Besluit tot wijziging van de Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

gelet op artikel 3, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening (ASV) Zaanstad 2023;

besluit:

 

 

 

ARTIKEL I

De Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De letters a tot en met ad voor de begripsomschrijvingen worden vervangen door gedachtestrepen.

  • 2.

    In alfabetische volgorde wordt het volgende begrip ingevoegd:

    • -

      gemeente: gemeente Zaanstad;

  • 3.

    In het begrip ABC-indeling vervalt ‘en gepubliceerd’.

 

B

In artikel 1.2, eerste lid, wordt ‘artikelen 2.1 en 3.1’ vervangen door ‘artikelen 2.1, 3.1, 4.1 en 5.1’.

 

C

In artikel 1.4, aanhef, wordt ‘Schoolbesturen, houders kinderopvang en maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk’ vervangen door ‘Schoolbesturen en houders kinderopvang’.

 

D

Artikel 1.5, vierde lid, komt als volgt te luiden:

  • 4.

    Bij de verdeling van middelen gaat extra budget naar de locaties waar dat het meest nodig is om kansen te bieden en achterstanden te bestrijden. Hiertoe zijn wijken, scholen en voorschoolse voorzieningen verdeeld in A-locaties met de meeste onderwijsachterstanden, B-locaties met gemiddelde onderwijsachterstanden en C-locaties met de minste onderwijsachterstanden. De middelen en activiteiten worden zo verdeeld, dat de locaties waar het meeste nodig is de meeste inzet kunnen doen. De indeling van locaties wordt voor de VVE bepaald op basis van de gegevens van het CBS en informatie van de houders kinderopvang. De middelen worden voor het PO verdeeld op basis van leerlingaantal en onderwijsachterstandsscore. Voor de indeling van locaties in het PO wordt de 1 februari telling als peildatum gebruikt. De ABC-indeling wordt jaarlijks uiterlijk 31 maart vastgesteld door het college. Het college houdt zich het recht voor om, in overleg met de Stuurgroep OAB, een wijziging aan te brengen in de categorisering van een locatie op basis van ontwikkelingen bij de locatie.

 

E

Artikel 1.6 komt als volgt te luiden:

  • Artikel 1.6 Tarievenblad

  • Het college stelt jaarlijks het ‘Tarievenblad’ vast. Het tarievenblad is een overzicht met alle subsidietarieven die betrekking hebben op de onderhavige subsidieregeling, waaronder het uurtarief, de dagdeelvergoeding, organisatiekosten en de maatwerkvergoeding. Deze bedragen kunnen jaarlijks geïndexeerd worden volgens de gemeentelijke subsidie-index.

 

F

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid, onder a, wordt ‘Daarbij worden de volgende kosten vergoed’ vervangen door ‘Daarbij wordt per kindplaats 320 uur subsidie verstrekt.’ en vervallen subonderdelen i en ii.

  • 2.

    Onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid wordt na het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

    • 5.

      Het college verstrekt subsidie aan houders kinderopvang voor het aanbieden van activiteiten die bijdragen aan de brede ontwikkeling van jonge kinderen en hen voorbereiden op deelname aan voorschoolse educatie (VVE). Deze activiteiten stimuleren onder andere taalontwikkeling, motorische vaardigheden, sociale vaardigheden en/of cognitieve ontwikkeling, en ondersteunen tegelijkertijd de toeleiding naar VVE.

  • 3.

    In het zevende lid (nieuw) wordt ‘vierde’ vervangen door ‘vijfde’

 

G

Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het derde lid, onder a, wordt ‘de Stuurgroep OAB’ vervangen door ‘het college, besproken en akkoord bevonden door de stuurgroep OAB’.

  • 2.

    In het derde lid, onder k, wordt ‘vastgestelde’ vervangen door ‘akkoord bevonden’ en wordt na ‘monitor’ ingevoegd ‘, waaronder de Peutermonitor,’.

  • 3.

    In het vierde en vijfde lid wordt ‘de Stuurgoep OAB’ steeds vervangen door ‘het college’.

 

H

In artikel 2.3, eerste lid, wordt ‘door de stuurgroep bepaalde’ vervangen door ‘in de stuurgroep akkoord bevonden’ en wordt na ‘VVE-toeleidingsmonitor’ ingevoegd ‘en de Peutermonitor’.

 

I

In artikel 2.5, eerste lid, wordt na ‘ingediend via’ ingevoegd ‘het formulier op’ en vervalt ‘Zaanstad’.

 

J

Aan artikel 3.1, eerste lid, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    inzet van een brugfunctionaris op A-locaties.

 

K

Aan artikel 3.2, tweede lid, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g.

    het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de brugfunctionaris wordt ingezet conform de afspraken binnen het onderwijsachterstandenbeleid, waarbij samenwerking plaatsvindt met kinderopvangorganisaties, Centrum Jong en andere relevante partners. De brugfunctionaris is zichtbaar en bereikbaar voor ouders en fungeert als schakel tussen gezin en voorzieningen.

 

L

Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

    • 3.

      Het normbedrag voor 1,0 FTE brugfunctionaris is € 88.000,- (peildatum schooljaar 2025/2026). Dit normbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de subsidie-index van de gemeente. Het college subsidieert maximaal 0,4 FTE brugfunctionaris per A-locatie en ook maximaal 50% van de werkelijke FTE-brugfunctionarisbezetting per locatie.

  • 2.

    Het vierde lid (nieuw) komt als volgt te luiden:

    • 4.

      Er is een budget beschikbaar voor niet-bovenbestuurlijke schoolvoorzieningen. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de subsidie-index van de gemeente en wordt vervolgens verdeeld over subsidieaanvragers op basis van de ABC-indeling, leerlingaantal en onderwijsachterstandsscore.

  • 3.

    In het vijfde lid (nieuw) vervalt ‘Wanneer een schoolbestuur geen subsidie aanvraagt wordt het beschikbare bedrag verdeeld over andere subsidieaanvragers, conform dezelfde verdeelsleutel.’.

 

M

In artikel 3.4, eerste lid, wordt na ‘ingediend via het’ ingevoegd ‘formulier op de’ en vervalt ‘Zaanstad’.

 

N

Aan artikel 3.6 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3.

    Indien subsidie is verstrekt voor de inzet van een brugfunctionaris, bevat de aanvraag tot vaststelling tevens:

    • a.

      Een beschrijving van de inzet en bereik van de brugfunctionaris;

    • b.

      Een overzicht van de signaleringen, doorverwijzingen en oudercontacten;

    • c.

      Een reflectie op de bijdrage aan het voorkomen van onderwijsachterstanden en het versterken van ouderbetrokkenheid.

 

 

O

In artikel 4.4, eerste lid, wordt na ‘ingediend via’ ingevoegd ‘het formulier op’ en vervalt ‘Zaanstad’.

 

P

Na hoofdstuk 4 wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd, luidende:

Hoofdstuk 5 Gelijke kansen initiatieven

 

Artikel 5.1 Subsidiabele activiteiten

Het college verstrekt subsidie aan kinderopvangorganisaties en schoolbesturen voor activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en beperken van onderwijsachterstanden en het bevorderen van kansengelijkheid. Deze activiteiten richten zich op het versterken van de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren in Zaanstad, met bijzondere aandacht voor kinderen uit kwetsbare situaties. Subsidiabele activiteiten zijn onder andere:

  • a.

    Klassikale kennismaking met de arbeidsmarkt, waarbij kinderen en jongeren in contact komen met beroepen en werkplekken die anders buiten hun bereik liggen. Door het vergoeden van vervoerskosten wordt deelname voor alle kinderen mogelijk gemaakt, ongeacht hun financiële thuissituatie.

  • b.

    Educatieve uitstapjes binnen de stad die gericht zijn op het vergroten van de woordenschat en het beklijven van nieuwe taal, waarbij kinderen ook kennismaken met plekken die zij vanuit hun maatschappelijke positie minder snel bezoeken.

  • c.

    Ontwikkelingsgerichte activiteiten aan huis voor jonge kinderen (0–2 jaar), die bijdragen aan een stimulerende omgeving in de vroege levensfase en de betrokkenheid van ouders versterken.

  • d.

    Culturele en expressieve activiteiten die bijdragen aan taalontwikkeling, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen, zoals het werken met verhalen en theater.

  • e.

    Educatieve programma’s gericht op het versterken van taalvaardigheid, kritisch denken en mondelinge uitdrukkingsvaardigheden, aangeboden via het onderwijs.

  • f.

    Inzet van specialistische expertise om de doorgaande ontwikkelingslijn tussen peuteropvang en kleuteronderwijs te versterken, met aandacht voor pedagogische kwaliteit en samenwerking tussen voorzieningen.

 

Artikel 5.2 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De activiteit draagt aantoonbaar bij aan het voorkomen of beperken van onderwijsachterstanden en/of het bevorderen van kansengelijkheid.

  • 2.

    De activiteit is toegankelijk voor kinderen en jongeren woonachtig in Zaanstad, met bijzondere aandacht voor kinderen uit kwetsbare situaties.

  • 3.

    De uitvoerende organisatie beschikt over aantoonbare ervaring in het organiseren van educatieve, ontwikkelingsgerichte of maatschappelijke activiteiten.

  • 4.

    De uitvoerende organisatie werkt samen met andere maatschappelijke partners, zoals onder andere scholen, houders kinderopvang, de Bieb en/of de GGD.

  • 5.

    De subsidieontvanger mag alleen gemotiveerd en na expliciet akkoord van het college afwijken van de genoemde voorwaarden.

 

Artikel 5.3 Subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de duur van een kalenderjaar.

  • 2.

    De subsidieaanvraag voor het opvolgende kalenderjaar wordt uiterlijk 1 oktober ingediend via het formulier op de website van de gemeente.

  • 3.

    Het college neemt uitsluitend volledige aanvragen in behandeling. Bij onvolledige aanvragen krijgt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken.

  • 4.

    De aanvraag bevat:

    • a.

      naam en adres van de aanvrager;

    • b.

      locatie(s) waar de activiteit plaatsvindt;

    • c.

      periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • d.

      bankrekeningnummer van de aanvrager;

    • e.

      activiteitenplan met beschrijving van:

      • i.

        Doelstelling en doelgroep;

      • ii.

        Samenwerkingspartners;

      • iii.

        Verwachte impact op kansengelijkheid;

      • iv.

        Begroting en inzet van middelen.

 

Artikel 5.4 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5.3 uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidie tijdvlak waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Het college kan de beslistermijn met maximaal 9 weken verdagen. Het college doet hiervan voor afloop van de beslistermijn mededeling aan de aanvrager

 

Artikel 5.5 Evaluatie en verantwoording

De subsidieontvanger dient uiterlijk op 1 juli, na afloop van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking had, een aanvraag tot vaststelling in conform de bepalingen in artikel 14, 15 of 16 van de ASV.

 

Q

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het opschrift van komt als volgt te luiden:

    Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

  • 2.

    De artikelen 5.1, 5.2 en 5.3 worden vernummerd tot de artikelen 6.1, 6.2, en 6.3.

 

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van Zaanstad, 16-12-2025.

drs. J. Hamming, burgemeester

mr. L. Graaff, gemeentesecretaris

Naar boven