oude verordening.

 

Artikel 11 – Hardheidsclausule (artikel 12 verordening VvE’s)

In bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van het bepaalde in deze verordening als strikte toepassing van een bepaling in deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing.

 

Artikel 12 – Inwerkingtreding verordening en intrekking oude verordening (artikel 13 verordening VvE’s)

Deze bepaling spreekt voor zich.

 

Artikel 13 – Citeertitel

Deze bepaling spreekt voor zich.

Naar boven