Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 557645 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 557645 | beleidsregel |
Besluit tot wijziging van de Nota Investeringen gemeente Zaanstad 2019
De nota Investeringen gemeente Zaanstad 2019 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 3 Uitbreidingsinvesteringen
Voor de dekking van uitbreidingsinvesteringen geldt:
Ten aanzien van Investeringsfonds-uitbreidingsinvesteringen (IF-uitbreidingsinvesteringen): Directe lasten en afschrijvingslasten van IF-uitbreidingsinvesteringen worden gedekt uit de bestemmingsreserve Investeringsfonds. De rentelasten zijn onderdeel van de totale gemeentelijke financiering en komen ten laste van de algemene middelen.
Ten aanzien van MeerjarigInvesteringsPlan-uitbreidingsinvesteringen (MIP-uitbreidingsinvesteringen): Afschrijvingslasten en rentelasten van MIP-uitbreidingsinvesteringen zijn onderdeel van de totale gemeentelijk financiering en worden gedekt uit de daarvoor tot en met het jaar 2029 beschikbare stelpost kapitaallasten in de begroting. Deze stelpost kent een begrenzing.
Het Investeringsfonds bevat een risicobuffer van € 5 miljoen. De risicobuffer geldt alleen voor dekking van financiële tegenvallers bij een IF-uitbreidingsinvestering, waarvan de raad het investeringskrediet (stap 3) al heeft geautoriseerd in de Begroting 2025. Indien de risicobuffer is aangesproken, wordt deze niet meer aangevuld tot € 5 miljoen, omdat het Investeringsfonds wordt opgeheven (sterfhuisconstructie).
In de kadernota neemt het college in het onderdeel Investeringen een geactualiseerde raming van de investeringsuitgaven voor de komende tien jaren op. Daarbij worden de wijzigingen ten opzichte van de raming in de laatst vastgestelde begroting per begrotingsprogramma toegelicht en onderscheiden in:
De bestaande tekst te wijzigen in:
Deze nota treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025.
De bestaande tekst te wijzigen in:
Deze nota kan worden aangehaald als: Nota Investeringen Zaanstad.
Deze nota treedt in werking op de dag van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025.
Deze nota wordt aangehaald als: Besluit tot wijziging van de Nota Investeringen gemeente Zaanstad 2019.
TOELICHTING OP NOTA INVESTERINGEN
Alle vervangingsinvesteringen worden opgenomen in het MeerjarenInvesteringsPlan (MIP). Het MIP bevat een planningshorizon van tien jaar en wordt twee keer per jaar geactualiseerd.
Een vervanging kan gepaard gaan met een uitbreiding. In dat geval moeten de totale investeringskosten vergeleken worden met de kosten van enkele de vervanging van het activum. Indien het verschil, en daarmee het aandeel van de uitbreiding, meer dan 30% van de totale investeringssom bedraagt, moet de investering gesplitst worden in het vervangings- en uitbreidingsdeel.
Vanaf de begroting 2019 worden alle (nieuwe) investeringen in onderwijshuisvesting als vervangingsinvestering aangemerkt, ongeacht of het een vervanging, uitbreiding of nieuwe school betreft. Door de zorgplicht die de gemeente op dit gebied heeft, geldt immers geen ‘vrije’ afweging zoals dat voor andere uitbreidingsinvesteringen wel geldt. Het gaat bij onderwijshuisvesting om een min of meer autonome ontwikkeling, waardoor het MIP een passender kader is voor deze investeringen.
Bij de Begroting 2025 heeft de raad besloten over een nieuwe systematiek voor uitbreidingsinvesteringen. De nieuwe investeringsstrategie betekent dat we investeringen direct activeren op de balans en de kapitaallasten daarvan in de exploitatie verantwoorden. We gaan dus niet meer wachten met investeren tot we voldoende geld hebben gespaard. Het benodigde geld gaan we lenen. Dit hebben we in de totale financieringsplanning ingepland. Het voordeel van deze nieuwe systematiek is dat er eerder geïnvesteerd kan worden, waardoor de stad niet ‘op slot’ komt te staan. Investeringen die horen bij de groei van de stad kunnen in de toekomst weer plaatsvinden. En de kosten hiervan worden ‘automatisch’ als kapitaallasten opgenomen in de meerjarenraming. Dit was in de vorige systematiek (gebruik van het Investeringsfonds) niet het geval. Deze wijziging betekent ook dat we rente betalen over de investeringen, waardoor de investeringen iets duurder worden. Uitbreidingsinvesteringen waarvoor bij de Begroting 2025 en voorgaande jaren al een kredietbesluit was genomen, worden gedekt uit de reserve Investeringsfonds. Reserveringen en wensen binnen het Investeringsfonds en alle toekomstige uitbreidingsinvesteringen worden gedekt uit de daarvoor in de begroting opgenomen stelpost voor de jaren 2026 tot en met 2029.
De nieuwe systematiek betekent niet dat er ongelimiteerde ruimte beschikbaar is voor uitbreidingsinvesteringen. De afweging vraagt ook hier een prioritering en begrenzing. Voor deze prioritering gelden dezelfde stappen als die voor het Investeringsfonds gelden: eerst een wens, dan een reservering en daarna een kredietbesluit. Voor de begrenzing is voor de jaren 2026 tot en met 2029 een stelpost kapitaallasten in de begroting opgenomen. Daarbij is uitgegaan van een jaarlijks investeringsvolume van € 20 miljoen tegen een gemiddelde afschrijvingstermijn van 40 jaar en een omslagrente van 1,5%. Afhankelijk van de werkelijke afschrijvingstermijn van een investering en de werkelijke omslagrente kan het jaarlijks investeringsvolume afwijken.
Plaatsing van een investering op de wensenlijst (stap 1) wil zeggen dat de investering meegenomen wordt in de afwegingen voor de bestemming van de beschikbare middelen. Er is dan nog geen garantie dat de middelen toereikend zijn of dat het project uiteindelijk daadwerkelijk gerealiseerd kan of gaat worden. De wensenlijst kent geen prioritering.
Voor het reserveren van een investeringsbedrag (stap 2) is het noodzakelijk dat de middelen toereikend zijn. Indien de middelen niet voldoende zijn om een nieuwe reservering op te nemen, moet herprioritering plaatsvinden of extra middelen beschikbaar gesteld worden. Hier speelt het belang van integrale afweging.
Het Investeringsfonds kent een risicobuffer van € 5 miljoen. Deze € risicobuffer is bedoeld om mogelijke financiële tegenvallers in de bij de Begroting 2025 vastgestelde IF-uitbreidingsinvesteringskredieten op te kunnen vangen. Bij aanwending van de risicobuffer wordt deze niet meer aangevuld tot € 5 miljoen, omdat we stoppen met het Investeringsfonds (sterfhuisconstructie).
Autorisatie van een project (kredietvoorstel) kan op elk moment aan de raad worden voorgelegd. Met het akkoord op de kredietaanvraag (stap 3), autoriseert de raad het investeringsbedrag en kan het project daadwerkelijk uitgevoerd worden.
Kredietautorisatie voor vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen via het MIP voor het eerstkomende begrotingsjaar doet de raad tegelijkertijd met het vaststellen van de begroting. Het college is daarmee geautoriseerd om uitgaven te doen binnen het gevoteerde volume.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-557645.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.