Tweede Verordening tot wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025, no. 25.0001868;

 

gehoord het advies van de raadscommissie samenlevingszaken van 1 december 2025;

 

gezien het advies van Participatieraad Sociaal Domein van 16 september 2025;

 

gelet op artikel 2.9 van de Jeugdwet;

 

overwegende dat de Verordening regels moet bevatten over;

  • de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;

besluit vast te stellen de:

 

Tweede Verordening tot wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022

Artikel I  

De Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022 wordt gewijzigd als volgt:

 

Hoofdstuk 3 Beoordeling van de aanspraak op maatwerkvoorzieningen

 

A. Artikel 3.2 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.2 Criteria eigen kracht

Artikel 3.2 Criteria eigen kracht

1. Onverminderd de zorgplicht als bedoeld in artikel 3.1 valt onder eigen kracht:

a. gebruikelijke hulp;

b. boven-gebruikelijke hulp;

c. vervoer van en naar de jeugdhulplocatie;

d. hulp van personen uit het sociaal netwerk;

e. hulp van niet door het college gecontracteerde organisaties of instellingen binnen de gemeente Noordoostpolder;

f. gebruik maken van een aanvullende zorgverzekering indien die is afgesloten.

2. Het bepaalde in dit artikel is ook van toepassing op ouders in de zin van de wet.

1. Onverminderd de zorgplicht als bedoeld in artikel 3.1 valt onder eigen kracht:

a. gebruikelijke hulp;

b. boven-gebruikelijke hulp;

c. vervoer van en naar de jeugdhulplocatie;

d. hulp van personen uit het sociaal netwerk;

e. hulp van niet door het college gecontracteerde organisaties of instellingen binnen de gemeente Noordoostpolder;

f. gebruik maken van een aanvullende zorgverzekering indien die is afgesloten.

2. Het bepaalde in dit hoofdstuk is ook van toepassing op ouders in de zin van de wet.

 

Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget

 

B. Aan artikel 5.1 wordt een nieuw lid 2 ingevoegd onder vernummering van de huidige leden 2, 3 en 4 tot lid 3, 4 en 5 en luidt als volgt:

 

2. Jeugdigen of ouders maken gebruik van de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) die past bij de situatie.

 

C. Artikel 5.3 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5.3 Hoogte persoonsgebonden budget

Artikel 5.3 Hoogte persoonsgebonden budget

1. Voor de goedkoopst passende maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde jeugdhulp heeft ingekocht, waaronder een toepasselijk (gemiddeld) uurtarief, dagdeeltarief of etmaaltarief (hierna: het tarief).

2. Voor maatwerkvoorzieningen geldt:

a. 90% van het tarief voor jeugdhulpverleners die in dienst zijn van een professionele organisatie;

b. 80% van het tarief voor jeugdhulpverleners die als ZZP-er werkzaam zijn;

c. 35% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt.

3. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulpaanbieders vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.

1. Voor de goedkoopst passende maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde jeugdhulp heeft ingekocht, waaronder een toepasselijk (gemiddeld) uurtarief, dagdeeltarief of etmaaltarief (hierna: het tarief).

2.Voor maatwerkvoorzieningen geldt:

a. 90% van het tarief voor jeugdhulpverleners die in dienst zijn van een professionele organisatie;

b. 80% van het tarief voor jeugdhulpverleners die als ZZP-er werkzaam zijn;

c. 35% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt als het begeleiding groep of kortdurend verblijf betreft;

d. het wettelijk minimumloon voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt als het begeleiding individueel betreft.Werkgeverslasten zijn onderdeel van het pgb.

3. De gemeente kan het pgb te besteden aan een professional lager vaststellen als dit in het Budgetplan staat. Lager dan het bedrag van de bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren mag niet.

4. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulpaanbieders vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.

5. Het college wijkt alleen af van de percentages van het tarief voor een professional als dat nodig is om de noodzakelijke hulp in te kunnen kopen.

 

Artikel II Overgangsrecht

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.

De griffier,

de voorzitter,

Naar boven