Beleidsregel Wet Bibob Lopik

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

 

Besluit vast te stellen de “Beleidsregel Wet Bibob Lopik”.

 

Wat is de wet BIBOB

Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.

 

Wanneer kan de gemeente een Bibob -onderzoek doen?

De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:

 

  • activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is;

  • activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd;

  • opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten);

  • vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente.

In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.

 

Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob -onderzoek?

De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.

 

Meer informatie

Meer informatie vindt u in de toelichting: Hoe past de gemeente Lopik de Wet Bibob toe?

 

Hierbij voert de gemeente Lopik deze beleidsregel voor de Wet Bibob in.

Artikel 1 Algemeen

  • 1.

    Begripsbepalingen

  • In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.

    • a.

      De begrippen in artikel 1 van de Wet en hun definities zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel.

    • b.

      In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

      • i.

        Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Lopik) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om de genoemde bevoegdheden toe te passen.

      • ii.

        Eigen onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet

      • iii.

        Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten, digitaal of ambtelijke kennis. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.

      • iv.

        Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

      • v.

        Het Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur als bedoeld in artikel 8 van de wet;

      • vi.

        RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum

      • vii.

        Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven.

      • viii.

        Tip: bericht aan het bestuursorgaan of aan de rechtspersoon met een overheidstaak om onderzoek te doen in de zin van artikel 11 respectievelijk artikel 26 van de wet;

      • ix.

        Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente Lopik een bestuurlijk en financieel belang heeft;

      • x.

        Daar waar in deze beleidsregel wordt gesproken over de gemeente Lopik wordt daaronder, naast bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de wet, mede begrepen de rechtspersoon met een overheidstaak, in de bevoegdheid om tot privaatrechtelijke handelingen te besluiten.

  • 2.

    De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel

  • In deze beleidsregel heeft de gemeente Lopik omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.

Artikel 2 Toepassing van de beleidsregel

  • 1.

    In dit artikel leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.

  • Deze beleidsregel is van toepassing op onderzoek en beslissingen van de gemeente Lopik in verband met:

    • a.

      Een beschikking zijnde een vergunning of subsidie;

    • b.

      een overheidsopdracht, waaronder mede verstaan wordt overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

    • c.

      een vastgoedtransactie, zoals gedefinieerd in de Wet

  • 2.

    Deze beleidsregel is niet van toepassing als de betrokkene:

    • a.

      Een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon is of een orgaan is van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon;

    • b.

      Een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan is;

    • c.

      Een rechtspersoon met een wettelijke of overheidstaak is; of

    • d.

      Een verbonden partij is, doch in dat geval uitsluitend ter zake van de aan die verbonden partij deelnemende rechtspersonen, organen of colleges, genoemd onder a tot en met c.

Artikel 3 Het eigen onderzoek

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek doen bij:

    • a.

      Een beschikking zijnde een vergunning of subsidie;

    • b.

      en overheidsopdracht;

    • c.

      Een vastgoedtransactie;

  • 2.

    Het eigen onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden gedaan als er signalen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een gevaar als bedoeld in de artikelen 3 en 9, eerste, tweede en derde lid, van de wet;

  • 3.

    De signalen, als bedoeld in het tweede lid, kunnen gebaseerd zijn op:

    • a.

      Informatie verkregen van de eigen ambtelijke organisatie;

    • b.

      Informatie verkregen van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;

    • c.

      Een tip;

    • d.

      Andere relevante signalen, zoals opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregel.

  • 4.

    Het eigen onderzoek kan tevens plaatsvinden:

    • a.

      Naar aanleiding van een algemene steekproef;

    • b.

      Naar aanleiding van een gerichte steekproef;

    • c.

      Risicogericht.

Artikel 4 Eigen onderzoek beschikkingen Bijzondere Wetten

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren bij een beschikking op grond van de APV Gemeente Lopik, de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen:

    • a.

      Voordat een beslissing wordt genomen over het geven van een beschikking

    • b.

      Nadat een beschikking is verleend.

  • 2.

    De gemeente zal een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een beschikking op grond van:

    • a.

      Alcoholwetvergunning, zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horecabedrijven, behalve paracommerciële rechtspersonen;

    • b.

      Exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik;

    • c.

      Exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf zoals bedoeld in Artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik.

  • 3.

    De gemeente kan een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een beschikking op grond van:

    • a.

      Exploitatievergunning speelgelegenheid zoals bedoeld in Artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik.

    • b.

      Artikel 30b van de Wet op de Kansspelen;

  • 4.

    Indien sprake is van een geval als bedoeld in artikel 3 lid 2 en 3 van deze beleidsregel zal de gemeente Lopik een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een beschikking op grond van:

    • a.

      Artikel 30a van de Alcoholwet;

    • b.

      Artikel 3 van de Alcoholwet in het geval er sprake is van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 4 van die wet.

    • c.

      Artikel 2:25, zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik voor het houden van evenementen;

Artikel 5 Eigen onderzoek subsidies

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren:

    • a.

      Voordat een beslissing wordt genomen over het geven van een subsidiebeschikking;

    • b.

      Nadat een subsidiebeschikking is gegeven.

  • 2.

    De gemeente Lopik kan in ieder geval een eigen onderzoek doen in het geval:

    • a.

      De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd betrekking heeft op een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel.

Artikel 6 Eigen onderzoek bij beschikkingen Omgevingswet en Wonen

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren bij een beschikking op grond van de Omgevingswet, de Huisvestingswet 2014 en de op dat moment geldende huisvestingsverordening;

    • a.

      Voordat een beslissing wordt genomen over het geven van een beschikking;

    • b.

      Nadat een beschikking is verleend.

  • 2.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een beschikking op grond van:

    • a.

      Artikel 4.19b, eerste lid van de Omgevingswet en waarbij sprake is van een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

    • b.

      Artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet en waarbij sprake is van een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

    • c.

      Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet en waarbij sprake is van een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

    • d.

      Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet en waarbij sprake is van een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel.

  • 3.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren bij een verleende omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze beleidsregel indien:

    • a.

      De omgevingsvergunning is overgedragen aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;

    • b.

      De rechtspersoon waaraan de omgevingsvergunning is verleend, geheel of ten dele is overgedragen aan een andere eigenaar; of

    • c.

      De omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder.

Artikel 7 Eigen onderzoek vastgoedtransacties

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren:

    • a.

      Voordat een beslissing wordt genomen over een vastgoedtransactie, onder andere tijdens onderhandelingen of besprekingen daarover;

    • b.

      Nadat een vastgoedtransactie is aangegaan.

  • 2.

    Bij een vastgoedtransactie wordt in de tekst van de overeenkomst behorende bij de vastgoedtransactie in ieder geval:

    • a.

      Een voorwaarde opgenomen op grond waarvan de gemeente Lopik de overeenkomst kan ontbinden of opschorten wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, derde lid van de wet;

    • b.

      Een voorwaarde opgenomen op grond waarvan de gemeente Lopik de overeenkomst kan opschorten of ontbinden wanneer de betrokkene niet of niet volledig heeft voldaan aan hetgeen in artikel 7a, tweede en derde lid en/of artikel 12, derde lid van de wet is bepaald.

  • 3.

    Indien een onderzoek wordt gedaan naar aanleiding van een vastgoedtransactie, komt er geen overeenkomst tot stand zolang het onderzoek niet of niet volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.

  • 4.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek doen wanneer er signalen zijn dat de betrokkene waarmee de overeenkomst is of wordt aangegaan geheel of ten dele in handen komt van een ander.

  • 5.

    De gemeente Lopik kan in ieder geval een eigen onderzoek doen in het geval er sprake is van één of meerdere van onderstaande situaties:

    • a.

      De transactie heeft betrekking op een of meer van de risicocategorieën, opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel;

    • b.

      Er tevens sprake is van een aanvraag om een beschikking als bedoeld in artikel 4 en/of 5 van deze beleidsregel;

    • c.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het RIEC;

    • d.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

    • e.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Artikel 8 Eigen onderzoek overheidsopdrachten

  • 1.

    De gemeente Lopik kan een eigen onderzoek uitvoeren:

    • a.

      Voordat een beslissing wordt genomen over de gunning van een overheidsopdracht, het sluiten van een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst of over het accepteren van een onderaannemer;

    • b.

      Nadat een overheidsopdracht is gegund, een met gunningsbeslissing beoogde overeenkomst is gesloten of een onderaannemer is geaccepteerd.

  • 2.

    In de aanbestedingsstukken:

    • a.

      Wordt de mogelijkheid van onderzoek vermeld, in welk geval betrokkene gehouden is om een Bibob vragenformulier in te vullen als daarom wordt verzocht en eventuele nadere vragen te beantwoorden.

    • b.

      Worden, in verband met toepassing van de wet en de gevolgen daarvan, alle ter zake doende uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen opgenomen;

    • c.

      Wordt, in verband met toepassing van de wet, opgenomen dat een onderzoek zich erop richt of een van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet zich voordoet en worden, indien aan de orde, de gevolgen daarvan omschreven.

    • d.

      Wordt als voorwaarde gesteld dat een onderaannemer niet zonder toestemming wordt gecontracteerd en wordt in het kader daarvan het recht voorbehouden om een eigen onderzoek te doen en aan het Landelijk bureau BIBOB een advies te vragen.

  • 3.

    In de tekst van de overeenkomst, of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden, die wordt aangegaan bij een procedure tot gunning van een overheidsopdracht:

    • a.

      Worden voorwaarden opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst, indien zich een van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet voordoet;

    • b.

      Wordt een voorwaarde opgenomen op basis waarvan een onderaannemer met het oog op dienst acceptatie, niet zonder toestemming kan worden gecontracteerd;

    • c.

      Wordt een voorwaarde opgenomen op grond waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst indien door de betrokkene niet of niet volledig wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7a, tweede en derde lid, respectievelijk artikel 12, derde lid van de wet.

  • 4.

    Indien een onderzoek wordt gestart naar aanleiding van een procedure tot gunning van een overheidsopdracht, komt er geen gunningsbeslissing of daarmee beoogde overeenkomst tot stand zolang het onderzoek niet volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.

  • 5.

    De gemeente Lopik kan in ieder geval een eigen onderzoek doen in het geval er sprake is van één of meerdere van onderstaande situaties:

    • a.

      indien er signalen zijn dat de betrokkene binnen de looptijd van de opdracht geheel of ten dele in handen komt van een ander.

    • b.

      er tevens sprake is van een aanvraag om een beschikking als bedoeld in artikel 4 en/of 5 van deze beleidsregel;

    • c.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het RIEC;

    • d.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

    • e.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Artikel 10 Beperkt onderzoek

  • 1.

    De gemeente Lopik kan binnen een periode van twee jaar na afronding van een eigen onderzoek besluiten een beperkt onderzoek te doen naar dezelfde betrokkene dan wel geen onderzoek uit te voeren.

  • 2.

    Een beperkt onderzoek kan alleen plaatsvinden bij ongewijzigde omstandigheden (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners etc). Het beperkt onderzoek richt zich op verificatie van eerdere bevindingen.

  • 3.

    Indien het beperkt onderzoek daartoe aanleiding geeft doet de gemeente Lopik alsnog een volledig onderzoek.

Artikel 11 Gevolgen bij beschikkingen

  • 1.

    De gemeente Lopik verbindt gevolgen aan het geconstateerde gevaar. Deze gevolgen zijn bedoeld om het gevaar teniet te doen.

    • a.

      Bij ernstig gevaar wordt een aangevraagde beschikking in beginsel geweigerd of wordt een reeds afgegeven beschikking in beginsel ingetrokken;

    • b.

      Bij tenminste een mindere mate van gevaar worden voorschriften verbonden aan de aangevraagde of reeds afgegeven beschikking. Deze voorschriften zijn bedoeld om het gevaar weg te nemen of te beperken.

    • c.

      Wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de wet wordt in beginsel een aangevraagde vergunning geweigerd of wordt een reeds afgegeven beschikking in beginsel ingetrokken.

Artikel 12 Gevolgen bij vastgoedtransacties

  • 1.

    De gemeente Lopik verbindt gevolgen aan het geconstateerde gevaar. Deze gevolgen zijn bedoeld om het gevaar teniet te doen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een situatie, als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet word:

    • a.

      In beginsel de onderhandeling of bespreking afgebroken;

    • b.

      In beginsel de overeenkomst opgeschort of ontbonden;

  • 2.

    In de gevolgen van een onderzoek dat niet of niet volledig is afgerond op het moment van het aangaan van de vastgoedtransactie, wordt bij overeenkomst voorzien.

Artikel 13 Gevolgen bij overheidsopdrachten

  • 1.

    De gemeente Lopik verbindt gevolgen aan het geconstateerde gevaar. Deze gevolgen zijn bedoeld om het gevaar teniet te doen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een situatie, als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de wet wordt:

    • a.

      In beginsel besloten tot uitsluiting van een gegadigde, het niet gunnen van een overheidsopdracht, het niet sluiten van een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst of het niet accepteren van een onderaannemer;

    • b.

      In beginsel besloten tot ontbinding van de overeenkomst, een onderaannemer niet te accepteren dan wel de acceptatie te herzien;

  • 2.

    In de gevolgen van een onderzoek dat niet of niet volledig is afgerond op het moment van het gunnen van een overheidsopdracht, wordt bij overeenkomst voorzien.

  • 3.

    Aan de overeenkomst kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Deze voorwaarden zijn bedoeld om het gevaar weg te nemen of te bespreken. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan zal in beginsel worden besloten de overeenkomst te ontbinden, een onderaannemer niet te accepteren dan wel de acceptatie te herzien.

  • 4.

    Bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden kunnen de voorwaarden worden gewijzigd, aangepast of ingetrokken.

Artikel 14 Inwerkingtreding

De beleidsregel Wet Bibob Lopik 2025 treedt in werking één dag na de datum van publicatie.

Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van 9 december 2025

de secretaris,

L. de Graaff

de burgemeester,

R.G. Westerlaken-Loos

Bijlage 1, behorende bij artikel 3 lid 3 sub d van de Beleidsregel

 

Onder andere relevante signalen kunnen onder meer een of meer van de volgende gevallen worden verstaan (niet limitatief):

 

  • a.

    Aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar een beschikking tot terugvordering van subsidie opgelegd dan wel met betrokkene binnen deze periode een schikking tot terugbetaling van de verkregen subsidiegelden overeengekomen is;

  • b.

    Aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar een handhavingsbeschikking is opgelegd;

  • c.

    Aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar surseance van betaling is verleend of ten aanzien van betrokkene gedurende de genoemde periode een faillissement is uitgesproken;

  • d.

    De gemeente Lopik, op grond van de wet, maatregelen treft of heeft getroffen in een andere procedure. Dit ten aanzien van dezelfde betrokkene, natuurlijk persoon of rechtspersoon die in relatie staat tot de betrokkene als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet;

  • e.

    Een ander bestuursorgaan, op grond van de wet, maatregelen treft of heeft getroffen in een andere procedure. Dit ten aanzien van dezelfde betrokkene, natuurlijk persoon of rechtspersoon die in relatie staat tot de betrokkene als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet;

  • f.

    Informatie op grond waarvan naar het oordeel van de gemeente Lopik mogelijk sprake is van feiten en omstandigheden in de zin van de wet.

Bijlage 2 Risico categorieën

 

De gemeente Lopik heeft risico categorieën aangewezen (niet limitatief). Deze worden gevoelig geacht voor criminele invloeden.

 

In deze bijlage zijn activiteiten opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten.

 

Voor toepassing van de Wet Bibob is het vereist dat er sprake is van een vergunning- of ontheffingsplicht, dan wel dat er sprake is van een subsidieaanvraag, een vastgoedtransactie, ofwel een overheidsopdracht.

 

Het enkele feit dat een branche als risicocategorie is aangewezen, maakt deze branche dus niet meteen vergunningplichtig. De aangewezen risicocategorieën op basis van ervaringen in Lopik in de achterliggende jaren zijn:

 

  • f.

    Autohandel (verkoop en verhuur)

  • g.

    Grootschalige huisvesting internationale medewerkers

  • h.

    Recreatieparken en jachthavens

  • i.

    Reguliere kamerverhuur en/of logiespanden waarbij sprake is van vijf of meer kamer

  • j.

    Zorgbureau’s en zorgaanbieders als bedoeld in de WMO 2015 en de Jeugdwet

  • k.

    Horecabedrijven

  • l.

    Kamerverhuurbedrijven

Toelichting bij de beleidsregel

Algemeen

Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.

 

De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente. Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).

 

In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.

 

Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en contracten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.

 

De Beleidsregel

De toepassing van de wet Bibob is een discretionaire bevoegdheid. Dit houdt in dat de gemeente Lopik zelf kan bepalen in welke gevallen zij een Bibob-onderzoek wenselijk vindt. De gemeente Lopik vindt het wenselijk om duidelijk te maken op welke manier zij de wet Bibob inzet. Dit geeft het een helder kader voor de toetsing en heeft het een preventieve werking.

 

Uitgangspunten

In deze beleidslijn wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begrippen die in de wet Bibob worden gebruikt. Dit voorkomt verwarring. We gebruiken bijvoorbeeld de termen ‘betrokkene’, ‘ernstig’ en ‘mindere mate van’ gevaar. Deze beleidsregel is van toepassing op beschikkingen, vastgoedtransacties en/of overheidsopdrachten. Deze begrippen worden in de wet besproken en verder uitgewerkt. Bij beschikkingen gaat het bijvoorbeeld om (omgevings)vergunningen maar ook over subsidiebeschikkingen.

 

Bij overheidsopdrachten gaat het niet alleen over een gunningsbeslissing maar ook over een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst. De wetgever heeft het ook mogelijk gemaakt om bepaalde onderaannemingen niet te accepteren.

 

Het begrip ‘verbonden partij’ is nieuw opgenomen in deze beleidslijn. Hiermee worden partijen waar de gemeente Lopik bestuurlijk en financieel aan verbonden is in beginsel uitgezonderd van een Bibob onderzoek. Voor de definitie is aansluiting gezocht bij het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv)1. Soms is er sprake van een situatie dat de gemeente Lopik samen met een of meer private partijen aan een verbonden partij deelneemt. In dat geval wordt er wel een Bibob-onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek richt zich dan op de verbonden partij en de deelnemende private partijen.

 

Het eigen onderzoek

Het kenmerk van een Bibob-onderzoek is dat er sprake is van twee fasen. In eerste instantie voert de gemeente Lopik een zogenoemd “eigen onderzoek” uit. Hierbij wordt gebruik gemaakt van openbare bronnen en gesloten bronnen (zoals informatie van politie, justitie, het OM en de Belastingdienst). Hierbij wordt bekeken of de betrokkene strafbare feiten heeft gepleegd en/of er sprake is van een vermoeden daarvan. Hierbij is het ook mogelijk om onderzoek te doen naar de personen en/of bedrijven waarmee een Bibob-relatie bestaat (zoals financiering).

 

Wanneer het eigen onderzoek daarvoor aanleiding geeft kan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies worden gevraagd. De gemeente Lopik is niet verplicht om dit advies te volgen. Wel helpt het om een weloverwogen beslissing te maken.

 

De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen

Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.

 

Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.

 

Wat gebeurt er als iemand weigert de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen?

Gaat het om een aanvraag voor een vergunning of subsidie? Dan kan de gemeente beslissen de aanvraag niet te behandelen. Dit staat in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

 

Gaat het om een verleende vergunning, ontheffing of subsidie? Dan kan de gemeente de vergunning, ontheffing of subsidie intrekken. Het weigeren om vragenformulieren (helemaal) in te vullen wordt door de gemeente namelijk gezien als ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

 

Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob

De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt. Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken.

 

Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?

De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.

 

Risico gestuurd werken

De gemeente Lopik wil het Bibob instrument risico gestuurd inzetten. Dit houdt in dat bij categorieën waar een hoger risico aanwezig wordt geacht standaard sprake zal zijn van een Bibob onderzoek. Bij categorieën waar een lager risico aanwezig is zal op basis van signalen en de beschikbare ambtelijke capaciteit gekozen voor risicogericht en/of een steekproefsgewijs onderzoeken.

 

Privaatrechtelijke transacties

In deze beleidslijn is ervoor gekozen om het Bibob-onderzoek bij privaatrechtelijke transacties (aanbestedingen en vastgoedtransacties) verder uit te werken. Dit komt omdat de gemeente Lopik in deze gevallen niet handelt als een bestuursorgaan maar als een rechtspersoon met een overheidstaak.

 

De wet Bibob maakt het mogelijk om bij deze handelingen een Bibob-onderzoek uit te voeren. In de wet wordt echter niet geregeld welke gevolgen er aan het onderzoek verbonden kunnen worden. Zo kunnen onderhandelingen worden afgebroken of kunnen er nadere voorschriften worden opgenomen in de overeenkomst. Wanneer er besloten wordt om een overeenkomst niet aan te gaan, te ontbinden, op te zeggen of te vernietigen kan de betrokkene zich melden bij de civiele rechter. Door uitgebreid in te gaan op de gevolgen biedt dit voor alle partijen duidelijkheid.

 

Bij privaatrechtelijke overeenkomsten geldt het principe van contractsvrijheid. Alhoewel soms gedacht wordt dat zonder problemen onderhandelingen kunnen worden afgebroken is dit onjuist. Deze vrijheid is niet onbeperkt. Er moet gekeken worden naar de bepalingen van een overeenkomst maar ook naar de verwachtingen die over en weer zijn uitgesproken (gerechtvaardigd vertrouwen). Afhankelijk van de concrete omstandigheden per geval kan een Bibob-onderzoek ertoe leiden dat onderhandelingen worden afgebroken. Het is van belang dat de wederpartij op de hoogte is dat de wet Bibob wordt toegepast en dat dit is vastgelegd in de (pre)contractuele fase. Ook hier geldt dat de beleidsregel inzicht geeft op de gevolgen die een Bibob-onderzoek met zich mee kunnen brengen. Dit biedt voor alle partijen duidelijkheid.

 

Waarborgen

De wet Bibob is een ingrijpend instrument. Het is daarom belangrijk om een balans te vinden tussen de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) en de bescherming van het openbaar belang. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat de toepassing van de wet Bibob geldt als een ‘ultimum remedium’. Er moet dus eerst bekeken worden of er geen andere mogelijkheden zijn om vergunningen te weigeren en/of in te trekken of geen overeenkomst aan te gaan.

Naar boven