Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2026

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV 25.0090 van 28 oktober 2025), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen,

 

Gelet op artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

  • 1.

    vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2026

 

(Verordening binnenhavengeld Leiden 2026)

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen vaneen beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart. Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding “terrasboot” heeft in het vigerende bestemmingsplan;

  • b.

    box: een vaste ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. De afmetingen hiervan bedragen 12,5 meter bij 4 meterwaarbij met de langste maat de maat langs de kade wordt bedoeld;

  • c.

    chartervaartuig: een boot die gehuurd wordt voor een bepaalde periode om te worden gebruikt voorpersonen- of goederenvervoer, met bemanning;

  • d.

    havengebied: het water binnen de grenzen van de gemeente, dat in eigendom, beheer of onderhoud isvan de gemeente;

  • e.

    havenmeester: de teamleider havenbeheer van de gemeente of diens plaatsvervanger;

  • f.

    ligplaatsvergunning: een vergunning die door het college is verleend waarmee het is toegestaan eenligplaats in te nemen met een vaartuig of ander drijvend voorwerp;

  • g.

    openbaar water:

    • 1.

      In geval van ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen: alle wateren die, al dan niet met enigebeperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente;

    • 2.

      In overige gevallen: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijkzijn, met inbegrip van de wal;

  • h.

    passagiersschip (rondvaartboten, hotelschepen, partysloepen en vergelijkbare commerciële vaartuigen): een vaartuig dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en dat het havengebied kan bevaren;

  • i.

    passantenhaven: een gebied met ligplaatsen die zijn bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn enwaarvoor niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend;

  • j.

    pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voorsportbeoefening;

  • k.

    reis: een periode van onderbroken verblijf binnen de grenzen van het havengebied van veertien dagen ofkorter;

  • l.

    termijn:

    • dag: een periode vanaf het moment van aankomst in de passantenhaven tot de daaropvolgende dag 12.00 uur;

    • maand: een aangesloten tijdvak van 30 dagen;

    • kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden;

    • jaar: een kalenderjaar;

  • m.

    vaartuig: elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water, met uitzondering van woonschepen;

  • n.

    varend erfgoed: een vaartuig dat aantoonbaar is ingeschreven in het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN) of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed;

  • o.

    vaste ligplaats: een deel van het openbaar water waar, door middel van een ligplaatsvergunning, hetis toegestaan een vaartuig af te meren gedurende ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst;

  • p.

    woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijfvan één of meer personen;

  • q.

    winterligplaats: een ligplaats in de winterperiode met een minimale duur van 120 dagen;

  • r.

    winterperiode: de periode van 1 november tot en met 31 maart;

  • s.

    zomerperiode: de periode van 1 april tot en met 31 oktober;

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van het havengebied en ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de houder van een ligplaatsvergunning en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de eigenaar van het vaartuig, de reder, de schipper, de kapitein, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Tarief

Het binnenhavengeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6.

Artikel 6 Tariefberekening en toepassing

  • 1.

    Voor de toepassing van de tarieven voor de bedrijfsvaartuigen geldt dat:

    • a.

      de box de basis is van het te berekenen tarief;

    • b.

      in die gevallen dat een ligplaatsvergunning met maatwerk wordt afgegeven en de maten van deligplaats afwijkend van de box, zal het tarief naar rato van de afwijking worden berekend.

    • c.

      in die gevallen dat er bij het begin van het belastingjaar bij de gemeente bekende vaartuigen van eenvergunninghouder en na het rangschikken per box van vaartuigen per tariefgroep een situatie ontstaat dat er een box overblijft die vaartuigen uit meerdere tariefgroepen bevat, dan wordt voor dat belastingjaar het tarief gehanteerd van het vaartuig dat de meeste oppervlakte binnen de box inneemt.

  • 2.

    Voor de toepassing van de tarieven voor alle overige vaartuigen:

    • a.

      wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootstebreedte;

    • b.

      worden de lengte en de breedte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles en de grootstebreedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief, dan wel ambtshalve worden vastgesteld;

    • c.

      wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 8 Vrijstellingen

Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van:

  • 1.

    binnen het havengebied nieuw gebouwde vaartuigen, die voor de eerste maal vaarklaar zijn gemaakt engeen lading hebben;

  • 2.

    vaartuigen, die blijkens een schriftelijke verklaring van de manager van de afdeling Vergunningenbehorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, in dienst van de gemeente worden gebruikt;

  • 3.

    politievaartuigen waarmede binnen de gemeente toezicht wordt gehouden;

  • 4.

    vaartuigen, welke het havengebied binnenkomen en doorvaren naar een binnen het havengebiedaan het water gelegen scheepsmakerij, machinefabriek of motorherstelplaats, teneinde aldaar een herstelling te ondergaan, mits het betreffende bedrijf precariobelasting betaalt voor het gebruik of genot van gemeentegrond.;

  • 5.

    varend erfgoed bij deelname aan door de gemeente of haven georganiseerde evenementen.

Artikel 9 Wijze van heffing

  • 1.

    Het binnenhavengeld wordt geheven bij wege van aanslag, indien een vaste ligplaatsvergunning isafgegeven. In alle overige gevallen bij wege van voldoening op aangifte.

  • 2.

    Indien geen aangifte wordt gedaan, kan de aangifte ambtshalve worden vastgesteld door dehavenmeester.

Artikel 10 Verschuldigdheid

  • 1.

    Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de wateren binnen de gemeentegrenzenaanvangt.

  • 2.

    Bij verlening van een vaste ligplaatsvergunning is het binnenhavengeld verschuldigd vanaf de 1e dag vande maand volgend op de verlening van de vergunning.

Artikel 11 Aangifte; aanslag; betaling

  • 1.

    De aangifte wordt gedaan bij de havenmeester.

  • 2.

    Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de havenmeester terstond worden betaald.

  • 3.

    Indien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis,uit het havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert, begint bij de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang.

  • 4.

    Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de dag waarvoor binnenhavengeld is betaald,begint een nieuwe dag en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde dag het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. Alsdan moet opnieuw aangifte en betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden.

  • 5.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaaldin één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 6.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990,met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 7.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de lid 6 gestelde termijnen.

Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving

  • 1.

    Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van hethavengebied is geëindigd voor het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien verstande dat bedragen beneden € 11,48 niet worden teruggegeven.

  • 2.

    Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt deze wijziging ingevoerd met ingangvan het nieuwe kalenderjaar. De voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De situatie op 1 januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de aanslag.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening binnenhavengeld Leiden 2025" van 28 november 2024 met de daarbij behorendetarieventabel wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening binnenhavengeld Leiden 2026.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025,

de Griffier,

dhr. G.F.C. van Leiden

de voorzitter,

dhr. P.J. Heijkoop

Tarieventabel behorende bij de verordening binnenhavengeld Leiden 2026

 

Bedrag inclusief 21% BTW

Bedrag exclusief 21% BTW

a.

Voor passagiersschepen en chartervaartuigen zonder vaste ligplaats met een verblijfsduur van een dag of een gedeelte daarvan of per overnachting per m2 oppervlakte in de zomerperiode

0,38

0,31

met een minimum van

33,71

27,86

Voor passagiersschepen en chartervaartuigen zonder vaste ligplaats met een verblijfsduur van een maand of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte in de winterperiode

1,75

1,45

b.

Voor pleziervaartuigen zonder vaste ligplaats

1. per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per m2 oppervlakte in de zomerperiode

0,69

0,57

2. per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per m2 oppervlakte in de winterperiode

0,69

0,57

Voor pleziervaartuigen met een winterligplaats per dag

0,22

0,18

3. voor Varend Erfgoed Nederland

per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per m2 oppervlakte

0,38

0,31

c.

Voor vaartuigen welke uitsluitend of hoofdzakelijk als woning worden gebruikt of tot woning zijn bestemd per kwartaal of gedeelte daarvan

183,43

voor elke meter, welke het vaartuig langer is dan 15 meter verhoogd met

18,06

d.

Voor pleziervaartuigen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of een gedeelte daarvan per m2 oppervlakte (met een minimum van 5 m2 oppervlakte)

1. Indien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig betreft

24,92

2. Indien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano’s, kajakken of sup’s)

12,45

3. Indien het Varend Erfgoed Nederland betreft

5,50

e.

Voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box

1. Indien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft

899,76

2. Indien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano’s, kajakken of sup’s)

206,55

3. Indien het Varend Erfgoed Nederland betreft, tenzij het een dekschuit, beunbak, duwbak of ander bedrijfsvaartuig zonder opbouw en zonder eigen voortstuwing betreft

233,88

f.

Voor voormalige bedrijfsvaartuigen in de Historische Sleepboothaven aan de Oude Singel / Houtmarkt, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

5,53

g.

Voor bewoonde voormalige bedrijfsvaartuigen in de Historische Haven aan het Galgewater, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

5,53

h.

Voor bedrijven die restauratie-, reparatie- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan schepen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

24,92

i.

Voor vaartuigen, andere dan onder c,d,e,f,g en h van deze tabel genoemde, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

24,92

Naar boven