Gemeenteblad van Hof van Twente
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 560531 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 560531 | beleidsregel |
Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van Twente 2025
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente;
gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening
maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2025;
1. vast te stellen de BELEIDSREGEL HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING HOF
VAN TWENTE 2025 voor de toegang tot de Algemene voorziening wasverzorging en
beoordeling van meldingen en aanvragen voor Huishoudelijke ondersteuning (HO)
met inachtneming van het volgende:
a. De Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van Twente 2024 (vastgesteld
op 29 augustus 2023) wordt ingetrokken per 1 december 2025,
b. deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel Huishoudelijke
ondersteuning Hof van Twente 2025”;
c. deze beleidsregel treedt in werking op 1 december 2025.
2. dat aanvragen voor de maatwerkvoorziening HO die voor 1 december 2025 zijn
ingediend, en waarop voor 1 december 2025 nog geen besluit is genomen, worden
beoordeeld op grond van de dan vigerende Verordening maatschappelijke
ondersteuning en deze nieuwe Beleidsregel Huishoudelijke ondersteuning Hof van
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) geeft gemeenten de opdracht
om personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale
problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, te ondersteunen op het gebied
van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
Om dit te bereiken, kan het college verschillende voorzieningen inzetten. Deze
beleidsregel gaat over de Algemene voorziening Wasverzorging (AV Was) en over de
maatwerk-voorziening Huishoudelijke ondersteuning (HO).
Het doel van de Wmo2015 is dat inwoners kunnen participeren en zoveel mogelijk
zelfredzaam zijn. Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke
algemene levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
Onder een gestructureerd huishouden verstaan wij een huishouden waarbij iedere
bewoner van de woning gebruik kan maken van een opgeruimde en functionele
woonkamer, de slaapkamer(s), keuken, toilet en badkamer en doorgangsruimten (gang,
Het gaat om de binnenkant van de woning. De woning moet opgeruimd zijn en zodanig
schoon en leefbaar zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar
basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Het hoeft niet overal
“spic en span” te zijn, maar het huishouden moet op orde zijn.
Een aantal ruimten en werkzaamheden hebben nimmer tot de voorziening
Huishoudelijke ondersteuning behoort. Het gaat dan om een zolder, de berging, een
kelder en werkzaamheden buiten de woning (o.a. tuinonderhoud, balkon, ramen lappen
buiten). Al deze ruimten en werkzaamheden hebben overigens nog nooit tot de
voorziening HO behoort. Een grote schoonmaak valt eveneens buiten de
De aanwezigheid van dieren (uitgezonderd hulphonden) is geen aanleiding voor het
toekennen van aanvullende ondersteuning. De gevolgen hiervan voor het schoon en
leefbaar houden van het huis en het zoeken naar oplossingen hiervoor, behoort tot de
eigen verantwoordelijk van de cliënt.
1.1. Voeren van een gestructureerd huishouden
Onder “voeren van een gestructureerd huishouden” horen een aantal resultaten,
a. Een schoon en leefbaar huis
e. Regie/Organisatie/Advies, instructie en Voorlichting (AIV)
f. Zorg voor minderjarige kinderen (Kindzorg)
Om het voeren van een gestructureerd huishouden mogelijk te maken, wordt gestuurd
op deze resultaten. Daarbij zijn van belang de uit te voeren werkzaamheden, de
frequentie ervan en de tijd die daarvoor nodig is. Dit kan bereikt worden door het inzetten
van de Basismodule HO voor een schoon en leefbaar huis en, indien noodzakelijk,
Bureau HHM heeft in 2016, 2019 en 2022 onderzoeken gedaan naar een (objectieve en
onafhankelijke) norm voor de huishoudelijke ondersteuning voor het resultaat schoon en
leefbaar huis. In aanvulling hierop, heeft bureau HHM ook een nader en verdiepend
onderzoek gedaan naar de aanvullende maatwerkmodule voor de wasverzorging. De
resultaten daarvan zijn verwoord in het rapport “Verdiepend onderzoek prestatie wassen
en strijken binnen huishoudelijke ondersteuning” van het bureau HHM van 5 april 2017.
In het Normenkader 2019 met aanvullende instructie 2022 (MW2022/1235), d.d. juni
2019 - september 2022) waren alle huishoudelijke activiteiten opgenomen die nodig zijn
om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te bereiken, de Basismodule HO. Het
gaat concreet om activiteiten als stofzuigen, schoonmaken van badkamer, keuken en
toilet, het schoonmaken van vloeren en het schoonhouden van de woonkamer en al dan
niet als slaapkamer in gebruik zijnde slaapkamer(s).
Als na onderzoek blijkt dat de cliënt de huishoudelijke activiteiten niet zelf kan uitvoeren
en ook geen andere oplossingsmogelijkheden heeft, dan wordt deze module ingezet. Er
wordt binnen de Basismodule HO niet geïndiceerd op activiteiten.
Bureau HHM heeft in januari 2025 het nieuwe Normenkader Huishoudelijke
Ondersteuning 2025 (MW/25/0050) gepresenteerd. Reden voor dit nieuwe normenkader
was een uitspraak van de CRvB over het resultaat Wasverzorging. De CRvB heeft
geoordeeld dat de gehanteerde normtijden voor dit resultaat niet op correcte wijze waren
berekend. Bureau HHM heeft op basis van deze uitspraak de tijdnormering aangepast.
Deze nieuwe normering heeft de instemming van de CRvB (CRvB 9 januari 2025,
In het Normenkader HO 2025 is meer dan voorheen aandacht aan de eigen kracht van
de cliënt en huisgenoten besteed. Als een cliënt (en eventuele huisgenoten) dermate
veel eigen oplossingsmogelijkheden heeft (gebruik of versterken van de eigen kracht
en/of gebruikelijke hulp, inzet vanuit sociaal netwerk, gebruik van andere
mogelijkheden), kan dat betekenen dat met de inzet van éénmaal per twee weken HO
voldoende compensatie wordt geboden. In individuele situaties kan dat een passende
oplossing voor de cliënt betekenen.
1.3. Besluiten van de gemeenteraad
In haar vergadering van 4 november 2020 heeft de gemeenteraad besloten geen
financiële middelen meer beschikbaar te stellen voor de activiteit strijken uit de
aanvullende module wasverzorging. Immers, ook zonder gestreken bovenkleding is
meedoen in de samenleving mogelijk. Bovendien zijn er alternatieven, zoals gebruik van
een strijkpop en aanschaf van strijkvrije kleding. Strijken hoort daarom niet tot
compensatieplicht van de gemeente.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft dit bevestigd in haar uitspraak van 18 juli
Op 12 mei 2021 heeft de gemeenteraad de Verordening maatschappelijke
ondersteuning 2021 vastgesteld. In die verordening is de Algemene voorziening
wasverzorging opgenomen. Dit is de juridische grondslag. De Algemene voorziening
wasverzorging gaat voor op toekenning van een maatwerkvoorziening. De aanvullende
module wasverzorging blijft beschikbaar voor die cliënten die, naar oordeel van het
college, geen gebruik kunnen maken van de algemene voorziening of voor wie deze
onvoldoende compensatie biedt.
Uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat het college niet kan volstaan
met een resultaatgerichte aanpak als de cliënt geen inzicht krijgt in de hoeveel tijd die
daarvoor beschikbaar is. Zie bijvoorbeeld CRvB 8 oktober 2018 (2018:3241).
Het rechtzekerheidsbeginsel vereist dat het college in de beschikking inzicht geeft in
om te kunnen spreken van een schoon en leefbaar huis.
Ook heeft de Centrale Raad van Beroep in uitspraak van 9 mei 2025 (CRvB 23/2056)
uitgesproken dat de omvang van de HO niet mag worden beperkt tot een maximum
aantal slaapkamers. Alle slaapkamers moeten, al dan niet incidenteel, worden
schoongehouden om uiteindelijk vervuiling te voorkomen.
In hoofdstuk 3 van deze beleidsregel is dit verder uitgewerkt.
Hoofdstuk 2. Voorgaande oplossingen bij HO
De maatwerkvoorziening HO wordt ingezet als de cliënt onvoldoende in staat is om zelf
zorg te dragen voor een gestructureerd huishouden. De eigen kracht, gebruikelijke hulp,
mantelzorg, hulp vanuit het sociaal netwerk of een algemene voorziening kunnen dit
probleem dan niet (voldoende) oplossen.
Onder eigen kracht wordt verstaan de activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden
uitgevoerd. Van de cliënt wordt verwacht dat hij zich in hoge mate inspant om zelf in
oplossingen te voorzien. Dit betekent dat mogelijk niet alle activiteiten hoeven te worden
In de praktijk kan dit betekenen dat een deel van het huishouden door de cliënt wordt
uitgevoerd en voor een ander deel een (maatwerk)voorziening wordt ingezet. Een
andere vorm van het benutten van de eigen kracht is het verlenen van medewerking aan
een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Bijvoorbeeld de inrichting van de woning door
de cliënt of op een andere manier meehelpen zodat de hulpverlener efficiënt het werk
kan uitvoeren. Een hulpverlener kan efficiënter werken als de cliënt zelf vooraf
bijvoorbeeld fotolijstjes al uit de vensterbank weghaalt.
De mate waarin eigen kracht aanwezig is, kan gevolgen hebben voor de frequentie
waarmee HO wordt toegekend. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.1.2 van deze
Ook het geldend maken van een aanspraak op hulp op grond van een andere wettelijke
regeling of afgesloten verzekering behoort tot de eigen kracht van een cliënt.
Bij de beoordeling welke ondersteuning ingezet moet worden, wordt rekening gehouden
met deze eigen kracht. Dit geldt voor alle modules.
In de Wmo2015 staat voorop dat allereerst wordt bezien of en in hoeverre iemand zelf
dan wel met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. In de Wmo2015
wordt gebruikelijke hulp beschreven als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of
andere huisgenoten. Huisgenoten zijn meerderjarige personen met wie de cliënt
duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont en waarbij geen sprake is van een
commerciële huurders- of kostgangersrelatie. Al deze personen die samen met de cliënt
in de woning wonen, vallen onder ons begrip leefeenheid.
De leefeenheid is dus primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden. Dat
betekent dat van een leefeenheid wordt verwacht dat, bij uitval van een van de leden van
die leefeenheid, door een herverdeling van huishoudelijke taken, andere leden van de
leefeenheid de huishoudelijke taken overnemen.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit betekent dat van iedereen, zowel
volwassen als van jonge(re) huisgenoten een bijdrage wordt verwacht als het gaat om
het huishouden. Natuurlijk wordt rekening gehouden met de ontwikkelingsfase van
Van gezonde meerderjarige huisgenoten van 18 jaar t/m 22 jaar wordt verwacht dat zij
een éénpersoonshuishouden kunnen voeren. Behalve lichte huishoudelijke
werkzaamheden hoort hier ook bij het schoonhouden van sanitaire ruimten, keuken, de
woonkamer en één slaapkamer, de was doen, boodschappen doen en alle activiteiten
rondom de maaltijdvoorziening.
In de Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden van het Centrum
Indicatiestelling Zorg (CIZ), werd het aandeel van deze jongeren in het huishouden
genormeerd op wekelijks 2,0 uur voor het verrichten van uitstelbare huishoudelijke taken
en 3,0 uur voor niet-uitstelbare taken. Deze richtlijn is algemeen aanvaard. Het is
namelijk de opvolger van het verouderde Protocol Gebruikelijke Zorg en het Protocol
Huishoudelijke verzorging, die eveneens door het CIZ waren opgesteld.
Als dat aan de orde is, wordt deze genormeerde bijdrage in het huishouden in mindering
gebracht op de normtijden zoals deze in hoofdstuk 3 van deze beleidsregel zijn
Iedere volwassene van 23 jaar en ouder wordt verondersteld naast een volledige baan of
opleiding een volledig, meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Dit betekent dat
deze persoon geacht wordt alle huishoudelijke taken te kunnen verrichten, ook als dit
moet gebeuren naast een volledige baan of een dagopleiding. Immers, iedereen die
werkt, zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor
zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp).
Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het
kader van hun maatschappelijke participatie.
2.2.1. Geen gebruikelijke hulp
Van ieder meerderjarig lid van de leefeenheid wordt dus bezien of dat lid in staat is de
gebruikelijke hulp te bieden. Maar er zijn situaties denkbaar dat de veronderstelde
gebruikelijke hulp niet kan worden geboden. Hieronder worden enkele situaties
Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting
Gebruikelijke hulp kan niet worden geleverd als de partner of een ander lid van de
leefeenheid waarvan deze hulp wordt verwacht, zelf zodanige gezondheidsproblemen en
beperkingen heeft dat redelijkerwijs moet worden geconcludeerd dat (een deel van) de
huishoudelijke taken niet door hem/haar kunnen worden uitgevoerd.
Altijd moet worden onderzocht of een leefeenheid, gegeven de voor die leefeenheid
geldende gebruikelijke hulp, door de uitval van de persoon met beperkingen, niet alsnog
onevenredig belast wordt of dat overbelasting dreigt. Overbelasting heeft dus altijd
betrekking op personen binnen een leefeenheid van wie wordt verwacht dat zij de
gebruikelijke hulp binnen het huishouden leveren.
Overbelasting kan worden gedefinieerd als “meer belasting dan het prestatievermogen
toelaat”. Het is een (on)balans tussen draagkracht (belastbaarheid) en draaglast
Uitgangspunt is dat belastbaarheid en overbelasting en de beperkingen daardoor
beoordeeld en vastgesteld worden door of onder verantwoordelijkheid van een door het
college aangewezen onafhankelijke arts.
Wanneer dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van
gebruikelijke hulp, werk en andere activiteiten dan gaan gebruikelijke hulp en werk voor.
Het beoefenen van vrijetijdsbesteding is op zich geen reden te veronderstellen dat de
gebruikelijke hulp niet kan worden geboden.
Overbelasting door combinatie werk en zorg /verzorging
In de situatie dat overbelasting ontstaat of dreigt vanwege een combinatie van werk of
opleiding en de verzorging van een zieke partner/gezinslid, kan tijdelijk een indicatie voor
HO worden verstrekt voor die huishoudelijke taken die normaliter tot de gebruikelijke
hulp zouden worden gerekend. In eerste instantie is deze indicatie van tijdelijke duur
(maximaal 3 maanden) om de leefeenheid in die periode de gelegenheid te geven de
onderlinge taakverdeling aan de nieuw ontstane situatie aan te passen.
Als de leefeenheid een langere periode ondersteuning nodig heeft, dan is dit slechts
dat geen maatwerkvoorziening nodig zou zijn en
(hierbij valt ook te denken aan het benutten van allerlei voorliggende voorzieningen,
zoals buitenschoolse kinderopvang, maaltijdvoorzieningen, zorgverlof,
ouderschapsverlof, bedrijfszorg, e.d.) en
persoon, die geacht wordt de gebruikelijke hulp te bieden en mogelijke
behandelwijzen om die overbelasting te voorkomen dan wel te beperken en
beperking aanwezig zou zijn?” is beantwoord.
In terminale situaties, waarin de partner zwaar belast wordt met zorgtaken, worden de
richtlijnen met betrekking tot gebruikelijke hulp soepeler gehanteerd. Deze situatie is per
definitie van tijdelijke aard. HO kan dan worden geïndiceerd zolang de situatie zich
voordoet, dus ook langer dan 3 maanden.
Bij werkenden wordt geen rekening gehouden met zeer drukke werkzaamheden en
(zeer) lange werkweken. Fysieke afwezigheid van de huisgenoot geldt in principe niet als
reden voor compensatie. Uitgangspunt is dat een volwassene wordt geacht een
volledige school- of werkweek (maximaal 40 uur) inclusief reistijden te (kunnen) hebben
en deze te kunnen combineren met huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege schoolof werkgerelateerde activiteiten heeft niet tot gevolg dat de persoon deze huishoudelijke
taken niet kan doen, maar dat hij de uitvoering van de huishoudelijke taken plant op
momenten waarop hij wel thuis is. Ook afwezigheid vanwege overwerk, extra lange
werkweken, vrijwilligerswerk, sportactiviteiten etc. leidt niet tot ondersteuning.
De verantwoordelijkheid voor het huishouden gaat voor op andere activiteiten.
Een uitzondering geldt voor langdurige afwezigheid (meer dan 6 etmalen achtereen),
waardoor ook uitstelbare taken te lang blijven liggen. De afwezigheid moet wel een
regelmatig terugkerend en verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan het werk.
Te denken valt aan internationaal vrachtverkeer, off-shore werk, werk in het buitenland.
Als sprake is van gebruikelijke hulp, wordt dus geen of minder ondersteuning geboden.
Van gebruikelijke hulp is sprake als één of meerdere huisgenoten aanwezig zijn, die in
staat worden geacht het huishouden over te nemen.
2.3. Mantelzorg en het sociale netwerk
Ook deze vorm van ondersteuning gaat voor op een maatwerkvoorziening. Mantelzorg is
altijd vrijwillig en niet afdwingbaar. In de praktijk kan dit betekenen dat een deel van het
huishouden door de mantelzorger wordt overgenomen en voor een ander deel
aanvullend of tijdelijk ondersteuning wordt geboden door de inzet van een algemene
voorziening of een maatwerkvoorziening. Naast mantelzorg kan ook de inzet van
vrijwilligers een oplossing bieden bij het verzorgen van het huishouden.
Een algemene voorziening is voor een brede doelgroep toegankelijk en biedt
(gedeeltelijk) ondersteuning. Het is een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder
voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van
de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning
(artikel 1 van de Wmo2015). Steeds moet worden nagegaan of een algemene
voorziening daadwerkelijk beschikbaar en passend is.
In artikel 2.3.5. lid 3 van de Wmo2015 en ook in de gemeentelijke Wmo-verordening is
bepaald dat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat als het gebruik van
algemene voorzieningen de beperkingen in zelfredzaamheid of participatie kan
wegnemen of verminderen. Dat houdt in dat wanneer een adequate oplossing wordt
geboden door het gebruik maken van een algemene voorziening, er geen recht bestaat
op een Wmo-maatwerkvoorziening.
Voor deze beoordeling is het niet doorslaggevend of men gebruik wil maken van een
algemene voorziening. Dit is de vrije keus van de cliënt. Als gebruik gemaakt kan worden
van een algemene voorziening maar men dit niet wil, dan leidt dat dus niet tot een recht
Een algemene voorziening gaat voor op een maatwerkvoorziening mits die algemene
2.4.1. Algemene voorziening wasverzorging (AV Was)
In Hof van Twente bestaat sinds 1 juli 2021 een Algemene voorziening Wasverzorging
(AV Was). De gemeente heeft hiervoor een contract gesloten met een aanbieder, een
wasserij. Dit bedrijf voert dus de AV Was uit in opdracht van de gemeente.
De AV Was is toegankelijk voor alle inwoners van Hof van Twente. Maar de
voorwaarden waaronder de AV Was gebruikt kan worden, zijn niet voor iedereen
hetzelfde. Voor bepaalde doelgroepen mogen andere regels gelden.
In Hof van Twente wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds inwoners voor wie
gebruik van de AV Was een noodzaak is en anderzijds inwoners voor wie gebruik van de
AV Was als een luxe-voorziening kan worden aangemerkt. Dit betekent dat duidelijk
moet zijn op basis waarvan wordt bepaald of gebruik van de AV Was noodzaak dan wel
Uitgangspunt is dat gebruik van de AV Was luxe is en inwoners zonder tussenkomst van
de gemeente hiervan gebruik kunnen maken.
Inwoners voor wie gebruik van de AV Was als een luxe-voorziening kan worden
aangemerkt, betalen een commercieel tarief aan de aanbieder van de AV Was. De
aanbieder bepaalt zelf dit tarief. Als het college voor deze gebruiker ook het transport
van het wasgoed moet regelen, dan is die gebruiker ook voor het transport een bijdrage
verschuldigd. Dit is vastgelegd in de vigerende Wmo-verordening.
Als de cliënt van mening is dat gebruik van de AV Was noodzakelijk is, dan vindt een
lichte toets plaats door het college. Aan de hand van de uitkomst kan het college
toegang tot de AV Was geven. De cliënt kan dan tegen een aangepast tarief (met
korting) gebruik malen van de algemene voorziening.
1. inwoners uit de doelgroep van de Wmo2015, personen met een beperking, een
chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die niet in staat zijn zelf
de wasverzorging uit te voeren (doelgroepbepaling) en
2. die geen beroep kunnen doen op gebruikelijke hulp van huisgenoten en
3. die geen recht hebben op zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
Als aan deze 3 voorwaarden is voldaan, meldt het college de cliënt aan bij de aanbieder
van de algemene voorziening. Daarna kan de cliënt met korting gebruik maken van de
In situaties waarin niet alleen de wasverzorging een probleem is, maar de cliënt ook
andere problemen ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, zal de
toegang tot de AV Was vaak onderdeel uitmaken van het onderzoek zoals bedoeld in
Cliënten voor wie gebruik van de AV Was een noodzaak is (Wmo-doelgroep), ontvangen
een korting op het commerciële tarief. De korting is zodanig dat nog een eigen bijdrage
resteert waarvan de hoogte overeenkomt met genormeerde kosten van de twee
wasbeurten thuis. Deze normkosten zijn berekend door het Nibud en zijn gebaseerd op
het prijsniveau van 2021. Het gaat dan om de kosten van onderhoud/afschrijving van de
wasmachine, het wasmiddel, elektra en water en ook de kosten van het drogen van de
De hoogte van deze eigen bijdrage die cliënten in rekening wordt gebracht, is
opgenomen in de Wmo-verordening.
Deze bijdrage mag in rekening worden gebracht omdat in deze algemene voorziening
geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, als bedoeld in artikel 2.1.4.van
Tijdelijk gebruik van de AV Was
De korting wordt ook geboden als de cliënt slechts tijdelijk, voor een korte periode,
voldoet aan deze 3 voorwaarden. De cliënt kan dan voor een korte periode toegelaten
worden om met korting gebruik te maken van de AV Was
Het doel en het te bereiken resultaat van een wasvoorziening is dat de cliënt kan
beschikken over schone kleding en schoon beddengoed. Dat kan door gebruik te maken
van de algemene voorziening. De AV Was in Hof van Twente biedt voor zoveel mogelijk
mensen uit de Wmo-doelgroep voldoende compensatie om dat resultaat te bereiken. Het
college maakt hiervoor prestatieafspraken met de aanbieder van de AV Was.
De AV Was is zo ingericht dat wasgoed op de locatie van de aanbieder wordt gewassen.
De cliënt biedt het wasgoed aan in een waszak. Die waszak wordt geleverd door of
namens de aanbieder. Het wasgoed wordt bij de aanbieder gewassen, gedroogd en
opgevouwen. Schoon wasgoed wordt vervolgens op afspraak weer teruggebracht naar
de cliënt. Op verzoek van de client kan de waszak in de woning worden neergezet.
Wasgoed van verschillende gebruikers van de AV Was wordt niet gemengd. De
aanbieder van de AV Was houdt zich aan de wasvoorschriften van de kleding (label) en
gebruikt zo nodig speciaal wasmiddel.
De aanbieder is niet verantwoordelijk voor het verzamelen van het wasgoed in de
waszak. Ook is de aanbieder niet verantwoordelijk voor het transport van het wasgoed.
Het college regelt het transport.
Het college kan verdere afspraken maken met de aanbieder over doorlooptijden en
kwaliteit van de dienstverlening.
In die gevallen dat de AV Was geen (voldoende) compensatie biedt, blijft recht bestaan
op de maatwerkvoorziening Wasverzorging zoals die is beschreven in paragraaf 3.4 van
Hoofdstuk 3. De maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning
Om te komen tot het resultaat van een gestructureerd huishouden, kunnen verschillende
modules, afhankelijk van de individuele cliëntsituatie, worden ingezet. Verschillende
modules om verschillende beperkingen in de zelfredzaamheid zo goed mogelijk op te
Bij een gestructureerd huishouden worden een aantal resultaten onderscheiden (zie
hiervoor paragraaf 1.1). We baseren ons hierbij op de onderzoeksresultaten van Bureau
HHM zoals dit bureau die heeft beschreven in het Normenkader 2025 van januari 2025
Om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken, kan de Basismodule HO
worden ingezet. In deze module zijn alle huishoudelijke werkzaamheden opgenomen die
nodig zijn om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te bereiken. Voor de andere
resultaatgebieden kunnen aanvullende maatwerkmodules worden toegekend.
In dit hoofdstuk worden voor alle modules en huishoudelijke activiteiten normtijden
benoemd. Deze normtijden zijn gebaseerd op een volledige professionele overname van
alle activiteiten en op een ‘gemiddelde cliëntsituatie’.
Onder een ‘gemiddelde cliëntsituatie’ verstaan we
- een huishouden met één of twee volwassenen zonder thuiswonende kinderen;
- wonend in een zelfstandig woning, gelijkvloers dan wel met een trap;
- de cliënt zorgt ervoor dat de woning op orde is zodat er schoongemaakt kan worden;
- de cliënt heeft geen eigen kracht om zelf bij te dragen in de huishoudelijke activiteiten;
- er is geen ondersteuning van mantelzorgers, netwerk of vrijwilligers;
- er zijn geen beperkingen of belemmeringen waardoor de woning extra vervuilt of extra
- de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk.
Dit is een algemeen uitgangspunt. Cliënten passen niet altijd precies in deze
omschrijving. Dat betekent dat niet uitgesloten is dat in individuele situaties hiervan moet
worden afgeweken. Er kunnen invloedsfactoren aanwezig zijn waardoor minder of juist
meer ondersteuning nodig is. Daarom zijn bij de resultaatgebieden enkele situaties
beschreven waarin de normtijd kan worden aangepast.
In dit hoofdstuk wordt allereerst het Normenkader 2025 gepresenteerd (Overzicht 1).
Daarna wordt dit kader per resultaatgebied toegelicht.
Het Normenkader 2025 laat op een aantal onderdelen ruimte voor lokale keuzes. Deze
keuzes zijn in deze beleidsregel beschreven. Het gaat dan om bijvoorbeeld de
mogelijkheid rekening te houden met extra tijd vanwege huisdieren of de inrichting van
de woning. Ook wordt in het Normenkader 2025 de activiteit ‘strijken’ benoemd terwijl
deze activiteit niet meer als maatwerkvoorziening wordt verstrekt. In deze beleidsregel
worden enkele keuzen toegelicht.
Overzicht 1: Tijdnormering Normenkader 2025
3.1. Resultaat Schoon en leefbaar huis
Voor het resultaat van een schoon en leefbaar huis kennen we de Basismodule HO. In
deze module zijn alle huishoudelijke activiteiten opgenomen die nodig zijn om dit
resultaat te behalen. We maken een onderscheid tussen basisactiviteiten en incidentele
De volgende huishoudelijke activiteiten (met frequentie) moeten worden uitgevoerd:
Overzicht 2: Basismodule HO, basisactiviteiten
Basismodule HO, incidentele activiteiten
Er wordt binnen de Basismodule HO niet geïndiceerd op activiteiten. Wel wordt in de
besluitvorming rekening gehouden met invloedfactoren (paragraaf 3.2.).
3.1.1. De Basismodule HO, tijdnormering
De tijdbesteding van de Basismodule HO is 108,0 uur per jaar. Dit zijn 125 minuten per
week. Deze tijdbesteding is gebaseerd op de gemiddelde cliëntsituatie en betreft de
volledige professionele overname van alle genoemde activiteiten. In deze normtijd is ook
rekening gehouden met de zogeheten indirecte tijd. Dat is tijd voor binnenkomen,
werkafspraken maken en interactie met de cliënt.
In Overzicht 1 is deze tijdnormering weergegeven. Overigens niet alleen voor de
Basismodule HO, maar ook andere resultaatgebieden.
De professionele hulp verdeelt zelf, en uiteraard in overleg met de cliënt, de uit te voeren
werkzaamheden in de tijd. Zo worden in de tijd uiteindelijk alle activiteiten uit het
overzicht met de overeengekomen frequentie uitgevoerd. Dus ook de activiteiten die niet
wekelijks uitgevoerd hoeven te worden. Op deze manier wordt een verantwoord niveau
van een schoon en leefbaar huis gerealiseerd.
De tijdnormering van 125 minuten per week betreft dus de gemiddelde cliëntstituatie. Dit
is het uitgangspunt. De feitelijke situatie van de cliënt wordt hiermee vergeleken. En dat
kan leiden tot meer of minder inzet van ondersteuning en dus van de toe te kennen
We onderscheiden verschillende invloedsfactoren die maken dat meer of minder
ondersteuning nodig is. Deze factoren zijn met een tijdnormering verwerkt in overzicht 1.
3.2.1. Eigen kracht van de cliënt, gebruikelijke hulp en het netwerk
HO is een aanvulling op de eigen mogelijkheden van de cliënt. Het is daarom van belang
ook de eigen kracht in beeld te brengen. Niet in alle situaties moeten alle huishoudelijke
taken worden overgenomen. Als de cliënt zelf taken kan uitvoeren, kan hiermee in de
omvang van de ondersteuning rekening worden gehouden. Het zal dan vaak gaan om
lichte huishoudelijke taken, zoals opruimen en het afstoffen op middenniveau (zonder
bukken of reiken). Niet uitgesloten is dat een cliënt (of meerderjarige huisgenoten of
personen uit het netwerk) nog meer dan alleen deze lichte huishoudelijke taken zelf kan
Deze eigen kracht is in het Normenkader 2025 genormeerd op één of meerdere keren
15 minuten. Zie hiervoor Overzicht 1.
Hetzelfde geldt in de situatie dat de cliënt kan volstaan met minder professionele hulp
omdat ook ondersteuning door het netwerk van de cliënt wordt geboden.
3.2.2. Beperkingen en belemmeringen van de cliënt
Het kan zijn dat vanwege een specifieke aandoening of beperking extra inzet van
ondersteuning nodig is. Het kan nodig zijn om extra vaak schoon te maken, omdat meer
of vaker vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld vanwege ernstige incontinentie of
bedlegerigheid. Bijvoorbeeld bij COPD of een allergie. Dan kan wellicht niet worden
volstaan met de frequentie zoals die in het Normenkader is opgenomen. Dan moet vaker
Ook kan het nodig zijn dat meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is en dus een
woning extra goed of extra vaak schoongemaakt moet worden ter voorkoming van
Er is dan sprake van meer inzet. Deze extra inzet is afhankelijk van de specifieke situatie
van de cliënt. Welke activiteiten moeten grondiger of vaker worden uitgevoerd? In het
Normenkader 2025 leidt dit tot enige extra inzet (extra goed) dan wel veel extra inzet
(extra vaak). Een verschil is, afhankelijk van de specifieke situatie, of activiteiten
grondiger moeten worden uitgevoerd, waardoor meer tijd nodig is. Of dat meer inzet
vaker nodig is, omdat activiteiten vaker dan gemiddeld moeten worden uitgevoerd. Er is
dan een tweede bezoekmoment in de week noodzakelijk.
Als kan worden volstaan met een beperkte extra inzet tijdens de dienstverlening (één
bezoekmoment in de week), dan kan daarvoor 30 minuten per week extra tijd worden
toegekend. Is een tweede bezoekmoment in de week noodzakelijk, dan geldt een
normtijd van 60 minuten per week. In die normtijd van 60 minuten is ook de indirecte tijd
van het tweede bezoekmoment verwerkt.
De inrichting ervan en extra vervuiling door bijvoorbeeld huisdieren of roken, valt onder
de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner. Gevolgen van die keuzen kunnen niet bij
de gemeente worden neergelegd.
Uitgangspunt is het uitrustingsniveau van een woning op het niveau van sociale
woningbouw. Schoonmaakwerkzaamheden die nodig zijn omdat de woning dit niveau
overstijgt, vallen buiten de maatwerkvoorziening. Te denken valt aan een kelder.
3.2.4. Samenstelling van het huishouden
De samenstelling van het huishouden kan betekenen dat meer tijd nodig is om te kunnen
blijven spreken van een schoon en leefbaar huis. Het Normenkader 2025 gaat uit van
een huishouden met één of twee volwassenen. Bij een huishouden dat u meer dan twee
personen bestaat, kan dat dus betekenen dat niet met de normtijden kan worden
Het betekent bijvoorbeeld dat in de woning meer dan één slaapkamer ook daadwerkelijk
als slaapkamer in gebruik is. In die situatie geldt dat ook voor die tweede slaapkamer de
normtijd voor het schoonhouden van een slaapkamer wordt toegekend. Dat is dus het
geval bij een grotere leefeenheid, maar ook als partners gescheiden slapen en dus twee
slaapkamers als slaapkamer in gebruik zijn. Te denken valt ook aan de situatie waarin
twee broers samen een leefeenheid vormen.
De normtijd voor een extra slaapkamer is 18 minuten per week.
Er wordt geen rekening gehouden met eventueel aanwezige huisdieren. Als het bezit
van een huisdier leidt tot extra vervuiling en dus extra schoonmaakwerk, valt dat onder
de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner(s). Gevolgen van die keuze kunnen niet
bij de gemeente worden neergelegd. Een uitzondering geldt als sprake is van een door
de zorgverzekeraar verstrekte en erkende hulphond.
Ook wordt geen rekening gehouden met extra schoonmaakwerkzaamheden die het
gevolg zijn van andere keuzen die de bewoner maakt, zoals roken of de manier waarop
3.2.5. Niet als slaapkamer gebruikte kamers
Afhankelijk van de grootte van de leefeenheid en de woning kan het voorkomen dat
slaapkamers niet als slaapkamer worden gebruikt. Bijvoorbeeld een alleenstaande in
een eengezinswoning. Op de bovenverdieping zijn dan een aantal kamers niet als
slaapkamer in gebruik. Deze kamers moeten wel af en toe worden schoongemaakt om
uiteindelijk vervuiling te voorkomen. Daarbij is niet van belang of en hoe deze kamers
Het spreekt voor zich dat dergelijke kamers niet met dezelfde frequentie en tijdnormering
hoeven worden schoongemaakt als een slaapkamer. Volstaan kan worden met het één
keer per maand schoonmaken van een dergelijke kamer. De nomtijd is 15 uur per jaar.
Dat is gemiddeld per week per kamer vijf minuten.
Maar niet in alle cliëntsituaties is het noodzakelijk dat deze extra kamers worden
schoongehouden. Mogelijk heeft de cliënt er geen behoefte aan dat de kamer wordt
schoongemaakt of wordt de kamer schoongehouden door bijvoorbeeld familie.
Het bovenstaande is anders als een kamer regelmatig wordt gebruikt door logeés. Dan
mag van (de ouders/verzorgers van) deze logeés worden verwacht dat zij zorgdragen
voor het schoonhouden van de kamer. Hier geldt een extra eigen verantwoordelijkheid
van de cliënt en de logeé. Er hoeft dan geen extra tijd voor deze kamer te worden
3.3. De Basismodule, frequentie
In het Normenkader 2025 is in bijlage 3 opgenomen welke activiteiten met welke
frequentie uitgevoerd moeten worden. Deze bijlage is in deze beleidsregel overgenomen
in Overzicht 2. Hierin staat dat diverse activiteiten wekelijks moeten worden uitgevoerd.
In paragraaf 3.2.1. is aangegeven dat de aanwezigheid van eigen kracht dan wel
gebruikelijke hulp genormeerd kan worden op 15 minuten per week. Maar als een cliënt
zodanig veel eigen kracht of eigen oplossingsmogelijkheden heeft, er sprake is van veel
gebruikelijke hulp en/of ondersteuning vanuit het eigen netwerk, dan kan dat betekenen
dat er geen noodzaak is voor wekelijkse inzet van HO. Dan kan worden volstaan dat de
ondersteuning één maal per twee weken wordt geboden. Vanwege de eigen
mogelijkheden wordt de frequentie van de HO dan aangepast van wekelijks naar één
In het onderzoek confrom artikel 2.3.2 Wmo2015 wordt een beoordeling gemaakt van de
mate waarin sprake is van deze eigen kracht, gebruikelijke hulp en andere
oplossingsmogelijkheden waardoor kan worden volstaan met een frequentie van één
HO één maal per twee weken kan passend zijn als aan een aantal voorwaarden is
i. de cliënt moet tussen de momenten dat de hulp komt, in staat zijn om de ‘algemene
hygiëne’ in huis op orde te houden;
ii. dat betekent dat deze ‘op middenhoogte’ een aantal zaken in huis voldoende bij moet
kunnen houden: wastafel, aanrecht, toilet(ten) en stof afnemen op middenniveau;
iii. de cliënt moet de vloeren kunnen bijhouden: zelf, bijvoorbeeld met een
(steel)stofzuiger, Swiffer of met een robotstofzuiger of door iemand anders, etc.
iv. er geen sprake is van verzwarende factoren/beperkingen.
Als de HO één maal per twee weken wordt geboden, is de tijdnormering 2,5 uur per twee
weken. De onderliggende berekening is opgenomen in het Normenkader 2025.
Overigens, als sprake is van zodanige eigen kracht, veel gebruikelijke hulp of andere
oplossingsmogelijkheden, dan kan deze worden genormeerd op een veelvoud van 15
minuten. Per saldo kan dan ook worden gekomen tot een wekelijkse inzet van
bijvoorbeeld 80 minuten per week (125 minus 3x15). Dit komt nagenoeg overeen met
tweewekelijks 150 minuten. Dan kan ook, al dan niet op verzoek van de cliént, worden
volstaan met de tweewekelijkse inzet van HO. Met deze tweewekelijkse inzet wordt dan
een meer efficiënte inzet van de beschikbare tijd gerealiseerd.
De module Wasverzorging kan worden ingezet als een cliënt het niet lukt om zijn kleding
en beddengoed zelfstandig op orde en schoon te houden en de algemene voorziening
wasverzorging (AV Was, paragraaf 2.4.1.) hiervoor geen of onvoldoende oplossing biedt.
Het resultaat van deze module is dat de cliënt de beschikking heeft over schone kleding
Dit betekent niet dat bovenkleding ook gestreken moet zijn om dit resultaat te kunnen
bereiken. Hoewel deze activiteit in het Normenkader 2025 is benoemd, is dit geen
onderdeel van de maatwerkvoorziening.
Van de cliënt wordt verwacht dat hij beschikt over een wasmachine. Ook een wasdroger
is een algemeen gebruikelijk hulpmiddel. Als er geen wasmachine en/of droger is,
behoort het tot de verantwoordelijkheid van de cliënt om hierover te beschikken.
Daarnaast wordt van de cliënt verwacht al het mogelijke te doen om het ontstaan van
extra was te beperken. Door bijvoorbeeld incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten
In het nieuwe Normenkader 2025 zijn de activiteiten voor de wasverzorging uitgesplitst.
Voor de gehele wasverzorging bij een eenpersoonshuishouden wordt uitgegaan van
twee wassen per week. De normtijd voor deze module bedraagt dan 41 minuten per
week. Voor een meerpersoons huishouden geldt een frequente van vijf wasbeurten per
twee weken. De normtijd is 50 minuten per week.
Behandelen van vlekken 5x per 2 weken (indien nodig)
Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 5x per 2 weken
Wasmachine leeghalen 5x per 2 weken
Sorteren naar droger of waslijn 5x per 2 weken
Was in de droger stoppen 5x per 2 weken
Droger leeghalen 5x per 2 weken
Was opbergen/opruimen 5x per 2 weken
* In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van vijf keer per twee
weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat twee keer per week.
3.4.1. Minder ondersteuning wasverzorging
Soms blijkt dat met name beddengoed erg zwaar is om te wassen en te drogen. Cliënten
kunnen het wassen van kleding en ander licht wasgoed nog wel zelf doen, maar is hulp
nodig bij het wassen en drogen of ophangen van het beddengoed. In situaties waarin dat
aan de orde is (en de AV Was niet voldoende geschikt is), wordt alleen het beddengoed
gewassen. Beddengoed wordt dan eens per twee weken gewassen.
Deze eigen kracht van de cliënt wordt dan genormeerd op 20 minuten per week.
3.4.2. Meer ondersteuning wasverzorging
Naast deze activiteiten zijn er ook nog factoren waardoor meer hulp bij de wasverzorging
noodzakelijk kan zijn. Meer wasverzorging kan nodig zijn vanwege
Als sprake is van deze factoren dan kan aanvullend op de module Wasverzorging extra
ondersteuning worden ingezet. De wekelijkse frequentie wordt dan verhoogd. Per
wasbeurt geldt dan een normtijd van 19 minuten.
Ondersteuning bij (voor)bereiden van maaltijden en het eventueel begeleiden (stimuleren
of herinneren) bij de maaltijden valt onder de Wmo 2015. Deze module bestaat uit
activiteiten die moeten worden verricht om het resultaat “Maaltijden” te bereiken.
* Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien.
Tijdens het onderzoek worden alle mogelijkheden besproken. Is er een (volwassen)
huisgenoot aanwezig die in staat is de maaltijd klaar te zetten en/of op te warmen? Zo ja,
dan is er sprake van gebruikelijke hulp en wordt geen ondersteuning geboden. Kan cliënt
op eigen kracht of met ondersteuning van de mensen om hem heen een maaltijd
Ook wordt onderzocht of een ander aanbod een oplossing biedt. Te denken valt aan
kant-en-klaarmaaltijden, mee-eten bij een welzijnsvoorziening, maaltijdbezorging aan
Als een cliënt niet (meer) in staat is zelf of met hulp van de omgeving maaltijden te
verzorgen en ander aanbod niet of onvoldoende de noodzakelijke oplossing biedt, kan
deze module worden ingezet. De normtijd is 20 minuten per keer.
Ondersteuning bij maaltijden valt onder de Zorgverzekeringswet als:
Het is mogelijk dat de cliënt ondersteuning nodig heeft bij het doen van boodschappen.
Ook hier geldt dat andere oplossingen, zoals een boodschappenservice geboden via een
supermarkt, voorgaan aan een maatwerkvoorziening. Eigen keuzes, zoals de keuze voor
speciaal voedsel dat maar beperkt wordt aangeboden, waardoor extra reizen nodig is of
het doen van boodschappen in een groot aantal winkels, resulteert niet in het recht op
deze module. De normtijd is 51 minuten per week.
Minder inzet is wellicht mogelijk als de eigen mogelijkheden en andere oplossingen een
deel van het probleem oplossen. Meer inzet kan aan de orde zijn bij bijvoorbeeld een
grote leefeenheid (meer dan vier personen).
3.7. Resultaat Regie/organisatie en Advies, Instructie en Voorlichting (AIV)
Deze module kan worden ingezet wanneer de cliënt op eigen kracht of met zijn sociale
netwerk niet in staat is tot regie en planning van de werkzaamheden met betrekking tot
het organiseren van huishoudelijke taken. Behalve dat er huishoudelijke taken moeten
worden overgenomen, heeft de hulpverlener dan ook aansturende en regietaken.
Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid
niet meer van cliënt verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt ten
aanzien van zijn huishouden of als disfunctioneren dreigt ten gevolge van bijvoorbeeld
dementie. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of kleding), verwaarlozing (eten
en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijkheid van huisgenoten.
De ondersteuning (al dan niet aan de gezonde partner) kan ook bestaan uit het helpen
handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Het resultaat van
het voeren van de regie over het huishouden is een goede regievoering op en
organisatie van het huishouden.
Bij de module Regie moet worden overwogen of deze aanvullende module moet worden
ingezet of dat een andere maatwerkvoorziening meer passend is. Te denken valt aan de
voorziening Ondersteuning zelfstandig leven (OZL, individuele ambulante begeleiding).
Een afweging die hierbij gemaakt kan worden is of de ondersteuning alleen gericht is op
het huishouden (Resultaat Regie/organisatie) of dat er ook ondersteuning op andere
gebieden noodzakelijk is, waardoor een andere oplossing (bijvoorbeeld OZL) meer
De normtijd voor Regie/organisatie is 30 minuten per week.
AIV is een kortdurende ondersteuning (maximaal 6 weken). AIV kan een activiteit zijn die
onder de module Regie hoort. Het gaat dan om:
en zwaar huishoudelijke werk, de wasverzorging en de dagelijkse organisatie van
Overzicht 6: Regie/organisatie/ AIV
De normtijd is 30 minuten per week, tot maximaal 90 per week. Dit is afhankelijk van het
aantal aan te leren activiteiten.
De zorg voor minderjarige kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak
van de ouders. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het
bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid en het naar draagkracht
voorzien in de kosten van dit alles. Dat geldt ook voor ouders die door een beperking niet
in staat zijn hun kinderen te verzorgen.
Ook bij de opvang en verzorging van kinderen geldt dus dat eigen oplossingen voor
gaan. Indien nodig, wordt verwacht dat ouders gebruik maken van de voor hen geldende
regeling voor zorgverlof. Ook wordt bezien welke mogelijkheden tot mantelzorg
redelijkerwijs kunnen worden benut. Is dit niet mogelijk, dan kunnen ouders wellicht
gebruik maken van (een combinatie van) crèche, opvang op school (voor-, tussen- en
naschoolse opvang), buitenschoolse opvang, gastouder e.d. (dus eigen kracht door
gebruik te maken van zogenoemde algemeen gebruikelijke en/of voorliggende
voorzieningen). Het gebruik van dergelijke alternatieve opvangmogelijkheden voor
kinderen gedurende vijf dagen per week is redelijk, ook als daaraan kosten zijn
Verder moet ook beoordeeld worden of aanspraak bestaat op ondersteuning via de
zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet
mogelijk binnen de Wmo 2015. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.
Als er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders
ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, wordt allereerst
nagegaan welke mogelijkheden er zijn van mantelzorg, vrijwilligerswerk als vervangende
mantelzorg en van (algemeen) voorliggende voorzieningen.
Zoals hiervoor is aangegeven, geldt dat de ouder zelf in oppas en opvang van gezonde
kinderen moet voorzien. Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening
voor oppas en opvang van gezonde kinderen gedurende vijf dagen per week is redelijk.
Blijkt dat voorliggende voorzieningen niet (voldoende) beschikbaar zijn, dan kan deze
maatwerkmodule worden ingezet voor de oppas, opvang en verzorging van gezonde
minderjarige kinderen. Deze module wordt afgegeven met een maximale duur van drie
maanden om ouders/verzorgers de mogelijkheid te bieden zelf een oplossing te creëren.
Van hen mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die
oplossing zo snel mogelijk te vinden. In die tijdspanne heeft men de gelegenheid eigen
oplossingen te vinden en te realiseren.
Als aantoonbaar en alle inspanningen ten spijt, eigen oplossingen niet kunnen worden
gerealiseerd, dan kan deze maatwerkmodule voor langere tijd worden toegekend. Deze
toekenning moet worden heroverwogen als de leeftijd van het kind/de kinderen daartoe
aanleiding geeft en in geval de omstandigheden van de leefeenheid wijzigen. Een
regelmatige tussentijdse evaluatie is altijd mogelijk.
Voor het Resultaat Kindzorg gelden de volgende activiteiten:
Als de individuele situatie van de cliënt en het gezin daarvoor aanleiding geeft, kan meer
ondersteuning worden geboden. De maximale omvang is 40 uur per week.
Tijdens het onderzoek wordt onderzocht of de cliënt op eigen kracht of met behulp van
zijn netwerk en algemene voorzieningen het gewenste resultaat, een gestructureerd
huishouden, kan behalen. Met de cliënt wordt besproken welke beperkingen hij hierin
In het ondersteuningsplan wordt vervolgens, conform het stappenplan van de Centrale
Raad van Beroep, opgenomen welke ondersteuning geboden moet worden. Dat kan dus
zijn het gebruik van de AV Was, maar ook welke maatwerkmodule(s) moet(en) worden
ingezet om het beoogde resultaat te bereiken.
Als kan worden volstaan met gebruik van de AV Was, dan meldt het college de cliënt
aan bij de aanbieder. Een formele aanvraag en beschikking zijn niet aan de orde.
Uiteraard kan het wel zo zijn dat gebruik van de AV Was de uitkomst is van het
Er kan recht bestaan op de Basismodule HO.
Binnen deze module wordt geen onderscheid gemaakt op basis van bijvoorbeeld de over
te nemen activiteiten. Wel wordt beoordeeld of er reden is voor minder of meer inzet van
ondersteuning. Met minder of meer inzet wordt bedoeld minder of meer ten opzichte van
de norm van 125 minuten per week. Minder inzet kan leiden tot een tweewekelijkse inzet
De Basismodule HO kan worden aangevuld met andere modules.
De noodzakelijke ondersteuning wordt vastgelegd in een beschikking. De zorgaanbieder
heeft zich contractueel geconformeerd aan uitvoering van de werkzaamheden zoals
beschreven in de diverse resultaten. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de
opdracht die het college heeft om zelf samen met de cliënt te bepalen waaruit de
maatwerkvoorziening HO bestaat (activiteiten, frequentie en tijdbesteding).
4.1. Omvang van de ondersteuning
De normtijden om de diverse resultaten te bereiken, worden bij elkaar opgeteld. De
uitkomst van deze som wordt naar boven, dus in het voordeel van de cliënt, afgerond op
een veelvoud van vijf minuten.
Tenzij er redenen zijn om de maatwerkvoorziening voor een kortere periode toe te
kennen, wordt de voorziening toegekend voor een periode van vijf jaar. Cliënten van 75
jaar en ouder waarbij kan worden volstaan met de Basismodule HO krijgen een recht
Bijvoorbeeld medische redenen (wisselend ziektebeeld, revalidatie, herstel na opname in
ziekenhuis, herstel na overbelasting) en de leeftijd van thuiswonende kinderen (bereiken
van de 18jarige of 23jarige leeftijd) kunnen redenen zijn de voorziening voor een kortere
Om dezelfde redenen kan de duur waarbinnen de cliënt tegen een gereduceerd tarief
gebruik kan maken van de AV Was, worden beperkt.
4.3. HO, overlijden en achterblijvende gezinsleden
Bij de beoordeling of recht bestaat op de maatwerkvoorziening HO, worden ook de
beperkingen en belemmeringen van de partner en andere volwassen leden van het
huishouden in beeld gebracht en beoordeeld. Als blijkt dat de medebewoners geen of
onvoldoende gebruikelijke hulp kunnen bieden, bestaat recht op HO. In die zin is HO,
afwijkend van andere Wmo-maatwerkvoorzieningen, aan te merken als een voorziening
voor een huishouden dat uit meerdere personen bestaat.
Als de cliënt, aan wie de HO is toegekend, overlijdt, bestaat uiteraard geen recht meer
op de voorziening. Dit is anders als er achterblijvende gezinsleden zijn. Ook zij zullen
veelal de huishoudelijke taken niet of niet volledig kunnen uitvoeren. Immers, de
beperkingen van andere leden van het huishouden zijn bij de toekenning van de HO
De HO wordt dan op naam van de achterblijvende partner korte tijd voortgezet. Deze
korte periode is vastgesteld op de laatste dag van de maand volgend op de maand
waarin de cliënt is overleden. In deze periode is het mogelijk om samen met de
achterblijvende gezinsleden te beoordelen of en welke ondersteuning met welke normtijd
in de nieuwe situatie ingezet moet worden.
4.4. Vereenvoudigde procedure na periode van ziekenhuisopname
Na een periode van ziekenhuisopname kan met spoed hulp noodzakelijk zijn. Hierbij is
helder dat de hulp noodzakelijk is. Dit wordt aangegeven door het transferpunt van het
ziekenhuis. De duur is beperkt tot maximaal 3 maanden. Het is in deze situatie
ongewenst om een uitgebreide meldings- en/of aanvraagprocedure te volgen, omdat dit
zou leiden tot een te lange periode dat men op hulp moet wachten.
Hoofdstuk 5. Verstrekkingsvormen
De maatwerkvoorziening HO kan worden geboden door een gecontracteerde aanbieder
(zorg in natura, ZIN) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). Het is
evident dat deze verstrekkingsvormen niet aan de orde zijn als en voor zover kan
worden volstaan met gebruik van een algemene voorziening.
De zorgaanbieder ontvangt van de gemeente digitaal de opdracht tot het bieden van de
HO. In die opdracht worden de modules (met tijdbesteding) vermeld die geleverd moeten
De kostprijs van de HO in natura is contractueel afgesproken.
5.2. HO in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB)
De cliënt kan ervoor kiezen zelf de HO in te kopen. Voor de betaling daarvan kan een
PGB worden toegekend. Hierbij is relevant bij welke aanbieder de HO wordt ingekocht.
Ook is relevant welke activiteiten uit de aanvullende modules moeten worden ingekocht.
Zowel de kwaliteit van de hulpverlener die met een PGB wordt ingekocht als de kwaliteit
van de dienstverlening moeten worden beoordeeld.
Is dit bij een met ZIN vergelijkbare aanbieder die evenzeer aan de kwaliteitseisen voldoet
(een organisatie of ZZP’er)? Mits deze aanbieder voldoet aan alle eisen die aan ZINaanbieder worden gesteld, bestaat recht op een PGB dat vergelijkbaar is met de
Een alternatief is dat de HO wordt ingekocht bij een particulier persoon, bijvoorbeeld een
persoon uit het eigen sociaal netwerk. De hulpverlener komt dan in dienst van de cliënt
(arbeidsovereenkomst) of aanvaardt een opdracht van de cliënt (opdrachtnemer).
Dit PGB geldt ook als de HO wordt geboden door een organisatie die de HO wel kan en
mag bieden, maar niet aan alle kwaliteitseisen voldoet.
De hoogte van het PGB wordt bepaald door de normtijd voor de over te nemen
huishoudelijke activiteiten, de kwaliteit van de aanbieder van de HO, het ZIN-tarief en
De wijze van berekening van de diverse budgetten staan vermeld in de Wmoverordening dan wel in het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-560531.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.