VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN MARKTGELDEN VLISSINGEN 2026

 

De raad van de gemeente Vlissingen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders op datum 7 oktober 2025;

gelet op artikel 229, eerste lid, onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

Gezien het advies van de marktcommissie Vlissingen van 29 september 2025;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden Vlissingen 2026

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Artikel 1 Definities

 

Onder de naam van marktgeld wordt een recht geheven voor het gebruik van een standplaats op de weekmarkt en voor het genot van de diensten die in verband daarmee worden verleend.

 

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene die het in artikel 1 omschreven gebruik of genot heeft van een standplaats of geniet van de daarmee verband houdende diensten als bedoeld in artikel 1.

 

Artikel 3 Maatstaven van heffing en tarieven

Categorie

Omschrijving

Tarief

Eenheid / Periode

Vaste standplaats (gedurende een kalenderjaar)

Voor een kraam of verkoopwagen

€43,20

per strekkende meter, per kwartaal

Vaste standplaats (uitsluitend in juni, juli en augustus)

Voor een kraam of verkoopwagen

€86,40

per strekkende meter, per kwartaal

Voor de berekening van het marktgeld worden gedeelten van een strekkende meter voor een gehele gerekend.

Op de markt zijn in 2025 zogenoemde “slimme stroomkasten” geplaatst. Met ingang van 1 januari 2026 wordt, naast het verschuldigde marktgeld, ook het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik vermeerderd met een starttarief, afzonderlijk in rekening gebracht.

 

Artikel 4 Belastingtijdvak

  • 1.

    Met betrekking tot het marktgeld bedoeld in artikel 3, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal.

  • 2.

    Met betrekking tot het marktgeld bedoeld in artikel 3, is het belastingtijdvak gelijk aan de daar genoemde periode van drie maanden van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar een tijdvak geheven rechten

  • 1.

    Het marktgeld, bedoeld in artikel 3, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het marktgeld verschuldigd voor zoveel derde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na de aanvang van de belastingplicht nog kalendermaanden overblijven, waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt gerekend.

  • 3.

    Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige marktgelden

Ander marktgeld dan bedoeld in artikel 5 is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de standplaats of genot van de diensten.

Artikel 7 Wijze van heffing

Het marktgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld, bedoeld in artikel 3, worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    Betaling van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige. De termijn vervalt een maand na dagtekening van de factuur.

  • 3.

    Ander marktgeld dan dat bedoeld in het eerste lid moet onmiddellijk na uitreiking van de kennisgeving worden betaald.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

     

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van het marktgeld.

 

Artikel 11 Teruggaaf

Geen teruggaaf vindt plaats van het in artikel 3 genoemde recht, indien – buiten de schuld van de gemeente – een vaste standplaats niet wordt of niet kan worden ingenomen.

 

Artikel 12 Overgangsrecht

De ‘Verordening marktgelden Vlissingen 2025 van 1 januari 2025, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 11 november 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijven, indien de datum waarop deze verordening in werking treedt ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel

  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgelden Vlissingen 2026.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025

 

 

De griffier,

mr. F. Vermeulen

 

De voorzitter,

drs. A.R.B. van den Tillaar

 

 

Naar boven