Gemeenteblad van Putten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Putten | Gemeenteblad 2025, 559859 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Putten | Gemeenteblad 2025, 559859 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening gemeente Putten 2026
HOOFDSTUK 1 . Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
duurzaam gemeenschappelijk huishouden:
hiervan is sprake als de woningzoekende samen met een ander het hoofdverblijf, niet zijnde het ouderlijk huis, in dezelfde woning heeft, samen op de toekomst gericht is en financieel voor elkaar zorgt. Ook woningdelen wordt in deze verordening gezien als samenleven in duurzaam gemeenschappelijk verband;
een huurwoning in bezit van een van de verhuurders aangeboden met een huurcontract voor onbepaalde tijd met maximaal twee slaapkamers.
verhuurders kunnen meer mensen huisvesting bieden, wanneer huurders hun woning met elkaar delen (zonder dat zij een duurzaam gezamenlijk huishouden voeren). Bij woningdelen hebben huurders hun eigen woonruimte en maken daarnaast gebruik van gezamenlijke ruimten of voorzieningen, zoals de keuken en de badkamer. Verhuurders kunnen woningdelen faciliteren middels inwoning, hospitaverhuur of via friendscontracten (het verhuren van een huis aan meerdere alleenstaanden met een gezamenlijk huurcontract).
in een woongemeenschap wonen de inwoners in een woning (ongeacht het woningtype) van een woningcorporatie. De woongemeenschap bepaalt zelf hoe bewoners wonen en leven. Veelal kiezen de bewoners zelf hun nieuwe bewoners (ook wel coöptatie) of speelt in de woningtoewijzing door de woningcorporaties motivatie een rol;
zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren zijn deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt. Woningen in categorie BAT-score 3 en 4 en Woonkeur 6 (certificaat D) vallen binnen deze definitie. Daarnaast zijn de woningen dementie-vriendelijk ingericht en heeft het complex idealiter een brancardlift.
HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning
Paragraaf 2.1. De huisvestingsvergunningplicht
Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet komen voor een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woningen als bedoeld in artikel 2, derde lid uitsluitend in aanmerking kopers met een huishoudinkomen lager dan €49.669 voor eenpersoonshuishoudens en € 54.847 voor meerpersoonshuishoudens.
Paragraaf 2.2. Te huur aanbieden van woonruimte door verhuurders
Artikel 6. Inschrijfsysteem van woningzoekenden
De inschrijving vervalt niet wanneer een woningzoekende in de leeftijd van 18 tot 28 jaar een door de verhuurders aangewezen starterwoning krijgt toegewezen. De inschrijving vervalt ook niet wanneer de woningzoekende een woning met maximaal één slaapkamer of woon/ slaapkamer krijgt toegewezen, ongeacht de leeftijd van de woningzoekende.
De inschrijving vervalt niet in het geval van een urgentie als gevolg van herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering of wanneer de woningzoekende aanspraak maakt op een terugkeergarantie zoals opgenomen in het sociaal plan gemaakt voorafgaand aan sloop of ingrijpende verbetering zoals beschreven in artikel 15 en 31.
Paragraaf 2.3 . Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning
Artikel 7. Aanvraag huisvestingsvergunning
Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt:
Artikel 8. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning
Artikel 9. Rangorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning
De verhuurder kan bij het te huur aanbieden van woonruimte via het aanbodmodel bepalen dat urgentie niet van toepassing is, mits dit voor niet meer dan 50% van het vrijkomend woningaanbod gebeurt. Een dergelijke classificatie dient vermeld te worden bij de bekendmaking van het woningaanbod conform artikel 5.
Artikel 10. Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep
De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c, achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, wordt bepaald op basis van de ingangsdatum van de urgentieverklaring en, voor zover dat geen uitsluitsel geeft op basis van hun inschrijfduur. Wanneer ook de inschrijfduur gelijk is geldt de woonduur en indien dat gelijk is gaat het huishouden met de oudste hoofdbewoner voor.
Artikel 13. Voorrang bij woningtoewijzing voor specifieke doelgroepen
De verhuurder bepaalt bij het te huur aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel 4 en het bekendmaken van het aanbod als bedoeld in artikel 5, of sprake is van een in de tabel van het eerste lid genoemd woningtype. Indien in de tabel bij een woningtype meer dan twee doelgroepen genoemd zijn, bepaalt de verhuurder aan welke doelgroep voorrang wordt gegeven bij het verlenen van een huisvestingsvergunning en maakt dit bij het bekend maken van het aanbod kenbaar.
Paragraaf 3.1 De urgentieverklaring
Artikel 15. Voorrang bij urgentie
Er wordt een onderscheid gemaakt op basis van type urgentie, waarbij drie categorieën worden onderscheiden:
Artikel 16. Aanvraag om indeling in urgentiecategorie
Burgemeester en Wethouders kunnen van de aanvrager verlangen nadere gegevens te overleggen.
Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen Burgemeester en Wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen deskundig persoon of instantie. Deze persoon of instantie neemt de eventueel door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nadere regels in acht.
Artikel 17. Beslissing op de aanvraag
Burgemeester en Wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring op basis van scheiding of relatiebreuk met kinderen of woonlasten, als bedoeld in de artikelen 33 en 34, weigeren/ afwijzen indien de aanvrager naar hun oordeel niet al hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden heeft gedaan om het huisvestingsprobleem op te lossen. In ieder geval wordt van deze woningzoekende verwacht dat hij gedurende zes maanden wekelijks heeft gereageerd op vrijkomend woningaanbod en dit ook kan aantonen.
Artikel 18. Inhoud van de regionale urgentieverklaring
De urgentieverklaring vervalt wanneer aan de houder van de urgentieverklaring een huisvestingsvergunning wordt verleend, maar uiterlijk:
a. op de datum van sloop of ingrijpende verbetering van de huidige woonruimte in geval van urgentieverklaringen waarmee woningzoekenden zijn ingedeeld in de in artikel 31 genoemde urgentiecategorie; of,
b. zes maanden na de datum waarop de urgentieverklaring is verleend voor de overige urgentieverklaringen.
Artikel 19. Het woonruimtetype
De omschrijving van het woonruimtetype in het zoekprofiel omvat tenminste de volgende elementen:
Artikel 20. Bemiddelen van de houder van de urgentieverklaring
De in de regio werkzame verhuurders dragen in gezamenlijkheid verantwoordelijkheid voor het aanbieden van woonruimte aan de houder van de urgentieverklaring. De in de regio werkzame verhuurders doen de houder van de urgentieverklaring een direct aanbod van een woonruimte die behoort tot een in de urgentieverklaring omschreven woonruimtetype.
Artikel 22. Zelf zoeken door de houder van de urgentieverklaring
De woningzoekende met een urgentieverklaring reageert zelf actief via het aanbod- en/of lotingsmodel op passende woonruimte die voldoet aan het in de urgentieverklaring omschreven woonruimtetype.
Artikel 23. Intrekken urgentie
Burgemeester en Wethouders kan een urgentieverklaring uitsluitend intrekken indien:
Paragraaf 3.2 De urgentiecriteria
Een statushouder wordt gelijkgesteld met de houder van een urgentieverklaring vanaf het moment waarop de statushouder ingevolge de in artikel 28 van de Wet bedoelde taakstelling gehuisvest dient te worden door een regiogemeente tot het moment waarop de statushouder gehuisvest is, tenzij de statushouder gehuisvest wordt in een tussenvoorziening.
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘onbewoonbaarheid’ in aanmerking indien:
Artikel 27. Ernstige en chronische medische problematiek
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘Ernstige en chronische medische problematiek’ in aanmerking indien:
de woningzoekende een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaat waar hij/ zij geneeskundige geestelijke zorg ontving of de woningzoekende in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleef in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaat; of,
de woningzoekende of een van zijn of haar leden van het huishouden kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed, en voldaan wordt aan de in het vierde lid genoemde voorwaarden.
De in het eerste lid, onder b genoemde voorwaarden zijn:
De woningzoekende of een van zijn of haar leden van het huishouden:
kan aantonen dat de reisafstand en/of de beschikbare wijze van vervoer tussen de huidige woning en de voorziening voor zorg- of hulpverlening waar de woningzoekenden of een van zijn of haar leden van het huishouden op is aangewezen, een onaanvaardbare belasting in termen van medisch risico, reistijd en/of kosten tot gevolg heeft.
Artikel 28. Geweld en bedreiging
Artikel 29. Uitstroom naar zelfstandig wonen
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ in aanmerking indien:
de woningzoekende na een verblijf van tenminste drie aaneengesloten maanden een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaat.
Artikel 30. Deelname overheidsprogramma
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘deelname overheidsprogramma’ in aanmerking indien de woningzoekende deelneemt aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche.
Indien dit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende, kan bij de indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie de voorwaarde opgelegd worden dat de woningzoekende voor een door Burgemeester en Wethouders te bepalen duur van een instelling in de regio begeleiding ontvangt.
Artikel 31. Herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering’ in aanmerking indien:
het huisvestingsprobleem van de aanvrager wordt veroorzaakt door de aanstaande sloop of ingrijpende renovatie van de door hem rechtmatig bewoonde woonruimte door een van de verhuurders, waardoor aanvrager redelijkerwijs niet meer in zijn woonruimte kan blijven wonen, en de peildatum voor het aanvragen van urgentie zoals opgenomen in het sloopbesluit van Burgemeester en Wethouders is verstreken; of,
Een woningzoekende die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verleent of ontvangt komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien:
Artikel 33. Scheiding of relatiebreuk met kinderen
De in het vorige lid, onder c bedoelde voorwaarden zijn:
a. de aanvrager kan aantonen dat het kind/de kinderen bij hem/haar het hoofdverblijf heeft; en,
b. de aanvrager heeft het recht om in de gedeelde woning te blijven wonen opgeëist, maar kan daar om een financiële of andere reden niet blijven wonen.
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘woonlasten’ in aanmerking indien:
de aanvrager kan aantonen dat de woonlasten (huur of hypotheeklasten) zodanig hoog zijn dat het besteedbare inkomen na aftrek van de woonlasten lager is dan het bedrag dat resteert als de normhuur als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Wet op de huurtoeslag wordt afgetrokken van de bijstandsnorm die voor aanvrager geldt c.q. voor zijn situatie zou gelden; en,
HOOFDSTUK 4. Verkoop van nieuw te bouwen woonruimte
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op het te koop aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel twee, derde lid.
Artikel 37. Bekendmaking van het aanbod van woonruimte
Artikel 38. Aanbieden van de woonruimte aan potentiële kopers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt
Artikel 39. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding
Bij 50% van de verleende huisvestingsvergunningen, wordt voorrang gegeven aan potentiële kopers die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Wet.
Indien meerdere potentiële kopers in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, als volgt bepaald:
a. eerst komen de potentiële kopers in aanmerking die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente;
b. vervolgens komen de overige potentiële kopers in aanmerking.
Toepassing van de in het vorige lid, onder a, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50% van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan potentiële kopers die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn.
Artikel 41. Regels over het verslag over het verloop van de aanbiedingsprocedure
van de huisvestingsvergunning die naar aanleiding van het in artikel 37, eerste lid, bedoelde aanbod van de woonruimte is verleend.
Artikel 42. Aanvullende bepaling over de aanvraag van een huisvestingsvergunning
In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 gaat de aanvraag om een huisvestingsvergunning vergezeld van een schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verkoper dat hij het te koop aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de koper overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd.
HOOFDSTUK 11. Slotbepalingen Artikel 43. Bestuurlijke boete
In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet € maximaal vijfde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, per 1 januari 2024 is dat € 103.000 indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels stellen gericht op de uitvoering van hoofdstuk 3 van deze verordening.
De Huisvestingsverordening gemeente Putten 2024 blijft van toepassing op bezwaar- en beroepsprocedures betreffende bezwaar- en beroepschriften die vóór de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend
Artikel 47. Bezwarencommissie Woonruimteverdeling
Als het voor de bezwarencommissie niet mogelijk is advies uit te brengen op een zodanig tijdstip dat Burgemeester en Wethouders binnen de wettelijke termijn een beslissing op het bezwaarschrift kunnen nemen, is de commissie bevoegd om namens Burgemeester en Wethouders de beslistermijn op het desbetreffende bezwaarschrift te verlengen overeenkomstig artikel 7:10 lid 3 van de Awb.
Artikel 48. Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ten gunste van de woningzoekende of potentiële koper af te wijken van deze verordening voor zover toepassing gelet op de in artikel 2 van de Wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 49 Citeertitel en inwerkintreding
Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 december 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-559859.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.