Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2026

De raad der gemeente Hattem;

 

Gelezen het voorstel van het college d.d. 11 november 2025, no 416662;

 

Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAFENISRECHTEN 2026.

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Kerkhofdijk;

  • b.

    particulier graf: een particulier graf, keldergraven daaronder begrepen, waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van overledenen;

  • d.

    keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie die in de grond is geplaatst en waarin één of meer overledenen worden begraven en begraven houden of asbussen worden bijgezet;

  • e.

    kindergraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een natuurlijk persoon tot 12 jaar en van levenloos geborene;

  • f.

    foetusgraf: een graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van een foetus < 24 weken.

  • g.

    sterretjesveld: een algemeen foetusgraf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van een foetus < 24 weken.

  • h.

    dubbelgraf: twee enkele particuliere graven naast elkaar die toebehoren aan eenzelfde rechthebbende en waar plaatsing van een gezamenlijke grafbedekking is toegestaan;

  • i.

    urnengraf: een particulier graf, urnenkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    urnennis: een nis in een urnenmuur of urnenzuil, waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • k.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • l.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • m.

    verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid;

  • n.

    verzamelgraf: een graf in beheer van de gemeente voor het doen herbegraven van stoffelijke resten die afkomstig zijn uit geruimde graven;

  • o.

    grafbedekking: monumenten, gedenktekens, beplanting of gras die op het graf zijn geplaatst of geplant;

  • p.

    gedenktekens: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat of ander gedenkteken ter nagedachtenis van een overledene;

  • q.

    beheerverordening: de vigerende Beheerverordening Gemeentelijke Begraafplaats.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘begrafenisrechten’ worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats, voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag, dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • a.

    het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag.

  • b.

    het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen, die met de overleden moeder in één kist worden begraven.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten, genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag en kunnen met andere belastingsoorten op één aanslagbiljet worden verenigd.

  • 2.

    De overige rechten worden geheven bij wege van aanslag dan wel een gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingplicht en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak

  • 1.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak, waarover rechten worden geheven, eindigt, wordt voor de rechten onder hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het beëindigen van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 2.

    De belastingplicht ter zake van de rechten genoemd onder 5.1 van de tarieventabel eindigt aan het begin van het belastingjaar waarin de belastingplichtige het recht, genoemd onder 5.2 of 5.3 (afkoop) heeft voldaan.

  • 3.

    Andere rechten dan die genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    Ten aanzien van de tarieven als genoemd in de onderdelen 4.2.1 en 4.2.2. alsmede de onderdelen 4.3.1. en 4.3.2. voor zover sprake is van vijf jaartermijnen van 20% van de tarieventabel.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid van dit artikel en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds een maand later. Deze machtiging voor automatische betalingsincasso in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) meer is dan € 100,00.

  • 4.

    Als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) minder is dan € 100,00 moet dat bedrag, in afwijking van het eerste lid van dit artikel en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, in twee termijnen betaald worden. Deze termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 5.

    Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  • 7.

    De overige in de tarieventabel genoemde tarieven moeten worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De verordening begrafenisrechten 2025 van 16 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026;

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeerartikel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening begrafenisrechten 2026".

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 15 december 2025.

De griffier,

De voorzitter,

Tarieventabel Verordening begrafenisrechten

Tarieventabel, behorende bij de Verordening begrafenisrechten 2026 van de gemeente Hattem.

 

Treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1

Voor het verlenen van het recht tot het doen begraven en begraven houden voor een periode van dertig jaar

2.407,65

1.2

Voor het verlengen van het recht bedoeld in artikel 1.1 met een periode van tien jaar

802,55

1.3

Voor het verlenen van het recht tot het doen begraven en begraven houden van een persoon beneden 12 jaar met een periode van dertig jaar

1.710,90

1.4

Voor het verlengen van het recht bedoeld in artikel 1.3 met een periode van tien jaar

570,30

1.5

Voor het verlenen van het recht tot het doen begraven en begraven houden van een niet voldragen foetus tot 24 weken met een periode van dertig jaar

1.468,05

1.6

Voor het verlengen van het recht bedoeld in artikel 1.5 met een periode van tien jaar

489,35

1.7

Voor het verlenen van het recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een urnengraf voor een periode van dertig jaar

1.803,95

1.8

Voor het verlengen van het recht bedoeld in artikel 1.7 met een periode van tien jaren wordt geheven

601,30

1.9

Voor het verlenen van het recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een urnennis voor een periode van dertig jaar

1.803,95

1.10

Voor het verlengen van het recht bedoeld in artikel 1.9 met een periode van tien jaren wordt geheven

601,30

 

Hoofdstuk 2 Begraven

2.1

Voor het begraven c.q. opgraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven

1.454,05

2.2

Voor het begraven c.q. opgraven van een lijk van een persoon beneden 12 jaar wordt geheven

947,00

2.3

Voor het begraven van een niet voldragen foetus tot 24 weken in een particulier graf wordt geheven

464,00

2.4

Voor het begraven van een niet voldragen foetus tot 24 weken in een algemeen graf wordt geheven

124,75

2.5

Indien het begraven c.q. het bijzetten op buitengewone uren plaatsvindt, als omschreven in artikel 6, lid 2 van de nadere regels gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026, dan wordt het recht genoemd in de onderdelen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 verhoogd met

495,00

 

Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen

3.1

Voor het bijzetten c.q. opgraven van een asbus in een particulier (urnen)graf, in een algemeen graf of een urnennis wordt geheven

317,55

 

Hoofdstuk 4 Onderhoudsrechten (uitgegeven vanaf 1-1-2014)

4.1

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van het graf (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.1, 1.3 en 1.5, voor een periode van dertig jaar bedraagt:

2.872,10

4.2

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van het graf (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.2, 1.4 en 1.6, voor een periode van tien jaar bedraagt:

957,35

4.3

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van het urnengraf (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.7, voor een periode van dertig jaar bedraagt:

2.504,00

4.4

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van het urnengraf (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.8, voor een periode van tien jaar bedraagt:

834,65

4.5

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de urnennis (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.9, voor een periode van dertig jaar bedraagt:

2.504,00

4.6

Het bedrag dat wordt geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de urnennis (onderhoudsrecht), gekoppeld aan onderdeel 1.10, voor een periode van tien jaar bedraagt:

834,65

 

Hoofdstuk 5 Onderhoudsrechten (uitgegeven tot 1-1-2014)

5.1

In afwijking van hoofdstuk 4 wordt het bedrag geheven voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van voor 1 januari 2014 uitgegeven graven (onderhoudsrecht) per belastingtijdvak van een jaar:

95,40

5.2

Het recht als bedoeld in onderdeel 5.1 van deze tabel kan bij een graf uitgegeven voor onbepaalde tijd worden afgekocht door voldoening van een som ineens, gelijk aan 20 maal het tarief als bedoeld in onderdeel 5.1

5.3

Het recht als bedoeld in onderdeel 5.1 van deze tabel kan bij een reeds uitgegeven graf uitgegeven voor bepaalde tijd (lopende kalenderjaar en daarop volgende 29 jaar) voor afloop van de grafuitgiftetermijn worden afgekocht door voldoening van een som ineens, gelijk aan 20 maal het tarief als bedoeld in onderdeel 5.1 gedeeld door 30 en vermenigvuldigd met het resterende aantal jaren van de grafuitgiftetermijn.

 

Hoofdstuk 6 Inschrijving en overboeken van particuliere (uren)graven en urnennissen

6.1

Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven in een daartoe bestemd register wordt een recht geheven van

38,60

 

Hoofdstuk 7 Ruimen, schudden, verstrooien

7.1

Voor het op verzoek van de rechthebbende "schudden" van een graf, conform artikel 4, van de nadere regels gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026, wordt een recht geheven van

1.802,30

7.2

Voor het op verzoek van de rechthebbende ruimen van een graf, conform artikel 31, lid 5 van de nadere regels gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026, wordt een recht geheven van

2.079,05

7.3

Voor het verstrooien van as op de gemeentelijke begraafplaats wordt een recht geheven van

124,75

 

Hoofdstuk 8 Overige

8.1

Vervallen

8.2

Indien het recht op een graf, urnengraf en/of urnennis tussentijds vervalt vindt geen restitutie van grafrecht en onderhoudsrecht plaats.

 

Naar boven