Gemeenteblad van Steenbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2025, 559661 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2025, 559661 | ander besluit van algemene strekking |
Gedragscode integriteit en ondermijning gemeenteraad van Steenbergen 2025
Een goed bestuur is een integer bestuur. Maar wat is nu precies een integer bestuur en hoe beoordeel je dat? Op die vraag is geen eenduidig antwoord te geven. Voor het kunnen beoordelen of dat besluitvorming integer, betrouwbaar en behoorlijk heeft plaatsgevonden zijn in de wet enkele vereisten en regels opgenomen. Maar bij de toepassing van die regels geven we hier allemaal net een andere invulling aan. Duidelijk is wel dat integriteit een individuele én gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Daarnaast verandert de invulling ervan continu. Met deze gedragscode proberen we grip te krijgen op het begrip integriteit.
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders gedragscodes vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat deze gedragscode voor de gemeenteraad een aantal materiële en gedeelde ethische normen en waarden. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijker nog dan optreden is preventie en bewustwording. Een goed bestuur is zich terdege bewust van hun handelen, heeft een goed moreel kompas en handelt hiernaar. Desalniettemin blijft het belangrijk om het gesprek over integriteit en goed bestuur te blijven voeren, aandacht voor te vragen en duidelijke afspraken te maken.
De gemeenteraad is een openbaar bestuur en raadsleden staan mede door de komst van sociale media voortdurend in de aandacht. Raadsleden moeten zich daarom bewust zijn van hun voorbeeldgedrag, binnen en buiten de raadzaal.
Raadsleden zijn vaak actief in diverse lokale netwerken en onderhouden nauw contact met hun achterban. Dit is van belang om voeling te houden met de maatschappij waarvoor we het doen. Tegelijkertijd dienen raadsleden bewust te zijn van de invloeden die van deze netwerken uit kunnen gaan en hoe ze hier op een zo integer mogelijke manier mee om kunnen gaan. Via oneigenlijke druk door deze invloeden uit de samenleving, de verspreiding van desinformatie, intimidatie en door de invloed van of criminele groeperingen kan besluitvorming worden beïnvloed door persoonlijke belangen. Deze invloeden kunnen ondermijnen de beginselen van behoorlijk bestuur en de betrouwbaarheid van besluitvorming. In lijn met de Brabantse Norm draagt deze gedragscode ook bij aan het versterken van de weerbaarheid van het openbaar bestuur. Door het hier te benoemen wordt een bijdrage geleverd aan de bewustwording over ondermijnen, worden signalen over ondermijning beter herkend en draagt dit bij aan het voeren van het open gesprek.
Nieuw in deze gedragscode is dat er niet alleen een opsomming wordt gegeven van geboden en verboden, maar dat deze ook geïllustreerd worden met praktische voorbeelden en dillema’s uit het dagelijks leven van een raadslid en dat er ook heldere stappen uitgeschreven zijn wie wat doet op het moment dat een integriteits- of ondermijningskwestie speelt.
Deze gedragscode wordt dan ook aan de raad aangeboden als een hulpmiddel, vorm van ondersteuning en reflectiedocument.
Integer handelen hangt samen met het zorgvuldig vervullen van de verantwoordelijkheden van de raad. Zoals ook aangegeven in de inleiding is in de basis een gedragscode een interne regeling in aanvulling op wettelijke regels. Deze gedragscode richt zich, naast de wettelijke regels, ook op de vraag hoe wij gezamenlijk een bijdrage leveren aan een integer en betrouwbaar bestuur. In de ideale omstandigheid is de gemeenteraad een spiegel van de samenleving. Inwoners moeten zich kunnen herkennen in het handelen en de werkwijze van de gemeenteraad. Om hier voortdurend zorg en aandacht voor te vragen doet de raad dit op basis van enkele leidende principes:
In onze raad gaan we uit van onderling vertrouwen en werken we samen om dit vertrouwen hoog te houden. Eventuele irritaties bespreken we rechtstreeks met elkaar en lossen we zo snel op. Wij gaan op een respectvolle manier om met de inwoners, organisatie en medewerkers van de gemeente, met collegeleden en met elkaar. We hebben een voorbeeldfunctie en zijn ons daarvan bewust. We beseffen ons dat we het regelmatig niet met elkaar eens zijn, maar we respecteren onderlinge verschillen, laten de ander in zijn waarde en zijn bereid naar de ander te luisteren.
We zijn ons bewust van onze rol binnen de samenleving en binnen het gemeentehuis, en het beeld dat wij aan hen laten zien. Het is dan ook van belang om open en transparant te zijn over de keuzes die we voor onze inwoners maken. Op die manier begrijpen inwoners en organisaties waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Wij spreken elkaar aan over het besluitvormingsproces en dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om besluiten te nemen voor alle inwoners van onze gemeente.
Wij kunnen een onderscheid maken tussen het persoonlijke, partij, het algemene belang en zijn ons bewust van de wettelijke positie van de gemeenteraad. Het is onze rol en taak als volksvertegenwoordiger om de verschillende geluiden uit de samenleving te horen en dit een stem te geven. Dit doen wij op basis van onze eigen waarden en overtuigingen en altijd ‘zonder last’. Daarin trekken we niemand voor én stellen we niemand achter: we zetten ons in voor het algemeen belang. Zuiverheid betekent ook rolzuiverheid: als raadsleden zijn we scherp op wat bij de rol en taak van de gemeenteraad hoort en wat bij die van het college en de gemeentelijke organisatie en nemen wij besluiten binnen de wettelijke kaders die ons gegeven zijn.
Wij zijn ons bewust van de unieke positie die wij als volksvertegenwoordiger mogen vervullen. Wij gaan daarom bewust met onze taken, rollen en verantwoordelijkheden om. Besluiten nemen wij op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, wij laten ons niet leiden door de waan van de dag en wij doen geen beloftes die we niet waar kunnen maken. Wij zijn ons ervan bewust dat we zorgvuldig met informatie om moeten gaan en wij respecteren het vertrouwen dat aan ons gegeven wordt.
Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een raadslid. Door familiebanden, zakelijke en/of financiële belangen of verbondenheid aan een organisatie of instelling kan een raadslid in een belangenconflict komen en wordt het lastig om objectief deel te nemen aan de besluitvorming. Dit doet ook afbreuk aan het gezag en het vertrouwen in de lokale democratie. Het is aan raadsleden om te voorkomen dat een conflict ontstaat tussen de publieke taakuitoefening en privébelangen. Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.
Indien men een persoonlijk belang heeft in een bepaalde politieke kwestie, mag een lid van de gemeenteraad op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet deelnemen aan beraadslaging en stemming. De wettelijke grens voor raadsleden ligt kortom daar waar een persoonlijk belang de politieke besluitvorming bereikt en de uitkomst van de politieke besluitvorming kan beïnvloeden.
Als raadslid ben je inwoner van de gemeente, betaal je lokale belastingen, heb je familie en vrienden die in buurt wonen, woon je wellicht in de buurt waar bouwplannen zijn, werk je mogelijk bij een lokaal bedrijf en kun je betrokken zijn bij diverse lokale verenigingen of clubs. Als raadslid heb je kortom bij vrijwel alles wat er in de gemeente gebeurt of wat er in de gemeenteraad besloten wordt een belang. Echter niet bij ieder belang is ook meteen sprake van belangenverstrengeling. Dat zou het werk van een raadslid onmogelijk maken.
Er bestaat niet een algemene checklist waarbij je af kan vinken of dat er sprake is van belangenverstrengeling en wanneer je je wel en niet dient te onttrekken aan het politieke proces. Ter ondersteuning van deze afweging zijn er enkele basisvragen en overwegingen geformuleerd.
Bij twijfel of dat er sprake is van belangenverstrengeling over een bepaald onderwerp, begint het met het stellen van de volgende vragen:
Als je de bovenstaande vragen beantwoord hebt, kun je kijken naar waar het onderwerp inhoudelijk over gaat en je vervolgens de volgende vervolgvragen stellen:
Hoe specifiek is het voorliggende besluit?
Bij ‘bulkbesluiten’ is minder snel sprake van belangenverstrengeling dan bij specifieke besluiten. Een voorbeeld van een bulkbesluit is een wijziging van het omgevingsplan of het bepalen van de hoogte van de OZB. Zo kun je als bestuurslid van een sportvereniging wel meebeslissen over de gemeentelijke sportvisie, maar niet over een besluit om in het bijzonder de eigen vereniging extra subsidie toe te kennen.
Hoe nauw is persoonlijke betrokkenheid bij het dossier?
Ergens in dienst zijn of ergens wonen zorgt nog niet direct voor betrokkenheid. Zelf aan een dossier werken of je daar actief in mengen wel. Meebeslissen over herinrichting van de openbare ruimte in de eigen buurt kan in principe, tenzij je je als bewoner hevig verzet tegen de plannen en bijvoorbeeld bezwaar indient bij de gemeente.
Ook kan van persoonlijke betrokkenheid sprake zijn als het gaat om een ontwikkeling dat letterlijk in jouw voor- of achtertuin plaatsvindt of als het rechtstreeks een familielid raakt.
Is er sprake van (beleids-)bepalende invloed?
Een voorbeeld hiervan is dat een bestuurslid van een energiecoöperatie in de raad mee kan praten en -stemmen over een initiatief om meer ruimte te bieden aan het opwekken van zonne-energie in de gemeente, maar als je voorzitter bent van deze energiecoöperatie mag dit niet omdat je direct betrokken bent geweest bij het beleidsvoorbereidende proces.
Welke afspraken maken wij hierover?
Bij de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2002 is een bewuste keuze gemaakt om van het raadslidmaatschap geen voltijdfunctie te maken, zoals dat het geval is bij bijvoorbeeld Tweede Kamerleden. Raadsleden moeten naast hun reguliere werkzaamheden en het raadslidmaatschap in staat zijn om hun volksvertegenwoordigende rol uit te voeren en middenin de samenleving kunnen staan. Het uitvoeren van nevenfuncties hoort daar dus bij. De wet legt hier echter wel beperkingen op om de rolzuiverheid van het raadslid te kunnen waarborgen en de vermenging van belangen in de politieke besluitvorming te voorkomen.
Artikel 12 van de Gemeentewet:
1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen.
2. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis.
Artikel 15 van de Gemeentewet:
Een lid van de raad is niet tevens:
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:
aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Nevenfuncties zijn alle betaalde en onbetaalde functies die naast het raadslidmaatschap worden vervuld. Van een functie is sprake als het gaat om een ‘een samenstel van taken of werkzaamheden met een structureel karakter in het verband van een bepaalde organisatie’. Een enkele keer bardienst draaien bij de sportvereniging is niet een nevenfunctie. Dat wordt het wel als je in dienst bent van de vereniging en je de sportkantine onder jouw beheer hebt.
Welke afspraken maken wij hierover?
Betaalde en onbetaalde nevenfuncties die een raadslid vervult naast het raadslidmaatschap worden openbaar gemaakt op de website van de gemeenteraad, via het persoonlijke smoelenboek en via een openbaar register. Het raadslid levert de informatie over een nevenfunctie bij aanvang van het raadslidmaatschap aan bij de griffier.
Op het moment dat iemand raadslid wordt, krijg je een andere rol en verantwoordelijkheid. Raadsleden moeten in staat zijn objectief en onbevooroordeeld besluiten te kunnen nemen in het algemeen belang. De Gemeentewet heeft om dit te waarborgen een artikel gewijd aan zogenaamde ‘verbonden handelingen’.
Raadsleden staan niet alleen middenin de samenleving, maar ook onder een vergrootglas en de zuiverheid van besluitvorming staat voortdurend in de belangstelling. Om de raadsleden te ondersteunen bij het uitoefenen van deze zuivere besluitvorming heeft de wet enkele stringente verboden opgelegd. In de wetenschap dat het dagelijks leven niet ophoudt met het aangaan van het raadslidmaatschap heeft de wet ook verboden benoemd waarvoor ontheffing aangevraagd kan worden.
In het eerste lid wordt aangegeven dat raadsleden niet werkzaam mogen zijn als advocaat of adviseur voor of tegen de gemeente in het geval van een geschil. Maar wat wordt verstaan onder werkzaam? In deze gedragscode wordt onder werkzaam opgevat in de breedste zin van het woord, en dus niet alleen tegen vergoeding of betaling. Om de positie van het raadslid te beschermen is het voor raadsleden niet toegestaan om bijstand te verlenen of om advies te geven over het aangaan van een juridisch geschil. Raadsleden zijn wel van nature wegwijzers en het is daarom wel toegestaan om inwoners te wijzen op hun wettelijke en juridische mogelijkheden die voor hen beschikbaar zijn en waar ze informatie kunnen vinden.
Welke afspraken maken wij hierover?
Als een raadslid een verboden handeling wil verrichten, waarvoor ontheffing verleend kan worden door de provincie, bespreekt het raadslid dit verzoek zo spoedig mogelijk met de griffier. In afstemming met de voorzitter en bij akkoord wordt door de griffier vervolgens een verzoek gedaan voor ontheffing.
Bij aanvang van het raadslidmaatschap verklaart het raadslid dat hij geen enkele gunst of gift heeft aangenomen of zal aannemen. Het raadslid verklaart dit om belangenverstrengeling te voorkomen en dat de onafhankelijke positie van het raadslid in het geding kan komen. Gemeenteraadsleden ontvangen echter vaak uitnodigingen van inwoners, organisaties of bedrijven en bij deze bezoeken wordt vaak iets overhandigd of aangeboden. Met het besef dat raadsleden betrokken, zichtbaar en benaderbaar moeten zijn, dienen hierover functionele afspraken te worden gemaakt.
Bij de aanbieding van uitnodigingen en geschenken zijn drie afwegingen van belang: functionaliteit, proportionaliteit en onafhankelijkheid.
met functionaliteit wordt bedoeld dat het geschenk of de uitnodiging functioneel moet zijn voor het ambt van raadslid. Dit betekent dat een uitnodiging voor bijvoorbeeld een door de gemeente gesubsidieerd evenement zonder twijfel aangenomen kan worden, omdat dit helpt bij de controlerende taak van het gemeentebestuur. Ook kan het bij het ambt horen om de gemeente te representeren op bepaalde bijeenkomsten, zoals de opening van een nieuw bedrijf waarover besluitvorming in de raad heeft plaatsgevonden.
een geschenk of uitnodiging moet in verhouding staan tot het doel waarvoor het wordt gegeven. Geschenken met een waarde van meer dan 50 euro of die een repeterend karakter hebben staan nooit in verhouding. Zo is een bos bloemen als dank voor aanwezigheid bij een opiniepanel wel proportioneel, maar een geschenk waarbij een bedrijf alle raadsleden na afloop van een werkbezoek een jaar lang gratis producten aanbiedt, staat niet in verhouding.
een geschenk mag er nooit toe leiden dat de onafhankelijkheid van het raadslid om politieke besluiten te nemen wordt bedreigd. Indien een geschenk ertoe kan leiden dat bij aanneming het raadslid zich bezwaard voelt als daar niets tegenover staat, is dit een indicatie om het geschenk niet aan te nemen. Ook als het geschenk de indruk kan wekken dat er een tegenprestatie wordt verwacht, wordt dit niet geaccepteerd.
Welke afspraken maken wij hierover?
Raadsleden maken melding bij de griffier als zij geschenken of giften ontvangen van derden met een geschatte waarde van €50 of meer. De griffier legt hiervoor een openbaar register aan. Ook geschenken met een waarde onder de €50 kunnen raadsleden daarin laten opnemen, als zij twijfelen over de achterliggende intentie.
Raadsleden komen in het dagelijks leven vaak in een belangenconflict. Maar niet in alle gevallen is er ook daadwerkelijk sprake van belangenverstrengeling. Dit ligt in de praktijk vrij genuanceerd. Ter inspiratie zijn enkele fictieve voorbeelden opgenomen uit de praktijk en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben bestuurslid van een vereniging en wij beheren een gebouw. Nu komt er een plan in de gemeenteraad waar ons gebouw een onderdeel van is. Mag ik in de raad hierover woord voeren?
Dit is afhankelijk van de situatie. Als het raadslid een algemeen bestuurslid is en geen directe invloed heeft gehad (beleidsbepalende invloed) in de voorbereiding en hierdoor niet rechtstreeks in contact stond met de gemeente, dan kan het. Het is echter wel raadzaam om bij de behandeling van dit onderwerp niet het woord hierover te voeren om de schijn van belangenverstrengeling of vooringenomenheid te voorkomen. Als door omstandigheden het niet anders kan dan dat hierover zelf het woord gevoerd wordt (bijvoorbeeld in het geval van een eenmansfractie) dan is het verstandig om dit pro-actief te melden.
Het is bovendien aan te raden om in het bestuur van de vereniging een afzijdige rol aan te nemen als het contact met de gemeente of de gemeenteraad aan de orde komt.
In de straat achter mij vindt een nieuwbouwontwikkeling plaats waar ik waarschijnlijk veel hinder van zal ondervinden. Dit plan komt in de gemeenteraad, wat moet ik nu doen?
Het raadslid heeft in deze casus een rechtstreeks belang. De nieuwbouwontwikkeling zorgt immers voor directe hinder en overlast. Het staat het raadslid vrij om als inwoner gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden die de wet biedt om bezwaar te maken tegen deze ontwikkeling, maar het is niet integer om zijn raadsbevoegdheid in de voorfase al te gebruiken. In deze casus is het te adviseren om, gelet op artikel 28 van de Gemeentewet, niet deel te nemen aan de beraadslagingen en stemming.
Ik werk als bouwkundig tekenaar en het bureau waar ik voor werk wordt door de gemeente zo nu en dan gevraagd om werkvoorbereiding te doen voor infrastructurele projecten. Mag ik werken aan projecten van de gemeente? En als er plan in de raad komt waar mijn werkgever de opdracht voor heeft gekregen, mag ik dan wel meepraten en beslissen?
Ja, dat mag. Als medewerker van een bedrijf heb je een indirect belang en er is geen sprake van een verboden handeling, omdat je niet rechtstreeks werk levert aan de gemeente. Dat doet jouw werkgever.
Als raadslid heb ik me in de raadsvergadering hard gemaakt voor een burgerinitiatief. Inmiddels is dat burgerinitiatief goedgekeurd en ben ik uitgenodigd om aan te sluiten voor een burenbarbecue als een vorm van een bedankje. Kan dat?
Het is een persoonlijke afweging om al dan niet op deze uitnodiging in te gaan en het is zeker niet verboden, maar het advies hierbij is om terughoudend te zijn en mogelijk zelfs te weigeren. De indruk bestaat namelijk dat je dit initiatief uit een eigen belang hebt ondersteund en dat je gevoelig bent voor giften.
In de straat waar een partijgenoot woont komt na jaren leegstand weer een café. Het college heeft hiervoor een vergunning verleend. Jouw partijgenoot maakt zich zorgen over de leefbaarheid van zijn directe omgeving en vraagt jou om hulp met het opstellen van een bezwaarschrift. Mag dat?
Nee, dat mag niet. Een bezwaarschrift is een vorm van geschil met de gemeente en daar dienen raadsleden buiten te blijven. Wel kun je jouw partijgenoot wijzen op de juridische mogelijkheden die iedere inwoner tot zijn beschikking heeft en hoe een bezwaarschrift via de website van de gemeente ingediend kan worden.
Naast mijn raadslidmaatschap wil ik een stichting oprichten om inwoners met een kleine beurs kleinschalig te ondersteunen. Om deze stichting van de grond te krijgen wil ik gebruik maken van gemeentelijke subsidies. Mag ik als raadslid subsidie aanvragen bij de gemeente?
Ja, dat mag. Een subsidierelatie valt gezien de aard en inhoud daarvan niet onder de strekking van artikel 15, lid 2 van de Gemeentewet. Het betreft hier een eenzijdige relatie waardoor er geen sprake is van het afsluiten van een overeenkomst voor bijvoorbeeld een leverantie aan de gemeente en/of werken buiten dienstverband ten behoeve van de gemeente. Er is hier sprake van een te ‘ver verwijderd/te ver gezocht’ verband. Andere inwoners kunnen met eenzelfde initiatief eveneens subsidie verkrijgen
Er wordt in mijn straat consequent te hard gereden. De aangelegde drempels en snelheidscontroles hebben slechts zeer beperkt effect gehad. Buurtbewoners spreken mij erop aan om hier aandacht voor te vragen in de gemeenteraad. Ik heb er ook belang bij dat er iets aan mijn straat gedaan wordt, dus mag ik daar wel vragen over stellen?
Ja, dat mag. Je vraagt in de gemeenteraad aandacht voor het belang van een hele straat, dus dat maakt jouw persoonlijk belang wat meer indirect. Daarnaast is het voor te stellen dat jouw buren op jou gestemd hebben om ook voor hun belangen op te komen.
Ik heb een agrarisch bedrijf en in de omgevingsvisie worden richtinggevende uitspraken gedaan over de toekomst en uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Wat mag ik doen?
De omgevingsvisie is een zogenaamd bulkbesluit en betreft de hele gemeente. Er is zodoende sprake van een indirect belang. In de voorbereiding in de fractie is het geen enkel probleem om over dit specifieke onderdeel van de omgevingsvisie inbreng te leveren. Het advies hierbij is wel om terughoudend te zijn in het openbare debat, omdat de indruk van belangenverstrengeling gewekt kan worden.
Ik ben bezig met een motie voor de raadsvergadering van morgenavond, maar ik heb snel technisch advies nodig. Ik heb van een eerder gesprek het telefoonnummer bewaard van een eerder gesprek. Mag ik die ambtenaar bellen?
Nee, het is verstandiger om deze informatie op te vragen via de griffier. Dat beschermt de positie van de ambtenaar en blijft ook het raadslid in zijn juiste rol.
Raadsleden krijgen toegang en hebben recht tot een veelheid aan informatie, waaronder ook gevoelige informatie of persoonsgegevens. Raadsleden dienen zorgvuldig met deze informatie om te gaan, omdat het openbaar maken van bepaalde informatie de positie van de raad, van de gemeente of de privacy van ambtenaren en inwoners kan schaden. Informatie die raadsleden uit hoofde van hun ambt hebben gekregen wordt dan ook niet gebruikt om er persoonlijk of ander voordeel uit te krijgen of voor de uitoefening van onze nevenfuncties. Dit geldt ook voor informatie die op zichzelf niet geheim is, maar op het moment van verkrijging en gebruik nog niet kenbaar is voor anderen. Inwoners en ondernemers hebben immers recht op een gelijke informatiepositie.
Wanneer het gaat over openbare informatie, dan kan deze openbare informatie ook gedeeld worden met anderen. Deze informatie is namelijk voor iedereen toegankelijk. Zo kunnen raadsleden hun positie gebruiken om inwoners te wijzen op subsidieregelingen of op formele bekendmakingen van de gemeente. Het is echter niet de bedoeling dat formele procedures met de gemeente omzeild worden door zelf contact te leggen met ambtenaren ten behoeve van anderen of ambtelijk verkregen informatie te gebruiken in bezwarenprocedures van derden.
Raadsleden hebben door gebruik te maken van hun diverse raadsinstrumenten toegang tot verschillende soorten informatie:
Om te voorkomen dat raadsleden nieuws uit de krant moeten vernemen of om de raad in een vroegtijdig bij specifieke ontwikkelingen te betrekken, kan het college of de burgemeester uit hoofde van zijn functie de raad in vertrouwen informeren. Het gaat dan om het delen van beleidsvoornemens of gevoelige casuïstiek die met het nu al openbaar maken het besluitvormingsproces of de positie van de gemeente of belanghebbenden kan schaden.
In de dagelijkse omgang met inwoners kunnen raadsleden bevraagd worden over specifieke ontwikkelingen of de achtergrond van bepaalde besluiten. Het is begrijpelijk dat raadsleden tegemoet willen komen aan de vraag van de inwoner, maar als het gaat om het delen van informatie spelen eerst enkele overwegingen:
Welke afspraken maken wij hierover?
Raadsleden zijn zich bewust van hun unieke informatiepositie en informatie die zij onder embargo, in vertrouwen of onder geheimhouding hebben verkregen wordt door hen niet gedeeld. Deze informatie kan alleen gedeeld worden binnen de fractie (dus niet de achterban), mits de overige fractieleden over dezelfde informatie beschikken.
Openbare en voor iedereen toegankelijke informatie mag gedeeld worden met anderen. Raadsleden kunnen inwoners wijzen op deze openbare informatie en hoe zij in contact kunnen komen met de gemeente om informatie te krijgen. Ook past het bij de rol van het raadslid om inwoners en organisaties te voorzien van informatie over hoe de gemeenteraad werkt en hoe onderwerpen besproken worden en wat de mogelijkheden zijn voor het spreekrecht.
Besluitvorming in de gemeenteraad is openbaar en raadsleden vervullen met hun taakuitvoering een voorbeeldfunctie voor inwoners. Een vaak gehoorde opmerking is: “we doen het voor onze inwoners”. Raadsleden moeten zich zodoende ervan bewust zijn hoe houding, gedrag en taalgebruik een bijdrage kan leveren aan het raadsdebat, maar ook wat de uitstraling is naar de inwoner. Goede en respectvolle omgangsvormen dragen bij aan het vertrouwen, geloofwaardigheid en gezag van de lokale democratie.
Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook raadsleden en hun medewerkers. Correcte omgangsvormen zijn van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie. Een respectvolle omgang met elkaar is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Raadsleden moeten zich sociaal veilig voelen om hun mening te verkondigen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Goede en correcte onderlinge omgangsvormen in de raad zijn van betekenis. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek en het openbaar bestuur. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we mogen in de debat hard zijn op de inhoud, maar vervolgens wel zacht op de relatie.
Raadsleden hebben het vrije woord in de raadsvergadering. De raad moet echter wel sociale normen stellen wat de grenzen hiervan zijn omdat het risico van een glijdende schaal dreigt en de wijze van het debat en de woordkeuze bij kan dragen aan polarisatie en groepen tegenover elkaar kan zetten. Het raadsdebat wordt gevoerd op basis van de inhoud.
Sociale media zijn belangrijke hulpmiddelen van raadsleden om voeling te houden met wat er speelt in de samenleving, meningen te peilen en zichtbaar te zijn voor de achterban. Wel dient men altijd waakzaam te zijn wat er op sociale media aan informatie wordt gedeeld en opgehaald. Raadsleden dienen altijd kritisch te zijn op welke informatie zij ophalen van sociale media en hoe zij deze informatie toepassen in het raadsdebat.
Welke afspraken maken wij hierover?
Raadsleden bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffie(r), de gemeentesecretaris, ambtenaren en derden op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij blijven ver weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van (strafbaar) gedrag aan het adres van anderen zijn ongewenste omgangsvormen en kunnen ook strafbaar zijn. We nemen elkaar niet de maat, maar respecteren dan ook afwijkende standpunten.
De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente Steenbergen. Dat betekent dat raadsleden zich onthouden van commentaar over onderwerpen die wij niet op kunnen lossen. De raad beperkt zich zodoende tot lokale onderwerpen en spreekt in het debat zich niet uit over situaties bij buurgemeenten, provinciale, nationale of internationale kwesties tenzij dit rechtstreeks de gemeente raakt. Het past niet in het debat van de raadzaal om een mening te uiten over externe gezagsdragers.
Raadsleden, het college en de ambtelijke organisatie leven niet op geïsoleerde eilanden. Voor een goede werkrelatie is onderling contact belangrijk. Op de schaal van Steenbergen is het rechtstreeks contact met het college bijna vanzelfsprekend. Door de aanwezigheid van ambtenaren tijdens en na afloop van de vergaderingen en door elkaar te treffen op diverse activiteiten binnen en buiten het gemeentehuis is het gesprek aangaan logisch. Echter, moet in het ambtelijk-bestuurlijk samenspel altijd oog zijn voor de formele rollen en zijn hierover met reden procesafspraken gemaakt. Deze afspraken zijn gemaakt om iedereen in het samenspel in de juiste positie te brengen en te houden, te zorgen voor gelijkheid van informatie en ervoor te zorgen dat de onderlinge verstandhouding – met oog voor ieders rol – goed blijft.
Welke afspraken maken wij hierover?
Er wordt respectvol omgegaan met de verhouding tussen het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Raadsleden, kunnen net als ieder ander, aankloppen bij de gemeentelijke loketten en via de wegen en processen die daarvoor zijn ingericht. Kritiek op beslissingen of handelingen van de gemeente richt zich nooit naar de medewerkers van de gemeente, maar hier wordt het college op aangesproken.
7. Ondermijning en weerbaarheid
Waar het voor de een heel helder is wanneer er sprake is van ondermijning, is dat voor de ander niet zo. Dat maakt het thema en het probleem ongrijpbaar, breed en veelomvattend. Als het gaat om ondermijning dan kan dit samengevat worden als: ‘dat derden via legale routes, processen en procedures handelingen verrichten ten behoeve van illegale activiteiten die de samenleving kunnen ontwrichten en het vertrouwen in het bestuur kunnen doen afnemen’.
Door ondermijnende activiteiten toe te staan binnen het gemeentebestuur kunnen normen vervagen. Door invloed uit te oefenen op het gemeentebestuur raken de onderwereld en de bovenwereld met elkaar verweven, komt behoorlijk bestuur en het algemeen belang in het geding en wordt daarmee het vertrouwen in het openbaar bestuur geschaad.
In het kader van de gedragscode is ondermijning een breder begrip. Niet iedereen die via de gemeenteraad invloed wil uitoefenen voor zijn eigen belang is immers een crimineel of heeft per definitie kwade intenties. De gemeenteraad komt veeleer in aanraking met personen of groepen mensen die opkomen voor een bepaald (eigen) belang. De ondermijning van het gezag en het vertrouwen in het gemeentebestuur begint op het moment dat door oneigenlijke druk correcte besluitvorming niet meer kan plaatsvinden en er niet meer besloten wordt langs de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze oneigenlijke druk kan in verschillende vormen voorkomen, denk aan de druk van criminele organisaties, maar niet in de minste plaats door druk vanuit belangengroepen, (des)informatie en druk vanuit de achterban. Het is een uitdaging voor een openbaar bestuur om zich weerbaar op te stellen tegen deze druk. Daar wordt in deze gedragscode aandacht aan besteed en afspraken gemaakt hoe hiermee omgegaan kan worden en het onderwerp bespreekbaar te maken.
Als politiek ambtsdrager zijn raadsleden in de positie om belangen af te wegen en keuzes te maken. Het is een mooi ambt dat kwetsbaar is en waarbij raadsleden ook extra ondersteuning kunnen gebruiken om deze afgewogen keuzes te maken, risico’s in te schatten en belangen te waarderen. Het is in alle gevallen belangrijk om democratisch weerbaar te zijn en integer te handelen. Dat is soms als balanceren op een slap koord. Raadsleden worden gekozen omdat zij een bepaalde achterban vertegenwoordigen. Gedurende het raadslidmaatschap kan datzelfde raadslid zich niet volledig afsluiten van de belangen van deze achterban. Daarmee komt de ambtseed, waarin het raadslid verklaard zijn werk te doen zonder last, onder druk te staan.
Het opkomen van belangen is onlosmakelijk verbonden met de roluitoefening van volksvertegenwoordiger, al dient het raadslid er altijd wel voor te waken dat de ambtseed gerespecteerd wordt en het individuele belang niet ten koste gaat van het algemeen belang. Het begint oneigenlijke druk te worden als het raadslid zich tegen de muur geduwd voelt, het gevoel heeft geen eigen vrije keuze meer heeft of zich geïntimideerd voelt om een bepaald standpunt in te nemen.
Oneigenlijke druk kent verschillende vormen. De meest ultieme vorm van druk is door agressie, intimidatie of bedreiging. Uit een onderzoek van het Netwerk Weerbaar Bestuur uit september 2024 blijkt, uit een steekproef onder ruim 1800 raadsleden, dat 1 op 3 raadsleden te maken heeft gehad met agressie, intimidatie of geweld. De tijd dat inwoners bij het uiten van hun ongenoegen zich beperkten tot het schrijven van venijnige stukjes in de lokale krant ligt achter ons. De inwoner is mondiger geworden, weet via e-mail raadsleden eenvoudiger te benaderen, via sociale media groepen te mobiliseren en schuwt er niet voor digitaal of fysiek raadsleden onheus te bejegenen, te intimideren of zich agressief op te stellen. Dus hoe kan een raadslid zich hiertegen wapenen?
Het actueel houden van het register nevenfuncties is van belang om naar de fractie, de eigen achterban en naar buiten transparant te zijn over belangen en maak afspraken over hoe met deze belangen omgegaan worden, zoals bij deelname aan beraadslagingen. Daarmee kan voorkomen worden dat anderen zich hier een mening over vormen.
Doe niet stoer! Het zit soms in de aard van het raadslid om de schouders op te halen bij ervaringen met agressief of intimiderend gedrag. Dit gedrag naar raadsleden is niet en mag niet normaal worden. Voor gemeenten is het zogenaamde Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) ontwikkeld. In dit systeem kunnen via de griffier meldingen gedaan worden van agressie en geweld.
Welke afspraken maken wij hierover?
Raadsleden moeten zonder last hun werk kunnen doen en vrij en objectief een casus kunnen beoordelen. Op het moment dat raadsleden last ervaren door oneigenlijke druk of intimidatie wordt hiervan melding gemaakt bij de griffier en de voorzitter van de raad. In samenspraak worden de mogelijkheden verkend hoe hiermee omgegaan kan worden.
Raadsleden komen voortdurend in aanrijking met allerlei soorten informatie. Al deze informatie draagt bij aan de beeldvorming en oordeelvorming van raadsleden over uiteenlopende onderwerpen. Eerlijke informatie is het fundament van de lokale democratische besluitvorming. Maar wat als feiten en meningen onbewust, of vooral bewust door elkaar gaan lopen? Met name als grote of maatschappelijk gevoelige onderwerpen op de agenda komen wordt de gemeenteraad via diverse kanten geconfronteerd met een veelheid aan meningen en opvattingen. Hoe moet je als raadslid deze informatie op waarde schatten?
De termen misinformatie en desinformatie worden vaak door elkaar gebruikt. Misinformatie is onjuiste of misleidende informatie die verspreid wordt zonder de intentie van misleiding. Dit kan simpelweg komen door gebrekkige kennis, haast of slordigheid. Desinformatie daarentegen wordt bewust verspreid om te manipuleren, te ontregelen of om polarisatie in de samenleving te versterken en daarmee het publieke debat en democratisch proces te verstoren.
Een voorbeeld van misinformatie:
“De stembussen sluiten al om 19 uur! Kom dus allemaal snel stemmen!”
(degene die dit bericht post haalt de sluitingstijd door elkaar).
Een voorbeeld van desinformatie:
“De stembussen sluiten eerder al om 19 uur! Weer een voorbeeld van dat de gemeente de stem van het volk niet serieus neemt! De uitslag is allang bepaald!”
(degene die dit post geeft verkeerde informatie over de sluitingstijd van het stembureau en koppelt hier een conclusie aan die polariserend kan werken en de schijn van corruptie op kan roepen).
Er ligt een verantwoordelijkheid voor de gemeenteraad om het publieke debat zuiver te voeren, op basis van feiten, transparant en geen zuurstof te geven aan polarisatie. Ook moeten zij in staat zijn op basis van alle informatie die zij dagdagelijks ontvangen op waarde te schatten en te beoordelen op feitelijkheid en oprechtheid. Raadsleden doen er goed aan, ook uit bescherming, zich niet actief te mengen in openbare discussies die voortkomen uit desinformatie.
Let op wat je zegt. Raadsleden hebben in het debat de vrijheid van het woord, maar er moet voor gewaakt wordt dat het eigen handelen bijdraagt aan onvrede, onrust of polarisatie in de samenleving. Uitspraken als “u liegt”, “u verdraait de feiten” of “u houdt inwoners voor de gek” zijn krachtige woorden die de beeldvorming kunnen bepalen in een al gepolariseerde discussie . Je hoeft het zeker niet altijd met elkaar eens te zijn, maar voer het debat op basis van feiten.
Neem gepaste afstand en beleg dit bij de juiste persoon. Als je als raadslid betrokken wordt in een gepolariseerde discussie, vraag dan objectief advies of dat de informatie feitelijk klopt. Raadsleden kunnen voor advies hiervoor terecht bij de griffier of kunnen aan het college vragen om een feitenrelaas te geven.
Betrek de juiste hulpbronnen. Raadsleden hebben het recht op informatie en hebben meerdere middelen en instrumenten om aan feitelijke informatie te komen. Het opvragen van feitelijke informatie begint altijd bij het college, maar daarnaast hebben raadsleden nog meer ‘hulptroepen’ die zij in kunnen schakelen:
Welke afspraken maken wij hierover?
8. Naleving van de gedragscode
Naast het vaststellen ervan is het van belang dat er op wordt toegezien dat de gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode liggen immers de regels en waarden vast waar de raad zich nu en in de toekomst zich aan verbindt. De kernprincipes hierbij zijn: herhalen, bewustwording en het voeren van het open gesprek.
Welke afspraken maken wij hierover:
Dit onderzoeksprotocol is bedoeld om helderheid te geven over rollen, bevoegdheden en processtappen op het moment dat er sprake is van een mogelijke schending van de integriteit.
Bij het werken aan bestuurlijke integriteit en uitvoering van dit protocol worden de volgende drie uitgangspunten gehanteerd:
Terughoudend met publiciteit: Het is van belang dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een vroeg stadium in de publiciteit brengen. Dit ter bescherming van zowel de melder als de persoon waarover de melding wordt gedaan. Hiermee kan worden voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan. Hieruit volgt ook dat het aantal personen die betrokken worden, zo klein mogelijk moet zijn. Als er na afronding van een onderzoek een integriteitsschending is vastgesteld en er een oordeel gevormd is over de ernst daarvan en een eventuele passende sanctie, kan en moet er uiteraard wel in de openheid van de raadsvergadering over gesproken worden.
Bescherming van melder en van degene tegen wiens handelen de melding zich richt: De melder heeft naast het recht om gehoord te worden, recht op bescherming en eventuele hulp, zodra hij overweegt een melding te doen. Deze ondersteuning geldt ook voor degene over wie de melding gaat. De impact van een melding kan groot zijn. Voor het beschermen van alle betrokkenen geldt dan ook als basis dat de stappen zo groot zijn als nodig, maar ook zo klein als mogelijk.
Daarnaast moet iedereen, waarvan het vermoeden bestaat dat hij een integriteitsschending begaan heeft, erop kunnen vertrouwen dat de uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van het horen, het mogelijk onderzoek en de afronding van het onderzoek. Deze zorgvuldigheid is benodigd om te voorkomen dat een raadslid onjuist en onnodig beschadigd wordt en voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene in kwestie.
Artikel 1 : Algemene bepalingen
Artikel 2 : Advies burgemeester of griffier
Als een raadslid twijfelt vanwege een mogelijke schending van de integriteit vanwege een door hem voorgenomen of uitgevoerde handeling of een door een ander raadslid voorgenomen of uitgevoerde handeling kan hij advies vragen aan de burgemeester en/of de griffier.
Artikel 3 : Melding vermoeden van niet integer handelen
Artikel 4 : Vooronderzoek bij vermoeden van niet integer handelen
Bij deze afweging kunnen eveneens de volgende aspecten een rol spelen: de aard van het feit, de ontvankelijkheid, de ernst van de zaak, de valideerbaarheid, de bron, degene op wie de melding betrekking heeft, de waarschijnlijkheid en de actualiteit.
Indien een vermoeden bestaat dat een raadslid de gedragscode overtreedt, dan kan de burgemeester, hetzij op grond van een melding, hetzij uit eigen beweging op grond van overige signalen, een vooronderzoek instellen. Het raadslid wordt daarover zo snel mogelijk geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet. Het raadslid wordt verzocht zijn fractievoorzitter of fractieleden in te lichten.
Een vooronderzoek bestaat in ieder geval uit het verzamelen van algemene informatie, het voeren van oriënterende gesprekken en het maken van een inschatting van de ernst van de vermoedelijke niet integere handeling, met als doel een afweging te kunnen maken of dat de reeds bekende informatie voldoende aanleiding geeft om een integriteitsonderzoek te verrichten.
Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet integer handelen of als er overeenkomstig met lid 2 gronden zijn om geen nader onderzoek in te stellen, dan sluit de burgemeester het onderzoek en stelt het betrokken raadslid en indien nodig de melder in kennis stellen van de conclusie van het vooronderzoek.
Indien uit het vooronderzoek reeds voldoende duidelijk blijkt, dat alle feiten en omstandigheden voldoende vaststaan, de betrokkene over wie de melding gaat is gehoord, en tot het oordeel kan worden gekomen dat er niet integer is gehandeld, dan kan de burgemeester besluiten een onderzoeksrapport van de bevindingen en de conclusie van het vooronderzoek te laten opmaken en het onderzoek te sluiten. De burgemeester informeert het betrokken raadslid en (indien van toepassing) de betreffende fractievoorzitter. Afwegende de aard van de schending kan de burgemeester het seniorenconvent informeren over dit besluit.
Artikel 5 : Het integriteitsonderzoek
Voordat het integriteitsonderzoek start, informeert de burgemeester het betrokken raadslid, (indien van toepassing) de betreffende fractievoorzitter en het seniorenconvent hierover en informeert hij hen over de aard en het doel en de planning van het integriteitsonderzoek. De burgemeester informeert de melder dat een onderzoek wordt gestart.
Indien de aard van het vermeend niet integer handelen met zich meebrengt dat het naar het advies van de burgemeester en of naar het oordeel zijn fractie(voorzitter) het niet wenselijk is dat het betrokken raadslid zijn functie blijft uitoefenen, dan legt het raadslid gedurende het integriteitsonderzoek zijn functie tijdelijk neer.
Artikel 9 : Reactie van het betrokken raadslid op het onderzoeksrapport
Artikel 10 : Bespreking onderzoeksrapport
Artikel 13 : Vermoeden opzettelijk valse beschuldiging
De gedragscode en het protocol treedt direct in werking nadat is deze vastgesteld door de gemeenteraad.
Deze regeling wordt aangehaald als: Onderzoeksprotocol integriteit gemeenteraad Steenbergen 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Steenbergen van 11 december 2025
Bijlage B: Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
In het bestuursrecht is sprake van een algemene set geschreven en ongeschreven spelregels waaraan de overheid geacht wordt zich te houden. Deze spelregels worden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur genoemd. Deze beginselen en spelregels vormen een vaste set met regels die de overheid moet volgen bij het nemen van beslissingen. Deze regels zijn vastgesteld om de burger te beschermen tegen willekeur en machtsmisbruik door de overheid. Als de overheid niet aan de regels voldoet kunnen burgers en bedrijven daar bezwaar tegen maken. Ze moeten wel aantonen dat de overheid zich niet aan de beginselen houdt. De rechter gebruikt de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur om te toetsen of de overheid het goed heeft gedaan. De rechter kan besluiten dat een genomen besluit van de gemeenteraad op onjuiste gronden is genomen en bepalen dat een nieuw besluit genomen moet worden.
Bij de voorbereiding van een besluit moet het bevoegd gezag alle relevante factoren en omstandigheden opsporen. Deze moeten allemaal meespelen bij het nemen van de beslissing. Het bevoegd gezag moet de feiten en de belangen weten. Dit staat in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Nadat het bevoegd gezag alle feiten en belangen kent weegt ze de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af. De rechter kan bij tekortkoming opdragen alsnog meer de feiten en belangen te onderzoeken. Daarna moet het bevoegd gezag een nieuw besluit nemen.
Het bevoegd gezag besluit zonder vooringenomenheid of partijdigheid. Het bevoegd gezag mag de burger geen mogelijkheden om voor zijn belang op te komen ontnemen. Dit mag ook niet door een overigens volgens de letter van de wet toegestane handelswijze. Het bevoegd gezag moet elke schijn van partijdigheid vermijden.
Het bevoegd gezag mag geen besluit nemen met een procedure die niet voor dit besluit bestemd is. Het mag ook geen besluit nemen met gebruik van een procedure, die niet past bij het besluit. De gebruikte procedure moet kloppen met de wet.
Een besluit rust op een draagkrachtige motivering. De motivering moet het besluit dragen en moet het besluit kunnen verklaren. De feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn.
De procedures moeten zo zijn opgeschreven dat ze duidelijk zijn voor de burger. Procedures mogen dus niet zo zijn dat iemand ze op verschillende manieren kan uitleggen. Ook mag de overheid niet achteraf een procedure aanpassen.
Dit beschermt de burger tegen onzekerheid en tegen willekeur van de kant van de overheid. Iemands rechtspositie moet voldoende veilig zijn. Op onverwachte, onberekenbare, wijze aantasten van iemands rechtspositie mag niet. Dit betekent vooral dat het bevoegd gezag het geldende recht toepast. Een bestuursorgaan mag besluiten niet met terugwerkende kracht wijzigen ten nadele van de betrokken burger. De wetgever mag geen wetten met terugwerkende kracht vaststellen. Het vertrouwensbeginsel verlangt dat bestuursorganen gewekt vertrouwen niet mogen beschamen. Door uitspraken van de overheid kunnen verwachtingen gewekt worden bij inwoners. Die verwachtingen moet de overheid daarna waar maken. Het vertrouwen moet wel gerechtvaardigd zijn.
Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate waarin zij verschillen. Dit volgt uit
Het verbod van détournement de pouvoir, ook wel bekend als misbruik van bevoegdheid, is een juridisch principe dat stelt dat een overheidsinstantie haar bevoegdheden niet mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren. Dit principe is een belangrijk onderdeel van het bestuursrecht.
Bijvoorbeeld: de gemeenteraad is bevoegd om bindend advies te geven bij afwijkingen van het omgevingsplan. Deze bevoegdheid heeft de gemeenteraad om het geheel van de stedelijke ontwikkeling en goede ruimtelijke ontwikkeling in de gaten te houden.
Op het moment dat de gemeenteraad een negatief bindend advies geeft, omdat de initiatiefnemer van het plan kritiek heeft geuit op de gemeente, dan kan dit als argument aangevoerd bij de rechter.
Overheidsmaatregelen mogen zo min mogelijk schade veroorzaken. Het is soms onvermijdelijk dat belangen van individuen schade ondervinden door maatregelen voor het algemeen belang. Het bestuursorgaan moet alle relevante factoren in de besluitvorming betrekken.
Dit beginsel kijkt naar de gevolgen van een besluit. Uit een besluit kunnen lasten voortvloeien. Deze mogen niet onevenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient. De verhouding tussen het effect en het middel moet in balans zijn. Als een besluit van de overheid voor iemand onevenredig nadelig is dan moet de overheid dit nadeel goed maken. Dit kan door iets in ruil voor het nadeel terug te geven. De overheid kan hier ook een vergoeding voor geven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-559661.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.