Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van Twente 2025

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente;

gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening

maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2025;

besluiten :

1. vast te stellen de BELEIDSREGEL HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING HOF

VAN TWENTE 2025 voor de toegang tot de Algemene voorziening wasverzorging en

beoordeling van meldingen en aanvragen voor Huishoudelijke ondersteuning (HO)

met inachtneming van het volgende:

a. De Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van Twente 2024 (vastgesteld

op 29 augustus 2023) wordt ingetrokken per 1 december 2025,

b. deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel Huishoudelijke

ondersteuning Hof van Twente 2025”;

c. deze beleidsregel treedt in werking op 1 december 2025.

2. dat aanvragen voor de maatwerkvoorziening HO die voor 1 december 2025 zijn

ingediend, en waarop voor 1 december 2025 nog geen besluit is genomen, worden

beoordeeld op grond van de dan vigerende Verordening maatschappelijke

ondersteuning en deze nieuwe Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van

Twente 2025.

Hoofdstuk 1. Inleiding

 

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) geeft gemeenten de opdracht

om personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale

problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, te ondersteunen op het gebied

van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

Om dit te bereiken, kan het college verschillende voorzieningen inzetten. Deze

beleidsregel gaat over de Algemene voorziening Wasverzorging (AV Was) en over de

maatwerk-voorziening Huishoudelijke ondersteuning (HO).

Het doel van de Wmo2015 is dat inwoners kunnen participeren en zoveel mogelijk

zelfredzaam zijn. Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke

algemene levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Onder een gestructureerd huishouden verstaan wij een huishouden waarbij iedere

bewoner van de woning gebruik kan maken van een opgeruimde en functionele

woonkamer, de slaapkamer(s), keuken, toilet en badkamer en doorgangsruimten (gang,

trap, overloop).

Het gaat om de binnenkant van de woning. De woning moet opgeruimd zijn en zodanig

schoon en leefbaar zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar

basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Het hoeft niet overal

“spic en span” te zijn, maar het huishouden moet op orde zijn.

Een aantal ruimten en werkzaamheden hebben nimmer tot de voorziening

Huishoudelijke ondersteuning behoort. Het gaat dan om een zolder, de berging, een

kelder en werkzaamheden buiten de woning (o.a. tuinonderhoud, balkon, ramen lappen

buiten). Al deze ruimten en werkzaamheden hebben overigens nog nooit tot de

voorziening HO behoort. Een grote schoonmaak valt eveneens buiten de

maatwerkvoorziening.

De aanwezigheid van dieren (uitgezonderd hulphonden) is geen aanleiding voor het

toekennen van aanvullende ondersteuning. De gevolgen hiervan voor het schoon en

leefbaar houden van het huis en het zoeken naar oplossingen hiervoor, behoort tot de

eigen verantwoordelijk van de cliënt.

1.1. Voeren van een gestructureerd huishouden

Onder “voeren van een gestructureerd huishouden” horen een aantal resultaten,

namelijk:

a. Een schoon en leefbaar huis

b. Wasverzorging

c. Maaltijdverzorging

d. Boodschappen

e. Regie/Organisatie/Advies, instructie en Voorlichting (AIV)

f. Zorg voor minderjarige kinderen (Kindzorg)

Om het voeren van een gestructureerd huishouden mogelijk te maken, wordt gestuurd

op deze resultaten. Daarbij zijn van belang de uit te voeren werkzaamheden, de

frequentie ervan en de tijd die daarvoor nodig is. Dit kan bereikt worden door het inzetten

van de Basismodule HO voor een schoon en leefbaar huis en, indien noodzakelijk,

aanvullende modules.

1.2. Onderzoeken HHM

Bureau HHM heeft in 2016, 2019 en 2022 onderzoeken gedaan naar een (objectieve en

onafhankelijke) norm voor de huishoudelijke ondersteuning voor het resultaat schoon en

leefbaar huis. In aanvulling hierop, heeft bureau HHM ook een nader en verdiepend

onderzoek gedaan naar de aanvullende maatwerkmodule voor de wasverzorging. De

resultaten daarvan zijn verwoord in het rapport “Verdiepend onderzoek prestatie wassen

en strijken binnen huishoudelijke ondersteuning” van het bureau HHM van 5 april 2017.

In het Normenkader 2019 met aanvullende instructie 2022 (MW2022/1235), d.d. juni

2019 - september 2022) waren alle huishoudelijke activiteiten opgenomen die nodig zijn

om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te bereiken, de Basismodule HO. Het

gaat concreet om activiteiten als stofzuigen, schoonmaken van badkamer, keuken en

toilet, het schoonmaken van vloeren en het schoonhouden van de woonkamer en al dan

niet als slaapkamer in gebruik zijnde slaapkamer(s).

Als na onderzoek blijkt dat de cliënt de huishoudelijke activiteiten niet zelf kan uitvoeren

en ook geen andere oplossingsmogelijkheden heeft, dan wordt deze module ingezet. Er

wordt binnen de Basismodule HO niet geïndiceerd op activiteiten.

Bureau HHM heeft in januari 2025 het nieuwe Normenkader Huishoudelijke

Ondersteuning 2025 (MW/25/0050) gepresenteerd. Reden voor dit nieuwe normenkader

was een uitspraak van de CRvB over het resultaat Wasverzorging. De CRvB heeft

geoordeeld dat de gehanteerde normtijden voor dit resultaat niet op correcte wijze waren

berekend. Bureau HHM heeft op basis van deze uitspraak de tijdnormering aangepast.

Deze nieuwe normering heeft de instemming van de CRvB (CRvB 9 januari 2025,

ECLI:NL:CRVB:2025:46).

In het Normenkader HO 2025 is meer dan voorheen aandacht aan de eigen kracht van

de cliënt en huisgenoten besteed. Als een cliënt (en eventuele huisgenoten) dermate

veel eigen oplossingsmogelijkheden heeft (gebruik of versterken van de eigen kracht

en/of gebruikelijke hulp, inzet vanuit sociaal netwerk, gebruik van andere

mogelijkheden), kan dat betekenen dat met de inzet van éénmaal per twee weken HO

voldoende compensatie wordt geboden. In individuele situaties kan dat een passende

oplossing voor de cliënt betekenen.

1.3. Besluiten van de gemeenteraad

In haar vergadering van 4 november 2020 heeft de gemeenteraad besloten geen

financiële middelen meer beschikbaar te stellen voor de activiteit strijken uit de

aanvullende module wasverzorging. Immers, ook zonder gestreken bovenkleding is

meedoen in de samenleving mogelijk. Bovendien zijn er alternatieven, zoals gebruik van

een strijkpop en aanschaf van strijkvrije kleding. Strijken hoort daarom niet tot

compensatieplicht van de gemeente.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft dit bevestigd in haar uitspraak van 18 juli

2024 ECLI:NL:CRVB:2024:1487.

Op 12 mei 2021 heeft de gemeenteraad de Verordening maatschappelijke

ondersteuning 2021 vastgesteld. In die verordening is de Algemene voorziening

wasverzorging opgenomen. Dit is de juridische grondslag. De Algemene voorziening

wasverzorging gaat voor op toekenning van een maatwerkvoorziening. De aanvullende

module wasverzorging blijft beschikbaar voor die cliënten die, naar oordeel van het

college, geen gebruik kunnen maken van de algemene voorziening of voor wie deze

onvoldoende compensatie biedt.

1.4. Jurisprudentie

Uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat het college niet kan volstaan

met een resultaatgerichte aanpak als de cliënt geen inzicht krijgt in de hoeveel tijd die

daarvoor beschikbaar is. Zie bijvoorbeeld CRvB 8 oktober 2018 (2018:3241).

Het rechtzekerheidsbeginsel vereist dat het college in de beschikking inzicht geeft in

  • de concrete activiteiten die nodig zijn

  • met welke frequentie die activiteiten moeten worden verricht en

  • de totale hoeveelheid tijd die nodig is om die activiteiten uit te voeren

om te kunnen spreken van een schoon en leefbaar huis.

Ook heeft de Centrale Raad van Beroep in uitspraak van 9 mei 2025 (CRvB 23/2056)

uitgesproken dat de omvang van de HO niet mag worden beperkt tot een maximum

aantal slaapkamers. Alle slaapkamers moeten, al dan niet incidenteel, worden

schoongehouden om uiteindelijk vervuiling te voorkomen.

In hoofdstuk 3 van deze beleidsregel is dit verder uitgewerkt.

 

Hoofdstuk 2. Voorgaande oplossingen bij HO

 

De maatwerkvoorziening HO wordt ingezet als de cliënt onvoldoende in staat is om zelf

zorg te dragen voor een gestructureerd huishouden. De eigen kracht, gebruikelijke hulp,

mantelzorg, hulp vanuit het sociaal netwerk of een algemene voorziening kunnen dit

probleem dan niet (voldoende) oplossen.

2.1. Eigen kracht

Onder eigen kracht wordt verstaan de activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden

uitgevoerd. Van de cliënt wordt verwacht dat hij zich in hoge mate inspant om zelf in

oplossingen te voorzien. Dit betekent dat mogelijk niet alle activiteiten hoeven te worden

overgenomen.

In de praktijk kan dit betekenen dat een deel van het huishouden door de cliënt wordt

uitgevoerd en voor een ander deel een (maatwerk)voorziening wordt ingezet. Een

andere vorm van het benutten van de eigen kracht is het verlenen van medewerking aan

een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Bijvoorbeeld de inrichting van de woning door

de cliënt of op een andere manier meehelpen zodat de hulpverlener efficiënt het werk

kan uitvoeren. Een hulpverlener kan efficiënter werken als de cliënt zelf vooraf

bijvoorbeeld fotolijstjes al uit de vensterbank weghaalt.

De mate waarin eigen kracht aanwezig is, kan gevolgen hebben voor de frequentie

waarmee HO wordt toegekend. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.1.2 van deze

beleidsregel.

Ook het geldend maken van een aanspraak op hulp op grond van een andere wettelijke

regeling of afgesloten verzekering behoort tot de eigen kracht van een cliënt.

Bij de beoordeling welke ondersteuning ingezet moet worden, wordt rekening gehouden

met deze eigen kracht. Dit geldt voor alle modules.

2.2. Gebruikelijke hulp

In de Wmo2015 staat voorop dat allereerst wordt bezien of en in hoeverre iemand zelf

dan wel met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. In de Wmo2015

wordt gebruikelijke hulp beschreven als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen

in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of

andere huisgenoten. Huisgenoten zijn meerderjarige personen met wie de cliënt

duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont en waarbij geen sprake is van een

commerciële huurders- of kostgangersrelatie. Al deze personen die samen met de cliënt

in de woning wonen, vallen onder ons begrip leefeenheid.

De leefeenheid is dus primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden. Dat

betekent dat van een leefeenheid wordt verwacht dat, bij uitval van een van de leden van

die leefeenheid, door een herverdeling van huishoudelijke taken, andere leden van de

leefeenheid de huishoudelijke taken overnemen.

 

Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit betekent dat van iedereen, zowel

volwassen als van jonge(re) huisgenoten een bijdrage wordt verwacht als het gaat om

het huishouden. Natuurlijk wordt rekening gehouden met de ontwikkelingsfase van

kinderen.

Van gezonde meerderjarige huisgenoten van 18 jaar t/m 22 jaar wordt verwacht dat zij

een éénpersoonshuishouden kunnen voeren. Behalve lichte huishoudelijke

werkzaamheden hoort hier ook bij het schoonhouden van sanitaire ruimten, keuken, de

woonkamer en één slaapkamer, de was doen, boodschappen doen en alle activiteiten

rondom de maaltijdvoorziening.

In de Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden van het Centrum

Indicatiestelling Zorg (CIZ), werd het aandeel van deze jongeren in het huishouden

genormeerd op wekelijks 2,0 uur voor het verrichten van uitstelbare huishoudelijke taken

en 3,0 uur voor niet-uitstelbare taken. Deze richtlijn is algemeen aanvaard. Het is

namelijk de opvolger van het verouderde Protocol Gebruikelijke Zorg en het Protocol

Huishoudelijke verzorging, die eveneens door het CIZ waren opgesteld.

Als dat aan de orde is, wordt deze genormeerde bijdrage in het huishouden in mindering

gebracht op de normtijden zoals deze in hoofdstuk 3 van deze beleidsregel zijn

opgenomen.

Iedere volwassene van 23 jaar en ouder wordt verondersteld naast een volledige baan of

opleiding een volledig, meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Dit betekent dat

deze persoon geacht wordt alle huishoudelijke taken te kunnen verrichten, ook als dit

moet gebeuren naast een volledige baan of een dagopleiding. Immers, iedereen die

werkt, zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor

zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp).

Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het

kader van hun maatschappelijke participatie.

2.2.1. Geen gebruikelijke hulp

Van ieder meerderjarig lid van de leefeenheid wordt dus bezien of dat lid in staat is de

gebruikelijke hulp te bieden. Maar er zijn situaties denkbaar dat de veronderstelde

gebruikelijke hulp niet kan worden geboden. Hieronder worden enkele situaties

beschreven.

Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting

Gebruikelijke hulp kan niet worden geleverd als de partner of een ander lid van de

leefeenheid waarvan deze hulp wordt verwacht, zelf zodanige gezondheidsproblemen en

beperkingen heeft dat redelijkerwijs moet worden geconcludeerd dat (een deel van) de

huishoudelijke taken niet door hem/haar kunnen worden uitgevoerd.

Altijd moet worden onderzocht of een leefeenheid, gegeven de voor die leefeenheid

geldende gebruikelijke hulp, door de uitval van de persoon met beperkingen, niet alsnog

onevenredig belast wordt of dat overbelasting dreigt. Overbelasting heeft dus altijd

betrekking op personen binnen een leefeenheid van wie wordt verwacht dat zij de

gebruikelijke hulp binnen het huishouden leveren.

Overbelasting kan worden gedefinieerd als “meer belasting dan het prestatievermogen

toelaat”. Het is een (on)balans tussen draagkracht (belastbaarheid) en draaglast

(belasting).

Uitgangspunt is dat belastbaarheid en overbelasting en de beperkingen daardoor

beoordeeld en vastgesteld worden door of onder verantwoordelijkheid van een door het

college aangewezen onafhankelijke arts.

Wanneer dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van

gebruikelijke hulp, werk en andere activiteiten dan gaan gebruikelijke hulp en werk voor.

Het beoefenen van vrijetijdsbesteding is op zich geen reden te veronderstellen dat de

gebruikelijke hulp niet kan worden geboden.

Overbelasting door combinatie werk en zorg /verzorging

In de situatie dat overbelasting ontstaat of dreigt vanwege een combinatie van werk of

opleiding en de verzorging van een zieke partner/gezinslid, kan tijdelijk een indicatie voor

HO worden verstrekt voor die huishoudelijke taken die normaliter tot de gebruikelijke

hulp zouden worden gerekend. In eerste instantie is deze indicatie van tijdelijke duur

(maximaal 3 maanden) om de leefeenheid in die periode de gelegenheid te geven de

onderlinge taakverdeling aan de nieuw ontstane situatie aan te passen.

Als de leefeenheid een langere periode ondersteuning nodig heeft, dan is dit slechts

mogelijk als:

  • men aantoonbaar moeite heeft gedaan om het huishouden zodanig te reorganiseren

dat geen maatwerkvoorziening nodig zou zijn en

  • dat deze pogingen aantoonbaar en niet-verwijtbaar niet succesvol zijn geweest

(hierbij valt ook te denken aan het benutten van allerlei voorliggende voorzieningen,

zoals buitenschoolse kinderopvang, maaltijdvoorzieningen, zorgverlof,

ouderschapsverlof, bedrijfszorg, e.d.) en

  • inzicht bestaat (via een medisch advies) in de belasting en belastbaarheid van de

persoon, die geacht wordt de gebruikelijke hulp te bieden en mogelijke

behandelwijzen om die overbelasting te voorkomen dan wel te beperken en

  • de vraag “hoe organiseert men het huishouden als er geen persoon met een

beperking aanwezig zou zijn?” is beantwoord.

In terminale situaties, waarin de partner zwaar belast wordt met zorgtaken, worden de

richtlijnen met betrekking tot gebruikelijke hulp soepeler gehanteerd. Deze situatie is per

definitie van tijdelijke aard. HO kan dan worden geïndiceerd zolang de situatie zich

voordoet, dus ook langer dan 3 maanden.

Fysieke afwezigheid

Bij werkenden wordt geen rekening gehouden met zeer drukke werkzaamheden en

(zeer) lange werkweken. Fysieke afwezigheid van de huisgenoot geldt in principe niet als

reden voor compensatie. Uitgangspunt is dat een volwassene wordt geacht een

volledige school- of werkweek (maximaal 40 uur) inclusief reistijden te (kunnen) hebben

en deze te kunnen combineren met huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege schoolof werkgerelateerde activiteiten heeft niet tot gevolg dat de persoon deze huishoudelijke

taken niet kan doen, maar dat hij de uitvoering van de huishoudelijke taken plant op

momenten waarop hij wel thuis is. Ook afwezigheid vanwege overwerk, extra lange

werkweken, vrijwilligerswerk, sportactiviteiten etc. leidt niet tot ondersteuning.

De verantwoordelijkheid voor het huishouden gaat voor op andere activiteiten.

Een uitzondering geldt voor langdurige afwezigheid (meer dan 6 etmalen achtereen),

waardoor ook uitstelbare taken te lang blijven liggen. De afwezigheid moet wel een

regelmatig terugkerend en verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan het werk.

Te denken valt aan internationaal vrachtverkeer, off-shore werk, werk in het buitenland.

Als sprake is van gebruikelijke hulp, wordt dus geen of minder ondersteuning geboden.

Van gebruikelijke hulp is sprake als één of meerdere huisgenoten aanwezig zijn, die in

staat worden geacht het huishouden over te nemen.

2.3. Mantelzorg en het sociale netwerk

Ook deze vorm van ondersteuning gaat voor op een maatwerkvoorziening. Mantelzorg is

altijd vrijwillig en niet afdwingbaar. In de praktijk kan dit betekenen dat een deel van het

huishouden door de mantelzorger wordt overgenomen en voor een ander deel

aanvullend of tijdelijk ondersteuning wordt geboden door de inzet van een algemene

voorziening of een maatwerkvoorziening. Naast mantelzorg kan ook de inzet van

vrijwilligers een oplossing bieden bij het verzorgen van het huishouden.

2.4 Algemene voorzieningen

Een algemene voorziening is voor een brede doelgroep toegankelijk en biedt

(gedeeltelijk) ondersteuning. Het is een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder

voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van

de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning

(artikel 1 van de Wmo2015). Steeds moet worden nagegaan of een algemene

voorziening daadwerkelijk beschikbaar en passend is.

In artikel 2.3.5. lid 3 van de Wmo2015 en ook in de gemeentelijke Wmo-verordening is

bepaald dat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat als het gebruik van

algemene voorzieningen de beperkingen in zelfredzaamheid of participatie kan

wegnemen of verminderen. Dat houdt in dat wanneer een adequate oplossing wordt

geboden door het gebruik maken van een algemene voorziening, er geen recht bestaat

op een Wmo-maatwerkvoorziening.

Voor deze beoordeling is het niet doorslaggevend of men gebruik wil maken van een

algemene voorziening. Dit is de vrije keus van de cliënt. Als gebruik gemaakt kan worden

van een algemene voorziening maar men dit niet wil, dan leidt dat dus niet tot een recht

op een maatwerkvoorziening.

Een algemene voorziening gaat voor op een maatwerkvoorziening mits die algemene

voorziening

  • daadwerkelijk beschikbaar is;

  • door de belanghebbende financieel gedragen kan worden en

  • adequate compensatie biedt.

2.4.1. Algemene voorziening wasverzorging (AV Was)

In Hof van Twente bestaat sinds 1 juli 2021 een Algemene voorziening Wasverzorging

(AV Was). De gemeente heeft hiervoor een contract gesloten met een aanbieder, een

wasserij. Dit bedrijf voert dus de AV Was uit in opdracht van de gemeente.

De AV Was is toegankelijk voor alle inwoners van Hof van Twente. Maar de

voorwaarden waaronder de AV Was gebruikt kan worden, zijn niet voor iedereen

hetzelfde. Voor bepaalde doelgroepen mogen andere regels gelden.

In Hof van Twente wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds inwoners voor wie

gebruik van de AV Was een noodzaak is en anderzijds inwoners voor wie gebruik van de

AV Was als een luxe-voorziening kan worden aangemerkt. Dit betekent dat duidelijk

moet zijn op basis waarvan wordt bepaald of gebruik van de AV Was noodzaak dan wel

luxe is.

Uitgangspunt is dat gebruik van de AV Was luxe is en inwoners zonder tussenkomst van

de gemeente hiervan gebruik kunnen maken.

Inwoners voor wie gebruik van de AV Was als een luxe-voorziening kan worden

aangemerkt, betalen een commercieel tarief aan de aanbieder van de AV Was. De

aanbieder bepaalt zelf dit tarief. Als het college voor deze gebruiker ook het transport

van het wasgoed moet regelen, dan is die gebruiker ook voor het transport een bijdrage

verschuldigd. Dit is vastgelegd in de vigerende Wmo-verordening.

Lichte toegangstoets AV Was

Als de cliënt van mening is dat gebruik van de AV Was noodzakelijk is, dan vindt een

lichte toets plaats door het college. Aan de hand van de uitkomst kan het college

toegang tot de AV Was geven. De cliënt kan dan tegen een aangepast tarief (met

korting) gebruik malen van de algemene voorziening.

Het gaat dan om

1. inwoners uit de doelgroep van de Wmo2015, personen met een beperking, een

chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die niet in staat zijn zelf

de wasverzorging uit te voeren (doelgroepbepaling) en

2. die geen beroep kunnen doen op gebruikelijke hulp van huisgenoten en

3. die geen recht hebben op zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Als aan deze 3 voorwaarden is voldaan, meldt het college de cliënt aan bij de aanbieder

van de algemene voorziening. Daarna kan de cliënt met korting gebruik maken van de

AV Was.

In situaties waarin niet alleen de wasverzorging een probleem is, maar de cliënt ook

andere problemen ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, zal de

toegang tot de AV Was vaak onderdeel uitmaken van het onderzoek zoals bedoeld in

artikel 2.3.2 van de Wmo2015.

Tarief AV Was

Cliënten voor wie gebruik van de AV Was een noodzaak is (Wmo-doelgroep), ontvangen

een korting op het commerciële tarief. De korting is zodanig dat nog een eigen bijdrage

resteert waarvan de hoogte overeenkomt met genormeerde kosten van de twee

wasbeurten thuis. Deze normkosten zijn berekend door het Nibud en zijn gebaseerd op

het prijsniveau van 2021. Het gaat dan om de kosten van onderhoud/afschrijving van de

wasmachine, het wasmiddel, elektra en water en ook de kosten van het drogen van de

was.

De hoogte van deze eigen bijdrage die cliënten in rekening wordt gebracht, is

opgenomen in de Wmo-verordening.

Deze bijdrage mag in rekening worden gebracht omdat in deze algemene voorziening

geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, als bedoeld in artikel 2.1.4.van

de Wmo2015.

Tijdelijk gebruik van de AV Was

De korting wordt ook geboden als de cliënt slechts tijdelijk, voor een korte periode,

voldoet aan deze 3 voorwaarden. De cliënt kan dan voor een korte periode toegelaten

worden om met korting gebruik te maken van de AV Was

Inhoud en vorm van de AV Was.

Het doel en het te bereiken resultaat van een wasvoorziening is dat de cliënt kan

beschikken over schone kleding en schoon beddengoed. Dat kan door gebruik te maken

van de algemene voorziening. De AV Was in Hof van Twente biedt voor zoveel mogelijk

mensen uit de Wmo-doelgroep voldoende compensatie om dat resultaat te bereiken. Het

college maakt hiervoor prestatieafspraken met de aanbieder van de AV Was.

De AV Was is zo ingericht dat wasgoed op de locatie van de aanbieder wordt gewassen.

De cliënt biedt het wasgoed aan in een waszak. Die waszak wordt geleverd door of

namens de aanbieder. Het wasgoed wordt bij de aanbieder gewassen, gedroogd en

opgevouwen. Schoon wasgoed wordt vervolgens op afspraak weer teruggebracht naar

de cliënt. Op verzoek van de client kan de waszak in de woning worden neergezet.

Wasgoed van verschillende gebruikers van de AV Was wordt niet gemengd. De

aanbieder van de AV Was houdt zich aan de wasvoorschriften van de kleding (label) en

gebruikt zo nodig speciaal wasmiddel.

De aanbieder is niet verantwoordelijk voor het verzamelen van het wasgoed in de

waszak. Ook is de aanbieder niet verantwoordelijk voor het transport van het wasgoed.

Het college regelt het transport.

Het college kan verdere afspraken maken met de aanbieder over doorlooptijden en

kwaliteit van de dienstverlening.

In die gevallen dat de AV Was geen (voldoende) compensatie biedt, blijft recht bestaan

op de maatwerkvoorziening Wasverzorging zoals die is beschreven in paragraaf 3.4 van

deze beleidsregel.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3. De maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning

 

Om te komen tot het resultaat van een gestructureerd huishouden, kunnen verschillende

modules, afhankelijk van de individuele cliëntsituatie, worden ingezet. Verschillende

modules om verschillende beperkingen in de zelfredzaamheid zo goed mogelijk op te

lossen.

Bij een gestructureerd huishouden worden een aantal resultaten onderscheiden (zie

hiervoor paragraaf 1.1). We baseren ons hierbij op de onderzoeksresultaten van Bureau

HHM zoals dit bureau die heeft beschreven in het Normenkader 2025 van januari 2025

(kenmerk MV/25/0050).

Om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken, kan de Basismodule HO

worden ingezet. In deze module zijn alle huishoudelijke werkzaamheden opgenomen die

nodig zijn om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te bereiken. Voor de andere

resultaatgebieden kunnen aanvullende maatwerkmodules worden toegekend.

In dit hoofdstuk worden voor alle modules en huishoudelijke activiteiten normtijden

benoemd. Deze normtijden zijn gebaseerd op een volledige professionele overname van

alle activiteiten en op een ‘gemiddelde cliëntsituatie’.

Onder een ‘gemiddelde cliëntsituatie’ verstaan we

- een huishouden met één of twee volwassenen zonder thuiswonende kinderen;

- wonend in een zelfstandig woning, gelijkvloers dan wel met een trap;

- zonder huisdieren;

- de cliënt zorgt ervoor dat de woning op orde is zodat er schoongemaakt kan worden;

- de cliënt heeft geen eigen kracht om zelf bij te dragen in de huishoudelijke activiteiten;

- er is geen ondersteuning van mantelzorgers, netwerk of vrijwilligers;

- er zijn geen beperkingen of belemmeringen waardoor de woning extra vervuilt of extra

schoon moet zijn;

- de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk.

Dit is een algemeen uitgangspunt. Cliënten passen niet altijd precies in deze

omschrijving. Dat betekent dat niet uitgesloten is dat in individuele situaties hiervan moet

worden afgeweken. Er kunnen invloedsfactoren aanwezig zijn waardoor minder of juist

meer ondersteuning nodig is. Daarom zijn bij de resultaatgebieden enkele situaties

beschreven waarin de normtijd kan worden aangepast.

In dit hoofdstuk wordt allereerst het Normenkader 2025 gepresenteerd (Overzicht 1).

Daarna wordt dit kader per resultaatgebied toegelicht.

Het Normenkader 2025 laat op een aantal onderdelen ruimte voor lokale keuzes. Deze

keuzes zijn in deze beleidsregel beschreven. Het gaat dan om bijvoorbeeld de

mogelijkheid rekening te houden met extra tijd vanwege huisdieren of de inrichting van

de woning. Ook wordt in het Normenkader 2025 de activiteit ‘strijken’ benoemd terwijl

deze activiteit niet meer als maatwerkvoorziening wordt verstrekt. In deze beleidsregel

worden enkele keuzen toegelicht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht 1: Tijdnormering Normenkader 2025

 

 

 

 

3.1. Resultaat Schoon en leefbaar huis

Voor het resultaat van een schoon en leefbaar huis kennen we de Basismodule HO. In

deze module zijn alle huishoudelijke activiteiten opgenomen die nodig zijn om dit

resultaat te behalen. We maken een onderscheid tussen basisactiviteiten en incidentele

activiteiten.

De volgende huishoudelijke activiteiten (met frequentie) moeten worden uitgevoerd:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht 2: Basismodule HO, basisactiviteiten

Ruimte

Basisactiviteit

Frequenties

Woonkamer

(en andere kamers)

Stof afnemen hoog incl. luchtfilters

1 x per 2 weken

 

Stof afnemen midden

1 x per week

 

Stof afnemen laag

1 x per week

 

Opruimen

1 x per week

 

Stofzuigen

1 x per week

 

Dweilen

1 x per week

Slaapkamer(s)

Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters

1 x per 6 weken

 

Stof afnemen midden

1 x per week

 

Stof afnemen laag

1 x per week

 

Opruimen

1 x per week

 

Stofzuigen

1 x per week

 

Dweilen

1 x per 2 weken

 

Bed verschonen of opmaken

1 x per 2 weken

Keuken

Stofzuigen

1 x per week

 

Dweilen

1 x per week

 

Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel

1 x per week

 

Keukenapparatuur (buitenzijde)

1 x per week

 

Afval opruimen

1 x per week

 

Afwassen (* is onderdeel van ‘maaltijden’)

 

Sanitair

Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen)

1 x per week

 

Toilet schoonmaken

1 x per week

Hal

Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters

1 x per week

 

Stof afnemen midden

1 x per week

 

Stof afnemen laag

1 x per week

 

Stofzuigen

1 x per week

 

Trap stofzuigen (binnenshuis)

1 x per week

 

Dweilen

1 x per week

 

 

Basismodule HO, incidentele activiteiten

Ruimte

Incidentele activiteit

Frequenties

Woonkamer (en andere kamers)

Gordijnen wassen

1 x per jaar

 

Reinigen lamellen/luxaflex

2 x per jaar

 

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

 

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

 

Zitmeubels afnemen (droog/nat)

1 x per 8 weken

 

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Slaapkamer(s)

Gordijnen wassen

1 x per jaar

 

Reinigen lamellen/luxaflex

2 x per jaar

 

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

 

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

 

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

 

Matras draaien

2 x per jaar

Keuken

Gordijnen wassen

2 x per jaar

 

Reinigen lamellen/luxaflex

3 x per jaar

 

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

 

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

 

Radiatoren reinigen

3 x per jaar

 

Keukenkastjes (binnenzijde)

2 x per jaar

 

Koelkast (binnenzijde)

3 x per jaar

 

Oven/magnetron (grondig schoonmaken)

4 x per jaar

 

Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)

1 x per jaar

 

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) – vaatwasserbestendig

2 x per jaar

 

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - niet vaatwasserbestendig

2 x per jaar

 

Bovenkant keukenkastjes

1 x per 6 weken

 

Tegelwand (los van keukenblok)

2 x per jaar

Sanitair

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

 

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

 

Tegelwand badkamer afnemen

4 x per jaar

 

Gordijnen wassen

1 x per jaar

 

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

 

Reinigen lamellen/luxaflex

3 x per jaar

Hal

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

 

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Er wordt binnen de Basismodule HO niet geïndiceerd op activiteiten. Wel wordt in de

besluitvorming rekening gehouden met invloedfactoren (paragraaf 3.2.).

3.1.1. De Basismodule HO, tijdnormering

De tijdbesteding van de Basismodule HO is 108,0 uur per jaar. Dit zijn 125 minuten per

week. Deze tijdbesteding is gebaseerd op de gemiddelde cliëntsituatie en betreft de

volledige professionele overname van alle genoemde activiteiten. In deze normtijd is ook

rekening gehouden met de zogeheten indirecte tijd. Dat is tijd voor binnenkomen,

werkafspraken maken en interactie met de cliënt.

In Overzicht 1 is deze tijdnormering weergegeven. Overigens niet alleen voor de

Basismodule HO, maar ook andere resultaatgebieden.

De professionele hulp verdeelt zelf, en uiteraard in overleg met de cliënt, de uit te voeren

werkzaamheden in de tijd. Zo worden in de tijd uiteindelijk alle activiteiten uit het

overzicht met de overeengekomen frequentie uitgevoerd. Dus ook de activiteiten die niet

wekelijks uitgevoerd hoeven te worden. Op deze manier wordt een verantwoord niveau

van een schoon en leefbaar huis gerealiseerd.

3.2. Invloedsfactoren

De tijdnormering van 125 minuten per week betreft dus de gemiddelde cliëntstituatie. Dit

is het uitgangspunt. De feitelijke situatie van de cliënt wordt hiermee vergeleken. En dat

kan leiden tot meer of minder inzet van ondersteuning en dus van de toe te kennen

normtijd per week.

We onderscheiden verschillende invloedsfactoren die maken dat meer of minder

ondersteuning nodig is. Deze factoren zijn met een tijdnormering verwerkt in overzicht 1.

3.2.1. Eigen kracht van de cliënt, gebruikelijke hulp en het netwerk

HO is een aanvulling op de eigen mogelijkheden van de cliënt. Het is daarom van belang

ook de eigen kracht in beeld te brengen. Niet in alle situaties moeten alle huishoudelijke

taken worden overgenomen. Als de cliënt zelf taken kan uitvoeren, kan hiermee in de

omvang van de ondersteuning rekening worden gehouden. Het zal dan vaak gaan om

lichte huishoudelijke taken, zoals opruimen en het afstoffen op middenniveau (zonder

bukken of reiken). Niet uitgesloten is dat een cliënt (of meerderjarige huisgenoten of

personen uit het netwerk) nog meer dan alleen deze lichte huishoudelijke taken zelf kan

uitvoeren.

Deze eigen kracht is in het Normenkader 2025 genormeerd op één of meerdere keren

15 minuten. Zie hiervoor Overzicht 1.

Hetzelfde geldt in de situatie dat de cliënt kan volstaan met minder professionele hulp

omdat ook ondersteuning door het netwerk van de cliënt wordt geboden.

3.2.2. Beperkingen en belemmeringen van de cliënt

Het kan zijn dat vanwege een specifieke aandoening of beperking extra inzet van

ondersteuning nodig is. Het kan nodig zijn om extra vaak schoon te maken, omdat meer

of vaker vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld vanwege ernstige incontinentie of

bedlegerigheid. Bijvoorbeeld bij COPD of een allergie. Dan kan wellicht niet worden

volstaan met de frequentie zoals die in het Normenkader is opgenomen. Dan moet vaker

worden schoongemaakt.

Ook kan het nodig zijn dat meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is en dus een

woning extra goed of extra vaak schoongemaakt moet worden ter voorkoming van

problemen bij de cliënt.

Er is dan sprake van meer inzet. Deze extra inzet is afhankelijk van de specifieke situatie

van de cliënt. Welke activiteiten moeten grondiger of vaker worden uitgevoerd? In het

Normenkader 2025 leidt dit tot enige extra inzet (extra goed) dan wel veel extra inzet

(extra vaak). Een verschil is, afhankelijk van de specifieke situatie, of activiteiten

grondiger moeten worden uitgevoerd, waardoor meer tijd nodig is. Of dat meer inzet

vaker nodig is, omdat activiteiten vaker dan gemiddeld moeten worden uitgevoerd. Er is

dan een tweede bezoekmoment in de week noodzakelijk.

Als kan worden volstaan met een beperkte extra inzet tijdens de dienstverlening (één

bezoekmoment in de week), dan kan daarvoor 30 minuten per week extra tijd worden

toegekend. Is een tweede bezoekmoment in de week noodzakelijk, dan geldt een

normtijd van 60 minuten per week. In die normtijd van 60 minuten is ook de indirecte tijd

van het tweede bezoekmoment verwerkt.

3.2.3. Grootte van de woning

De inrichting ervan en extra vervuiling door bijvoorbeeld huisdieren of roken, valt onder

de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner. Gevolgen van die keuzen kunnen niet bij

de gemeente worden neergelegd.

Uitgangspunt is het uitrustingsniveau van een woning op het niveau van sociale

woningbouw. Schoonmaakwerkzaamheden die nodig zijn omdat de woning dit niveau

overstijgt, vallen buiten de maatwerkvoorziening. Te denken valt aan een kelder.

3.2.4. Samenstelling van het huishouden

De samenstelling van het huishouden kan betekenen dat meer tijd nodig is om te kunnen

blijven spreken van een schoon en leefbaar huis. Het Normenkader 2025 gaat uit van

een huishouden met één of twee volwassenen. Bij een huishouden dat u meer dan twee

personen bestaat, kan dat dus betekenen dat niet met de normtijden kan worden

volstaan.

Het betekent bijvoorbeeld dat in de woning meer dan één slaapkamer ook daadwerkelijk

als slaapkamer in gebruik is. In die situatie geldt dat ook voor die tweede slaapkamer de

normtijd voor het schoonhouden van een slaapkamer wordt toegekend. Dat is dus het

geval bij een grotere leefeenheid, maar ook als partners gescheiden slapen en dus twee

slaapkamers als slaapkamer in gebruik zijn. Te denken valt ook aan de situatie waarin

twee broers samen een leefeenheid vormen.

De normtijd voor een extra slaapkamer is 18 minuten per week.

Er wordt geen rekening gehouden met eventueel aanwezige huisdieren. Als het bezit

van een huisdier leidt tot extra vervuiling en dus extra schoonmaakwerk, valt dat onder

de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner(s). Gevolgen van die keuze kunnen niet

bij de gemeente worden neergelegd. Een uitzondering geldt als sprake is van een door

de zorgverzekeraar verstrekte en erkende hulphond.

Ook wordt geen rekening gehouden met extra schoonmaakwerkzaamheden die het

gevolg zijn van andere keuzen die de bewoner maakt, zoals roken of de manier waarop

de woning is ingericht.

3.2.5. Niet als slaapkamer gebruikte kamers

Afhankelijk van de grootte van de leefeenheid en de woning kan het voorkomen dat

slaapkamers niet als slaapkamer worden gebruikt. Bijvoorbeeld een alleenstaande in

een eengezinswoning. Op de bovenverdieping zijn dan een aantal kamers niet als

slaapkamer in gebruik. Deze kamers moeten wel af en toe worden schoongemaakt om

uiteindelijk vervuiling te voorkomen. Daarbij is niet van belang of en hoe deze kamers

worden gebruikt.

Het spreekt voor zich dat dergelijke kamers niet met dezelfde frequentie en tijdnormering

hoeven worden schoongemaakt als een slaapkamer. Volstaan kan worden met het één

keer per maand schoonmaken van een dergelijke kamer. De nomtijd is 15 uur per jaar.

Dat is gemiddeld per week per kamer vijf minuten.

Maar niet in alle cliëntsituaties is het noodzakelijk dat deze extra kamers worden

schoongehouden. Mogelijk heeft de cliënt er geen behoefte aan dat de kamer wordt

schoongemaakt of wordt de kamer schoongehouden door bijvoorbeeld familie.

Logeerkamer

Het bovenstaande is anders als een kamer regelmatig wordt gebruikt door logeés. Dan

mag van (de ouders/verzorgers van) deze logeés worden verwacht dat zij zorgdragen

voor het schoonhouden van de kamer. Hier geldt een extra eigen verantwoordelijkheid

van de cliënt en de logeé. Er hoeft dan geen extra tijd voor deze kamer te worden

toegekend.

3.3. De Basismodule, frequentie

In het Normenkader 2025 is in bijlage 3 opgenomen welke activiteiten met welke

frequentie uitgevoerd moeten worden. Deze bijlage is in deze beleidsregel overgenomen

in Overzicht 2. Hierin staat dat diverse activiteiten wekelijks moeten worden uitgevoerd.

In paragraaf 3.2.1. is aangegeven dat de aanwezigheid van eigen kracht dan wel

gebruikelijke hulp genormeerd kan worden op 15 minuten per week. Maar als een cliënt

zodanig veel eigen kracht of eigen oplossingsmogelijkheden heeft, er sprake is van veel

gebruikelijke hulp en/of ondersteuning vanuit het eigen netwerk, dan kan dat betekenen

dat er geen noodzaak is voor wekelijkse inzet van HO. Dan kan worden volstaan dat de

ondersteuning één maal per twee weken wordt geboden. Vanwege de eigen

mogelijkheden wordt de frequentie van de HO dan aangepast van wekelijks naar één

maal per twee weken.

In het onderzoek confrom artikel 2.3.2 Wmo2015 wordt een beoordeling gemaakt van de

mate waarin sprake is van deze eigen kracht, gebruikelijke hulp en andere

oplossingsmogelijkheden waardoor kan worden volstaan met een frequentie van één

maal per twee weken.

HO één maal per twee weken kan passend zijn als aan een aantal voorwaarden is

voldaan:

i. de cliënt moet tussen de momenten dat de hulp komt, in staat zijn om de ‘algemene

hygiëne’ in huis op orde te houden;

ii. dat betekent dat deze ‘op middenhoogte’ een aantal zaken in huis voldoende bij moet

kunnen houden: wastafel, aanrecht, toilet(ten) en stof afnemen op middenniveau;

iii. de cliënt moet de vloeren kunnen bijhouden: zelf, bijvoorbeeld met een

(steel)stofzuiger, Swiffer of met een robotstofzuiger of door iemand anders, etc.

iv. er geen sprake is van verzwarende factoren/beperkingen.

Als de HO één maal per twee weken wordt geboden, is de tijdnormering 2,5 uur per twee

weken. De onderliggende berekening is opgenomen in het Normenkader 2025.

Overigens, als sprake is van zodanige eigen kracht, veel gebruikelijke hulp of andere

oplossingsmogelijkheden, dan kan deze worden genormeerd op een veelvoud van 15

minuten. Per saldo kan dan ook worden gekomen tot een wekelijkse inzet van

bijvoorbeeld 80 minuten per week (125 minus 3x15). Dit komt nagenoeg overeen met

tweewekelijks 150 minuten. Dan kan ook, al dan niet op verzoek van de cliént, worden

volstaan met de tweewekelijkse inzet van HO. Met deze tweewekelijkse inzet wordt dan

een meer efficiënte inzet van de beschikbare tijd gerealiseerd.

 

3.4. Resultaat Wasverzorging

De module Wasverzorging kan worden ingezet als een cliënt het niet lukt om zijn kleding

en beddengoed zelfstandig op orde en schoon te houden en de algemene voorziening

wasverzorging (AV Was, paragraaf 2.4.1.) hiervoor geen of onvoldoende oplossing biedt.

Het resultaat van deze module is dat de cliënt de beschikking heeft over schone kleding

en schoon beddengoed.

Dit betekent niet dat bovenkleding ook gestreken moet zijn om dit resultaat te kunnen

bereiken. Hoewel deze activiteit in het Normenkader 2025 is benoemd, is dit geen

onderdeel van de maatwerkvoorziening.

Van de cliënt wordt verwacht dat hij beschikt over een wasmachine. Ook een wasdroger

is een algemeen gebruikelijk hulpmiddel. Als er geen wasmachine en/of droger is,

behoort het tot de verantwoordelijkheid van de cliënt om hierover te beschikken.

Daarnaast wordt van de cliënt verwacht al het mogelijke te doen om het ontstaan van

extra was te beperken. Door bijvoorbeeld incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten

te gebruiken.

In het nieuwe Normenkader 2025 zijn de activiteiten voor de wasverzorging uitgesplitst.

Voor de gehele wasverzorging bij een eenpersoonshuishouden wordt uitgegaan van

twee wassen per week. De normtijd voor deze module bedraagt dan 41 minuten per

week. Voor een meerpersoons huishouden geldt een frequente van vijf wasbeurten per

twee weken. De normtijd is 50 minuten per week.

Overzicht 3: Wasverzorging

Activiteit Frequenties*

Wasgoed sorteren 1x per week

Behandelen van vlekken 5x per 2 weken (indien nodig)

Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 5x per 2 weken

Wasmachine leeghalen 5x per 2 weken

Sorteren naar droger of waslijn 5x per 2 weken

Was in de droger stoppen 5x per 2 weken

Droger leeghalen 5x per 2 weken

Was ophangen 5x per 2 weken

Was afhalen 5x per 2 weken

Was opvouwen 5x per 2 weken

Was opbergen/opruimen 5x per 2 weken

* In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van vijf keer per twee

weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat twee keer per week.

3.4.1. Minder ondersteuning wasverzorging

Soms blijkt dat met name beddengoed erg zwaar is om te wassen en te drogen. Cliënten

kunnen het wassen van kleding en ander licht wasgoed nog wel zelf doen, maar is hulp

nodig bij het wassen en drogen of ophangen van het beddengoed. In situaties waarin dat

aan de orde is (en de AV Was niet voldoende geschikt is), wordt alleen het beddengoed

gewassen. Beddengoed wordt dan eens per twee weken gewassen.

Deze eigen kracht van de cliënt wordt dan genormeerd op 20 minuten per week.

3.4.2. Meer ondersteuning wasverzorging

Naast deze activiteiten zijn er ook nog factoren waardoor meer hulp bij de wasverzorging

noodzakelijk kan zijn. Meer wasverzorging kan nodig zijn vanwege

  • de gezinsgrootte. Bijvoorbeeld thuiswonende kind(eren) waarbij eigen kracht of eigen

inzet ontbreekt;

  • Bedlegerige cliënten;

  • Extra wasgoed in verband met overmatige transpiratie, incontinentie,

speekselverlies, etc.

Als sprake is van deze factoren dan kan aanvullend op de module Wasverzorging extra

ondersteuning worden ingezet. De wekelijkse frequentie wordt dan verhoogd. Per

wasbeurt geldt dan een normtijd van 19 minuten.

3.5. Resultaat Maaltijden

Ondersteuning bij (voor)bereiden van maaltijden en het eventueel begeleiden (stimuleren

of herinneren) bij de maaltijden valt onder de Wmo 2015. Deze module bestaat uit

activiteiten die moeten worden verricht om het resultaat “Maaltijden” te bereiken.

 

 

Overzicht 4: Maaltijden

Onderdeel

Activiteit

Frequentie

Maaltijden

 

Broodmaaltijden: tafeldekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen

1x per dag*

 

Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafeldekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen

1x per dag*

* Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien.

Tijdens het onderzoek worden alle mogelijkheden besproken. Is er een (volwassen)

huisgenoot aanwezig die in staat is de maaltijd klaar te zetten en/of op te warmen? Zo ja,

dan is er sprake van gebruikelijke hulp en wordt geen ondersteuning geboden. Kan cliënt

op eigen kracht of met ondersteuning van de mensen om hem heen een maaltijd

verzorgen?

Ook wordt onderzocht of een ander aanbod een oplossing biedt. Te denken valt aan

kant-en-klaarmaaltijden, mee-eten bij een welzijnsvoorziening, maaltijdbezorging aan

huis, etc.

Als een cliënt niet (meer) in staat is zelf of met hulp van de omgeving maaltijden te

verzorgen en ander aanbod niet of onvoldoende de noodzakelijke oplossing biedt, kan

deze module worden ingezet. De normtijd is 20 minuten per keer.

Ondersteuning bij maaltijden valt onder de Zorgverzekeringswet als:

  • Een cliënt niet in staat is zelfstandig te eten en te drinken (in de mond doen);

  • Maaltijdondersteuning medisch noodzakelijk is (bijv. bijvoeding);

  • Toezicht tijdens het eten noodzakelijk is.

3.6. Resultaat Boodschappen

Het is mogelijk dat de cliënt ondersteuning nodig heeft bij het doen van boodschappen.

Ook hier geldt dat andere oplossingen, zoals een boodschappenservice geboden via een

supermarkt, voorgaan aan een maatwerkvoorziening. Eigen keuzes, zoals de keuze voor

speciaal voedsel dat maar beperkt wordt aangeboden, waardoor extra reizen nodig is of

het doen van boodschappen in een groot aantal winkels, resulteert niet in het recht op

deze module. De normtijd is 51 minuten per week.

Overzicht 5: Boodschappen

Onderdeel

Activiteit

Frequentie

Boodschappen

Het opstellen van boodschappenlijst

1x per week

 

Het doen van de boodschappen

1x per week

 

Het opruimen van de boodschappen

1x per week

 

Minder inzet is wellicht mogelijk als de eigen mogelijkheden en andere oplossingen een

deel van het probleem oplossen. Meer inzet kan aan de orde zijn bij bijvoorbeeld een

grote leefeenheid (meer dan vier personen).

3.7. Resultaat Regie/organisatie en Advies, Instructie en Voorlichting (AIV)

Deze module kan worden ingezet wanneer de cliënt op eigen kracht of met zijn sociale

netwerk niet in staat is tot regie en planning van de werkzaamheden met betrekking tot

het organiseren van huishoudelijke taken. Behalve dat er huishoudelijke taken moeten

worden overgenomen, heeft de hulpverlener dan ook aansturende en regietaken.

Regie/organisatie

Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid

niet meer van cliënt verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt ten

aanzien van zijn huishouden of als disfunctioneren dreigt ten gevolge van bijvoorbeeld

dementie. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of kleding), verwaarlozing (eten

en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijkheid van huisgenoten.

De ondersteuning (al dan niet aan de gezonde partner) kan ook bestaan uit het helpen

handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Het resultaat van

het voeren van de regie over het huishouden is een goede regievoering op en

organisatie van het huishouden.

Bij de module Regie moet worden overwogen of deze aanvullende module moet worden

ingezet of dat een andere maatwerkvoorziening meer passend is. Te denken valt aan de

voorziening Ondersteuning zelfstandig leven (OZL, individuele ambulante begeleiding).

Een afweging die hierbij gemaakt kan worden is of de ondersteuning alleen gericht is op

het huishouden (Resultaat Regie/organisatie) of dat er ook ondersteuning op andere

gebieden noodzakelijk is, waardoor een andere oplossing (bijvoorbeeld OZL) meer

passend is.

De normtijd voor Regie/organisatie is 30 minuten per week.

AIV

AIV is een kortdurende ondersteuning (maximaal 6 weken). AIV kan een activiteit zijn die

onder de module Regie hoort. Het gaat dan om:

  • Instructie omgaan met (technische) hulpmiddelen;

  • Instructie huishoudelijke taken; boodschappen doen, maaltijd bereiden, het licht

en zwaar huishoudelijke werk, de wasverzorging en de dagelijkse organisatie van

het huishouden

Overzicht 6: Regie/organisatie/ AIV

Onderdeel

Activiteit

Advies, instructie en voorlichting

Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging

 

Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden

 

De normtijd is 30 minuten per week, tot maximaal 90 per week. Dit is afhankelijk van het

aantal aan te leren activiteiten.

3.8. Resultaat Kindzorg

De zorg voor minderjarige kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak

van de ouders. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het

bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid en het naar draagkracht

voorzien in de kosten van dit alles. Dat geldt ook voor ouders die door een beperking niet

in staat zijn hun kinderen te verzorgen.

Ook bij de opvang en verzorging van kinderen geldt dus dat eigen oplossingen voor

gaan. Indien nodig, wordt verwacht dat ouders gebruik maken van de voor hen geldende

regeling voor zorgverlof. Ook wordt bezien welke mogelijkheden tot mantelzorg

redelijkerwijs kunnen worden benut. Is dit niet mogelijk, dan kunnen ouders wellicht

gebruik maken van (een combinatie van) crèche, opvang op school (voor-, tussen- en

naschoolse opvang), buitenschoolse opvang, gastouder e.d. (dus eigen kracht door

gebruik te maken van zogenoemde algemeen gebruikelijke en/of voorliggende

voorzieningen). Het gebruik van dergelijke alternatieve opvangmogelijkheden voor

kinderen gedurende vijf dagen per week is redelijk, ook als daaraan kosten zijn

verbonden.

Verder moet ook beoordeeld worden of aanspraak bestaat op ondersteuning via de

zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet

mogelijk binnen de Wmo 2015. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.

Als er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders

ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, wordt allereerst

nagegaan welke mogelijkheden er zijn van mantelzorg, vrijwilligerswerk als vervangende

mantelzorg en van (algemeen) voorliggende voorzieningen.

Zoals hiervoor is aangegeven, geldt dat de ouder zelf in oppas en opvang van gezonde

kinderen moet voorzien. Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening

voor oppas en opvang van gezonde kinderen gedurende vijf dagen per week is redelijk.

Tijdelijk, maximaal 3 maanden

Blijkt dat voorliggende voorzieningen niet (voldoende) beschikbaar zijn, dan kan deze

maatwerkmodule worden ingezet voor de oppas, opvang en verzorging van gezonde

minderjarige kinderen. Deze module wordt afgegeven met een maximale duur van drie

maanden om ouders/verzorgers de mogelijkheid te bieden zelf een oplossing te creëren.

Van hen mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die

oplossing zo snel mogelijk te vinden. In die tijdspanne heeft men de gelegenheid eigen

oplossingen te vinden en te realiseren.

Als aantoonbaar en alle inspanningen ten spijt, eigen oplossingen niet kunnen worden

gerealiseerd, dan kan deze maatwerkmodule voor langere tijd worden toegekend. Deze

toekenning moet worden heroverwogen als de leeftijd van het kind/de kinderen daartoe

aanleiding geeft en in geval de omstandigheden van de leefeenheid wijzigen. Een

regelmatige tussentijdse evaluatie is altijd mogelijk.

Voor het Resultaat Kindzorg gelden de volgende activiteiten:

Overzicht 7: Kindzorg

Onderdeel

Activiteit

Tijdbesteding

Verzorgen van minderjarige kinderen

Naar bed brengen/uit bed halen

10 minuten per keer per keer

 

Wassen en aankleden

30 minuten per dag per keer

 

Eten en drinken geven (broodmaaltijd)

20 minuten per dag

 

Eten en drinken geven (warme maaltijd)

25 minuten per dag

 

Babyvoeding (fles/borstvoeding)

20 minuten per keer

 

Luier verschonen

10 minuten per keer

 

Naar schoon brengen/halen

15 minuten per keer (gezin)

Als de individuele situatie van de cliënt en het gezin daarvoor aanleiding geeft, kan meer

ondersteuning worden geboden. De maximale omvang is 40 uur per week.

Hoofdstuk 4. De uitvoering

 

Tijdens het onderzoek wordt onderzocht of de cliënt op eigen kracht of met behulp van

zijn netwerk en algemene voorzieningen het gewenste resultaat, een gestructureerd

huishouden, kan behalen. Met de cliënt wordt besproken welke beperkingen hij hierin

ondervindt.

In het ondersteuningsplan wordt vervolgens, conform het stappenplan van de Centrale

Raad van Beroep, opgenomen welke ondersteuning geboden moet worden. Dat kan dus

zijn het gebruik van de AV Was, maar ook welke maatwerkmodule(s) moet(en) worden

ingezet om het beoogde resultaat te bereiken.

Als kan worden volstaan met gebruik van de AV Was, dan meldt het college de cliënt

aan bij de aanbieder. Een formele aanvraag en beschikking zijn niet aan de orde.

Uiteraard kan het wel zo zijn dat gebruik van de AV Was de uitkomst is van het

uitgebreide onderzoek.

Er kan recht bestaan op de Basismodule HO.

Binnen deze module wordt geen onderscheid gemaakt op basis van bijvoorbeeld de over

te nemen activiteiten. Wel wordt beoordeeld of er reden is voor minder of meer inzet van

ondersteuning. Met minder of meer inzet wordt bedoeld minder of meer ten opzichte van

de norm van 125 minuten per week. Minder inzet kan leiden tot een tweewekelijkse inzet

van HO.

De Basismodule HO kan worden aangevuld met andere modules.

De noodzakelijke ondersteuning wordt vastgelegd in een beschikking. De zorgaanbieder

heeft zich contractueel geconformeerd aan uitvoering van de werkzaamheden zoals

beschreven in de diverse resultaten. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de

opdracht die het college heeft om zelf samen met de cliënt te bepalen waaruit de

maatwerkvoorziening HO bestaat (activiteiten, frequentie en tijdbesteding).

4.1. Omvang van de ondersteuning

De normtijden om de diverse resultaten te bereiken, worden bij elkaar opgeteld. De

uitkomst van deze som wordt naar boven, dus in het voordeel van de cliënt, afgerond op

een veelvoud van vijf minuten.

4.2. Duur van de voorziening

Tenzij er redenen zijn om de maatwerkvoorziening voor een kortere periode toe te

kennen, wordt de voorziening toegekend voor een periode van vijf jaar. Cliënten van 75

jaar en ouder waarbij kan worden volstaan met de Basismodule HO krijgen een recht

voor de duur van 10 jaar.

Bijvoorbeeld medische redenen (wisselend ziektebeeld, revalidatie, herstel na opname in

ziekenhuis, herstel na overbelasting) en de leeftijd van thuiswonende kinderen (bereiken

van de 18jarige of 23jarige leeftijd) kunnen redenen zijn de voorziening voor een kortere

periode toe te kennen.

Om dezelfde redenen kan de duur waarbinnen de cliënt tegen een gereduceerd tarief

gebruik kan maken van de AV Was, worden beperkt.

4.3. HO, overlijden en achterblijvende gezinsleden

Bij de beoordeling of recht bestaat op de maatwerkvoorziening HO, worden ook de

beperkingen en belemmeringen van de partner en andere volwassen leden van het

huishouden in beeld gebracht en beoordeeld. Als blijkt dat de medebewoners geen of

onvoldoende gebruikelijke hulp kunnen bieden, bestaat recht op HO. In die zin is HO,

afwijkend van andere Wmo-maatwerkvoorzieningen, aan te merken als een voorziening

voor een huishouden dat uit meerdere personen bestaat.

Als de cliënt, aan wie de HO is toegekend, overlijdt, bestaat uiteraard geen recht meer

op de voorziening. Dit is anders als er achterblijvende gezinsleden zijn. Ook zij zullen

veelal de huishoudelijke taken niet of niet volledig kunnen uitvoeren. Immers, de

beperkingen van andere leden van het huishouden zijn bij de toekenning van de HO

beoordeeld.

De HO wordt dan op naam van de achterblijvende partner korte tijd voortgezet. Deze

korte periode is vastgesteld op de laatste dag van de maand volgend op de maand

waarin de cliënt is overleden. In deze periode is het mogelijk om samen met de

achterblijvende gezinsleden te beoordelen of en welke ondersteuning met welke normtijd

in de nieuwe situatie ingezet moet worden.

4.4. Vereenvoudigde procedure na periode van ziekenhuisopname

Na een periode van ziekenhuisopname kan met spoed hulp noodzakelijk zijn. Hierbij is

helder dat de hulp noodzakelijk is. Dit wordt aangegeven door het transferpunt van het

ziekenhuis. De duur is beperkt tot maximaal 3 maanden. Het is in deze situatie

ongewenst om een uitgebreide meldings- en/of aanvraagprocedure te volgen, omdat dit

zou leiden tot een te lange periode dat men op hulp moet wachten.

 

Hoofdstuk 5. Verstrekkingsvormen

 

De maatwerkvoorziening HO kan worden geboden door een gecontracteerde aanbieder

(zorg in natura, ZIN) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). Het is

evident dat deze verstrekkingsvormen niet aan de orde zijn als en voor zover kan

worden volstaan met gebruik van een algemene voorziening.

5.1. HO in natura (ZIN)

De zorgaanbieder ontvangt van de gemeente digitaal de opdracht tot het bieden van de

HO. In die opdracht worden de modules (met tijdbesteding) vermeld die geleverd moeten

worden.

De kostprijs van de HO in natura is contractueel afgesproken.

 

5.2. HO in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB)

De cliënt kan ervoor kiezen zelf de HO in te kopen. Voor de betaling daarvan kan een

PGB worden toegekend. Hierbij is relevant bij welke aanbieder de HO wordt ingekocht.

Ook is relevant welke activiteiten uit de aanvullende modules moeten worden ingekocht.

Zowel de kwaliteit van de hulpverlener die met een PGB wordt ingekocht als de kwaliteit

van de dienstverlening moeten worden beoordeeld.

Professional

Is dit bij een met ZIN vergelijkbare aanbieder die evenzeer aan de kwaliteitseisen voldoet

(een organisatie of ZZP’er)? Mits deze aanbieder voldoet aan alle eisen die aan ZINaanbieder worden gesteld, bestaat recht op een PGB dat vergelijkbaar is met de

kostprijs van ZIN.

Particulier

Een alternatief is dat de HO wordt ingekocht bij een particulier persoon, bijvoorbeeld een

persoon uit het eigen sociaal netwerk. De hulpverlener komt dan in dienst van de cliënt

(arbeidsovereenkomst) of aanvaardt een opdracht van de cliënt (opdrachtnemer).

Dit PGB geldt ook als de HO wordt geboden door een organisatie die de HO wel kan en

mag bieden, maar niet aan alle kwaliteitseisen voldoet.

 

5.3 Hoogte van het PGB

De hoogte van het PGB wordt bepaald door de normtijd voor de over te nemen

huishoudelijke activiteiten, de kwaliteit van de aanbieder van de HO, het ZIN-tarief en

van het uurtarief.

De wijze van berekening van de diverse budgetten staan vermeld in de Wmoverordening dan wel in het Besluit maatschappelijke ondersteuning.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders

van de gemeente Hof van Twente d.d. 11 november 2025.

 

 

 

 

Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,

de secretaris, de burgemeester,

J. Eshuis drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM

Naar boven