Verordening op de heffing en invordering van haven-, lig, kade- en opslaggelden 2026

De raad van de gemeente Harderwijk;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025,

nummer 024-30000230793/0240000797597;

gelet op: artikel 216 en artikel 229 onder a en b Gemeentewet, Verordening Fysieke Leefomgeving

 

besluit:

 

vast de stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van haven-, lig, kade- en opslaggelden 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)

    abonnement: recht op onbeperkt gebruik binnen een in het abonnement vastgestelde periode;

  • b)

    BOA: is een afkorting over ‘breedte over alles’;

  • c)

    centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf of de instantie waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van het gebruik maken van de gemeentelijke havens in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van havengelden met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.

  • d)

    dag : een tijdvak van 24 uren;

  • e)

    dagrecreatievaartuig: een vaartuig dat op een daarvoor bestemde tijdelijke plek in de haven aanmeert.

  • f)

    Havens en wateren: alle havens voor de beroepsvaart en pleziervaart alsmede alle andere bevaarbare wateren binnen de grenzen van de gemeente Harderwijk.

  • g)

    historisch schip: vaartuig zoals bedoeld in artikel 1.1. Hoofdstuk 13 onder c. van de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk.

  • h)

    historisch schip met woonfunctie: het wonen op een historisch schip, binnen de kaders die in het Beleid historische schepen zijn opgenomen;

  • i)

    jaar: een kalenderjaar;

  • j).

    laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

  • k)

    LOA: is een afkorting voor ‘lengte over alles’

  • l)

    maand : een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een kalendermaand en eindigt op de dag voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende kalendermaand;

  • m)

    meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 of zoals deze nadien is gewijzigd;

  • n)

    recreatievaartuig: een vaartuig die in hoofdzaak wordt gebruik voor recreatieve doeleinden b.v. jachten, sloepen, zeilboten en overige recreatieve vaartuigen

  • o)

    recreatievaartuig bewoners Waterfront: een vaartuig in bezit van een bewoner van het Waterfront en die gelegen zijn in het Waterfront en die in hoofdzaak wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden b.v. jachten, sloepen, zeilboten en overige recreatieve vaartuigen

  • p)

    rondvaartschip: een schip dat is ontworpen om recreatieve, toeristische boottochten te maken. Het is een passagiersschip dat speciaal is ingericht om mensen een vaartocht te laten maken voor het plezier of de bezienswaardigheid.

  • q)

    vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen.

  • r)

    visserschip: een schip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruik voor het bedrijfsmatig vangen van vis of andere levende rijkdommen van de wateren en de zee;

  • s)

    vrachtvaartuig: een vaartuig die in bezit zijn van een meetbrief zoals bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 of voor zover deze laatstelijk gewijzigd.

  • t)

    week : een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;

  • u)

    winterseizoen : een winterseizoen bestaat uit de maanden oktober, november en december en de maanden januari, februari en maart.

  • v)

    woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, een als hoofdverblijf dag- of nachtverblijf van één of meer personen.

  • w)

    zomerseizoen : de maanden april tot en met september.

Artikel 2 Belastbaar feit

Overeenkomstig hetgeen in de volgende artikelen is bepaald, worden rechten geheven onder de naam van:

  • a)

    haven en/of liggeld, voor het met vaartuigen ligplaats nemen of voor anker gaan in één van de gemeentelijke havens al dan niet op basis van een daartoe ingediende aanvraag voor een aangewezen ligplaats door burgemeester en wethouders;

  • b)

    kadegeld, voor het gebruik maken van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van één van de gemeentelijke havens met materieel om goederen uit vaartuigen te lossen of in vaartuigen te laden;

  • c)

    opslaggeld, voor het gebruik van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van één van de gemeentelijke havens in verband met de tijdelijke opslag van goederen, materialen of andere voorwerpen.

Artikel 3 Belastingplicht

De in artikel 2 genoemde rechten worden geheven als volgt:

  • a)

    havengeld van de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de bevrachter van het vaartuig dat ligplaats neemt of voor anker gaat in één van de gemeentelijke havens;

  • b)

    kadegeld van degene die van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van één van de gemeentelijke havens gebruik maakt om goederen te ontvangen of te verzenden;

  • c)

    opslaggeld van degene die op een voor de openbare dienst bestemde kade of wal goederen, materialen of andere voorwerpen tijdelijk opslaat.

Artikel 4 Heffingstijdvak

Het heffingstijdvak is gelijk aan de in artikel 1 a tot en met f vermelde perioden, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 5 Tarieven

  • 1.

    Het haven- en /of liggeld bedraagt, inclusief de eventuele heffing welke ingevolge de Wet op de Omzetbelasting 1968 wordt geheven (indien van toepassing), voor de volgende vaartuigen en/of ligplekken

    a.

    Beroepsvaartuigen (o.a. vissersvaartuigen, sleepboten en overige vaartuigen bestemd voor en in gebruik als beroepsvaart, voor zover niet anders in dit artikel vermeld.

    2026

    i

    Per m2 per week

    € 0,48

    ii

    Per m2 per jaar

    € 14,87

    b.

    Vrachtvaartuigen

    i

    Per ton per week

    € 0,25

    ii

    Per ton per jaar

    € 7,83

    c.

    Recreatievaartuigen

    i

    Per m1 per uur

    € 0,77

    ii

    Per strekkende met LOA per dag

    € 2,49

    d.

    Recreatievaartuigen bewoners Waterfront

    i

    Ligplaats 5,6 meter lengte

    Per jaar

    € 488,90

    ii

    Ligplaats 6 meter lengte

    Per jaar

    € 523,82

    iii

    Ligplaats 9 meter lengte

    Per jaar

    € 785,72

    e.

    Ligplaatsen bestemd voor rondvaartschepen

    Per strekkende meter LOA per dag

    € 5,43

    f.

    Woonschepen

    Per m2 per bootoppervlakte m2 (lengte over alles * breedte over alles) per kwartaal

    € 7,77

    g.

    Winterligplaats

    Per strekkende meter LOA per maand

    € 15,57

    h.

    Historische schepen

    Per strekkende meter LOA per jaar

    € 59,31

    i.

    Historische schepen met woonfunctie

    Per strekkende meter LOA per jaar

    € 339,30

    j.

    Aantikplaats kleine rondvaartschepen

    Per strekkende meter LOA

    € 56,07

  • 2.

    Het kadegeld bedraagt:

    • a)

      voor het lossen of laden van goederen waarvan de hoeveelheid in tonnen wordt uitgedrukt, per keer en per enkelvoudig connossement per ton, indien het lossen of laden plaatsvindt:

      • a.

        met aard- en nagelvast aan de openbare kade verbonden materieel € 0,12 per ton

      • b.

        met overig materieel € 0,13 per ton

    • b)

      voor het lossen of laden van overige goederen per m3, indien het lossen of laden plaatsvindt:

      • a.

        met aard- of nagelvast aan de openbare kade verbonden materieel € 0,13 per m3

      • b.

        met overig materieel € 0,24 per m3

  • 3.

    Het opslaggeld bedraagt per m2:

    • a)

      per dag € 0,18

    • b)

      per week € 0,78

    • c)

      per maand € 2,74

    • d)

      per jaar € 27,79

  • 4.

    Wanneer een vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt, wordt voor de toepassing van de hiervoor omschreven tarieven uitgegaan van de feitelijke omstandigheden.

Artikel 6 Jaartarief

  • 1.

    Op schríftelijk bij de in artikel 232, lid 4 van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen verzoek kan voor het havengeld, als bedoeld in artikel 5, lid 1 onder a en b een jaarabonnement worden afgesloten dan wel het jaartarief worden toegepast.

  • 2.

    Indien het jaarabonnement is/wordt afgesloten of beëindigd, dan wel de beslissing om het jaartarief toe te passen valt in de loop van het jaar, wordt het tarief voor het resterende gedeelte van het jaar vastgesteld op zoveel twaalfde gedeelten van het abonnements- of jaartarief als er na datum van de ontvangst van de aanvraag nog volle maanden overblijven.

Artikel 7 Heffingsgrondslag

  • 1.

    Voor de berekening van het haven- en liggeld zoals weergegeven in artikel 5, lid 1 geldt:

    • a.

      als de oppervlakte van een vaartuig het product van de grootste lengte en breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief;

    • b.

      als het aantal tonnen laadvermogen het aantal, zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief;

    • c.

      als de lengte van het vaartuig de lengte over alles.

  • 2.

    Voor de berekening van het kadegeld zoals weergegeven in artikel 5, lid 2 geldt als de hoeveelheid te lossen ofte laden goederen de hoeveelheid die op het connossement vermeld staat.

  • 3.

    Bij ontbreken van een geldige meetbrief, een connossement, of bij weigering deze te tonen of in geval deze geen volledige gegevens vermelden, wordt de oppervlakte of het laadvermogen van het vaartuig of de hoeveelheid van de te lossen ofte laden goederen met inachtneming van het eerste lid van dit artikel bepaald.

  • 4.

    Bij de berekening van enig in deze verordening genoemd recht worden gedeelten van tijdvakken en eenheden, waarover de tarieven worden berekend, voor een geheel gerekend.

Artikel 8 Vrijstellingen

Het havengeld wordt niet geheven voor:

  • 1.

    Vaartuigen in directe dienst van de gemeente;

  • 2.

    Vaartuigen, welke tot het uitbaggeren van de gemeentelijke havens en de vaargeul worden gebezigd;

  • 3.

    Bedrijfsvaartuigen, welke nieuw van de werf te water worden gelaten en binnen veertien dagen na de tewaterlating de haven ongeladen verlaten;

  • 4.

    Gebruik of genot van de haven met botters;

  • 5.

    Botters en andere historische schepen (op vertoon van Register Varend Erfgoed) welke gedurende evenementen met historische schepen ligplaats in de haven kiezen, mits het gebruik van de haven de duur van 7 dagen per kalenderjaar niet te boven gaat.

Artikel 9 Wijze van heffing

  • 1.

    De naar jaar- en kwartaaltarieven geheven rechten worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere dan de in het eerste lid bedoelde rechten worden geheven bij wijze van een mondelinge of gedagtekende schríftelijke kennisgeving danwel schríftelijke kennisgeving via de digitale weg, waaronder mede wordt begrepen een bon, nota of ander schriftuur.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in het tweede lid moet de belasting, die door middel van het aanmelden bij de centrale computer van de gemeente dan wel van het bedrijf of de instantie waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor het gebruik maken van de gemeentelijke havens, met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel, betaald worden binnen twee maanden na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    De rechten moeten worden voldaan op het tijdstip waarop de aanslag kennisgeving als bedoeld in artikel 9, lid 2 wordt uitgereikt.

  • 2.

    In tegenstelling tot artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten, in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 9 wordt toegezonden, worden voldaan binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 3.

    In tegenstelling tot artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 9 lid 1 genoemde aanslagen worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4.

    In tegenstelling tot artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de mondelinge kennisgeving ter stond worden betaald.

  • 5.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de kennisgeving respectievelijk de aanslag.

  • 6.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Verlenen van kwijtschelding

Van de in artikel 2 genoemde rechten wordt geen kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stb.221), verleend.

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de havengelden.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening havengelden 2025” van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening havengelden 2026”.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 11 december 2025.

de heer J. Joon

voorzitter

de heer H.R. Lanning

raadsgriffier

Naar boven