Verordening op de heffing en de invordering van leges Wassenaar 2026

De gemeenteraad van Wassenaar,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;

 

overwegende;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LEGES WASSENAAR 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    dag: de periode van 00.00 tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    beschikkingen, afgegeven om te dienen voor doeleinden, met welke wordt beoogd bij wijze van liefdadigheid te voorzien in de leniging van geestelijke of lichamelijke noden;

  • b.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;

  • c.

    diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan binnen 14 dagen na dagtekening kennisgeving.

  • 2.

    Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip kan worden vastgesteld moeten de leges, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 worden betaald indien het betreft:

    • a.

      de afgifte van een stuk of het verstrekken van inlichtingen, op het tijdstip waarop dat stuk wordt afgegeven, onderscheidenlijk die inlichtingen worden verstrekt;

    • b.

      de afgifte van een vergunning, ter zake waarvan het bedrag van de verschuldigde leges wordt berekend in verhouding tot een begroting van kosten, binnen acht dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving;

    • c.

      een niet onder a of b genoemd geval, binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, de nota of de andere schriftuur.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  • 4.

    In de in het tweede lid genoemde gevallen kan de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet vorderen, dat ter voldoening van de verschuldigde leges een voorlopig gevorderd bedrag wordt betaald. Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarop het te vorderen bedrag van de leges vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  • 5.

    Het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op het vastgestelde gevorderde bedrag van de verschuldigde leges.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in de tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Legesverordening Wassenaar 2025’ vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Legesverordening Wassenaar 2026’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar gehouden op dinsdag 16 december 2025

de griffier,

drs. J. Kleinhesselink

de voorzitter,

drs. L.A. de Lange

Tarieventabel, behorende bij legesverordening 2026

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

 

Paragraaf

Begrip of toelichting

Tarief 2026

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

 

Artikel 1.1

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap – ingezetenen

 

1.

Voor paren waarvan ten minste één van beide partners als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente is opgenomen, gelden de volgende tarieven voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap tot:

 

a.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 572,98

b.

vrijdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 761,10

c.

zaterdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 1.078,35

d.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 1.591,80

e.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 506,35

f.

vrijdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 672,60

g.

zaterdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 975,65

h.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 1.440,20

2.

Voor paren waarvan ten minste één van beide partners als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente is opgenomen, gelden de volgende tarieven voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap na 31 maart 2026:

 

a.

dinsdag tot en met vrijdag, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 772,95

b.

zaterdag, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 1478,35

c.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 1991,80

d.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 506,35

e.

vrijdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 672,60

f.

zaterdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 975,65

g.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie niet zijnde locatie De Baron:

€ 1440,20

3.

Voor de voltrekking van een budgethuwelijk of budgetregistratie van een partnerschap op maandag tot en met donderdag om 10.00 uur, 10.30 uur of 11.00 uur bedraagt het tarief:

 

a.

Op het Raadshuis de Pauw tot 1 april 2026:

€ 309,65

b.

Op locatie De Baron na 31 maart 2026:

€ 416,30

Artikel 1.1a

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap – niet-ingezetenen

 

1.

Voor paren waarvan geen van beide partners als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente is opgenomen, gelden de volgende tarieven voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap tot 1 april 2026:

 

a.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 615,95

b.

vrijdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 818,20

c.

zaterdag, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 1.159,20

d.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie in de kleine trouwzaal (raadhuis De Paauw):

€ 1.711,20

e.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 544,35

f.

vrijdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 723,05

g.

zaterdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 1.048,80

h.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde het raadhuis De Paauw:

€ 1.548,20

2.

Voor paren waarvan geen van beide partners als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente is opgenomen, gelden de volgende tarieven voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap na 31 maart 2026:

 

a.

dinsdag tot en met vrijdag, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 815,95

b.

zaterdag, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 1.559,25

c.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op locatie De Baron:

€ 2.111,20

d.

maandag tot en met donderdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 544,35

e.

vrijdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 723,05

f.

zaterdag, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie, niet zijnde locatie De Baron:

€ 1.048,85

g.

zondag en algemeen erkende feestdagen, voor een volle ceremonie op een andere door de gemeente aangewezen locatie niet zijnde locatie De Baron:

€ 1.548,25

3.

Voor de voltrekking van een budgethuwelijk of budgetregistratie van een partnerschap op maandag tot en met donderdag om 10.00 uur, 10.30 uur of 11.00 uur bedraagt het tarief:

 

a.

Op het Raadshuis de Pauw tot 1 april 2026:

€ 332,85

b.

Op locatie De Baron na 31 maart 2026:

€ 439,55

Artikel 1.1b

Kosteloze huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

 

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap waarvoor op grond van artikel 63, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek géén leges verschuldigd zijn:

€ 0,00

Artikel 1.2

Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk

 

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, voor zover dit gebeurt met een ceremonie, conform de tarieven genoemd in artikel 1.1.

Zie artikel 1.1

Artikel 1.3

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis

 

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 743,00

Artikel 1.4

[Gereserveerd]

 

Artikel 1.5

Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag:

€ 166,00

Artikel 1.6

Beschikbaar stellen getuige door gemeente

 

 

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 45,49

Artikel 1.7

Annuleren of wijzigen datum

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen:

€ 97,80

Artikel 1.8

Trouwboekje of partnerschapsboekje

 

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje bij een huwelijk dat op grond van de wet kosteloos wordt voltrokken of voor het verstrekken van een duplicaat trouwboekje:

€ 31,95

Artikel 1.9

Afschriften en uittreksels Burgerlijke Stand

 

a.

Voor elk afschrift van een akte van de burgerlijke stand

€ 17,10

b.

Voor elk uittreksel van een akte van geboorte, van huwelijk, van registratie van een partnerschap of van overlijden

€ 17,10

c.

Voor elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

€ 29,80

d.

Voor elke attestatie de vita bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

€ 17,10

e.

Voor meertalige modelformulieren voor de akten, uittreksels en attestaties de vita als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c en d van de Wet rechten burgerlijke stand

€ 17,10

f.

Voor meertalige modelformulieren voor de verklaringen van huwelijkse bevoegdheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c en d van de Wet rechten burgerlijke stand

€ 23,00

 

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Artikel 1.10

Paspoorten of andere reisdocumenten

 

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

a.

van een nationaal paspoort

 

1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 88,65

2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 67,05

b.

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 88,65

2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 67,05

c.

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 88,65

2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 67,05

d.

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 67,05

Artikel 1.11

Nederlandse identiteitskaart

 

1.

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een Nederlandse identiteitskaart:

 

1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 80,10

2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 43,20

b.

van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon

€ 39,05

2.

voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen:

€ 60,30

 

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

Artikel 1.12 Rijbewijzen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 53,65

Artikel 1.13 Modaliteiten

 

1

Het tarief genoemd in onderdeel 1.12 wordt:

 

a

bij een spoedlevering vermeerderd met

€ 39,65

b

De verhoging blijft achterwege als het document door overmacht niet kan worden overgelegd. Onder overmacht wordt verstaan: vermissing door brand of als gevolg van een geweldsmisdrijf.

 

c

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een formulier voor een eigen verklaring omtrent lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorvoertuigen geldt het tarief zoals dit is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de uitgifte van Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

 

 

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

 

Artikel 1.14 Definities

 

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

2.

Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

 

Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:

€ 18,00

b.

tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200):

€ 18,00

Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 18,55

Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking

 

In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:

€ 3,60

Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€35,25

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken

Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

a.

een afschrift van de gemeentebegroting:

€ 84,35;

b.

een afschrift van de gemeenterekening:

€ 81,80;

d.

een afschrift van de stukken behorende bij een raadsvergadering, per pagina:

€ 0,30

e.

een afschrift van het verslag van een vergadering van een raadscommissie, per pagina:

€ 0,30

f.

een afschrift van de stukken behorende bij een vergadering van een raadscommissie, per pagina:

€ 0,30

g.

een afschrift van de voortgangsrapportages (voorjaars- en najaarsnota), per rapportage

€ 28,95

Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken

 

Niet van toepassing

 

 

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b:

 

a.

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:

€ 6,50

b.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 8,60

c.

in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 10,45

d.

in digitale vorm tot een maximum van 5 afdrukken, per kaart of tekening:

€ 4,00

Artikel 1.22 Informatie uit registers

 

Niet van toepassing

 

Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:

 

a.

het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres:

€ 11,75

b.

het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie:

€ 11,75

 

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

Artikel 1.24 Gemeentegarantie

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening:

€ 182,85

Artikel 1.25 Overige publiekszaken

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:

€ 41,35

b.

tot het legaliseren van een handtekening:

€ 18,00

c.

voor het ter legalisatie zenden van stukken naar een andere gemeente in Nederland, in het persoonlijk belang van de aanvrager

€ 18,00

d.

fotokopie conform origineel

€ 11,75

 

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief

 

1.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 25,20

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden

 

Niet van toepassing

 

 

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

1.

een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ 29,60;

2.

indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ 101,70;

3.

tot het verlenen van een urgentieverklaring op basis van een medisch urgentie als bedoeld in de Huisvestingsverordening gemeente Wassenaar 2023 inclusief de kosten voor het medische advies.

 

€ 233,30;

Artikel 1.30 Leegstandwet

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

a.

een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet een percentage van de WOZ-waarde:

0,05%

 

 

met een minimum van

€ 73,15;

 

 

met een maximum van

€ 454,20;

 

b.

verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 73,15;

2.

Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven.

 

Artikel 1.31 Wet op de kansspelen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

 

a.

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

€ 56,50

 

b.

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 56,50

 

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 34,00

 

c.

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:

€ 226,50

 

d.

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 226,50

 

e.

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 136,00

2.

Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.

 

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

€ 56,50

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024:

€ 56,50

 

Artikel 1.32 Kabels en leidingen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit of vergunning als bedoeld in de Verordening werkzaamheden kabels en leidingen Wassenaar, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

 

 

a.

indien het betreft tracés tot 250 m1

€ 427,05

 

b.

indien het betreft tracés vanaf 250 m1 tot 1500 m1

€ 513,39

 

c.

indien het betreft tracés vanaf 1500 m1 tot 5000 m1

€ 753,23

 

d.

indien het betreft tracés vanaf 5000 m1 en meer, per m1 tracé

€ 0,15

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Verordening werkzaamheden kabels en leidingen Wassenaar, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard

 € 137,92

3.

Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.32.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met

€ 460,48

Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 59,20

 

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:

€ 59,20

c.

tot het verkrijgen van gegevens uit het centraal register rijbewijzen:

€ 10,85

 

d.

tot het verkrijgen van gegevens uit het centraal register rijbewijzen:

€ 10,85

 

e.

tot het verlenen van ontheffing van de parkeerschijfzone

€ 19,65

f.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

€ 42,70

 

 

vermeerderd met voor zover van toepassing de kosten van:

 

1.

het inwinnen van aanvullende informatie bij een (huis)arts: 

€ 136,25

2.

een huisbezoek (excl. kosten standaard advies):

€ 96,50

3.

Bij het niet verschijnen op een gemaakte afspraak voor een keuring wordt het no-show tarief van de keuringsinstantie ter hoogte van € 48,50 doorberekend aan de aanvrager. De regels van de keuringsinstantie met betrekking tot het tijdig afmelden zijn hierbij leidend.

€ 152,95

4.

tot het wijzigen van de aanduiding van het voertuig waarvan de houder van een bijzondere Gehandicaptenparkeerplaats gebruik maakt (kentekenwijziging)

€ 19,55

5.

tot het verkrijgen van een Verklaring geen bezwaar voor het opstijgen van een luchtballon op grond van luchtvaartwetgeving

€ 148,75

 

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

 

1.

voor de eerste bladzijde

€ 5,20

2.

voor elke volgende bladzijde

€ 0,25

3.

voor de eerste bladzijde (kleur)

€ 7,00

4.

voor elke volgende bladzijde (kleur)

€ 0,65

Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van een ontheffing voor het veroorzaken van geluidshinder als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 59,20

b.

tot het verstrekken van een niet in kleur uitgevoerde afdruk van het wapen der gemeente met bijbehorende beschrijving

€ 5,45

c.

tot het verstrekken van een opgave van de adressen van de in gemeente gevestigde onderwijsinrichtingen en hun besturen.

€ 11,05

d.

tot het verlenen van een ontheffing voor het optreden als straatartiest als bedoeld in artikel 2:9 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 59,20

e.

tot het verstrekken van een lijst van straatnamen

€ 11,05

f.

tot het verkrijgen van een vergunning voor het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen of stoffen, op, aan, over of boven de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 59,20

g.

tot het verlenen van een vergunning voor het hebben van een vaartuig op het strand als bedoeld in artikel 5:42 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 59,20

h.

tot het verlenen van een vergunning voor het hebben van een voertuig op het strand als bedoeld in artikel 5:43 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 59,20

i.

tot het verlenen van een ontheffing voor het stoken van vuur als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 119,20

j.

tot het verlenen van een vergunning voor het afleveren of aanwezig hebben van vuurwerk als bedoeld in artikel 2:72 van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2024

€ 248,65

 

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

 

Paragraaf

Onderwerp

Tarief 2026

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

 

Artikel 2.1

Definities

 

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

a. 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan;

 

b. 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij afwijkingsbevoegdheid: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, maar die toelaatbaar is op grond van een afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

c. 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die mogelijk is op grond van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

d. 

- buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij de beoordelingsregels geen ruimte bieden om deze vergunning te verlenen. Het gaat om activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die niet vallen onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage I.

 

e. 

- kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar die van beperkte aard is en geen wezenlijke strijd oplevert met de ruimtelijke regels. De specifieke activiteiten die hieronder vallen, zijn opgenomen in bijlage I.

 

4.

Bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van het Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stct. 2012,1567), voor het uit te voeren werk of het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom inclusief omzetbelasting), of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin inbegrepen. Als het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt dan zijn de bouwkosten de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, exclusief omzetbelasting.

 

Artikel 2.2

Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

 

 

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

vooroverleg;

 

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

 

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

 

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

 

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

 

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

 

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

 

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

 

Artikel 2.3

Bepalen tarief

 

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

 

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

 

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

 

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

 

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

Paragraaf 2.2

Voorfase

 

Artikel 2.4

Vooroverleg

 

1.

Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een vooroverleg voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

 

a.

voor een oriëntatie die schriftelijk of telefonisch kan plaatsvinden en die is gericht op het verkrijgen van een eerste indruk van de vergunbaarheid van een initiatief in het kader van de Omgevingswet, en op het geven van een eerste beeld van de daarvoor toepasselijke procedures en benodigde stukken:

€ 0,00

b.

voor de beoordeling van een conceptaanvraag die kan worden aangemerkt als een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit of als een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij de vergunbaarheid en de toepasselijke regels en stukken inhoudelijk worden beoordeeld:

€ 300,00

c.

voor een overleg gericht op het beoordelen van de wenselijkheid van een voorgenomen initiatief (wenselijkheidsscan), per overleg: 

€ 551,00

d.

voor een overleg gericht op het breder beoordelen van de haalbaarheid van een initiatief (omgevingstafel), per overleg: 

€ 1.542,00

2.

Indien voor de beoordeling van een vooroverleg een advies als bedoeld in artikel 2.49 of 2.50 moet worden ingewonnen, worden de in lid 1 genoemde tarieven verhoogd met het daarvoor geldende tarief en de bijbehorende bepalingen uit artikel 2.49 of 2.50.

 

3.

Voor het afgeven van een schriftelijke verklaring waarin wordt bevestigd dat een voorgenomen activiteit omgevingsvergunningvrij is als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief:

€ 150,00

Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

 

Artikel 2.5

Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

 

  

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen:

1,80%

 

van de bouwkosten, met een minimum van:

€ 165,00

b.

indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen:

€ 450,00

 

vermeerderd met:

1,65%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;

 

c.

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 100.000 bedragen:

€ 862,50

 

vermeerderd met:

1,33%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 100.000 te boven gaat;

 

d.

indien de bouwkosten € 100.000 tot € 250.000 bedragen:

€ 1.527,50

 

vermeerderd met:

1,21%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 100.000 te boven gaat;

 

e.

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen:

€ 3.342,50

 

vermeerderd met:

1,10%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;

 

f.

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 6.092,50

 

vermeerderd met:

0,98%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 500.000 te boven gaat;

 

g.

indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 bedragen

€ 10.992,50

 

vermeerderd met:

0,87%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat, met een maximum van:

€ 550.000,00

Artikel 2.6

Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel)

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen:

4,20%

 

van de bouwkosten, met een minimum van:

€ 385,00

b.

indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen:

€ 1.050,00

 

vermeerderd met:

3,85%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;

 

c.

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 100.000 bedragen:

€ 2.012,50

 

vermeerderd met:

3,10%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 100.000 te boven gaat;

 

d.

indien de bouwkosten € 100.000 tot € 250.000 bedragen:

€ 3.562,50

 

vermeerderd met:

2,83%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 100.000 te boven gaat;

 

e.

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen:

€ 7.807,50

 

vermeerderd met:

2,57%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;

 

f.

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 14.232,50

 

vermeerderd met:

2,30%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 500.000 te boven gaat;

 

g.

indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 bedragen

€ 25.732,50

 

vermeerderd met:

2,03%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat, met een maximum van:

€ 950.000,00

Artikel 2.7

Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 348,00

Paragraaf 2.3a  

Afwijken van het omgevingsplan 

 

Artikel 2.7a 

Afwijken van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan

 

1. 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief: 

 

a.

voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan:

€ 0,00

b.

voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan:

€ 650,00

c.

voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage I:

€ 500,00

d.

voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c:

€ 6.000,00

2.

Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald.

 

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

 

Artikel 2.8

Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit)

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een archeologisch monument, een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:

€ 276,00

2.

Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een activiteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:

€ 276,00

3.

Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met:

50%

4.

De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit.

 

5.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit die ziet op het aanpassen of aantasten van een beeldbepalend groenobject, een bijzonder landschapselement of een aardkundige waarde, als bedoeld in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan of een bijbehorende toelichting of kaart, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:

€ 276,00

Artikel 2.9 t/m 2.11

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

 

Artikel 2.12

Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief:

€ 3.673,05

Artikel 2.13 t/m 2.20

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

 

Artikel 2.21

Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 525,00

Artikel 2.22

Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 1.049,00

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

 

Artikel 2.23

Omgevingsplanactiviteit: graven, opbreken en werkzaamheden in gevoelige gebieden 

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet, een vergunningplicht is opgenomen, en de activiteit bestaat uit:

  • 1.

    het opbreken van verharding in openbaar gebied;

  • 2.

    het graven in openbaar gebied;

  • 3.

    het aanleggen, verwijderen of in stand houden van kabels of leidingen in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

  • 4.

    het graven of uitvoeren van werkzaamheden in een gebied met archeologische verwachtingswaarde, een beperkingengebied voor leidingen, een bijzonder landschapselement of een gebied met aardkundige waarde, bedraagt het tarief:

€ 508,00

Artikel 2.24 t/m 2.25

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.26

Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 355,00

Artikel 2.27

Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 355,00

Artikel 2.28

Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 355,00

Paragraaf 2.8

Overige activiteiten

 

Artikel 2.29

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.30

Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor een aanvraag die betrekking heeft op één boom:

€ 189,00

b.

voor een aanvraag die betrekking heeft op meer dan één boom wordt het bedrag onder a per extra boom verhoogd met:

€ 38,00

2.

De verhoging als bedoeld in onderdeel 1, onder b, bedraagt in totaal maximaal:

€ 338,00

Artikel 2.31

Omgevingsplanactiviteit: reclame

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 112,00

Artikel 2.32

Omgevingsplanactiviteit: voorwerpen op of aan de weg

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 261,00

Artikel 2.33

Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

 

 

Zie paragraaf 3.5.

 

Artikel 2.34

Andere activiteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 275,00

Paragraaf 2.9

Maatwerkvoorschriften

 

Artikel 2.35

Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten

 

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op ingebruikname van een bouwwerk met een kleine afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift.

€ 1.792,00

Artikel 2.36

Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

 

 

Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 2.448,70

Artikel 2.37

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.10

Gelijkwaardigheid

 

Artikel 2.38

Gelijkwaardige maatregel 

 

 

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:

€ 2.448,70

Paragraaf 2.11

Overige tarieven

 

Artikel 2.39 t/m 2.40

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.41

Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 0,00

Artikel 2.42

Intrekken omgevingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

€ 0,00

Artikel 2.43

Beoordeling aanvullende gegevens 

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:

€ 0,00

Artikel 2.44

Beoordeling onderzoeksrapporten

 

 

De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

 

Artikel 2.45

Wijzigen van het omgevingsplan

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Blijkend uit begroting

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

3.

Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald.

 

Artikel 2.46

Niet genoemd besluit op aanvraag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan:

€ 0,00

Paragraaf 2.12

Modaliteiten

 

Artikel 2.47

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

10%

 

met een maximum van:

€ 10.000,00

Artikel 2.48

Uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

 

a.

als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€ 2.448,70

b.

als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in onderdeel a:

€ 0,00

Artikel 2.49

Beoordeling onderzoeksrapporten

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

 

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 264,00

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 264,00

c.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 1.058,00

d.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:

€ 264,00

Artikel 2.50

Advies 

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

 

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

€ 1.300,00

b.

Voor een advies van de gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar, als bedoeld in de Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar, dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en de gemeentelijke beleidsregels (Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar, https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR682356):

€ 225,00

c.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b:

€ 225,00

d.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Blijkend uit een begroting 

2

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 2.51

Instemming

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

 

 

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

 

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.13

Vermindering

 

Artikel 2.52

Vermindering na vooroverleg

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om een vooroverleg als bedoeld in artikel 2.4, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:

100%

 

van de voor het vooroverleg geheven leges.

 

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

  • a.

    voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het vooroverleg betrekking had;

  • b.

    in overeenstemming met de uitkomsten van het vooroverleg; en

  • c.

    binnen 12 maanden na het laatste overleg in het kader van het vooroverleg of, als dit overleg volgens afspraak leidt tot een schriftelijke kennisgeving aan de aanvrager, binnen 12 maanden na de dagtekening van de kennisgeving.

 

Artikel 2.53

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.14

Teruggaaf

 

Artikel 2.54

Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

 

 

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

85,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

Artikel 2.55

Teruggaaf als aanvraag buiten behandeling wordt gelaten

 

 

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

75,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

Artikel 2.56

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift

 

1.

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

 

2.

Indien een omgevingsoverleg, aanvraag om een omgevingsvergunning of omgevingsplanactiviteit wordt ingetrokken op verzoek van de gemeente, worden geen leges in rekening gebracht en vindt volledige teruggaaf plaats (100%).

 

Artikel 2.57 t/m 2.58

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.59

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

 

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

Artikel 2.60

Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

 

 

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten, genoemd in paragraaf 2.12.

 

Artikel 2.61

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag minder dan € 385,00 wordt niet teruggegeven, tenzij de teruggaaf voortvloeit uit een intrekking op verzoek van de gemeente als bedoeld in artikel 2.56.

 

 

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

 

Paragraaf

Onderwerp

Tarief 2026

Paragraaf 3.1

Horeca

 

Artikel 3.1

Exploitatie openbare inrichting

 

1. 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

a. 

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening:

€ 750,00

b. 

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 75,00

2.

Indien de aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betrekking heeft op de exploitatie van een inrichting of locatie die wordt gebruikt ten behoeve van:

  • a.

    niet-commerciële doeleinden door rechtspersonen zonder winstoogmerk die een cultureel, sociaal of voor de gemeente promotioneel doel nastreven; of

  • b.

    niet-commerciële doeleinden van (sport)verenigingen waarbij de behartiging van een sociaal en/of sportief belang vooropstaat,

50%

 

van het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag.

 

Artikel 3.2

Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

 

1. 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

a.

een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ 750,00

b.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

€ 75,00

c.

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ 115,00

d.

een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:

€ 75,00

e.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

€ 75,00

2.

Indien de aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betrekking heeft op de uitoefening van een horecabedrijf die wordt gebruikt ten behoeve van:

  • a.

    niet-commerciële doeleinden door rechtspersonen zonder winstoogmerk die een cultureel, sociaal of voor de gemeente promotioneel doel nastreven; of

  • b.

    niet-commerciële doeleinden van (sport)verenigingen waarbij de behartiging van een sociaal en/of sportief belang vooropstaat,

50%

 

van het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag.

 

Paragraaf 3.2

Seksbedrijven

 

Artikel 3.3

Vergunning seksbedrijf

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het exploiteren of wijzigen van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 850,00

Artikel 3.4

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

 

Artikel 3.5

Ontheffing winkeltijden

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ 75,00

b.

wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ 75,00

Paragraaf 3.4

Organiseren evenement of markt

 

Artikel 3.6

Organiseren evenement of markt

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening, indien het betreft:

 

a.

Een A-evenement (regulier evenement):

€ 75,00

b.

Een B-evenement (aandachtevenement met reguliere aanpak of risico-aanpak):

€ 240,00

c.

Een C-evenement (risicovol evenement met risico-aanpak):

€ 450,00

Artikel 3.7

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

 

Artikel 3.8

Marktstandplaatsen en andere standplaatsvergunningen

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

voor een vaste standplaatsvergunning op grond van de Marktverordening Wassenaar 2015:

€ 75,00

b.

voor een vergunning om op de openbare plaats goederen of diensten te koop aan te bieden, als bedoeld in artikel 5:15 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 75,00

c.

voor een vergunning om een standplaats in te nemen voor het aanbieden van goederen of diensten, als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 115,00

Artikel 3.9 t/m 3.10

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 3.6

Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap

 

Artikel 3.11

Vergunning onttrekken woonruimte

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014:

€ 95,00

Artikel 3.12 t/m 3.14

[Gereserveerd]

 

Artikel 3.15

Splitsingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014:

€ 95,00

Artikel 3.16 t/m 3.18

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 3.7

Kamperen

 

Artikel 3.19

Kamperen

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een kampeerplaats, indien de vergunning geldig is voor:

 

1.

ten hoogste een jaar:

€ 225,00

2.

langer dan één, doch ten hoogste twee jaar:

€ 400,00

3.

langer dan twee jaar, doch ten hoogste drie jaar:

€ 570,00

4.

langer dan drie jaar, naast het onder 3 genoemde recht, voor elk jaar of gedeelte daarvan meer dan drie:

€ 140,00

Paragraaf 3.8

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

 

Artikel 3.20

Niet benoemd besluit op aanvraag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 75,00

 

Bijlage I. Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

 

Bijlage I

Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 

1.

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; 

b.

de oppervlakte niet meer dan 150 m2

2.

Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 5m, en 

b.

de oppervlakte niet meer dan 50m2

3.

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 10m, en 

b.

de oppervlakte niet meer dan 50m2

4.

een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 

5.

een antenne-installatie, mist niet hoger dan 40 meter; 

6.

een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit); 

7.

Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren;

8.

het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 

9.

het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 

 

Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2025.

 

de griffier,

drs. J. Kleinhesselink

 

de voorzitter,

drs. L.A. de Lange

Naar boven