Verordening openbare orde en veiligheid (Vov) 2025

De raad van de gemeente Simpelveld,

 

Gelezen het voorstel van het college van 15 juli 2025,

 

gelet op (de) artikel(en):

 

  • 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154, 154a, 156, 172 en artikel 174 van de Gemeentewet:

  • 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties;

  • 4 van de Alcoholwet

  • 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • 30c, lid 1 en 2, van de Wet op de kansspelen

  • 2 en 3 van de Winkeltijdenwet

  • 2a en artikel 173, lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;

  • 10.23, lid 1 van de Wet milieubeheer

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

De Verordening openbare orde en veiligheid (Vov) 2025

Artikel A  

Deze verordening bestaat integraal uit de Verordening openbare orde en veiligheid, zoals vastgesteld op 8 juli 2021, inclusief het daarbij behorende overgangsrecht dat in werking is getreden op 1 januari 2024, met inachtneming van de in deze verordening aangepaste regels.

Artikel B  

Met deze verordening worden de onder artikel A bedoelde regels als volgt gewijzigd, verwijderd of regels aan toegevoegd.

 

In artikel 1.1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door:

 

gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

 

Artikel 4.6 wordt ingetrokken en vervangen door:

 

Artikel 4.6 Exploitatie openbare inrichting

 

  • 1.

    Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.8 wordt de vergunning geheel of gedeeltelijk geweigerd als naar zijn oordeel:

    • a.

      de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of kan worden beïnvloed;

    • b.

      de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • c.

      ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • d.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    • e.

      er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    • f.

      de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór de indiending van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

    • g.

      door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste lid sub b en c, en tweede lid van de Alcoholwet worden gesteld.

  • 3.

    De vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4.

    Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een

    • a.

      winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet als de activiteiten van het horecabedrijf een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit.

    • b.

      zorginstelling;

    • c.

      museum of

    • d.

      bedrijfskantine of –restaurant.

  • 5.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.2 wordt ingetrokken en vervangen door:

 

Artikel 5.2 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  • 1.

    Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf dan wel in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  • 2.

    De burgemeester kan bij schending van de zorgplicht in het eerste lid aan de overtreder een last onder bestuursdwang of onder dwangsom opleggen. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit als de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Daarbij kan hij aanwijzingen geven over wat de overtreder moet (laten) doen om verdere schending te voorkomen.

  • 3.

    Een sanctie als bedoeld in lid 2 kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.

  • 4.

    De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:

    • a.

      geluid of geurhinder;

    • b.

      hinder van dieren en/of ongedierte;

    • c.

      hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    • d.

      overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

    • e.

      intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Artikel 7.1 wordt ingetrokken en vervangen door:

 

Artikel 7.1 Inzameling van geld of goederen

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  • 2.

    Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:

    • a.

      in besloten kring, of

    • b.

      door een instelling die is ingedeeld in het door CBF vastgestelde landelijke collecte en wervingsrooster, en beschikt over een CBF-erkenning (erkenning goede doelen).

  • 4.

    Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Hoofdstuk 8 wordt in zijn geheel ingetrokken en vervangen door:

 

HOOFDSTUK 8 INZAMELING (HUISHOUDELIJKE) AFVALSTOFFEN (Afvalstoffenverordening)

Artikel 8.1 Definities

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;

  • -

    inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 8.5 aangewezen plaats;

  • -

    inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • -

    perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 8.2 Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

 

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 8.3 Aanwijzing van de inzameldienst

  • 1.

    Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

  • 3.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel 8.4 Regulering van andere inzamelaars

  • 1.

    Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

    • a.

      daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

    • b.

      bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of

    • c.

      verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer

  • 2.

    Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 8.3, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8.5 Aanwijzing van inzamelplaats

Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

 

Artikel 8.6 Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

  • c.

    achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5; of

  • d.

    achter te laten in een afvalbak bedoeld voor het inzamelen van afval dat ontstaat in de openbare ruimte.

Artikel 8.7 Gescheiden afvalinzameling

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

  • 2.

    In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:

    • a.

      bioafval (groente-, fruit, en tuinafval en etensresten (GFTE))

    • b.

      papier;

    • c.

      metaal;

    • d.

      kunststof;

    • e.

      glas;

    • f.

      textiel;

    • g.

      gevaarlijke afvalstoffen;

    • h.

      afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

    • i.

      kunststof verpakkingsmateriaal, blik en drankenkartons (PMD).

Artikel 8.8 Gescheiden aanbieding

  • 1.

    Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 8.7, anders dan afzonderlijk:

    • a.

      ter inzameling aan te bieden;

    • b.

      achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 8.5.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8.9 Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

 

Artikel 8.10 Wijze en plaats van aanbieding

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruik van:

    • a.

      inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;

    • b.

      inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

  • 2.

    Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

§ 3. Bedrijfsafvalstoffen

 

Artikel 8.11 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 8.3, in gevallen waarin de voor deze inzameling verschuldigde heffing is voldaan.

 

Artikel 8.12 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1.

    Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 8.11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen.

  • 2.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 8.5, achter te laten.

Artikel 8.13 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 8.11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.

§ 4. Zwerfafval en overige

Artikel 8.14 Dumpingsverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;

    • b.

      het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

    • c.

      het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • d.

      handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Omgevingswet of het Besluit bodemkwaliteit.

  • 3.

    Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 8.15 Zwerfafval in de openbare ruimte

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2.

    Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

  • 3.

    Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te doorzoeken en te verspreiden.

  • 4.

    Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen.

Artikel 8.15a Ongeadresseerd drukwerk

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder:

    • -

      huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;

    • -

      ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde:

      • a.

        een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;

      • b.

        drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

  • 2.

    Een huis-aan-huisblad en ongeadresseerd drukwerk mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel 8.16 Zwerfafval rondom inrichtingen

Het is verboden om een inrichting te exploiteren waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse dan wel in de directe omgeving kunnen worden genuttigd zonder zorg te dragen voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

 

Artikel 8.17 Afval en verontreiniging op de weg

  • 1.

    Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 8.18 Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van dit hoofdstuk aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.

 

Artikel 8.19 Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen.

 

§ 4a. Kadavers van gezelschapsdieren

 

Artikel 8.19a Kadavers van gezelschapsdieren

  • 1.

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die tevens belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.

  • 4.

    Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.

  • 5.

    Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats of ondernemer als bedoeld in het tweede lid.

  • 6.

    Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.

  • 7.

    Het vijfde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

HOOFDSTUK 10 STRAF, OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 10.1 wordt ingetrokken en vervangen door:

 

Artikel 10.1 Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften, wordt gestraft met hechtenis van maximaal drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 wordt overtreding van het bepaalde in de artikelen 4.24 en 6.12 en 6.13 van deze verordening gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.

  • 3.

    In afwijking van lid 1 en 2 is artikel 1a onderdeel 3 van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen:

    • o

      8.4, 8.6, 8.8 t/m 8.10 en 8.12 t/m en 8.19a van deze verordening;

Artikel 10.2 is van overeenkomstige toepassing op de bij onderhavige gewijzigd vastgestelde regels:

 

Artikel 10.2 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

  • a.

    de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen;

  • b.

    de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel artikel 18.6 van de Omgevingswet door het college aangewezen ambtenaren, voor zover het hoofdstuk 6 betreft;

  • c.

    ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 141, onder b van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 10.6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

 

Artikel 10.7 Citeertitel

Deze verordening wordt in geconsolideerde versie met de Vov 2021 aangehaald als: Verordening openbare orde en veiligheid 2025.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Simpelveld, in zijn openbare vergadering d.d. 25 september 2025

De griffier,

Dhr. J. Vaessen

De voorzitter van de raad,

Mevr. S.C.J. Scheepers

Naar boven