Aanwijzingsbesluit gemeente Den Haag heffings- en invorderingsambtenaar leges ontheffing nul-emissiezones centraal loket

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Den Haag,

 

gelet op:

 

  • -

    de artikelen 160, eerste lid en 231, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, van de Gemeentewet;

  • -

    het Verkeersbesluit zero-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s Den Haag Centrum;

  • -

    het Verkeersbesluit uitbreiding zero-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto's Den Haag kuststrook 2025;

  • -

    het Besluit mandaat en machtiging voor ontheffingen nul-emissiezone gemeente Den Haag;

  • -

    de Dienstverleningsovereenkomst heffings- en invorderingsambtenaar gemeente Den Haag - Centraal Loket RDW;

 

besluit tot:

 

aanwijzing van degene die is belast met de heffing en de invordering van leges voor aanvragen om een ontheffing voor een nul-emissiezone die het Centraal Loket in behandeling neemt.

 

Artikel 1. Aanwijzing heffingsambtenaar

Als degene die is belast met de heffing van leges voor het door het Centraal Loket ontheffing nul-emissiezone in behandeling nemen van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in artikel 87 in samenhang met artikel 86e van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het betreft verkeersteken C22c dan wel de vervanger daarvan C22e en onderbord C22e1 (nul-emissiezone voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s, toegankelijk voor emissieloze voertuigen), wordt aangewezen:

 

de Algemeen directeur van de Dienst Wegverkeer,

 

te noemen ‘heffingsambtenaar leges centraal loket ontheffing nul-emissiezone’.

 

Artikel 2. Aanwijzing invorderingsambtenaar

Als degene die is belast met de invordering van leges voor het door het Centraal Loket ontheffing nul-emissiezone in behandeling nemen van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in artikel 87 in samenhang met artikel 86e van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het betreft verkeersteken C22c dan wel de vervanger daarvan C22e en onderbord C22e1 (nul-emissiezone voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s, toegankelijk voor emissieloze voertuigen) wordt aangewezen:

 

de Algemeen directeur van de Dienst Wegverkeer,

 

te noemen: ‘invorderingsambtenaar leges centraal loket ontheffing nul-emissiezone’.

 

Artikel 3. Einde aanwijzing

De aanwijzing van de in de artikelen 1 en 2 genoemde functionaris eindigt van rechtswege met ingang van de datum waarop de functie van heffings- of invorderingsambtenaar voor de in de artikelen 1 en 2 bedoelde leges geen deel meer uitmaakt van de werkzaamheden van deze functionaris of de datum waarop de Dienstverleningsovereenkomst heffings- en invorderingsambtenaar gemeente Den Haag - Centraal Loket RDW eindigt.

 

Artikel 3a. Intrekking

Met ingang van 15 september 2026 wordt het Aanwijzingsbesluit t.b.v. Centraal Loket 1.0 zero-emissie zone, zoals vastgesteld d.d. 9 juli 2024 ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor deze datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 3b. Intrekking

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het besluit II, Aanwijzingsbesluit gemeente Den Haag heffings- en invorderingsambtenaar leges ontheffing nul-emissiezones Centraal Loket 2025 (bijlage 2) van 1 juli 2025 ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor deze datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

 

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit gemeente Den Haag heffings- en invorderingsambtenaar leges ontheffing nul-emissiezone Centraal Loket.

 

Den Haag, 16 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

 

Toelichting

 

Bepaalde categorieën van aanvragen om een ontheffing van de geslotenverklaring wegens een nul-emissiezone worden via het daarvoor ingestelde Centraal Loket bij RDW behandeld. Om leges door dat centraal loket te laten heffen en invorderen is aanwijzing van een extern persoon als heffings- en invorderingsambtenaar nodig. Met de betreffende externe partij is een dienstverleningsovereenkomst zonder aanspraak op loon als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gesloten. Deze dienstverleningsovereenkomst is de basis voor het toekennen van deze heffings- en invorderingsbevoegdheid (artikel 1, tweede lid, Ambtenarenwet 2017 in samenhang met artikel 2, aanhef en onderdelen b en c, van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017).

 

Het college van burgemeester en wethouders neemt het (publiekrechtelijke) aanwijzingsbesluit waarin hij iemand (in functie of in persoon) belast met de heffing en/of de invordering van de leges. Daarmee verkrijgt die persoon de bij wet toegekende (geattribueerde) bevoegdheden tot heffing en invordering van deze leges.

 

 

Bezwaarclausule

 

Tegen dit besluit kan een belanghebbende binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, AWB/Bezwaar, Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag.

 

De belanghebbende kan het bezwaarschrift ook door een gemachtigde laten indienen. Voeg dan een machtiging bij het bezwaarschrift.

 

Zorg ervoor dat het bezwaarschrift in elk geval de volgende gegevens bevat:

  • -

    de naam en het adres van de belanghebbende;

  • -

    de dagtekening;

  • -

    een kopie van het besluit;

  • -

    de gronden van het bezwaar;

  • -

    de handtekening van de belanghebbende of de handtekening van de gemachtigde.

 

 

 

Naar boven