Subsidieregeling amateurkunst 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem

 

  • -

    gelet op artikel 2 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Gorinchem 2026;

  • -

    gelet op het Beleidskader voor subsidie Gemeente Gorinchem vanaf 2026;

     

  • -

    overwegende dat de gemeenteraad het cultuurbeleid heeft vastgesteld;

Besluit:

  • -

    vast te stellen de Subsidieregeling amateurkunst 2026.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    actieve deelnemers: een natuurlijk persoon, die actief deelneemt aan de activiteiten van de organisatie en daarvoor een bijdrage betaalt;

  • b.

    amateurkunst: het gezamenlijk beoefenen van kunst en cultuur in de vrije tijd door personen die dit niet beroepsmatig doen, waarbij de activiteiten kunnen plaatsvinden binnen alle domeinen van cultuur, en hebben een artistiek en educatief karakter en bevorderen creatieve ontwikkeling, ontmoeting en deelname aan het culturele leven van de stad;

  • c.

    artistieke leider: leiding van een amateurkunstgezelschap die beschikt over de voor de betreffende discipline vereiste opleiding en/of ervaring;

  • d.

    ASV: Algemene Subsidie Verordening 2026 van gemeente Gorinchem;

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem;

  • f.

    gemeente: de gemeente Gorinchem;

  • g.

    Integrale samenlevingsvisie: het lokale sociaal beleid van de gemeente Gorinchem;

  • h.

    laagdrempelig: gemakkelijk toegankelijk voor zowel breed publiek als in fysieke zin;

  • i.

    organisatie: een stichting of vereniging die volgens de statuten zich richt op het in groepsverband door amateurs beoefenen van een vorm van kunst;

  • j.

    openbare presentatie: een door de organisatie georganiseerde activiteit, die voor het publiek toegankelijke is, zoals een voorstelling, concert, expositie of andere presentatie op het gebied van amateurkunst, waarbij bekendheid wordt gegeven door middel van publiciteit (bijvoorbeeld via de media, affiches en huis-aan-huisbladen);

  • k.

    opleidingsplan: een plan waarin omschreven staat welke activiteiten er ondernomen worden gericht op het opleiden van de actieve deelnemers;

  • l.

    wervingsplan: een plan waarin omschreven staat welke activiteiten er ondernomen worden gericht op de werving van nieuwe deelnemers.

Artikel 2. Doelstelling

Het versterken van het lokale culturele klimaat door een ruim, gevarieerd en laagdrempelig aanbod van amateurkunst te stimuleren.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor laagdrempelig aanbod van amateurkunst.

  • 2.

    De activiteiten dienen:

    • a.

      te worden aangeboden op een locatie in Gorinchem;

    • b.

      een openbaar karakter te hebben;

    • c.

      onder leiding van gekwalificeerde en/of ervaren artistieke leider plaats te vinden.

  • 3.

    Aanvullend op een subsidieaanvraag betreffende lid 1 kan per jaar subsidie worden aangevraagd voor:

    • a.

      een wervingsplan;

    • b.

      een opleidingsplan.

Artikel 4. Aanvrager

Het college verstrek uitsluitend subsidie aan een organisatie die:

  • a.

    KVK geregistreerd is en volledige rechtsbevoegdheid heeft;

  • b.

    geen winstoogmerk heeft;

  • c.

    een vestigingsadres in Gorinchem heeft;

  • d.

    aantoonbaar ten minste één jaar actief is op het gebied van amateurkunst;

  • e.

    onder leiding werkt van een gekwalificeerde en/of ervaren artistieke leider;

  • f.

    ten minste 10 actieve deelnemers heeft, waarvan minimaal 40% in de gemeente woont.

Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen

Artikel 5. Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

  • 1.

    Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit zoals benoemd in artikel 3.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1, wordt als volgt berekend, een basisbedrag van € 1.200 per jaar en:

    • a.

      voor een orkest of theatergezelschap met minimaal 25 actieve deelnemers geldt een bijdrage van € 60 per actieve deelnemer per jaar;

    • b.

      voor overige categorieën amateurkunst met minimaal 10 actieve deelnemers geldt een bijdrage van € 30 per actieve deelnemer per jaar.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 3, is maximaal € 500 per jaar per wervingsplan en opleidingsplan.

  • 4.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten van:

    • a.

      consumpties;

    • b.

      vrijwilligersvergoedingen.

Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2.

    Het subsidieplafond wordt vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad.

  • 3.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden.

Hoofdstuk 3 Aanvraag subsidie

Artikel 7. Aanvraagvereisten

  • 1.

    De aanvraag om een subsidie bevat, naast de in artikel 6 van de ASV genoemde gegevens:

    • a.

      een kopie van het curriculum vitae of een beschrijving van de ervaring van de artistiek leider, waaruit blijkt dat deze voldoende gekwalificeerd is;

    • b.

      de jaarrekening over het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waar in de subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      de balans per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, waarop het eigen vermogen en eventuele bestemmingsreserves zijn vermeld;

    • d.

      een overzicht van het aantal leden, peildatum 1 juli van het betreffende jaar;

    • e.

      een opgave van de openbare presentatie(s) van de organisatie;

    • f.

      indien een aanvullende subsidie wordt aangevraagd, zoals benoemd in artikel 3 lid 3, een wervingsplan en/of een opleidingsplan.

Hoofdstuk 4 Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel 8. Beoordelingscriteria

  • 1.

    Volledige en tijdig ingediende subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden uit art 3 en 4 worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      het aantal leden en hoeveel hiervan inwoners van Gorinchem zijn;

    • b.

      de activiteiten die worden aangeboden op een locatie in Gorinchem;

    • c.

      of de activiteiten openbaar toegankelijk zijn;

    • d.

      of de activiteiten onder leiding van een gekwalificeerde en/of ervaren artistieke leider plaats te vinden;

    • e.

      de organisatie ten minste één keer per jaar een openbare presentatie verzorgt;

    • f.

      de organisatie aantoonbaar ten minste één jaar actief is op het gebied van amateurkunst.

  • 2.

    Indien aanvullend subsidie wordt aangevraagd zoals benoemd in artikel 3 lid 3:

    • a.

      een actueel wervingsplan;

    • b.

      een actueel opleidingsplan.

Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden, intrekkingsgronden en terugvorderingsgronden

In aanvulling op artikel 9 ASV kan een subsidie worden geweigerd als:

  • a.

    de organisatie minder dan 10 leden heeft;

  • b.

    het een (professionele) organisatie betreft die één of meer beroepskrachten in dienst hebben, met uitzondering van de artistieke leider;

  • c.

    het eigen vermogen wat vrij beschikbaar is, hoger is dan de jaarbegroting.

Hoofdstuk 5 Vaststelling subsidie

Artikel 10. Ambtshalve vaststelling

  • 1.

    De subsidie wordt in afwijking van artikel 15 ASV ambtshalve vastgesteld conform artikel 14 lid 1 sub b ASV.

  • 2.

    In afwijking van artikel 14 lid 2 ASV dient de subsidieontvanger na afloop van de activiteit de volgende documenten in:

    • a.

      een inhoudelijke verantwoording, bestaande uit een kort (foto)verslag van de activiteiten;

    • b.

      een financiële verantwoording, bestaande uit ten minste een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

    • c.

      een foto van de openbare presentatie.

Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een of meerdere artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 8 indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 12. Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    De nadere regel Amateurkunst 2021 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 3.

    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend en subsidies die zijn verstrekt voor deze datum zijn de bepalingen van de nadere regel Amateurkunst 2021 nog van toepassing.

  • 4.

    Voor 2026 is het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies op grond van deze subsidieregeling bekendgemaakt op 20 november 2025 (Gemeenteblad 2025, 502232 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-502232.html). Dit besluit moet worden geacht mede te zijn gebaseerd op deze subsidieregeling.

  • 5.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Amateurkunst 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025

de secretaris,

de burgemeester,

Naar boven