Gemeenteblad van Zwolle
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Zwolle | Gemeenteblad 2025, 558292 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Zwolle | Gemeenteblad 2025, 558292 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Zwolle
gelezen de tekstinhoud van ”Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036” d.d. 16 december 2025
Besluit;
Dat het "Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036" zoals dat is opgenomen in Bijlage A wordt vrijgegeven voor terinzagelegging.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het gemeenteblad.
Aldus vastgesteld door Gemeente Zwolle, 16 december 2025
Peter Snijders, voorzitter
Dick Emmer, secretaris
In 2050 willen we in heel Nederland van het aardgas zijn. Vanuit het Rijk krijgen alle gemeenten de opdracht om een Warmteprogramma op te stellen voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma beschrijft in welke gebieden we in de gemeente binnen nu en tien jaar aan de slag gaan met de warmtetransitie, dus hoe Zwolle van het aardgas af gaat. Dit is veelomvattend. Het Warmteprogramma is daarom ook een omvangrijk stuk. We ontwikkelen het stapsgewijs, waarbij de onderdelen onderling met elkaar samenhangen en van elkaar afhankelijk zijn. In deze leeswijzer leggen we uit hoe het Warmteprogramma wordt opgebouwd. Het Warmteprogramma bestaat uit 3 niveaus; strategie, aanpak en uitvoering.

Als eerste stellen we vast op basis van welke leidende principes we de warmtetransitie in Zwolle vormgeven; de Zwolse warmtestrategie. Met behulp van deze principes stellen we een aanpak op. Die aanpak bestaat uit bouwstenen met beleidsuitgangspunten voor een aardgasvrij Zwolle.
Doel is om te komen tot een handelingsperspectief (uitvoering) voor inwoners op wijk/buurtniveau voor de komende 10 jaar, als het gaat om een duurzaam alternatief voor aardgas. Dit perspectief wordt op een kaart gezet, de zogenaamde Warmtetransitiekaart. Daaraan koppelen we een uitvoeringsagenda, dit is voor de gebieden waarin we de aankomende vijf jaar aan de slag gaan.
Strategie
Zwolse Warmtestrategie: bepaalt de hoofdkoers
De basis van het Warmteprogramma is de strategie. Hierin staan leidende principes en uitgangspunten die bepalend zijn voor hoe we in Zwolle de warmtetransitie vormgeven. Daarin staat ook beschreven hoe we met partijen en stakeholders in de stad samenwerken om de transitieopgave voor elkaar te krijgen. De strategie werkt door in de aanpak van verschillende bouwstenen van het Warmteprogramma.


De leidende principes komen voort uit het bestaande beleid, de Transitievisie warmte 2020, de lessen die we geleerd hebben in de afgelopen jaren in de samenwerking bij warmtetransitie-projecten, zoals in de wijken Assendorp, Dieze, Holtenbroek, Aa-landen en Berkum én de wettelijke kaders die gemeenten meekrijgen vanuit het Rijk.
De Wet collectieve Warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie maken het mogelijk voor gemeenten om instrumenten (bijvoorbeeld oprichten Warmtebedrijf) te ontwikkelen en in te zetten om de versnelling in de warmtetransitie te ondersteunen.
Ontwikkelkader Warmtebedrijf: maakt collectieve warmtevoorziening mogelijk
De oprichting van een publiek warmtebedrijf is één van de mogelijkheden om een betaalbare en haalbare warmteoplossing voor delen van de stad te realiseren. Met de op handen zijnde Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten de mogelijkheid om hier optimaal invulling aan te geven. Daarom het Ontwikkelkader Warmtebedrijf vastgesteld en het oprichtingsbesluit voor Warmtebedrijf Zwolle Holding b.v. genomen (raadsbesluit d.d. 13 juli 2024).
Aanpak
De leidende principes vertalen zich door in bouwstenen. Daarin staan beleidsuitgangspunten. We omschrijven in de bouwstenen hoe we omgaan met duurzame bronnen, welke onderdelen we opnemen in een Warmteplan, welke rol we spelen bij energie-infrastructuur en netcongestie voor de warmtetransitie, hoe we samenwerken in en met de stad en hoe we het besparen van energie en isoleren van de gebouwde omgeving aanpakken.

Isolatie & besparing: hoe we de stad helpen bij energie besparen?
Alternatieve bronnen zijn schaars. Energie die we niet gebruiken hoeven we ook niet ander op te wekken. Onderdeel van het Warmteprogramma is daarom de stadsbrede Isolatie & besparingsaanpak, waarin staat hoe we inwoners (financieel) helpen bij het besparen van energie, o.a. door isolatie. De aanpak vindt u in Bouwsteen Isolatie en besparing.
Warmteplankader: hoe we komen tot gedragen plannen per gebied
In Zwolle maken we altijd eerst een Warmteplan voor een gebied voordat we een concreet besluit nemen over wanneer aardgas niet meer beschikbaar is. Dat doen we samen met inwoners, bedrijven en andere partijen in het gebied. In het Warmteplankader staat beschreven waar een Warmteplan minimaal aan moet voldoen om vastgesteld te worden. Ook staat in het kader hoe we door deze manier van werken ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen. Het kader vindt u in Bouwsteen Warmteplan kader.
Duurzame bronnen: Welke warmtebronnen hebben we?
Er zijn verschillende alternatieven in Zwolle beschikbaar waarmee de warmtevraag van een wijk of, buurt duurzaam kan worden ingevuld. Onderzocht wordt welke duurzame bronnen we in Zwolle hebben, de potentie. Maar in deze aanpak staat ook beschreven hoeveel warmtevraag er in Zwolle is. En hoe krijgen we vraag en aanbod bij elkaar? Dit onderdeel is verplicht om in het Warmteprogramma op te nemen. Het onderzoek vindt u in Bouwsteen Duurzame bronnen.
Infrastructuur en netcongestie: hoe het technisch mogelijk?
Om van het aardgas af te gaan, zullen we veel meer elektriciteit gaan gebruiken. Bijvoorbeeld doordat we onze gebouwen voor een deel met warmtepompen zullen verwarmen.
Ons netwerk is daar nog niet voldoende voor uitgerust. In de aanpak Infrastructuur en netcongestie staat hoe we er in samenwerking met andere partijen voor zorgen dat de infrastructuur klaar is voor een aardgasvrije toekomst en of we bijvoorbeeld door het realiseren van een warmtenet het elektriciteitsnet kunnen ontlasten. De aanpak vindt u in Bouwsteen Infrastructuur en netcongestie.
Samenwerking met de Stad : wat spreken we daar over af?
In de verschillende bouwstenen is uiteraard ruimte voor participatie en samenwerking met partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming van de bouwsteen of er mee aan de slag gaan. Maar daarnaast is het belangrijk dat er opgroeiruimte is voor de bewonersinitiatieven in onze stad en op welke wijze we deze (financieel) ondersteunen. Hoe gaan we aan de slag met ondernemers op een bedrijventerrein? Of waar kunnen we samenwerking vinden met woningcorporaties. Onder de Bouwsteen Samenwerking met de stad geven we hier invulling aan.

Warmtetransitiekaart: wanneer is welk gebied aan de beurt en welke oplossing wordt voorzien?
De Warmtetransitiekaart geeft aan wanneer welke gebieden tot 2036 aan de beurt zijn voor het opstellen van een Warmteplan en waar een einddatum voor aardgas is voorzien. Ook staat er welke voorkeursoplossing voor aardgas er voorzien wordt per gebied.
De kaart vindt u in Warmtetransitiekaart 2026 tot 2036.
Uitvoeringsagenda: inzet van capaciteit en financiële middelen
Hoe zorgen we ervoor dat de keuzes en het handelingsperspectief dat we geven in de Warmtetransitiekaart ook ten uitvoer wordt gebracht? Hiervoor maken we een uitvoeringsagenda waarin de inzet van financiële middelen en capaciteit inzichtelijk worden gemaakt in een planning en prioritering tot 2030.
De klimaatcrisis, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de noodzaak om energie duurzamer en betaalbaarder te maken, zijn urgente redenen om anders te gaan leven en wonen. Een essentiële stap daarin is om in Zwolle van het aardgas af te gaan en zo de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit is met alle gemeenten, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord in 2019.
De gevolgen van klimaatverandering zijn merkbaar. Denk aan extremere regenval en hitte. Zwolle, is er als laaggelegen, historische Hanzestad in open verbinding met het IJsselmeer, extra kwetsbaar voor. Door de fysiek-ruimtelijke opgave die de warmtetransitie met zich meebrengt, ontstaan kansen voor meer groen en klimaatadaptatie. Kansen om de stad duurzamer in te richten.
Op dit moment wordt in de meeste gebouwen nog aardgas gebruikt. Dat is niet duurzaam en kan anders. De overgang van aardgas naar alternatieve bronnen noemen we de warmtetransitie. De warmtetransitie is de opgave om in 2050 landelijk circa zeven miljoen bestaande woningen en een miljoen andere bestaande gebouwen te verwarmen met hernieuwbare energie in plaats van aardgas of andere fossiele brandstoffen. Een grote operatie met gevolgen voor iedereen. Er gaan straten opengebroken worden om warmtenetten aan te leggen of elektriciteitsnetten te verzwaren. Gebouwen moeten extra worden geïsoleerd om ze voor te bereiden op een alternatieve manier van verwarmen. En voor inwoners en ondernemers kan het gebruik van energie en het betalen er anders uit gaan zien.
Het is ook een enorme kans voor Zwolle. Door voortvarend aan de slag gaan, kunnen we niet alleen de klimaatdoelen halen, maar ook de kwaliteit van leven voor toekomstige generaties verbeteren.
De warmtetransitie is een opgave voor iedereen, niet alleen voor de gemeente. Inwoners, woningcorporaties, netbeheerders, bedrijven, instellingen en gebouweigenaren: we hebben allemaal een verantwoordelijkheid. Dit vraagt om goede samenwerking. En ook duidelijkheid over waar, hoe en wanneer we samen welke stappen zetten. We stellen daarom een Warmteprogramma op, waarin staat hoe we dit aanpakken. Het Warmteprogramma geeft iedereen zo veel mogelijk duidelijkheid.
De warmtetransitie als kans: Zwolle loopt voorop
We willen in Zwolle graag voorloper zijn in de warmtetransitie. Zwolle heeft daar alle ingrediënten voor in huis. Een stad met een sterk sociaal netwerk en actieve, betrokken inwoners. Een economie met innovatieve bedrijven. En een groeiende gemeenschap die duurzaamheid omarmt en daar zelf het voortouw in neemt. Zomaar een aantal cruciale elementen voor de warmtetransitie.
Door geen aardgas meer te gebruiken, maar duurzame alternatieven als warmtepompen, duurzame warmtenetten en duurzaam gas, wordt Zwolle steeds meer zelfvoorzienend. Dit maakt ons minder kwetsbaar voor invloeden van buiten, zoals een gasprijsstijging. Door te investeren in lokale energie en verduurzaming, kan Zwolle een economisch sterke stad blijven.
Bovenal leidt verduurzaming in brede zin tot een fijnere stad om in te leven. Een groene stad, met schone lucht, een hoge biodiversiteit en een fijn leefklimaat. Een plek waar Zwollenaren graag zijn.
In Zwolle zijn we al een aantal jaren volop bezig met de warmtetransitie. Vooral door het realiseren van energiebesparing, het verduurzamen van woningen, bedrijven en instellingen en het zetten van stappen naar een aardgasvrije stad.
Beleidsstappen tot nu toe
Voor de warmtetransitie hebben we de volgende beleidsstappen genomen en vastgesteld;
Besluiten tot nu toe
Coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 2022-2026
“Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is het aardgasvrij maken van (bestaande) wijken. De komende jaren gaat dit proces verder vorm krijgen. Dat vraagt optimaal gebruik van duurzame bronnen en aanleg van warmtenetten. We zijn, net als het Rijk, bereid hier een financiële bijdrage aan te leveren. Bij de exploitatie van toekomstige warmtenetten zien wij een duidelijke publieke taak. Alleen zo kunnen we bij deze ontwikkeling blijven sturen op publieke waarden. Ook willen we kijken hoe inwonersinitiatieven een plek kunnen krijgen in het warmtenet. Door onderdeel te worden van een groter project, zoals mogelijk Holtenbroek en Aa-landen. Of door zelf de mogelijkheid te krijgen een ‘warmteschap’ op te zetten, bijvoorbeeld in Dieze en Assendorp. Om wijkinitiatieven de kans te geven een rol te spelen bij de energietransitie, willen we ze de tijd en ruimte geven om te groeien in hun rol en uiteindelijk een professionele organisatie te worden. Een soort opgroeirecht. We gaan kijken hoe we dit kunnen vormgeven.
Op 13 juli 2024 heeft de Raad het Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle vastgesteld. Op basis van dit kader heeft het college een oprichtingsbesluit genomen om te komen tot Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V.
De raad van de gemeente Zwolle heeft in haar Ambitiepakket voor de Energietransitie 2025-2030 (juni 2024) uitgesproken, dat het Warmteprogramma noodzakelijk is. Dit heeft geleid tot financiële ondersteuning van € 200.000 voor de ontwikkeling van het Warmteprogramma.
Aangenomen motie tijdens de behandeling van Perspectiefnota 2025-2028, extra investeren in bewonersinitiatieven energietransitie. Bewonersinitiatieven belangrijk zijn voor lokaal draagvlak en versnelling van de energietransitie. Voor de verduurzaming in de wijken Assendorp en Dieze is in de begroting voor 2025 is de motie aangenomen om totaal € 300.000 te investeren in de initiatieven 50 Tinten Groen en Wijbedrijf Dieze.
Praktijkstappen tot nu toe
In de wijken Holtenbroek, Aa-landen en Berkum wordt er sinds de Transitievisie Warmte uit 2020, gewerkt aan het opstellen van warmteplannen met bewoners en partners. Een Warmteplan is een plan waarin staat hoe een gebied aardgasvrij kan worden. Deze wordt opgesteld door de gemeente, inwoners en partners samen. Hierin staat onder meer wat het alternatief voor aardgas is, welke isolatie nodig is en wat de einddatum voor aardgas is. Het kan gaan om een buurt of een wijk of meerdere.
In de gebieden Sallandsweide in Assendorp en Hogenkamp in Dieze, werken lokale bewonersinitiatieven aan een buurtenergieplan en een actieonderzoek voor VvE’s om de gebieden te verduurzamen in de brede zin (ook mobiliteit, vergroening en wijkverbetering). In deze vijf gebieden in Zwolle leren we daardoor steeds beter wat wel en wat niet werkt. En wat er nodig is om te versnellen. De praktijk is nog weerbarstig en de wetgeving is nog in ontwikkeling. De warmtetransitie heeft dagelijks met nieuws, wijzigingen, nieuwe inzichten en ontwikkelingen te maken. Maar we willen door, want er staat ons nog veel te doen.
In het Warmteprogramma staan de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van gebieden in Zwolle voor de komende tien jaar. Niet alleen de plannen en werkzaamheden vanuit de gemeente, maar ook van andere partners waarmee we samenwerken, zoals bewonersinitiatieven, netbeheerders en bedrijven. Het Warmteprogramma laat zien in welke gebieden partijen de komende jaren aan de slag gaan en wat daar op hoofdlijn de aanpak is voor het alternatief voor aardgas en de planning.
Dit Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en geeft duidelijkheid omtrent de warmtetransitie voor alle betrokkenen (denk aan professionele partners, bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren). Het is ook de basis voor een gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie in de warmteplannen.
Op dit moment ligt er landelijk een wet die het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving kan versnellen. Deze wet heet de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)’. De Wgiw geeft gemeenten bevoegdheden om meer regie te nemen in de warmtetransitie. Zo kunnen gemeente zodra de Wgiw in werking treedt (verwacht 2026) de datum vaststellen waarop de levering van aardgas in een gebied stopt. Dit noemen we de ‘aanwijsbevoegdheid’. De aanwijsbevoegdheid is de juridische mogelijkheid voor gemeenten om in het Omgevingsplan een einddatum op te nemen voor de levering van aardgas. Deze bevoegdheid is onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (beoogde inwerkingtreding in 1 januari 2026).
In de figuur hieronder zijn de stappen naar aardgasvrij beschreven, vanuit het juridische kader. Uiterlijk 31 december 2026 moet elke gemeente het eerste Warmteprogramma vaststellen.

Onderdeel van de Wgiw is de verplichting iedere vijf jaar een Warmteprogramma op of bij te stellen. Er zijn verschillende eisen waar zo’n Warmteprogramma aan moet voldoen. Inhoudelijke vereisten staan opgenomen in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Zo moet er participatie hebben plaatsgevonden. Ook geeft de wet veel kaders en randvoorwaarden mee. De aanwijsbevoegdheid mag bijvoorbeeld alleen worden gebruikt als de aanpak betaalbaar en haalbaar is, en er een redelijke termijn zit tussen het aanwijzen van een gebied en het stoppen met aardgaslevering.
Dit moet minimaal in een Warmteprogramma staan:
Een planning tot 2035 die aangeeft met welke gebieden de gemeente aan de slag gaat met de warmtetransitie. Dit kan zowel gaan over verduurzamen (isoleren) als de overstap naar een duurzaam alternatief voor aardgas. Alleen voor de in de planning aangegeven gebieden kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet. Staat een gebied niet in die planning, dan geeft dat zekerheid dat de komende 10 jaar nog aardgas beschikbaar is. Deze planning vertalen we in de Warmtetransitiekaart 2026 tot 2036. Deze laat zien in welke gebieden, wanneer, partijen aan de slag gaan (of al zijn) met bijvoorbeeld het opstellen van warmteplannen, en in welke gebieden een einddatum voor de levering van aardgas wordt voorzien. In dat geval maken we gebruik van nieuwe bevoegdheden vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), namelijk de aanwijsbevoegdheid.
De duurzame alternatieven voor aardgas per gebied die de gemeente overweegt, met daarbij een voorkeursoptie. Dit wordt bepaald op basis van de laagste maatschappelijke kosten, kosten voor de eindgebruiker en de beschikbaarheid van de warmtebron. De uiteindelijk keuze voor het alternatief wordt gemaakt in een uitvoeringsplan (in Zwolle Warmteplan genoemd) en is pas juridisch bindend voor inwoners, ondernemers en anderen bij het wijzigen van het Omgevingsplan. Wanneer wordt gekozen voor een andere optie dan het alternatief met de laagste totale kosten voor de maatschappij, moet dit expliciet worden gemotiveerd.
Het aantal gebouwen dat in de periode tot en met 2035 naar verwachting zal worden geïsoleerd, van het aardgas afgaat en de verwachte warmtebehoefte. Bij elke herijking is terugkijken op de doelen en vooruitkijken vereist. Dit vraagt van de gemeente data(verzameling), analyse en monitoring.
Een planMER (milieueffectrapportage). Dit is vereist nu het Warmteprogramma een wettelijk voorgeschreven plan is onder de Omgevingswet en het kader vormt voor onder meer de aanleg van buisleidingen voor warm water en diepboringen voor geothermie. Dit zijn mer-(beoordelingsplichtige) activiteiten. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten hiervan in beeld. De betreffende rapportage vindt u in PlanMER Warmteprogramma gemeente Zwolle.
Een verplichting onder het Warmteprogramma is dat de voortgang van de warmtetransitie wordt gemonitord en we elke vijf jaar de balans opmaken. Na (maximaal) vijf jaar herijken we het Warmteprogramma en laten dan zien welke resultaten er bereikt zijn en wat we als stad de jaren erna willen bereiken.
In het Warmteprogramma waar we de komende jaren verder onderzoek naar doen en wat het handelingsperspectief is voor gebouweigenaren in alle gebieden, ook als deze niet op de Warmtetransitiekaart staan (en er dus pas na 2035 warmteplannen worden opgesteld).
Het Warmteprogramma is omvangrijk. Het gaat over grote strategische keuzes, en ook over concrete uitvoerende projecten en de inzet van middelen en capaciteit. Kortom, over alles wat nodig is om aardgasvrij te worden, en waar mogelijk meer dan dat. Dit Warmteprogramma gaat over de tijdsperiode 2026 tot 2036, waar mogelijk geven we een doorkijk na 2036.
Om het geheel behapbaar te houden, bouwen we het programma in delen op. We zien drie belangrijke niveaus: strategie, aanpak opgesteld in de vorm van verschillende bouwstenen, en de uitvoering. Figuur 2 laat deze opbouw van het Zwolse Warmteprogramma zien. De onderdelen stellen we niet in één keer vast, maar in stappen en zijn uiteindelijk samen het Zwolse Warmteprogramma. Het Ontwikkelkader voor het Warmtebedrijf Zwolle is op 13 juli 2024 reeds vastgesteld. Begin 2025 wordt de Zwolse Warmtestrategie aangeboden aan het college en de raad. In de loop van 2025 volgen de bouwstenen Warmteplannen Kader, Isolatie & besparing, de Bronnenstrategie, Infrastructuur& Netcongestie en de Samenwerking met de Stad. Eind 2025 wordt het Warmteprogramma als geheel vastgesteld door het college en aan de Raad voorgelegd Het Warmteprogramma vervangt vanaf dat moment de vigerende Transitievisie Warmte Zwolle, uit 2020.
Het Warmteprogramma kijkt tien jaar vooruit (2026 – 2036). Na vijf jaar moet een Warmteprogramma herijkt worden. Indien nodig kan dit eerder bijvoorbeeld door gewijzigde wetgeving, innovatie of kansen voor het ontwikkelen van nieuwe warmtebronnen. Hier houden we in het Warmteprogramma rekening mee door ruimte in te bouwen voor ontwikkelingen. We houden voortdurend in de gaten of bijstellen nodig is. Het Zwolse Warmteprogramma zien we dan ook als een groeidocument welke, als ontwikkelingen erom vragen, tussentijds kan worden aangevuld en aangepast. Zo zijn we in staat te reageren op ontwikkelingen en kunnen we nieuwe lessen direct meenemen in ons werk.

Strategie
In de Zwolse Warmtestrategie staan de leidende principes en strategische uitgangspunten van waaruit we werken centraal, die aangeven hoe we in Zwolle de warmtetransitie aanpakken. De Zwolse Warmtestrategie staat in hoofdstuk 2. Onze vier leidende principes die in het hele Warmteprogramma terug te vinden zijn, zijn:
We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is;
We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is;
We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturend indien nodig;
We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen.
Aanpak
De leidende principes vertalen zich door in bouwstenen. Daarin staan beleidsuitgangspunten. We omschrijven in de bouwstenen hoe we omgaan met duurzame bronnen, welke onderdelen we opnemen in een Warmteplan, welke voorwaarden we stellen aan een publiek warmtebedrijf, welke rol we spelen bij energie-infrastructuur en netcongestie voor de warmtetransitie, hoe we samenwerken in en met de stad en hoe we het besparen van energie en isoleren van de gebouwde omgeving aanpakken. Met deze bouwstenen maken we de Warmtetransitiekaart. Deze kaart geeft per gebied tot 2035 aan waar we aan de slag gaan en waar voorlopig nog aardgas is. Aan de kaart wordt een tabel toegevoegd die onder meer aangeeft wat de voorkeursoptie voor de warmtebron ter vervanging van aardgas is.
Uitvoering
Bovenstaande geeft richting aan de uitvoering. In de Uitvoeringsagenda 2026-2031 staan de planning en prioritering van projecten en activiteiten voor de eerste vijf jaar. Hierin staat ook een overzicht van benodigde middelen en capaciteit.
Bij de ontwikkeling van dit Zwolse Warmteprogramma nemen we voortdurend input mee vanuit verschillende bijeenkomsten, gesprekken en onderzoeken met partners, inwoners en ondernemers. Voorbeelden zijn de wijkbijeenkomsten en werksessies met bewoners in de wijken Holtenbroek, Aa-landen en Berkum. De gesprekken met inwoners, ondernemers, woningcorporaties en bewonersinitiatieven in lopende warmteprojecten in Assendorp en Dieze. Er is daarnaast een gemeentebrede peiling uitgevoerd onder inwoners en ondernemers over de warmtetransitie. In de aanloop naar het Ambitiepakket voor de Energietransitie 2025-2030 (juni 2024) zijn stakeholdergesprekken gevoerd waarin het Warmteprogramma en de warmtetransitie zijn besproken. Over de verschillende onderdelen van het Warmteprogramma wordt overlegd met vertegenwoordigers van de duurzame bewonersinitiatieven, georganiseerd in Platform Duurzaam Zwolle. Op deze wijze zijn continu in gesprek met elkaar.
We sluiten veelal aan bij lopende projecten en participatietrajecten, zowel vanuit de energietransitie als breder, zoals het Burgerberaad over eerlijke klimaatneutrale Stad (sept 2023- juli 2024), de nieuwe Omgevingsvisie en waardevolle lessen vanuit het project Warm Thuis voor inwoners met energiearmoede. Daarnaast is expertise vergaard bij deelname aan werkgroepen van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en G40 en delen we kennis met andere gemeenten. De verkregen inzichten zijn verwerkt in deze nota.
Het college van burgemeester en wethouders en de Zwolse gemeenteraad zijn de afgelopen jaren meerdere keren geïnformeerd en gevraagd te adviseren over de warmtetransitie. Deze input is ook belangrijk geweest in de opzet en gemaakte keuzes in het Warmteprogramma.
Alle betrokken partijen, activiteiten en bijeenkomsten met de stad, welke hebben bijgedragen aan dit Warmteprogramma, worden uiteindelijk opgenomen in het Participatiejournaal Warmteprogramma in de bijlage.
In het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij staat hoe we de komende jaren de gebouwde omgeving steeds minder afhankelijk maken van aardgas. Dit is niet nieuw: in de praktijk zijn we al een tijdje samen met inwoners, ondernemers en partijen aan de slag en hebben ervaring opgedaan (de geleerde lessen). We leggen in dit deel, de Zwolse Warmtestrategie, vast vanuit welke leidende principes we werken, en in de toekomst willen werken. Want er is nog veel te doen. De Warmtestrategie gaat dus over de vraag “Op welke wijze?”. Dit werkt vervolgens door in de verschillende onderdelen van het Warmteprogramma: de bouwstenen. Daar staat “Wat” we doen en gaan doen. De Warmtestrategie is adaptief opgesteld. We bevinden ons immers in een dagelijks veranderende wereld. De Zwolse Warmtestrategie is daarom een belangrijke stip op de horizon, met de nodige wendbaarheid.
Hieronder staan de vier leidende principes voor het hele Warmteprogramma, die we overal in meenemen. Dit is de manier hoe we in Zwolle werken en willen werken aan de warmtetransitie. Dit zien we nu in de lopende ontwikkelingen en projecten en willen we vastleggen voor de komende jaren. Het zijn principes die we nu meenemen op de korte termijn en die ons op de lange termijn helpen om doelstellingen te halen.
We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is
De warmtetransitie is complex en voor ons allemaal nieuw. Naast nieuwe technieken zijn er nieuwe werkwijzen, samenwerkingsvormen en kaders nodig. Er zijn nog maar weinig voorbeelden om van te leren. Waar mogelijk borduren we voort op ervaringen van anderen en kennis die al ontwikkeld is. Landelijk en van de Proeftuinen Aardgasvrij Wijken (PAW), bij andere gemeenten en bij kennispartijen. Maar daarmee komen we er niet. We hebben geleerd dat de warmtetransitie een lokale transitie is. In veel gevallen is maatwerk, persoonlijk contact en lokale binding nodig om resultaat te boeken. We leren dus vooral door te doen. Geen lange plannen schrijven, maar pionieren met de voeten in de klei, met veel aandacht voor het lerende effect. Zoveel als mogelijk maken we resultaten meetbaar, zodat we leren welke aanpak werkt en welke niet. Wat werkt blijven we doen en laten we groeien. Werkt het niet, dan is het ook nodig tijdig koers te wijzigen of te stoppen met een project.
Wat we hebben geleerd verwerken we ook in ons beleid. Op dit moment is dat de in 2020 vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW). Het Warmteprogramma vervangt de TVW, maar uitgangspunten en vertrekpunten die nog steeds gelden, nemen we mee. Deze staan in hoofdstuk 2 van de Transitievisie Warmte en hebben we ook in bijlage Uitgangspunten en vertrekpunten uit de Transitievisie Warmte (TVW) Zwolle 2020 opgenomen. Op een aantal punten stellen we een aanscherping voor, die ook in de bijlage is toegelicht.
We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is
In een transitie verandert veel tegelijkertijd. Zo ook in de warmtetransitie. De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen gaat over veel meer dan techniek. Het gaat over mensen, over economie, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en over hoe we met elkaar samen leven. Elk met eigen dynamiek, die op zijn beurt effect heeft op de manier waarop we naar een aardgasvrije stad toe werken of de snelheid waarmee we kunnen veranderen. Dit kunnen we niet ver vooruit voorspellen. In het Warmteprogramma stippelen we een lange termijn koers uit, met als horizon tien jaar. Een periode waarin veel kan veranderen. De houdbaarheid van dit programma is alleen gegarandeerd als er ruimte is om tussentijds bij te sturen. Om adaptief te reageren als ontwikkelingen daarom vragen. We willen voorkomen dat het gemeentelijk beleid de vertragende factor is. Een voorbeeld is dat hybride nu nog een goede tussenoplossing is en stap in de verduurzaming, maar zodra duidelijk is wat de eindoplossing is in een gebied niet meer.
We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturen op doelen indien nodig
Als gemeente hebben we de regierol in de warmtetransitie. Dat is in het Klimaatakkoord afgesproken. We zijn voor het merendeel afhankelijk van andere partijen, netbeheerders, inwoners en bedrijven die zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Als regisseur voelen we ons ervoor verantwoordelijk dat de optelsom van die beslissingen klopt. Daarvoor treden we soms op als procesregisseur, waarbij we verbindingen leggen tussen partijen, intensief samenwerken, co-creëren met stakeholders of participeren in ontwikkelingen van anderen. Maar waar nodig treden we ook sturend op en stellen we het resultaat naar een aardgasvrije stad voorop. De meer sturende, presterende rol vertaalt zich onder andere in de positie die de gemeente Zwolle inneemt bij de ontwikkeling van warmtenetten, de oprichting van het Warmtebedrijf Zwolle en waar mogelijk het toepassen van de aanwijsbevoegdheid.
In alle gevallen geldt dat we doelgericht aan de slag gaan, sturen op effectiviteit, efficiency en het behalen van meetbare resultaten. We geven richting en stellen heldere kaders en randvoorwaarden richting partners in de stad waarmee we samenwerken. We stimuleren en faciliteren in de richting van de gestelde doelen. En we durven risico te nemen door te investeren in de juiste richting. Met passende rolneming, afhankelijk van wat de situatie vraagt, verwachten we sneller aardgasvrij te kunnen worden.
We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen
Dit is het eerste Warmteprogramma in Zwolle en beleid en wet- en regelgeving die nodig zijn om te versnellen zijn nog in ontwikkeling. Niet alleen gemeentelijk beleid, maar vooral ook landelijk beleid. Dat betekent dat we steeds vooruit kijken en alvast rekening houden met wat komen gaat. Met het Warmteprogramma willen we onder andere voorbereid zijn op de mogelijkheden die de in ontwikkeling zijnde wetgeving gaat bieden. Dit zijn de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw). De Wgiw is op 23 april 2024 in de Tweede Kamer aangenomen en op 10 december 2024 in de Eerste Kamer echter zal naar verwachting op 1 januari 2026 inwerking treden. Dit geldt ook voor de Wet collectieve warmte (Wcw).
In ons beleid en in de uitvoering handelen wij alvast in de geest van deze nieuwe wetten en bijbehorende (deels nog in ontwikkeling zijnde) besluiten. We maken keuzes die erop voorsorteren, wetende dat op detailniveau nog verdere invulling zal komen. Dit zorgt ervoor dat we tijdig de juiste instrumenten kunnen inzetten, zoals de aanwijsbevoegdheid om gebieden aardgasvrij te maken. Door deze wetten nu al als uitgangspunt te nemen, zorgen we ervoor dat de Zwolse koers in lijn is met de landelijke en dat wat we doen juridisch klopt. Nog niet alles is bekend vanuit het Rijk. Dat betekent dat er voorlopig randvoorwaarden zijn om ons huidige beleid te kunnen uitvoeren. Zo staat er in de Wgiw dat in een Warmteplan (die daarna dient als onderbouwing voor wijziging Omgevingsplan) een einddatum voor de levering van aardgas moet staan. Een gemeente kan die einddatum alleen handhaven als er een handelingsperspectief is voor alle gebouweigenaren. Dat het voor inwoners en de maatschappij betaalbaar en uitvoerbaar is. De uitwerking en definitie van betaalbaarheid volgt nog. Die uitwerking is randvoorwaardelijk om ons beleid te kunnen uitvoeren en handhaven.
Waar de leidende principes hierboven beschrijven hoe we werken, geven de strategische uitgangspunten hieronder meer kleuring aan de inhoudelijke bouwstenen van het Warmteprogramma. Deze zijn niet limitatief. Bij de vaststelling van de individuele bouwstenen kunnen nog aanvullende uitgangspunten voorgelegd worden, die nu nog in ontwikkeling zijn. Uitgangspunten zijn opgesteld vanuit ervaring van de afgelopen jaren, lopende projecten, landelijke ontwikkelingen en regionale en stedelijke gesprekken, zoals met de gemeenteraad:
De warmtevraag terugdringen 4.2;
Warmteplanproces in en met de buurt 4.3;
Alternatieven voor aardgas 4.4;
De Warmtetransitiekaart het eindbeeld waar me naar toe werken 4.5.
Het is onze ambitie alle inwoners passend te helpen met energiebesparing en een voldoende geïsoleerde woning, ongeacht warmteoplossing
In de bouwsteen Isolatie & besparing (hierna isolatieaanpak) staat hoe we inwoners ondersteunen bij energiebesparing en het isoleren van woningen. Een aantal strategische uitgangspunten voor deze isolatieaanpak zijn hieronder beschreven.
Het terugdringen van de warmtevraag door bewustwording en energiebesparend gedrag zien we als integraal onderdeel van de aanpak. Duurzame bronnen zijn schaars, en niet gebruikte energie hoeven we ook niet alternatief in te vullen. Daarnaast resulteert energiebesparing direct in een lagere CO2-uitstoot. Daarom is het onze ambitie alle inwoners passend te helpen naar een voldoende geïsoleerde woning, onafhankelijk van de warmteoplossing. Ter illustratie: we leggen de lat qua isolatieniveau niet lager in gebieden waar een hoge temperatuur warmtenet is voorzien, dan in gebieden waar elektrische warmtepompen de voorkeurstechniek is;
De isolatieaanpak kan voor gebieden die op de Warmtetransitiekaart (komende 10 jaar) staan, intensiever zijn dan in gebieden die niet zijn opgenomen op de Warmtetransitiekaart. De wijze van isoleren is afhankelijk van de gekozen warmteoplossing. In een gebied met een hoge temperatuur warmtenet kan de aanpak ook na overstappen geïntensiveerd worden, aangezien een goed geïsoleerde woning geen randvoorwaarde is voor aansluiting.
Er zijn verschillende manieren om te kijken naar wat “voldoende geïsoleerd” is. Zo is de landelijke Standaard onderdeel van het huidige energielabel (vastgesteld met de rekenmethodiek NTA 8800) en geeft deze een indicatie of een woning technisch gezien goed genoeg geïsoleerd is om van het aardgas af te kunnen. Dit wordt berekend op basis van een theoretische warmtevraag. Deze methode kan goed worden gebruikt voor het vergelijken van gebouwen, maar neemt comfortbeleving en gedrag van de inwoner niet mee. Op dit moment zien we de volgende uitgangspunten voor de isolatieaanpak:
We hanteren de landelijke Standaard als uitgangspunt voor voldoende geïsoleerd. Inwoners kunnen er altijd voor kiezen om zelfstandig verder te isoleren dan de Standaard;
In wijkgerichte inzet en lokale buurtprocessen streven we naar maatwerk, waarin comfort en gedrag van inwoners ook worden meegenomen.
De isolatieaanpak is gericht op alle inwoners en woningen in de gemeente Zwolle. Zodra we in een gebied aan de slag gaan met een Warmteplan kan deze aanpak lokaal intensiever worden. Dat is maatwerk. De ondersteuning die nodig is hangt af van de inwoners, de organisatiegraad van de inwoners en sociaaleconomische kenmerken van het gebied, de bouwkundige kenmerken van gebouwen en de mate waarin deze al geïsoleerd zijn. De gebiedsgerichte isolatieaanpak is daarom onderdeel van het opstellen van het Warmteplan en vindt altijd plaats in samenwerking met inwoners, partners en bedrijven. De middelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld kunnen per gebied en doelgroep verschillen. Als we moeten prioriteren, kiezen we voor:
Kwetsbare inwoners die onze steun en middelen het hardste nodig hebben, vanuit het principe dat iedereen mee moet kunnen;
Isolatiemaatregelen aan de slechtst geïsoleerde woningen en de lastigste isolatieroutes (denk aan VvE’s en oudere woningen).
Warmtevraag van bedrijven en instellingen (werklocaties)
Voor het verduurzamen van de bedrijven en instellingen kiezen we voor een bredere duurzaamheidsaanpak waarin warmtetransitie, mobiliteit en energiebesparing, netcongestie en energie-opwek worden gecombineerd. In 2025 stellen we een aanpak op hoe we de diverse werklocaties waaronder de bedrijventerreinen willen verduurzamen. Deze aanpak heeft verschillende raakvlakken met de Zwolse warmtestrategie en het kader warmteplannen. Er wordt gekozen voor de aparte doelgroep benadering van bedrijven en instellingen om de volgende redenen:
Bedrijven en instellingen maken ook gebruik van aardgas voor hun processen. Op dit moment zijn er nog te weinig betaalbare alternatieven voor het aardgas zodat bedrijven nog niet kunnen over stappen naar een andere bron voor hun processen;
Veel bedrijven zijn zogenaamde grootverbruikers als het gaat om elektriciteitsverbruik. Vanwege netcongestie kunnen deze bedrijven geen grotere elektriciteitsaansluiting krijgen. Dit staat hun verduurzaming in de weg, omdat zij niet kunnen overstappen naar all-electric oplossingen;
Logistiek wordt een belangrijk onderdeel bij bedrijven. Bedrijven kijken daarom naast het verduurzamen van het gebouw ook naar het verduurzamen van de logistiek, bijvoorbeeld het elektrisch laden. Om bedrijven integraal te verduurzamen kiezen we voor een doelgroep aanpak, inclusief het logistieke deel;
Vanwege netcongestie en het ontbreken van alternatieve duurzame bronnen voor proceswarmte zijn er nog geen bedrijventerreinen aangewezen waar we aan de slag gaan met een Warmteplan.
De strategische uitgangspunten van de isolatieaanpak voor inwoners gelden ook voor de bedrijven en instellingen. We vinden dat bedrijven en instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van isolatie maatregelen. Daarbij hebben bedrijven ook wetgeving waar ze aan moeten voldoen. Als gemeente willen we bedrijven wel ondersteunen in het informeren over de mogelijkheden en verplichtingen van de energietransitie. Ook werken we samen met bedrijven aan collectieve oplossingen om netcongestie te verminderen om verduurzaming mogelijk te maken. Dit onder de paraplu van de aanpak toekomst bestendige bedrijventerreinen. Hiervoor is in 2023 het Masterplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zwolle vastgesteld.
Zodra ook voor de bedrijven en instellingen een alternatief is voor aardgas, kan ook voor de bedrijventerreinen een Warmteplan worden opgesteld. Daarbij kan ook een einddatum voor de levering van aardgas worden opgenomen.
We kiezen ervoor om het instrument Warmteplan in te zetten
Het opstellen van een Warmteplan (in de nieuwe wet Uitvoeringsplan genoemd) is niet verplicht, maar een keuze. Met de betrokkenen leggen we in dit plan vast wat het haalbare duurzame warmtealternatief is, welke kosten dat met zich meebrengt, welke stappen gebouweigenaren kunnen zetten en wanneer de levering van aardgas stopt. Het opstellen van dit plan kan zowel door ons als gemeente of door partijen in de stad worden gedaan. Het handelingsperspectief voor de inwoners en gebruikers van het gebied heeft een prominente plek in een Warmteplan.
Het vaststellen van Warmteplannen doen we minimaal op CBS-buurtniveau, vanwege juridische en wettelijke verplichtingen, en het kunnen toetsen van betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van plannen. In het Kader Warmteplannen staat (deze keuze voor) CBS-buurtniveau verder toegelicht.
Een CBS-buurt voelt niet altijd logisch. Zo kennen warmteoplossingen vaak een andere schaal. Dit kan kleiner zijn dan dit buurtniveau, of juist over grenzen van buurten heengaan. In buurtprocessen laten we deze indeling daarom zoveel mogelijk los. We maken plannen voor gebieden die logisch zijn. Gaan we naar besluitvorming om het plan vast te stellen en het Omgevingsplan te wijzigen, dan is de CBS-buurt de minimale omvang van het Warmteplan. Dit kan daarmee ook een verzameling zijn van plannen voor gebieden die gezamenlijk één CBS-buurt vormen.
Wij kiezen ervoor om het instrument Warmteplan in te zetten, omdat we op deze wijze zeggenschap, duidelijkheid en inzicht geven aan alle partijen in een gebied. Inwoners(initiatieven), ondernemers, verhuurders en woningcorporaties zijn de stakeholders in een gebied waarmee samen een Warmteplan wordt opgesteld. Door ruimte te maken voor participatie en constructief samen te werken komen we tot zo breed mogelijk gedragen plannen. Het alternatief is om de plannen alleen juridisch vast te leggen in planregels in het Omgevingsplan. Daarmee zou een belangrijke stap met inwoners en anderen in het proces naar aardgasvrij over worden geslagen.
Wij ondersteunen in de uitvoering met maatwerk
De warmtetransitie is omvangrijk en heeft gevolgen voor iedereen. Het komt letterlijk achter de voordeur en vraagt van ons allemaal een verandering. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in deze transitie, maar zien grote lokale verschillen in wat daarvoor nodig is. Door te werken met Warmteplannen zijn we in staat maatwerk te bieden per gebied. In Warmteplannen werken we de nodige ondersteuning uit op basis van logische doelgroepen. Dit kan verschillen op basis van bijvoorbeeld financiële situaties en sociaal-maatschappelijk achtergronden van inwoners, eigendomssituaties en kenmerken van woningen.
Ieder Warmteplan kent een einddatum voor de levering van aardgas
Eén van de onderdelen van een Warmteplan is dat we beschrijven hoe en wanneer we in een gebied overstappen op een duurzaam alternatief. Daarbij geven we in ieder Warmteplan aan wanneer de levering van aardgas eindigt. Daarvoor hanteren wij een periode van 8 jaar na wijziging van het Omgevingsplan, in lijn met de Wgiw. Het college stelt deze einddatum vast als onderdeel van het Warmteplan. Pas met de wijziging van het Omgevingsplan wordt deze datum bindend voor iedereen in het betreffende gebied en gaat de uitvoeringsperiode van start. In de praktijk is de uitvoering vaak al bezig in een gebied, zeker op het moment dat de Warmteplannen samen met inwoners en stakeholders worden opgesteld. In deze fase brengen we iedereen op de hoogte van de verwachte planning. Ook worden de gebieden al eerder opgenomen in de Warmtetransitiekaart. Inwoners, bedrijven en partners weten vanaf dat moment de verwachte einddatum, maar deze is dan nog niet definitief. De totale tijd tussen het aanwijzen van een gebied in de Warmtetransitiekaart en daadwerkelijk stop van aardgaslevering is daarmee gemiddeld 10 tot 15 jaar. Om een einddatum vast te stellen, moet volgens de Wgiw de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen zijn aangetoond. Dat betekent dat het overstappen voor iedereen mogelijk moet zijn en er voor iedere doelgroep handelingsperspectief is. Wij zijn daarbij voor een groot deel afhankelijk van ontwikkelingen op Rijksniveau. De definitie van betaalbaarheid is nog in wording daarover moet het Rijk nog een besluit nemen. Onder 2.3.3 staat beschreven hoe wij als gemeente Zwolle nu tegen betaalbaarheid aan kijken en dit vormgeven in de lopende Warmteplannen. Gedurende de uitvoeringsperiode zal de gemeente inwoners en ondernemers ondersteunen in de transitie en monitoren hoe dat verloopt. Een gemeente is verplicht zich bij het stoppen van de aardgaslevering ervan te verzekeren, dat iedereen de mogelijkheid heeft gehad over te stappen op een duurzaam warmtealternatief. De termijn van 8 jaar kan verlengd worden als daar reden voor is.
We kijken breder dan het nieuwbouwplot, meer gebiedsgericht / kan de duurzame bron ook voor bestaande bouw worden ingezet?
In de Wet voortgang Energietransitie (Wet VET) is opgenomen dat alle nieuwbouw in de gebouwde omgeving aardgasvrij moet worden gerealiseerd en dus moet worden voorzien van duurzame warmte. Wanneer er bij nieuwbouwprojecten of herstructureringsprojecten wordt ingezet op een collectief warmtesysteem kan dit een kans zijn voor het uitbreiden van het systeem naar omliggende bestaande bebouwing om deze ook van het aardgas te krijgen.
We werken samen met de stad, lokaal en van onderop waar mogelijk
De warmtetransitie is omvangrijk en heeft gevolgen voor iedereen. Dit betekent dat partners in de stad zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties en instellingen ook zelf het initiatief nemen om aan de slag te gaan. Dit kan gaan over het infomeren en faciliteren van aardgasvrij wonen en ondernemen, maar ook over het opstellen van een warmteplan, of het realiseren van een duurzame warmte-oplossing zoals bijvoorbeeld een warmtenet. Deze initiatieven ondersteunen wij en zijn zeer belangrijk voor het creëren van draagvlak voor de warmtetransitie in de stad. Hoe meer mensen werken aan de warmtetransitie, hoe sneller de ambitie van aardgasvrij Zwolle dichterbij komt. In de bouwsteen “Samenwerking met de stad” worden de principes waar langs we deze samenwerking vormgeven, samen met de partners, ingevuld.
In het in 2023 vastgestelde Masterplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zwolle is ook beschreven hoe we de organisatiegraad op de bedrijventerreinen willen versterken. Daar wordt samen met de bedrijventerreinen aan gewerkt. De vier bedrijventerreinen hebben allemaal een ondernemersvereniging en een parkmanager. Dit zijn naast de individuele bedrijven en instellingen belangrijke partners om mee samen te werken. Dit om de bedrijventerreinen te verduurzamen en straks ook Warmteplannen op te stellen.
Daarnaast zijn in andere gebieden bedrijven en instellingen ook vaak georganiseerd via een ondernemersvereniging, zoals bijvoorbeeld de binnenstad en winkelcentrum Zwolle-Zuid. Deze verenigingen zijn ook een belangrijke stakeholder om te betrekken bij het opstellen van de Warmteplannen.
Hybride (gas gecombineerd met elektriciteit) is bijna nergens een eindoplossing
Onderdeel van de huidige Transitievisie Warmte (2020) is een kaart met voorkeursopties per buurt. Daarin staan (oranje) gebieden als hybride aangemerkt. Dat betekent dat in die gebieden het alternatief voor aardgas uiteindelijk een combinatie zal zijn van elektriciteit aangevuld met een duurzaam gas (waterstof of groen gas). Voor het halen van de Klimaatakkoord-doelstelling van 2 miljard kuub groen gas in 2030, is landelijk nog een vertienvoudiging nodig in productie (Meerjarenplan Platform Groen Gas). En daarmee is slechts 4 % van de landelijke warmtevraag gedekt. De huidige beperkte beschikbaarheid van groen gas met daar tegenover de grote vraag van zowel industrie, bedrijven als woonwijken maken dat we te weinig duurzaam gas voorzien om hybride gemeentebreed als eindoplossing mogelijk te maken. In de bouwsteen bronnenstrategie wordt de ontwikkeling van een groengasinstallatie en het effect op de gebouwde omgeving in Zwolle nader bekeken.
Vanwege de beperkte beschikbaarheid van groen gas zien wij hybride gemeentebreed niet als een eindoplossing voor de gebouwde omgeving. Uitzonderingen zijn denkbaar voor de binnenstad, waar alternatieven gezien de fysieke omstandigheden niet reëel zijn, en specifieke bedrijven en industriële processen die niet zonder gas kunnen en/of hele hoge temperaturen vragen. Tevens loopt het onderzoek naar de inzet van hybride warmtepompen met groen gas in Berkum naar aanleiding van de bewonersraadpleging. Als er geen mogelijkheid voor een collectief (kleinschalig) warmtenet in een gebied is, blijft de volledig elektrische warmtepomp, die gebruik kan maken van warmte uit de lucht, water en de bodem, over als meest geschikte techniek voor een gebouw.
We kijken naar aanwezige bronnen voor een warmtenet en anders naar de stappen die nodig zijn om naar all-electric warmtepompen toe te staan. Bij beide zijn kleinschalige collectieven voor meerdere gebouwen mogelijk. Uitzonderingen zijn de binnenstad en bepaalde bedrijven en industrie. Een geleerde les sinds de Transitievisie Warmte is dat hybride niet passend en beschikbaar is voor de meeste woongebieden. In de bouwsteen Duurzame bronnen wordt aangegeven hoe we beschikbaar duurzaam gas strategisch inzetten binnen de gemeente. Voor gebieden waar het naar verwachting langer dan 15 jaar duurt voordat de levering van aardgas eindigt, is een hybride warmtepomp een goede tussenoplossing om aardgas te besparen.
Het publiek warmtebedrijf als instrument om warmtenetten te ontwikkelen
Om uitvoering te geven aan de regierol in de warmtetransitie hebben we het Warmtebedrijf Zwolle Holding b.v. opgericht (juli 2024). De oprichting van een publiek warmtebedrijf is een van de mogelijkheden om een betaalbare en haalbare warmtenetten voor delen van de stad te realiseren. Met de op handen zijnde Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten ook de instrumenten om hier optimaal invulling aan te geven. Naast de Wet collectieve warmte, vormen onze publieke waarden; betaalbaar, vertrouwen, draagvlak, toekomstbesteding en betrouwbaarheid (Transitievisie Warmte 2020) de basis. Warmtenetten kunnen zowel door het Warmtebedrijf als bewonerscollectieven worden ontwikkeld. In de verdere ontwikkeling van de bouwsteen Warmtebedrijf wordt vastgelegd op wijze bewonerscollectieven een rol hebben in het warmtebedrijf.
De aardgaslevering in een gebied kan pas stoppen als iedereen de kans heeft gehad over te stappen naar een voor hem/ haar betaalbaar alternatief
De warmtetransitie moet betaalbaar zijn voor de gebouweigenaren in Zwolle. Dat willen we als gemeente, maar is ook een wettelijke verplichting: een Warmteplan moet uitvoerbaar en haalbaar zijn, en dat is alleen het geval als het ook betaalbaar is. Betaalbaarheid is een complex begrip. Er zijn diverse definities van betaalbaarheid, zoals het niet-meer-dan-anders principe, woonlastenneutraal en kostprijsplus. Het Rijk werkt nog aan een Besluit bij de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) waarin staat hoe we als gemeente er op kunnen vertrouwen dat de overstap voor iedereen in het gebied betaalbaar is. Als gemeente moeten wij de betaalbaarheid in de Warmtetransitiekaart en in de uitvoering van de Warmteplannen borgen. Zolang de definitie vanuit het Rijk nog niet bekend is, zien wij betaalbaarheid als volgt:
In de bouwsteen Duurzame bronnen staat per gebied aangegeven wat de voorkeursoptie voor duurzame warmte is met de laagste maatschappelijke kosten (met inachtneming van de aanwezigheid van warmtebronnen). Dit borgt de betaalbaarheid voor de samenleving als geheel. De basis voor de laagst maatschappelijke kosten zit in de PBL Startanalyse. In de Warmteplannen vinden verdere berekeningen plaats;
Bij het opstellen van Warmteplannen worden eindgebruikerskosten van inwoners, bedrijven en instellingen berekend. Die bestaan enerzijds uit de investering- en aanschafkosten anderzijds uit de daaropvolgende maandelijkse lasten. De maandelijkse lasten bestaan op hun beurt weer uit een vast en een variabel deel. Op basis hiervan werken wij in een Warmteplan het handelingsperspectief per doelgroep uit. Dit kan verschillen voor woningtypes, eigendom situatie en de persoonlijke (financiële) situatie. Onderdeel van het handelingsperspectief is een overzicht van beschikbare subsidies en leningen, een laagdrempelig informatieloket en een maatwerkadvies over de te volgen stappen per type woning. We geven ook duidelijk de baten aan van investeringen, zoals meerwaarde (stijging woningprijs), comfort en een lagere energierekening;
Als via een wijziging van het Omgevingsplan de einddatum voor aardgaslevering wordt vastgelegd, onderbouwen wij hoe iedereen ondersteund wordt. Om het Omgevingsplan te kunnen vaststellen moet de uitvoerbaarheid zijn aangetoond. Hiervoor zijn wij nog afhankelijk van het Rijk voor een definitie en middelen.
Leidende principes vertaald in de Warmtetransitiekaart
De Warmtetransitiekaart (Warmtetransitiekaart 2026 tot 2036) is een van de belangrijkste onderdelen van het Warmteprogramma dat handelingsperspectief geeft aan onder meer inwoners, ondernemers, de netbeheerder en de woningcorporaties. De leidende principes helpen in het aanwijzen van de gebieden waar we de komende tien jaar aan de slag gaan, het tijdspad dat gebieden doorlopen en hoe we die tijd willen inrichten.
We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is / We gaan door met de vijf gebieden Holtenbroek, Aa-landen, Berkum, Sallandsweide (Assendorp), Hogenkamp (Diezerpoort) om geleerde lessen te kunnen toepassen, bestaand draagvlak te stimuleren en kansen en verwachtingen waar te maken;
We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is / We bouwen flexibiliteit in de planning voor collectieve kansen, zowel vanuit de techniek als vanuit energie in de samenleving;
We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturend indien nodig / We geven prioriteit aan gebieden waar collectieve oplossingen de voorkeur hebben, om het momentum niet te missen en CO2-reductie te bevorderen;
We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen / We geven duidelijkheid en handelingsperspectief in gebieden waar het voorkeursalternatief een individuele oplossing is, zo versnellen we en zorgen we ervoor dat gebouweigenaren geen desinvesteringen doen.
/join/id/regdata/gm0193/2025/bc94853394d74da2aa6c100578564667/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/f5eed414b4fd4b0ea0d7c74ad4f59353/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/126fbb8067f8453dae6d06c4c8aeae27/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/0aa0994dda0a4d3c893157820ab8f874/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/15859365ef34401fb1a5c22feec0212b/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/29b0116457d749eb8608cb9522e81bfb/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/00100feb1a1948b4bc077240ab835565/nld@2025‑12‑17;14124224
/join/id/regdata/gm0193/2025/917d39a175f2456584ee5242a39fe34e/nld@2025‑12‑17;14124224
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-558292.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.