Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 560255 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 560255 | delegatie- of mandaatbesluit |
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid
De directeur Ruimte en Duurzaamheid,
gelet op gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid
In dit besluit wordt verstaan onder:
dagelijks bestuur of DB: dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening;
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
Artikel 2 Machtiging en volmacht
Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.
Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 2 bij dit besluit.
De afdelingshoofden Implementatie & Advies, Beleid & Strategie, Ontwerp & Ontwikkeling, Interne Dienstverlening worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan vijf werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.
Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies en het afdelingshoofd Beleid & Strategie en het afdelingshoofd Ontwerp & Ontwikkeling wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Interne Dienstverlening.
Artikel 6 Wijze van ondertekening
Bijlage 1, bij artikel 3 Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam: Ondermandatenregister
Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van:
Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 1, |
Het beslissen tot het toepassen alsmede het uitvoeren van de uniforme algemene voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 2, |
Het reageren op initiatieven van andere gemeenten in de inspraak, bestuurlijk vooroverleg of zienswijzefase in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 3, |
Het nemen van besluiten op grond van: a. de Subsidieverordening sloop en schoon alternatief vervoer Amsterdam; b. de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije bedrijfsvoertuigen in Amsterdam 2019 – 2021; en c. de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije taxi’s in Amsterdam 2019-2021. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 4, |
Het geven van gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen naar aanleiding van een beleidsvoornemen |
Art. 150 Gemeente-wet en de Algemene inspraakverordening |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 5. |
Het voeren van (voor)overleg in het kader van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergun-ning met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan of vergunning in het geding zijn. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 6. |
Het kennis geven, mededelen, ter inzage leggen, beschikbaar stellen van en bekendmaken van (ontwerp) ruimtelijke besluiten, c.q. besluiten tot vaststelling van ruimtelijke besluiten en samenhangende besluiten waaronder in ieder geval begrepen de omgevingsvisie, programma's, de wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning en andere besluiten op het gebied van omgevingsrecht en de daarbij behorende stukken. Hieronder worden tevens begrepen andere besluiten in geval van gecoördineerde besluitvorming als bedoeld in Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 7. |
Het toezenden van de kennisgeving van de (ontwerp) wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning met de bijbehorende stukken. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 8. |
Besluiten inzake het stellen van maatwerkvoorschriften in de zin van artikelen 4.5, eerste lid, 13.5 en 13.6 van de Omgevingswet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 9. |
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet en over financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied als bedoeld in afdeling 13.7 van de Omgevingswet ongeacht de hoogte van de te verhalen bijdrage. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 10. |
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op aanvragen om vergoeding van schade |
Afd.15.1 en 15.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 9 Omgevings-besluit. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 11. |
Het opstellen van een eindafrekening of een tussentijdse afrekening voor een kostenverhaalsgebied |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 12. |
Het voorbereiden van en het beslissen tot toepassing van afdeling 3.5 (Coördinatieregeling) van de Algemene wet bestuursrecht. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 13 |
Alle (rechts-) handelingen in verband met het aanvragen van subsidie bij andere bestuursorganen of overheidsinstanties voor zover het werkterrein van de directie betreft |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 14. |
Het gehoord worden door provinciale staten respectievelijk de Minister die het aangaat inzake een projectbesluit van provinciale staten of het Rijk |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 15. |
Het verlenen van medewerking indien gedeputeerde staten respectievelijk de Minister die het aangaat dit vordert in het kader van de toepassing van een coördinatieregeling van de provincie of het Rijk |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 16. |
Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een provinciale verordening of een ander provinciaal besluit inzake het omgevingsrecht alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van gedeputeerde staten. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 17. |
Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling inzake het omgevingsrecht (fysieke leefomgeving) alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing van een algemene maatregel van bestuur en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van de Minister die het aangaat. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 18. |
Het uitvoeren van artikel 2.43 Omgevingswet, inzake het bij besluit bepalen of, en zo ja welke maatregelen aan een gebouw worden getroffen ter beperking van het geluid in het gebouw in samenhang met artikelen 3.52 en 3.53 Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede het wijzigen van het besluit als de eigenaar na het vaststellen zijn toestemming of medewerking intrekt of niet verleend, artikel 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving. |
Art. 2.43 Omgevings-wet en artt.3.52, 3.53 en 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 19. |
Het uitvoeren van alle handelingen om de geluidbrongegevens volgens artikel 11.52 Besluit kwaliteit leefomgeving, aan te leveren aan het geluidregister. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 20. |
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het voorbereiden, opstellen en uitvoeren van een besluit tot het vaststellen van een omgevingswaarde |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 21. |
Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdheden zien op het omgevingsrecht. |
Hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdhe-den zien op het omgevings-recht. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 22. |
Het dragen van zorg voor de procedure inzake milieueffectrappor-tage |
Afd.16.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 11 Omgevings-besluit. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 23. |
Het vragen of uitbrengen van een advies of instemming als bedoeld in artikel 16.15 tot en met 16.20 van de Omgevingswet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 24. |
Het voorbereiden en uitvoeren van alle besluiten en handelingen die op grond van de afdeling 5.2 van de Omgevingswet aan het college zijn opgedragen. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 25. |
Het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 8.9 en 8.47 van de Wet luchtvaart. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 26. |
Het aanvragen van een ontheffing in de zin van artikel 8.12 en 8.47 van de Wet luchtvaart. |
Art. 8.12 en 8.47 Wet luchtvaart. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 27 |
Het aanvragen van een advies bedoeld in artikel 2.2.2a, eerste lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 28. |
Het indienen van een schriftelijk verzoek bedoeld in artikel 2.2.2a, tweede lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 29. |
Het voorbereiden, aanvragen en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit als bedoeld in de Omgevingswet, voor zover deze nodig zijn voor de uitoefening van bevoegdheden en taken ten aanzien van het werkterrein van de directie. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 30. |
Het doen van een verzoek om instemming als bedoeld in artikel 4.27 in het Omgevingsbesluit aan de minister van BZK om met het oog op duurzaam bouwen een maatwerk voorschrift op te leggen op grond van artikel 4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 31. |
Het voorbereiden van het wijzigen van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 32. |
Het doen van een verzoek om toepassing van de experimentenrege-ling in de zin van artikel 120a van de Woningwet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 33. |
Het nemen van een selectiebesluit in de zin van artikel 24, eerste lid van de Erfgoedverordening Amsterdam. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 34. |
Het stellen van nadere eisen ten aanzien van een archeologisch onderzoek en het vaststellen van een programma van eisen voor de kwaliteit van een archeologisch veldonderzoek |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 35. |
Het bepalen dat een terrein in het belang van een archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit |
Art. 2.4 van de Omgevingswet en art. 5.1 van de Omgevingswet, in de zin van art. 26 Erfgoedverordening Amsterdam. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 36. |
Het vaststellen of een archeologisch rapport voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van de afdeling Monumenten |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 37. |
Het opstellen van een selectiebesluit aan de hand van een archeologisch rapport |
Art. 39, lid 2, Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Erfgoedverordening Amsterdam |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 38. |
Het bijhouden van een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 39. |
Het uitoefenen van de rol van bronhouder van de kernregistratie op grond van het Reglement basisinformatie 2018. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 40. |
Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen op grond van de Erfgoedwet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 41. |
Het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 42. |
Het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalvondst. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, aanhef en paragraaf 2, onderdeel 43. |
Aanwijzen van gebieden waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang, zoals nader uitgewerkt in de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 44. |
Het aanmelden van project als een experiment in de zin van artikel 23.3 van de Omgevingswet. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 45. |
Beslissen over het in bewaring nemen, in eigendom aan een derde overdragen en afmaken van dieren. |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel a |
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel b |
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel c |
Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel d |
Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel e |
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel f |
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld) |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel g |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel h |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel i |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel j |
Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel q |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel r |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel s |
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2 |
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen |
a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die: - lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor; - geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor; - korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of - aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd, waarbij toestemming van het college niet vereist is: i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven; ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven. b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto; c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is; d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3 |
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen |
a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; b. zij geen betrekking hebben op: i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; ii. het lenen of uitlenen van geld; iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4 |
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5 |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2 |
De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming: a. die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene; b. die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene; c. die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens. |
a. Artt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. b. Art. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. c. Art. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. |
||||
|
Art. 5, lid 2 ,, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 |
Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4 |
Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 5 |
Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6 |
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010: a. Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen; b. Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties; c. Het vervreemden van archiefbescheiden; d. Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden; e. Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats; f. Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); g. Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); h. Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); i. Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden; j. Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden; k. Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel; l. Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken. |
a. Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit 1995 . b. Art. 8 Archiefbesluit 1995 . c. Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archief-besluit 1995. d. Art. 8 Archiefbesluit 1995 . e. Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit 1995. f. Art. 13, lid 1, Archiefwet 1995 . g. Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet 1995 . h. Art. 8 Archiefbesluit 1995 . i. Art. 8 Archiefbesluit 1995 . j. Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995 en art. 19 Archiefbesluit 1995 . |
Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris) |
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8 |
Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1 |
Voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2 |
Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld |
Die behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4 |
Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 |
Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit |
a. tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of b. tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en c. met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester). |
Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:
het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;
De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied |
||||||
|
Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente |
a. Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon. b. Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost. c. Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden. d. De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2. e. Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro. Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen: a. Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden; b. Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel; c. Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet. |
|||||
|
Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten) |
Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1 |
|||||
|
Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie |
||||||
|
Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordening en dit mandatenregister |
De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling. |
|||||
|
Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden |
||||||
|
Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden |
||||||
|
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 1. 1. Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Algemene bepalingen en beperkingen op grond van de verordening:
|
||||||
|
doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden |
||||||
|
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een wijzigingsplan |
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening |
|||||
|
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan |
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening |
|||||
|
art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet 6ruimtelijke ordening |
||||||
|
art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening |
soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op: 1. de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen 2. beslissingen en handelingen die samenvallen/samen-lopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan |
|||||
|
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst) |
art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening |
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is |
||||
|
verbinden voorschriften exploitatie-bijdrage aan omgevings-vergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage |
||||||
|
stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatie-bijdrage |
||||||
|
geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevings-vergunning bij niet betalen van exploitatie-bijdrage |
||||||
|
het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten; het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst; het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst |
art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening |
|||||
|
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 4. Algemene beperking op grond van de verordening: als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven, dan blijven de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel ook bij het college. |
||||||
|
bepalen dat een beschrijving wordt opgesteld van het beoogde aan te wijzen gemeentelijk monument |
||||||
|
bepalen dat een gemeentelijk monument gedocumenteerd moet worden |
||||||
|
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van nadeelcompensatie |
||||||
|
registreren van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten op de lijst van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten |
||||||
|
reageren op een voornemen tot aanwijzing van stads- en dorpsgezichten als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht of wijziging van een aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht |
||||||
|
het nemen van een selectiebesluit conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie |
deze taak wordt door het bevoegd gezag door-gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op |
|||||
|
het vaststellen van een programma van eisen conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie |
deze taak wordt door het bevoegd gezag door- gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op |
|||||
|
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 7. Algemene beperking op grond van de verordening: als sprake is van een inrichting waarvoor op 1 januari 2013 een vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, van de Wabo, worden de bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning niet gemandateerd. |
||||||
|
alle voorbereidings-besluiten en –handelingen ten behoeve van het vaststellen van hogere geluidwaarden |
art. 45 e.v, art. 55, lid 4, art. 110a t/m art. 110c Wet geluidhinder |
mandaat voor het voorbereiden van besluit hogere waarden volgt de bevoegdheidsverdeling van de besluiten waarop voor het besluit hogere waarde ziet |
||||
|
voorbereiden en opstellen van milieueffecten-beoordelingen en besluit betreffende (aanmeld)notitie vormvrije mer-beoordeling |
art. 7.2, lid 1 onder b en 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en Besluit milieu-effecten-rapportage |
bevoegd gezag hangt af van besluit waarvoor de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt verricht mandaat tot het voorbereiden van de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor de beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt opgesteld |
||||
|
voorbereiden en opstellen van het milieu-effecten-rapportage |
art. 7.2, 7.2a, 7.7, 7.16 t/m 7.19, 7.22, 7.24, 7.25, 7.27 Wet milieubeheer en Besluit milieu- |
bevoegd gezag: hangt af van besluit waarvoor milieueffecten-rapportage wordt opgesteld mandaat van de voorbereiding van het milieueffecten-rapportage: volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor het milieu-effectenrapportage wordt opgesteld mandaat ziet niet op het advies omtrent reikwijdte en detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieu-effecten-rapportage als bedoeld in art. 7.24, lid 2 en 3, art .7.27, lid 2, Wet milieubeheer |
||||
|
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Activiteiten-besluit milieubeheer en de Activiteiten-regeling milieubeheer |
Activiteiten-besluit milieu-beheer en Activiteiten-regeling milieu-beheer |
mandaat heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen: 1. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en 2. waarbij geen sprake is van een vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder i, Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking |
||||
|
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 van de Wet milieubeheer (Wm) gestelde regels |
voor zover de taken en bevoegdheden betrekking hebben op inrichtingen, heeft het mandaat uitsluitend betrekking op inrichtingen: 1. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en 2. waarbij geen sprake is van vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking |
|||||
|
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen |
met uitzondering van bevoegdheden en taken die betrekking hebben op: 1. het lozen van grondwater bij bodemsaneringen en proefboringen als bedoeld in artikel 3.1; 2. het lozen van grondwater bij ontwateringen als bedoeld in artikel 3.2 |
|||||
|
uitvoeren Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb binnen taken, bevoegdheden en budgetten bestuurs-commissies |
Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb |
|||||
|
mandaat geldt alleen als uit beleidskaders blijkt dat het dagelijks bestuur een uitvoerende rol heeft bij de betreffende subsidieregeling |
||||||
|
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 24. De Algemene bepalingen en beperkingen, zoals genoemd bovenaan dit ondermandatenregister zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen. Algemene beperkingen op grond van de verordening:
|
||||||
|
AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift |
||||||
|
het van toepassing verklaren afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht |
||||||
|
het besluiten betreffende het treffen van geluidwerende maatregelen aan gebouwen |
||||||
|
het besluiten tot coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming |
||||||
|
het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen incl. aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken |
||||||
|
het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek |
||||||
|
AA8. Financiële bepalingen (kostenverhaal en financiële zekerheid) |
||||||
|
art. 13.11, tweede lid, Omgevingswet ko. 8.14 Omgevingsbesluit |
||||||
|
art. 15.1, lid 1, onder d, i, j, k, m, n en o en lid 2, Omgevingswet |
||||||
|
het besluiten tot overdracht van de bevoegdheid van een ander bestuursorgaan om te beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, dan wel het instemmen met een verzoek daartoe |
||||||
|
het aanwijzen van adviseurs met betrekking tot de aanvraag nadeelcompensatie |
||||||
|
de bevoegdheid tot het verlenen v/e voorschot op de nadeelcompensatie |
||||||
|
het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten |
||||||
|
het op verzoek uitbrengen van advies over reikwijdte en detailniveau |
||||||
|
het opnemen van het resultaat van de plan-mer-beoordeling in een (ontwerp) plan of programma |
||||||
|
het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalsvondst |
||||||
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
In bijlage 1 is de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 2 (Vergunningverlening) en paragraaf 3 (verstrekking en aanvraag van subsidies.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
In bijlage 2 onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en 9. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld.
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde, vierde of vijfde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde of vierde lid, weer aanwezig is.
Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.
Artikel 7 intrekken eerder mandaatbesluit.
Het oude mandaatbesluit was erg gedateerd wordt vervangen door het huidige besluit. Voor de latere toevoeging van het Bureau Monumenten en Archeologie bij R&D is een separaat mandaatbesluit opgesteld. Dit mandaatbesluit is verwerkt in het voorliggende besluit, waardoor er geen apart mandaatbesluit meer nodig is.
De inwerkingtreding van dit nieuwe ondermandaatbesluit is 1 januari 2026 omdat vanaf dat moment de directie start in een nieuwe organisatiestructuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-560255.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.