Gemeenteblad van Tynaarlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tynaarlo | Gemeenteblad 2025, 558990 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tynaarlo | Gemeenteblad 2025, 558990 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
De raad van de gemeente Tynaarlo;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (of de opvolger van deze wet);
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
inzamelvoorziening: een voor een perceel of groep van percelen voor de inzameling van afvalstoffen van gemeentewege aangewezen voorziening;
pashouder: degene aan wie een pas ter beschikking is gesteld dat toegang geeft tot de inzamelvoorziening;
grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, die door aard, omvang of hoeveelheid niet via de inzamelvoorziening worden ingezameld.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
2. Als perceel wordt aangemerkt:
a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
De belasting bedoeld in artikel 5.2 wordt geheven door middel van een aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
In afwijking van het eerste lid geldt, dat de belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel kan worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De belasting als bedoeld in artikel 5.2, lid a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
De belasting bedoeld in artikel 5.2, lid b, c, d en e, is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de in artikel 5.2 bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan €50,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2025’ van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025.
drs. M.J.F.J. Thijsen voorzitter
behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing 2026.
De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Tarieven vast bedrag afvalstoffenheffing
Hoofdstuk 2 Tarieven hoeveelheid periodiek ingezamelde afvalstoffenheffing
Hoofdstuk 3 Tarieven milieustraat, op afroep inzamelen, incidentele dienstverlening afvalstoffenheffing
Hoofdstuk 4 Overige tarieven afvalstoffenheffing
Hoort bij besluit van de raad van de gemeente Tynaarlo van 16 december 2025
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-558990.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.