Gemeenteblad van Nissewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2025, 557578 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2025, 557578 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Nissewaard, houdende regels voor de maatschappelijke ondersteuning van inwoners in beschermde woonvormen op de Zuid-Hollandse Eilanden (Verordening maatschappelijke ondersteuning in beschermde woonvormen Zuid-Hollandse Eilanden 2026)
De raad van de gemeente Nissewaard;
gelet op artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 2025;
gehoord het advies van de commissie Sociaal Domein van 27 november en 4 december 2025;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening maatschappelijke ondersteuning in beschermde woonvormen Zuid-Hollandse Eilanden 2026.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
De intramurale regionale maatwerkvoorzieningen die onder de definitie beschermde woonvorm vallen zijn in ieder geval begeleid wonen, beschermd verblijf semimuraal, beschermd verblijf regulier, beschermd verblijf intensief, time-out, beschermd verblijf specialistisch, safehouse, zoals nader aangeduid in bijlage 1.
Artikel 2.1 Landelijke toegankelijkheid
Een maatwerkvoorziening beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Dat betekent dat de inwoner in elke gemeente van Nederland een melding kan doen voor beschermd wonen. Nederlandse gemeenten hebben hierover nadere afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in de Handreiking en beleidsregels landelijke toegang beschermd wonen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Deze zijn ook voor de centrumgemeente onverkort van toepassing.
Indien het college van een gemeente van buiten de regio Zuid-Hollandse Eilanden een inwoner bovenregionaal wil plaatsen in een maatwerkvoorziening beschermd wonen binnen de regio Zuid-Hollandse Eilanden, dient hiervoor de procedure te worden gehanteerd zoals beschreven in de in het eerste lid genoemde Handreiking en beleidsregels. Dit betekent dat de toegang tot deze voorzieningen altijd moet verlopen via de centrumgemeente.
Indien een inwoner wordt geplaatst in een maatwerkvoorziening beschermd wonen binnen de regio Zuid-Hollandse Eilanden zonder dat deze een geldige beschikking heeft van de centrumgemeente, dan kan de centrumgemeente niet verantwoordelijk worden gesteld voor de kosten van deze maatwerkvoorziening in dat jaar of daaropvolgende jaren.
De maatwerkvoorzieningen begeleid wonen, beschermd verblijf semimuraal, time-out, individuele begeleiding plus, uitstroombegeleiding zijn niet landelijk toegankelijk. Deze maatwerkvoorzieningen zijn uitsluitend toegankelijk voor inwoners die op het moment van indicatiestelling, volgens de BRP, inwoner zijn van één van de vier gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden.
Artikel 2.3 Eerste screening door gemeente waar de melding wordt gedaan
In deze eerste screening wordt een lichte toets uitgevoerd om te bepalen of de inwoner als gevolg van psychische of psychosociale problematiek of een licht verstandelijke beperking zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving en inwoner met voorliggende voorzieningen en lokale maatwerkvoorzieningen onvoldoende ondersteund kan worden in zijn zelfredzaamheid.
In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, wordt geen eerste screening uitgevoerd indien inwoner op het moment van de melding nog aanspraak maakt op een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm, residentiële jeugdzorg, intramurale WLZ, forensische zorg of klinische ggz-behandeling. In die gevallen wordt direct een onderzoek uitgevoerd als omschreven in artikel 2.4.
Artikel 2.4 Onderzoek door centrumgemeente
De meldingen beschermde woonvorm worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst. Hiervan wordt alleen afgeweken indien inwoner zich bevindt in een schrijnende situatie met een risico op escalatie die niet op andere wijze kan worden opgelost dan middels een snel besluit over de aanspraak op een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm. Of dit het geval is, is ter beoordeling door het college van de centrumgemeente.
Het college van de centrumgemeente vraagt voor het dossieronderzoek aan de inwoner alle gegevens en bescheiden te verschaffen die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Hiertoe behoort in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, tenzij het college daarover al beschikt.
Het vraagverhelderingsgesprek betreft een persoonlijk gesprek met de inwoner en, indien van toepassing, de vertegenwoordiger. Daarnaast kunnen bij dit gesprek aanwezig zijn de mantelzorger(s), naaste personen uit het sociale netwerk, onafhankelijk inwonerondersteuner, huidige zorgverlener, aandachtsfunctionaris beschermde woonvormen van de gemeente waar inwoner woont.
Een aanvullend onderzoek is nodig als het college van de centrumgemeente op basis van het dossieronderzoek en het vraagverhelderingsgesprek de aanspraak op een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm niet kan beoordelen. Het kan bestaan uit het opvragen van medisch advies, het laten uitvoeren van een diagnostisch onderzoek of een multidisciplinair overleg met bij de inwoner betrokken professionals.
Artikel 2.5 Medewerking inwoner
Het college kan een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm weigeren als de cliënt in staat wordt geacht om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, of met gebruikmaking van een voorliggende voorziening, te voorzien in zijn ondersteuningsbehoefte maar de cliënt, mantelzorger of sociale netwerk dit weigert.
Indien de inwoner het onderzoeksverslag ondertekend heeft teruggestuurd met daarin aangegeven dat hij een aanvraag wil indienen, geldt het ondertekende onderzoeksverslag als aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.3.5. van de wet.
Artikel 2.8 Clientondersteuning
Het college van de gemeente waar de melding wordt gedaan is verantwoordelijk voor het informeren van cliënten en hun mantelzorgers op de mogelijkheid zich gedurende de procedure desgewenst te laten bijstaan door een onafhankelijk cliëntondersteuner en het bieden van deze clientondersteuning.
HOOFDSTUK 3 BEOORDELING AANSPRAAK
Artikel 3.1. Wijze van beoordeling aanspraak
Het college beoordeelt de aanspraak op een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm op basis van de inhoud van het onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 2.6.
Artikel 3.2 Criteria voor beoordeling aanspraak op maatwerkvoorziening beschermde woonvorm
Specifiek voor beschermd verblijf intensief gelden aanvullend de volgende criteria:
ten aanzien van de problematiek moet sprake zijn van een diagnose, door een daartoe gekwalificeerde professional gesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de diagnose op de datum van de melding beschermde woonvorm bij het college niet ouder mag zijn dan 5 jaar. Indien de diagnose ouder is, dient in de aanvraag te worden onderbouwd dat de geconstateerde problematiek of beperking sindsdien ongewijzigd is;
Specifiek voor beschermd verblijf specialistisch gelden aanvullend de volgende criteria:
ten aanzien van de problematiek moet sprake zijn van een diagnose, door een daartoe gekwalificeerde professional gesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de diagnose op de datum van de melding beschermde woonvorm bij het college niet ouder mag zijn dan 5 jaar. Indien de diagnose ouder is, dient in de aanvraag te worden onderbouwd dat de geconstateerde problematiek of beperking sindsdien ongewijzigd is;
Artikel 3.5 Criteria voor beoordelen aanspraak op aanvullende vergoeding voor gezinnen
Het betreft een vaste tegemoetkoming voor de zorgaanbieder van een maatwerkvoorziening beschermde woonvormen die is bedoeld voor het faciliteren van de afstemming tussen zorgaanbieder en de jeugdhulpprofessional(s) die actief betrokken is/zijn bij de ondersteuning van de jeugdige(n) in het gezin van de inwoner.
HOOFDSTUK 4 VASTSTELLEN ONDERSTEUNINGSBEHOEFTE EN ZORGTOEWIJZING
Artikel 4.2 Wijze van vaststellen ondersteuningsbehoefte
Bij het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte wordt gebruik gemaakt van de zelfredzaamheidmatrix (ZRM) als instrument:
per leefgebied wordt in het ondersteuningsplan aangegeven welke resultaten bereikt moeten worden binnen welke periode. In de beleidsregels behorend bij deze verordening zijn per leefgebied de te bereiken resultaten vastgesteld. De resultaten zijn dusdanig beschreven dat duidelijk is wat het specifieke doel is.
Gedurende de periode dat de inwoner op de wachtlijst staat, is de huidige zorgaanbieder van de inwoner verantwoordelijk voor het continueren van de ondersteuning en het eventuele verblijf. Indien het zorg betreft op grond van de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of Wet forensische zorg geschiedt dit conform de in het betreffende kader gemaakte landelijke afspraken voor continuering van zorg.
Artikel 4.4 Ondersteuningsplan
Deel 2 van het ondersteuningsplan wordt opgesteld door de beoogde zorgaanbieder en beschrijft welke activiteiten op welke locatie(s) zullen worden verricht om de resultaten te bereiken die zijn benoemd in deel 1 van het ondersteuningsplan evenals de tijdsspanne die daaraan door de aanbieder wordt verbonden. Deel 2 van het ondersteuningsplan is alleen geldig als het voor akkoord is ondertekend door de inwoner.
HOOFDSTUK 5 PERSOONSGEBONDEN BUDGET
Artikel 5.1 Wijze van aanvraag leveringsvorm Pgb
Een aanvraag voor leveringsvorm Pgb kan pas worden ingediend nadat uit de onderzoeksfase is gebleken dat de inwoner aanspraak maakt op een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm en dient te worden ingediend vóórdat de beschikking wordt afgegeven aangezien hierin ook de leveringsvorm wordt gespecificeerd.
Artikel 5.3 Criteria voor afwijzing leveringsvorm Pgb
Een inwoner of wettelijk vertegenwoordiger die niet in staat is om zijn hulpvraag en belangen te behartigen of niet in staat is om, eventueel met behulp van zijn sociaal netwerk, de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren komt niet aanmerking voor een Pgb. Dat is het geval indien sprake is van minimaal één van onderstaande omstandigheden:
Naast de in lid 1 genoemde afwijzingscriteria kunnen er in individuele gevallen andere redenen zijn een Pgb niet toe te kennen. Het toekennen van een Pgb vereist altijd een individuele afweging. Om een Pgb af te wijzen op contra-indicatie, moet er een feitelijke onderbouwing zijn waarop het afwijzingsbesluit is gebaseerd. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.
HOOFDSTUK 7 VOORTIJDIGE BEËINDIGING VAN DE BESCHIKKING
Artikel 7.1 Afwezigheid inwoner in beschermd verblijf of begeleid wonen
Geplande en ongeplande afwezigheid gedurende minimaa vijf etmalen van een cliënt met een maatwerkvoorziening beschermd verblijf of begeleid wonen moeten door de zorgaanbieder worden gemeld aan het college. De melding gebeurt uiterlijk vijf etmalen na afwezigheid, tenzij de afwezigheid herstelgericht is.
Wanneer een inwoner met een maatwerkvoorziening beschermd verblijf of begeleid wonen als gevolg van opname in een andere zorginstelling of verblijf in detentie langer dan 42 aangesloten dagen (6 weken) afwezig is, wordt zijn beschikking opgeschort. Dat wil zeggen dat zijn plek in de accommodatie niet langer hoeft te worden vrijgehouden.
Een inwoner met een maatwerkvoorziening beschermd verblijf of begeleid wonen mag in totaal maximaal 28 dagen (4 weken) per kalender jaar afwezig zijn in verband met vakantie. Als deze maximale periode wordt overschreden, dan wordt zijn beschikking opgeschort. Dat wil zeggen dat zijn plek niet langer hoeft te worden vrijgehouden.
Een inwoner met een maatwerkvoorziening beschermd verblijf of begeleid wonen wordt geacht minimaal vijf etmalen per week in de accommodatie van de instelling te verblijven. Als blijkt dat de inwoner structureel, gedurende minimaal 10 weken, minder dan vijf etmalen in de accommodatie verblijft, dan leidt dit tot het opnieuw toetsen op de noodzaak voor beschermd verblijf of begeleid wonen.
Artikel 7.2 Wijziging in ondersteuning
De zorgaanbieder dan wel de inwoner of vertegenwoordiger meldt zo spoedig mogelijk aan het college alle wijzigingen in de benodigde of geboden ondersteuningsvorm, -intensiteit of arrangementsonderdelen (bijvoorbeeld stopzetten dagbesteding). De inwoner wordt dan opnieuw geïndiceerd, dit kan leiden tot aanpassing van of beëindiging van de beschikking.
HOOFDSTUK 8 BESTRIJDING MISBRUIK EN ONEIGENLIJK GEBRUIK
Het college kan onderzoek doen naar de rechtmatigheid van een verstrekte maatwerkvoorziening beschermde woonvorm en kan daarbij onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor de aanspraak op deze maatwerkvoorziening onderzoeken.
Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een verstrekte maatwerkvoorziening beschermde woonvorm en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van deze maatwerkvoorziening en de wederzijds tussen het college en de inwoner resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.
Periodiek wordt, al dan niet steekproefsgewijs, onderzocht of de verstrekte maatwerkvoorzieningen beschermde woonvorm in natura en Pgb’s worden gebruikt respectievelijk besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt en of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt. Een onderzoek kan zowel betrekking hebben op het handelen van een inwoner of wettelijk vertegenwoordiger, als op de ondersteuning door een aanbieder. Het onderzoek kan onder meer bestaan uit: dossieronderzoek, bezoek aan de inwoner, bezoek aan de locatie waar de inwoner ondersteuning krijgt en gesprekken met de aanbieder.
HOOFDSTUK 9 KWALITEIT EN EFFECTIVITEIT
Artikel 9.1 Kwaliteitseisen aan de zorgaanbieder
Naar het oordeel van het college is de kwaliteit van een zorgaanbieder gewaarborgd indien aan de volgende eisen wordt voldaan:
de zorgaanbieder voldoet aan een kwaliteitsbeleid dat minimaal voldoet aan de eisen die het Keurmerkinstituut stelt aan ISO 9001 voor de Ondersteuning of HKZ gehandicaptenondersteuning of HKZ geestelijke gezondheidsondersteuning of HKZ Kleine organisaties of het keurmerk Federatie Landbouw en Ondersteuning of Kwaliteitsregister Jeugd;
de zorgaanbieder voorziet in en handelt conform de landelijke minimale eisen voor het waarborgen van veilige ondersteuning. Dit betreffen: een veiligheidsmanagementsysteem, een systeem ter waarborging van een veilig medicatiebeleid, een geïmplementeerd calamiteitenplan, meldingen incidenten patiënten (MIP), meldingen Incidenten Medewerkers en de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld;
de zorgaanbieder werkt met voldoende gekwalificeerd personeel om de continuïteit van ondersteuning te garanderen. Het personeel is minimaal MBO niveau 4 of HBO geschoold in Zorg en Welzijn. Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG) geregistreerde medewerkers (of zelfstandigen) zijn ingeschreven in het landelijk register;
Artikel 9.3 Aanvullende kwaliteitseisen aan maatwerkvoorzieningen beschermd wonen
Aanvullend op artikel 9.2 is naar het oordeel van het college de kwaliteit van een geleverd arrangement beschermd wonen gewaarborgd indien aan de volgende eisen wordt voldaan:
Artikel 9.4 Controle op kwaliteit en effectiviteit
Periodiek onderzoekt de toezichthouder, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte maatwerkvoorzieningen beschermde woonvorm in natura en Pgb’s voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Het onderzoek kan onder meer bestaan uit: dossieronderzoek, bezoek aan de inwoner, bezoek aan de locatie waar de inwoner ondersteuning krijgt en gesprekken met de aanbieder.
Het college maakt met de zorgaanbieder afspraken over de invulling van de zorg in een ondersteuningsplan per inwoner. Dit plan wordt door de aanbieder op een met het college afgesproken frequentie tussentijds geëvalueerd. Op basis van de resultaten beoordeelt het college of de voorziening voldoet aan de in deze verordening gestelde kwaliteitseisen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nissewaard op
10 december 2025.
De griffier,
De voorzitter,
BIJLAGE 1 Nadere uitwerking van de maatwerkvoorzieningen
Begeleid Wonen heeft als doel inwoners woonvaardigheden aan te leren in een zo zelfstandig mogelijke situatie. Dit wordt aangeboden in een geclusterde of groepsgerichte setting, met uitzondering van gezinnen met kinderen. Het traject is gericht op uitstroom naar zelfstandig wonen binnen maximaal twee jaar. Het perceel omvat twee producten begeleid wonen alleenstaanden en begeleid wonen gezinnen (een alleenstaande of stel met 1 of meer minderjarige kinderen). De doelgroep heeft te maken (gehad) met belemmeringen in hun leven die hun ontwikkeling of kansen beperken of hebben beperkt.
Afhankelijk van de doelgroep biedt de woonvorm (gedeeltelijk) zelfstandig wonen in een woonomgeving met een gemeenschappelijke ruimte. Het woonaanbod is afgestemd op de leeftijd en behoeften van de inwoners en omvat een mix van verschillende soorten woningen. Inwoners dragen zelf de kosten van hun verblijf d.m.v intermediaire verhuur. De begeleiding vormt een integraal onderdeel van het wonen.
2.1 Beschermd Verblijf Semimuraal
Beschermd Verblijf Semimuraal heeft als doel om cliënten zo zelfstandig mogelijk te laten wonen waarbij er nog wel 24/7 zorg in de nabijheid is, waarna zij zo mogelijk doorstromen naar volledig zelfstandig wonen (met of zonder ambulante begeleiding). Deze woonvorm is bedoeld voor inwoners met een psychische/psychosociale problemen of licht verstandelijke beperking die geen 24/7 toezicht op locatie nodig hebben, maar wel op afroep in de nabijheid.
Beschermd Verblijf Semimuraal biedt een tussenoplossing waarbij cliënten verblijven in een woning in eigendom van of gehuurd door de aanbieder, binnen een wooncomplex of buurt met andere cliënten. Begeleiding en ondersteuning worden op afspraak en ongepland aangeboden. De aanbieder verzorgt de volledige huisvesting en inrichting, inclusief maaltijden, nutsvoorzieningen, schoonmaak en hotelmatige dienstverlening. Deze vorm van beschermd verblijf kan ook worden ingezet als afschaling van Beschermd Verblijf regulier of intensief.
2.2 Beschermd Verblijf Regulier
Beschermd Verblijf Regulier heeft als doel de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen. Waar mogelijk wordt toegewerkt naar uitstroom richting meer zelfstandige woonvormen, maar ook stabilisatie van de problematiek kan centraal staan. Deze woonvorm is bedoeld voor inwoners met psychische of psychosociale problematiek en voor inwoners met een licht verstandelijke beperking en (zware) regieproblemen. Zij zijn niet in staat zelfstandig hulp in te roepen en kunnen daardoor niet zonder toezicht wonen. Inwoners hebben behoefte aan toezicht op de locatie en een slapende wacht gedurende de nacht.
Beschermd Verblijf Regulier is een vorm van groepswonen in een intramurale setting, waarbij de bewoners beschikken over een eigen kamer, studio of appartement. In deze veilige, beschermende en gestructureerde woonomgeving kunnen zij 24/7 rekenen op professioneel toezicht en gespecialiseerde begeleiding. De ondersteuning bestaat uit zowel geplande als ongeplande begeleiding, afgestemd op de complexe zorgbehoeften van de bewoners. De aanbieder verzorgt de volledige huisvesting en inrichting, inclusief maaltijden, nutsvoorzieningen en schoonmaak (hotelmatige dienstverlening).
2.3 Beschermd Verblijf Intensief
Beschermd Verblijf Intensief is in de basis gelijk aan Beschermd Verblijf Regulier. Het doel van Beschermd Verblijf Intensief is het voorkomen van crisis en decompensatie, het bevorderen van maatschappelijk en persoonlijk herstel en het vergroten van de eigen regie.
2.4 Beschermd verblijf Specialistisch
Beschermd Verblijf Specialistisch komt op een aantal punten overeen met het perceel Beschermd Verblijf, zoals het leveren van intensieve 24/7 ondersteuning, het bieden van individuele maatwerk per client en de aandacht voor het signaleren en voorkomen van crisis. Beschermd Verblijf Specialistisch onderscheidt zich van het perceel Beschermd Verblijf door de aard van de problematiek, het gedrag van cliënten en de daaruit volgende aard van de begeleiding.
Er is sprake van zeer complexe problematiek op het gebied van psychiatrie en/of psychosociaal en (licht) verstandelijke beperking en verslaving (triple diagnose) en ernstige, structurele en cumulatieve gedragsproblematiek en veelal overlastgevend middelengebruik met als gevolg veelvuldig contact met politie en justitie. Extra aandacht nodig voor de veiligheid van bewoners, medewerkers en omgeving.
Een time-out voorziening is in de basis vergelijkbaar met Beschermd Verblijf Intensief, maar richt zich op kortdurend verblijf met begeleiding. Het doel van de time-out voorziening is om in een gestructureerde setting rust en stabiliteit te bieden, zodat de inwoner kan herstellen en veilig kan terugkeren naar de eigen woning.
De time-out voorziening is bedoeld voor inwoners die volledig zelfstandig wonen met intensieve ambulante begeleiding plus en bij wie sprake is van een psychische kwetsbaarheid. Door verergering van hun problematiek zijn zij uit balans geraakt en hebben zij behoefte aan een tijdelijke, gestructureerde omgeving om verdere ontregeling te voorkomen. Deze voorziening biedt een verblijf aan voor een periode van 10 tot 14 dagen in een prikkelarme en veilige omgeving.
4. Individuele Begeleiding Plus (IB+)
Individuele Begeleiding Plus is een intensieve en flexibele vorm van ondersteuning door geplande en ongeplande begeleiding te bieden aan inwoners in diverse woon- en leefsituaties. Deze begeleiding kan worden ingezet tijdens het verblijf in een Sociaal Hostel, bij zelfstandig wonen of inwonen, bij een traject waar eerst een woning wordt aangeboden en later passende begeleiding (Housing First), bij een escalatiewoning, een laatste kans-traject of ter overbrugging naar Beschermd Verblijf. De begeleiding richt zich op het stabiliseren van de situatie, het vergroten van de zelfredzaamheid en het ondersteunen bij praktische en psychosociale belemmeringen. Naast planbare zorg is er buiten kantooruren een bereikbaarheidsdienst beschikbaar die ook in acute situaties passende hulp kan bieden op locatie van de inwoner. Flexibiliteit en maatwerk staan centraal in deze vorm van ondersteuning.
Uitstroombegeleiding heeft als doel om inwoners die succesvol uitstromen uit beschermd verblijf of begeleid wonen te ondersteunen bij de overgang naar een zelfstandige woonsituatie. Het product is gericht op het begeleiden bij uitdagingen die zich voordoen tijdens de overgang naar een zelfstandige woonsituatie en om zo de kans op duurzame uitstroom zo groot mogelijk te maken. Uitstroombegeleiding biedt ondersteuning om deze overgang soepel en verantwoord te laten verlopen. De begeleiding is flexibel en afgestemd op de specifieke hulpvragen van de cliënt. Uitstroombegeleiding is in voorkomende gevallen gericht op het sluiten van een woonzorgcontract. Indien de begeleiding stagneert dient er contact opgenomen te worden met zowel de woningcorporatie als de woongemeente. Daarnaast is Uitstroombegeleiding gericht op een warme overdracht naar de lokale Wmo, zodat de cliënt tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning binnen de woongemeente.
Een Safehouse heeft als doel om inwoners met een verslavingsachtergrond te ondersteunen bij hun herstel en hen voor te bereiden op een zelfstandig leven. Dit gebeurt door een prikkelvrije omgeving waar cliënten kunnen herstellen zonder blootstelling aan triggers die een terugval kunnen veroorzaken. Het programma richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden voor een abstinent en stabiel leven, ondersteund door een herstel gericht programma en persoonlijke begeleiding.
Een Safehouse is een vorm van groepswonen, waarin cliënten samenleven in een gestructureerde omgeving. Overdag volgen zij een gestructureerd programma, aangevuld met individuele begeleiding die is afgestemd op persoonlijke behoeften. Het verblijf is tijdelijk en beperkt tot maximaal een jaar. Halverwege wordt gewerkt aan de uitstroom naar passende huisvesting, zodat de overgang naar zelfstandig wonen zorgvuldig en effectief wordt voorbereid.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De regio Zuid-Hollandse Eilanden heeft per 1 januari 2026 een nieuw regionaal zorglandschap voor beschermd wonen hieronder vallen intramurale maatwerkvoorzieningen en extramurale maatwerkvoorzieningen. De intramurale regionale maatwerkvoorzieningen die onder de definitie beschermde woonvorm vallen zijn in ieder geval begeleid wonen, beschermd verblijf semimuraal, beschermd verblijf regulier, beschermd verblijf intensief, time-out, beschermd verblijf specialistisch, safehouse. De extramurale regionale maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval individuele begeleiding plus en uitstroombegeleiding. Dit biedt een breder palet aan ondersteuning, waardoor het lokale en regionale zorglandschap beter op elkaar aansluit. In bijlage 1 zijn de maatwerkvoorzieningen nader toegelicht.
Artikel 2.3 Eerste screening door gemeente waar de melding wordt gedaan
De cliënt van de Zuid-Hollandse Eilanden meldt zich bij de gemeente waar deze volgens de BRP woont. De regiogemeente onderzoekt of lokale Wmo ondersteuning in de hulpbehoefte kan voorzien. Indien dit niet het geval is wordt het toetsingsformulier door de regiogemeente ingevuld, samen met de cliënt. Dit toetsingsformulier bevat:
Na ondertekening van het toetsingsformulier door de cliënt, wordt er door de regiogemeente een telefonische melding bij de centrumgemeente. De regiogemeente stuurt het ondertekende formulier via e-mail naar de centrumgemeente. Dit bevat ook een toestemmingsformulier welke een jaar geldig is na ondertekening zoals de AVG eist.
Artikel 2.4 Onderzoek door de centrumgemeente
Nadat de centrumgemeente de melding heeft ontvangen, start de centrumgemeente het onderzoek. Daarvoor maakt de centrumgemeente een afspraak met de cliënt om de melding toe te lichten. Eventueel wordt verzocht extra stukken aan te leveren, die onderbouwen dat een regionale maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Cliënt bepaalt of en door wie hij/zij zich bij dit gesprek laat begeleiden. De centrumgemeente wijst de cliënt nogmaals op de mogelijkheid tot onafhankelijke clientondersteuning.
Artikel 2.5 Medewerking inwoner
Indien de inwoner geen gebruik wenst te maken van voorliggende voorzieningen, terwijl die wel wettelijk verankerd of feitelijk aanwezig zijn, kan dat leiden tot het niet verstrekken van een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 3 Beoordeling aanspraak
Artikel 3.2 Criteria voor beoordeling aanspraak op maatwerkvoorziening beschermde woonvorm
De wet verplicht gemeenten ervoor zorg te dragen dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Het begrip maatwerkvoorziening geeft al aan dat deze voorziening op de individuele persoon is toegesneden, er wordt naar gestreefd om iedere inwoner op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past.
De wet is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Onder de eigen verantwoordelijkheid wordt verstaan het vermogen van een inwoner om op eigen kracht dan wel met de hulp van mantelzorgers, personen uit het sociale netwerk en gebruikelijke hulp de problemen zelf op te lossen. Oplossingen die een inwoner zelf redelijkerwijs kan realiseren op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid gaan vóór op de verstrekking van een maatwerkvoorziening. Ook als de benodigde resultaten kunnen worden bereikt met voorliggende oplossingen zoals bijvoorbeeld individuele begeleiding zonder verblijf, begeleiding groep zonder verblijf, of algemene voorzieningen, is een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm of één van de hieraan gekoppelde toeslagen niet nodig.
Een voorliggende voorziening is een voorziening op grond van een andere wet die voor gaat op verstrekking van een maatwerkvoorziening voor zover deze:
Bij voorliggende voorzieningen kan onder andere gedacht worden aan toegekende voorzieningen op grond van de Wet langdurige zorg, Wet forensische zorg, Jeugdwet en Zorgverzekeringswet. Er moet in elke individuele situatie wel beoordeeld worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Is dat niet het geval, dan moet alsnog een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm worden geboden. Als de kosten van een bepaalde voorziening in een andere wet als niet noodzakelijk zijn aangemerkt, dan wordt daarbij aangesloten en geen voorziening verstrekt op grond van de wet.
Het gaat bij beschermde woonvormen om het bieden van een veilige en stabiele woonomgeving, met als doel de inwoner weer in staat te stellen zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven. Het is een maatwerkvoorziening die tijdelijk van aard is en die gericht is op duurzame uitstroom naar zelfstandig wonen of wonen met lichtere vormen van ondersteuning. De ondersteuning is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid, woonvaardigheden, participatie en het sociaal functioneren, alsook op het voorkomen van verwaarlozing, overlast en gevaar voor zichzelf en anderen.
Hoofdstuk 4 Vaststellen ondersteuningsbehoefte
Maatwerkvoorzieningen dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel passend als de meest goedkope maatwerkvoorziening te zijn. Wel geldt daarbij dat het gaat om in aanvaardbare mate compenseren. De ondersteuning gaat dus niet zo ver dat de gemeente rekening kan en moet houden met alle wensen van de inwoner. Als er naast een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm ook een andere maatwerkvoorziening passend wordt geacht, dan zal door de gemeente gekozen worden voor het verstrekken van de goedkoopste passsende maatwerkvoorziening. Indien de inwoner toch de duurdere voorziening wil, komen de meerkosten van die duurdere voorziening voor rekening van de inwoner. In dergelijke situaties kan de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget
Artikel 5.2 en 5.3 Criteria voor toekenning en afwijzing van leveringsvorm Pgb
Een Pgb voor een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm wordt alleen verstrekt indien een inwoner of wettelijk vertegenwoordiger voldoet aan de criteria voor Pgb én er geen contra-indicaties zijn voor het verstrekken van een Pgb. Indien de inwoner en/of vertegenwoordiger naar het oordeel van de centrale Toegang niet voldoet aan de criteria of er sprake is van één of meerdere contra-indicaties, wordt er geen Pgb verstrekt maar ontvangt de inwoner de beschikte zorg in de vorm van zorg in natura.
Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik
Die beslissing tot terugvordering vereist een belangenafweging, bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Welke belangen precies een rol spelen en hoe die dienten te worden afgewogen tegen het algemeen belang van een rechtmatige besteding van gemeenschapsgelden is sterk afhankelijk van de te beoordelen situatie.
Het besluit tot herziening c.q. intrekking en beëindiging van het recht op de voorziening en de daaraan gekoppelde terugvordering biedt geen executoriale titel, met uitzondering van de terugvordering op grond van artikel 2.4.1. van de wet (als inwoner opzettelijke onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt). Er is sprake van een civielrechtelijke vordering op grond van onverschuldige betaling, voor welke het Burgerlijk Wetboek, boek 6, artikel 203 en verder, de wettelijke basis biedt.
Artikel 11.1 Hardheidsclausule
De individuele omstandigheden van de inwoner, zoals zijn persoonskenmerken en behoeften, kunnen het in bijzondere gevallen noodzakelijk maken om ten gunste van de inwoner gemotiveerd af te wijken van de verordening of hieraan verbonden beleidsregels. Er kan worden afgeweken van de regels, als toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regels te dienen doelen, volgens artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.
Met dit artikel wordt geregeld hoe wordt omgegaan met lopende indicaties bij de invoering van nieuwe zorglandschap per 1 januari 2026. Voor 1 januari 2026 waren de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en geclusterd wonen. Per 1 januari 2026 zijn de maatwerkvoorzieningen van beschermd wonen: begeleid wonen, beschermd verblijf semimuraal, beschermd verblijf regulier, beschermd verblijf intensief, time-out, beschermd verblijf specialistisch, individuele begeleiding plus, uitstroombegeleiding en safehouse. Dit biedt een breder palet aan ondersteuning. Het uitgangspunt is continuïteit van ondersteuning voor cliënten. Daarom blijven bestaande indicaties van kracht gedurende de looptijd van de beschikking, met een maximum van één jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe inkoop. De nieuwe inkoop is per 1 januari 2026 in gegaan.
De overgangstermijn van één jaar biedt cliënten en aanbieders de tijd om zich aan te passen aan de gewijzigde structuur van maatwerkvoorzieningen. Wanneer een indicatie doorloopt tot na 2026, wordt deze in 2026 herzien zodat de ondersteuning aansluit bij de nieuwe indeling van voorzieningen. Loopt een indicatie in 2026 af, dan vindt omzetting plaats op het moment van afloop. Zo worden dubbele herindicaties en administratieve lasten voorkomen, terwijl gelijktijdig de overgang naar het nieuwe zorglandschap wordt gewaarborgd.
Deze regeling waarborgt dat niemand abrupt wordt geconfronteerd met wijzigingen in de aard of omvang van ondersteuning, maar dat de overgang zorgvuldig en planmatig verloopt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-557578.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.