Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2025, 558749 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2025, 558749 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg
Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
gezien het voorstel van 9 december 2025;
gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
mede gelet op de door de gemeenteraad verleende toestemming d.d. 19 november 2025;
de colleges van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray reeds in 2019 een bestuursconvenant zijn overeengekomen over de hoofdlijnen van de samenwerking, de organisatie, de uitvoering, de financiële aspecten, de monitoring en de evaluatie van de Regiovisie, het Uitvoeringsprogramma, de Regio Deals en de Investeringsagenda;
het college en de burgemeester van de gemeente Venlo feitelijk en juridisch optreden als penvoerder, kassier en vertegenwoordiger van de samenwerking en een mandaat, volmacht en machtiging heeft om namens het college en de burgemeester van de overige deelnemers besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen, en feitelijke handelingen te verrichten ter uitvoering van besluiten die worden genomen op de wijze zoals is bepaald in het bestuursconvenant, of op basis van besluiten die genomen zijn door het burgemeestersoverleg van de regio;
het vanuit het oogpunt van collectief eigenaarschap, het bereiken van rechtmatigheid en transparantie, democratische legitimiteit (vooral met inbegrip van de raden) en het vergroten van de regionale slagkracht nu opportuun is om qua inhoud en vorm een volgende stap te zetten in de samenwerking binnen de regio Noord-Limburg;
Gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg
De colleges van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray,
ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft,
de gemeenschappelijke regeling Regio Noord-Limburg met ingang van 1 januari 2026 te treffen, waardoor deze als volgt komt te luiden:
HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
HOOFDSTUK 2 – OPENBAAR BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE REGIO NOORD-LIMBURG
HOOFDSTUK 3 – NADERE UITWERKING TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 7 Uitvoeringsprogramma
Artikel 8 Stimuleringsfonds en investeringsfondsen
Voor het stimuleringsfonds geldt het volgende:
het stimuleringsfonds wordt gevoed door een gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de deelnemende gemeenten van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is en door eventuele bijdragen van derde partijen. Artikel 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing;
Voor investeringsfondsen geldt, in afwijking van lid 1, het volgende:
Onverminderd de bevoegdheid om voor de voeding van een investeringsfonds jaarlijks de bijdrage vast te stellen bij de vaststelling van de begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar, is het dagelijks bestuur bevoegd om voor de voeding van het fonds samenwerkingsovereenkomsten met de deelnemende gemeenten en derden te sluiten.
HOOFDSTUK 4 – HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 10 Werkwijze en vergaderorde
De leden streven in hun besluitvorming naar consensus. Als ten aanzien van een agendapunt geen consensus kan worden bereikt, wordt het betrokken agendapunt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. In die vergadering vindt de besluitvorming plaats op basis van een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij:
(ii) het aantal aanwezige leden dat vóór het voorstel stemt, gezamenlijk minimaal 50% van het inwonertal van de deelnemende gemeenten dient te vertegenwoordigen. Voor de berekening van het aantal inwoners wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek opgemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar.
HOOFDSTUK 5 – HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13 Werkwijze en vergaderorde
Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel zes maal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt.
Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
HOOFDSTUK 8 – INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
Artikel 18 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur
Artikel 20 Leden algemeen bestuur ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders
Een lid van het algemeen bestuur is de deelnemer die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 en artikel 18 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die deelnemer aangegeven wijze.
HOOFDSTUK 9 – ZIENSWIJZEN EN INSPRAAK
Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen.
Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden van de deelnemende gemeenten om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de raden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
Indien het tweede, derde of vierde lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 25 Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden
Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21, 24 en 25 van de wet voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 16 en 17 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen, een regeling inzake de vergoeding van hun werkzaamheden respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen een tegemoetkoming in de kosten vaststellen.
HOOFDSTUK 12 – FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 26 Bijdragen van de gemeenten
De kosten van het samenwerkingsverband worden door de deelnemers in beginsel gedragen naar rato van het aantal inwoners per deelnemer op 1 januari van het jaar voorafgaand aan dat, waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt gebaseerd op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 27 Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met de daarbij behorende toelichting ten minste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 28 Begrotingswijziging
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 35, zesde lid, van de wet, is artikel 27 niet van toepassing op wijzigingen van de begroting die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers of tot een afwijking van de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten van financieel beleid. Omtrent dergelijke begrotingswijzigingen besluit het algemeen bestuur.
Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening en het jaarverslag aan de raden van de deelnemende gemeenten. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
HOOFDSTUK 14 – TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING
Artikel 34 Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Het in artikel 33 bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval de vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer.
Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 36 Opheffing en liquidatie
De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.
Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van een regeling tussen besturen van
deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer deelnemende gemeenten en het bestuur van het samenwerkingsverband worden overeenkomstig artikel 28 van de wet, door gedeputeerde staten beslist.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-558749.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.