Vijfde wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020

De raad van de gemeente Zundert;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14-10-2025;

 

gelet op de betreffende bepalingen in de Gemeentewet;

 

besluit:

 

  • 1.

    Vast te stellen de vijfde wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1:1 wordt gebouw en de bijbehorende definitie vervangen door:

 

Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet

 

B

Artikel 2.48.1 Lachgasverbod

Vervalt

 

C

Artikel 2:50 a in te voegen en artikel 2:19.1 Messen en andere voorwerpen als steekwapen in te trekken:

 

Artikel 2:50.a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

  • 1.

    Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of ander voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben;

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn;

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

D

Artikel 2:54 in te voegen en artikel 2:15.1, slapen op een openbare plaats, in te trekken:

 

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare als slaapplaats

  • 1.

    Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegen te bieden:

    • a.

      Tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden;

    • b.

      In andere gevallen dan genoemd onder a voor zover:

      • 1.

        Sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

      • 2.

        Er gevaar is of dreigt voor de omgeving;

      • 3.

        Het woon- of leefklimaat wordt aangetast.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het verbod geldt niet:

    • a.

      Voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van het omgevingsplan is toegestaan;

    • b.

      Voor woonwagens met een woonbestemming;

    • c.

      Op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

    • d.

      Op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.

E

Artikel 2:71 komt te luiden:

 

Artikel 2:71 Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1. van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

 

F

Artikel 2:78 komt te luiden:

 

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 3 maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste en tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

     

  • 5.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

In artikel 2:78 wordt onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 4.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod.

G

Na artikel 2:79 worden twee artikelen ingevoegd luidende:

 

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf.

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid of artikel 13 b van de Opiumwet voorziet.

  • 3.

    De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

  • 4.

    Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  • 5.

    Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder de toestemming van de burgemeester.

  • 6.

    De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig dat heen herhaling van de feiten of gedragingen die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

H

Artikel 2:81 in te voegen en artikel 2:40 r, Tegengaan, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat, in te trekken.

 

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder:

    • a.

      Bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf die niet valt onder de vergunningsplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3.3;

    • b.

      Beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

    • c.

      Exploitant: natuurlijke persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

  • 2.

    De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij de gebouwen behorende erven of gebieden aan wijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.

  • 3.

    Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

  • 4.

    De exploitant vraagt vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:

    • a.

      Voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt aangevraagd:

    • b.

      De persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;

    • c.

      Het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

    • d.

      Het nummer van inschrijving in het Handelsregister;

    • e.

      Voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

    • f.

      Voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

    • g.

      Een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

    • h.

      Een verklaring omtrent gedrag van de exploitant en beheerder;

  • 5.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren;

    • a.

      Als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    • b.

      Als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • c.

      Als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    • d.

      Als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gesteld eisen voor de aanvraag;

    • e.

      Als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    • f.

      Als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of Wet milieubeheer;

  • 6.

    De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

  • 7.

    Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig.

  • 8.

    De exploitant of beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

  • 9.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd doordat:

    • a.

      De exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • b.

      De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    • c.

      Er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

    • d.

      Er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    • e.

      De exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd of;

    • f.

      Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

  • 10.

    Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

  • 11.

    De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor publiek openstaande gebouw of erf.

  • 12.

    Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  • 13.

    Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.

  • 14.

    De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

  • 15.

    In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan het verleende vergunning.

  • 16.

    Op de aanvraag om en vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

J

In artikel 2:81, tiende lid, wordt “de vergunning en het verbod ”vervangen door : de vergunning of het verbod.

In de artikelen 2:40 e onder c, 2:40 m onder b, en 3:13 lid 1 onder b wordt het bestemmingsplan gewijzigd in Omgevingsplan.

 

Couleur Locale

 

Artikel 2:28 exploitatievergunning openbare inrichting.

Aan artikel 2:28 lid 2 wordt toegevoegd:

De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid eveneens indien:

 

  • a.

    De leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/Zijn;

  • b.

    De leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt;

  • c.

    De leidinggevende(n) onder curatele staat/staan;

Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting.

 

4.1 Definities.

 

Aan artikel 4.1 wordt toegevoegd.

  • -

    Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr,LT en LCr,LT) het gemiddelde van de afwisselende A- en C-gewogen niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999. De A- en C-gewogen geluidsniveaus dienen bepaald te worden met behulp van de filters/wegingen zoals voorgeschreven in IEC 651;

  • -

    maximaal geluidsniveau: (LAmax) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand (F) of (fast) als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 (internet uitgave 2004: www.rijksoverheid.nl, inclusief erratalijst (errata digitale versie HMRI 2004: www.infomil.nl.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

 

Lid 1 van artikel 4.1 komt te luiden:

  • 1.

    De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen met dien verstande dat het A-gewogen langtijdgemiddelde en het A-gewogen maximale geluidsniveau niet hoger mogen zijn dan 20 dB boven de geluidsnorm genoemd in het eerste lid van artikel 2.17 van het Besluit c.a. in artikel 4:5 van deze verordening om onduldbare hinder voor omwonenden te voorkomen. Het C-gewogen langtijdgemiddeld beoordelingsniveau mag niet meer dan 31 dB boven het boven de geluidsnorm genoemd in het eerste lid van artikel 2.17 van het Besluit c.q. artikel 4.5 van deze verordening. Door wijziging van dit artikel zijn hogere geluidsnormen mogelijk bij collectieve en incidentele festiviteiten.

Lid 6 van artikel 4.2 komt te vervallen

Lid 7 wordt vernummerd in lid 6

Lid 7 komt te luiden:

In bijzondere omstandigheden kan het college afwijken van hetgeen in het eerste lid is bepaald.

 

4:3 Melding incidentele festiviteiten

Lid 1 van artikel 4.3 komt te luiden:

  • 1.

    Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, met dien verstande dat het A-gewogen langtijdgemiddelde en het A-gewogen maximale geluidsniveau niet hoger mogen zijn dan 20 dB boven de geluidsnorm genoemd in het eerste lid van artikel 2.17 van het Besluit c.a. in artikel 4:5 van deze verordening om onduldbare hinder voor omwonenden te voorkomen. Het C-gewogen langtijdgemiddeld beoordelingsniveau mag niet meer dan 31 dB boven het boven de geluidsnorm genoemd in het eerste lid van artikel 2.17 van het Besluit c.q. artikel 4.5 van deze verordening, mits de houder van de inrichting tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan elektronisch of schriftelijk in kennis heeft gesteld.

Lid 6 van artikel 4:3 komt te vervallen.

Lid 7 en 8 van artikel 4:3 worden vernummerd in lid 6 en 7.

 

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 11 november 2025,

de raad voornoemd,

de griffier,

J.J.M. de Groot

de voorzitter,

J.G.P. Vermue

Naar boven