Gemeenteblad van Noordoostpolder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordoostpolder | Gemeenteblad 2025, 557434 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordoostpolder | Gemeenteblad 2025, 557434 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2026
De raad van de gemeente Noordoostpolder;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025, no. 25.0001868;
gezien het advies van de raadscommissie samenlevingszaken van 1 december 2025;
gezien het advies van Participatieraad Sociaal domein van 16 september 2025;
gelet op de Artikelen 2.1.3, 2.1.4a eerste, tweede, vierde en zesde lid, 2.1.4b tweede lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid, en 2.6.6 eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, alsmede gelet op Artikel 156 van de Gemeentewet;
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2026
HOOFDSTUK 1 UITLEG VAN BELANGRIJKE WOORDEN
Artikel 1.1 Uitleg van de woorden in deze verordening
In deze verordening bedoelt de gemeente met:
Zzp’er: een ondernemer zonder personeel die is ingeschreven in het handelsregister van de KvK als verlener van hulp op grond van de wet (beroepsmatig). Een zzp’er moet voldoende deskundig zijn (vakbekwaam), werkt voor eigen risico en heeft geen arbeidscontract. De Belastingdienst ziet deze persoon als ondernemer (Artikel 7:610 en volgende van het Burgerlijk Wetboek);
HOOFDSTUK 2 REGELS OVER DE PROCEDURE
Artikel 2.4 Vaststellen van de identiteit
De gemeente vraagt een geldig identiteitsbewijs van de vertegenwoordiger of mantelzorger van een cliënt en stelt de identiteit vast (Wet op de identificatieplicht).
HOOFDSTUK 4 REGELS VOOR MAATWERKVOORZIENINGEN
Artikel 4.1 Algemene voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen
Een cliënt die (binnenkort) woont in de gemeente Noordoostpolder kan een maatwerkvoorziening krijgen als er door beperkingen problemen zijn in de zelfredzaamheid of participatie. De gemeente geeft een maatwerkvoorziening alleen als een cliënt de problemen niet zelf kan verminderen of oplossen:
HOOFDSTUK 6 HULP ALS BEGELEIDING, DAGACTIVITEITEN, KORTDUREND VERBLIJF EN BESCHERMD WONEN
Artikel 7.1 Maatwerkvoorziening voor wonen
De gemeente kan een maatwerkvoorziening toekennen in de vorm van:
De gemeente geeft deze hulp voor de woning waar een cliënt woont of gaat wonen.
Artikel 7.5 Verplaatsen in en om de woning
De gemeenten kan een maatwerkvoorziening toekennen voor verplaatsingen in of rond de woning alleen als dat nodig is om ruimtes in de woning te gebruiken (zoals badkamer, slaapkamer, keuken). Bijvoorbeeld met een rolstoel voor dagelijks gebruik of een traplift.
HOOFDSTUK 9 PERSOONSGEBONDEN BUDGET
Artikel 9.8 Hoe hoog is het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen
HOOFDSTUK 10 EIGEN BIJDRAGE, KOSTPRIJS EN RITBIJDRAGE
Artikel 10.4 Ritbijdrage Regiotaxi
De actuele tarieven zijn te vinden op de website van Provincie Flevoland: www.flexrrreisflevoland.rrreis.nl/tarieven.
HOOFDSTUK 12 REGELS OVER BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK
Artikel 12.2 Informatie voor cliënten
De gemeente moet een cliënt (of de vertegenwoordiger) in duidelijke taal uitleggen:
Artikel 12.3 Medewerking aan controles
De aanbieder, de budgethouder (cliënt met pgb) en de persoon die met het pgb betaald wordt, zijn verplicht om:
Ook iemand die via een gelieerd bedrijf of familierelatie betrokken is, moet meewerken.
Artikel 12.4 Wanneer weigert de gemeente een persoonsgebonden budget
De gemeente weigert het pgb als er een woonsituatie is waarbij de maatwerkvoorziening (meestal begeleiding) afhankelijk is van de woning die een cliënt via dezelfde persoon of (gelieerd) bedrijf huurt. Om een client te beschermen tegen het verlies van die woonruimte is die combinatie niet toegestaan. Dat is alleen anders als het om beschermd wonen gaat.
HOOFDSTUK 13 NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, BEËNDIGING, HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING
Artikel 13.1 Stopzetten maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget
De gemeente kan de beslissing over een maatwerkvoorziening, financiële tegemoetkoming of pgb geheel of gedeeltelijk stoppen als een cliënt:
HOOFDSTUK 14 - OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 15.1 Hardheidsclausule
De gemeente kan in bijzondere situaties afwijken van de regels in deze verordening. Dit mag alleen als het beter is voor een cliënt. Een cliënt moet uitleggen waarom zijn/haar situatie bijzonder is.
Artikel 15.2 Bedragen aanpassen (indexering)
Het college kan jaarlijks de bedragen in het Besluit per 1 januari aanpassen (verhogen of verlagen).
Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2026
Deze verordening geeft regels die nodig zijn om de wet en het beleidsplan van de gemeente Noordoostpolder uit te voeren. Dat is nodig voor de besluiten die de gemeente neemt. Deze verordening biedt inwoners duidelijkheid over wat zij van de gemeente Noordoostpolder mogen verwachten. Maar ook wat bij de beoordeling van de aanvraag (redelijkerwijs) van hen en van personen uit het sociaal netwerk wordt verwacht. Voor de professionals van de gemeente Noordoostpolder biedt de verordening kaders en voorwaarden om op een resultaatgerichte manier tot oplossingen te komen. Dit in samenspraak met de cliënt die zich meldt met een ondersteuningsvraag.
In de systematiek van de wet ligt de nadruk op wat inwoners zelf (al dan niet met hulp van anderen) kunnen, in plaats van wat zij niet meer kunnen.
Uitleg per hoofdstuk of artikel
Hierna staat per hoofdstuk of artikel van een hoofdstuk uitleg. Er staat alleen uitleg als het helpt om de verordening beter te begrijpen. Soms wordt in de uitleg een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep genoemd. Zo’n uitspraak is volledig te lezen op www.rechtspraak.nl door het (bijvoorbeeld CRVB:2018:702) in de zoekfunctie in te typen.
Hoofdstuk 1 Uitleg van belangrijke woorden
Artikel 1.1 lid 1 onder f: financiële tegemoetkoming
Hiermee wordt bedoeld dat een financiële tegemoetkoming geen persoonsgebonden budget (pgb) is. In artikel 4.7 van de verordening is de financiële tegemoetkoming dat verder uitgewerkt.
Artikel 1.1 lid 1 onder k: hoofdverblijf
Een hoofdverblijf is de woning waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of binnenkort zal hebben. Een cliënt kan dus naar de gemeente Noordoostpolder verhuizen en daar hulp krijgen als dat nodig is. Verhuist een cliënt naar de gemeente, dan moet hij of zij een woning kiezen die past bij de beperkingen die er (zullen) zijn. Dat valt onder zijn eigen verantwoordelijkheid, zie artikel 7.4 van de verordening.
Artikel 1.1 lid 1 onder l: huisgenoot
De uitleg van dit woord is nodig als de gemeente beoordeelt of een huisgenoot gebruikelijke hulp kan geven. Heeft iemand een commerciële relatie met de cliënt? Dat moet blijken uit een huur- of kostgangersovereenkomst. In dat geval gaat het niet om een huisgenoot en gelden de regels over gebruikelijke hulp niet.
Artikel 1.1 lid 1 onder o: normale gebruik van de woning
Voor de uitleg van deze woorden sluit de gemeente aan bij de rechtspraak. Het normale gebruik van de woning gaat over de elementaire woonfuncties die een cliënt moet kunnen doen (bijvoorbeeld CRVB:2018:702). Toegang tot de berging, de tuin of het balkon van de woning kan er ook onder vallen. Hoofdstuk 7 van de verordening gaat over hulp voor wonen.
Artikel 1.1 lid 1 onder t: professionele organisatie
Wat een professionele organisatie is, is van belang om de hoogte van het pgb te bepalen. In de verordening worden voor professionals namelijk verschillende percentages van de tarieven gebruikt. Ook de kwaliteitseisen, zoals diploma’s (vakbekwaamheid) en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), zijn van belang. Zie artikelen 9.6 en 9.7 van de verordening.
Artikel 1.1 lid 1 onder aa : woning
Een woning moet een woonkamer, een keuken, inpandige sanitaire ruimten (badkamer en toilet) en voldoende slaapkamers voor alle gezinsleden hebben. Kamerhuur valt hier niet onder. Ook moet de plek waar een cliënt woont geschikt én bestemd zijn om te mogen wonen.
Artikel 1.1 lid 1 onder bb : woonvoorziening
Soms wordt in de verordening de wettelijke begripsbepaling woningaanpassing of hulpmiddel gebruikt als dat begrip ook daadwerkelijk is bedoeld. Dat is van belang omdat voor woningaanpassingen en trapliften (hulpmiddel) de voorwaarden gelden over de voorkeur van verhuizen (primaat). Ook is het begrip van belang als de gemeente een aanvraag afwijst. Bijvoorbeeld als een cliënt naar een niet geschikte woning is verhuisd. Voor losse hulpmiddelen zoals een tillift gelden die regels niet.
Artikel 1.1 lid 1 onder cc: Zzp’er
Wat een zzp’er is, is van belang om de hoogte van het pgb te bepalen. In de verordening worden voor professionals namelijk verschillende percentages van de tarieven gebruikt. Ook de kwaliteitseisen, zoals diploma’s (vakbekwaamheid) en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), zijn van belang. Zie artikelen 9.6 en 9.7 van de verordening.
Hoofdstuk 2 Regels over de procedure
In dit hoofdstuk van de verordening staan de regels over de procedure vanaf de melding van de ondersteuningsvraag bij het Sociaal Loket tot en met het onderzoek. Vaak zal de cliënt zich melden bij het Sociaal Loket, maar ook iemand anders kan dat namens de cliënt doen. Verder kan een aanbieder een melding, namens een cliënt, doen. Om te zorgen dat alles tijdens de procedure goed verloopt, kan een cliënt gebruik maken van gratis cliëntondersteuning.
De gemeente moet onderzoek doen naar de ondersteuningsvraag en een cliënt werkt mee aan dat onderzoek (artikel 2.3.2 lid 7 en 2.3.8 lid 3 van de wet). De cliënt mag anderen vragen om daarbij aanwezig zijn. Heeft een cliënt een mantelzorger, dan wordt die in ieder geval uitgenodigd. De gemeente kijkt dan ook of de mantelzorger de taken nog wel kan volhouden. Van het onderzoek maakt de gemeente een verslag dat voor de cliënt bestemd is. Het verslag heeft een geldigheidstermijn.
De gemeente kan ook nog om een deskundigenadvies vragen. Een cliënt of een huisgenoot werken mee aan dat onderzoek. Zonder mee te werken of geen toestemming te geven om de uitkomsten van het onderzoek met de gemeente te delen (blokkeringsrecht), kan de gemeente niet vaststellen of een maatwerkvoorziening nodig is. De gemeente wijst de aanvraag dan af (CRVB:2019:224, CRVB:2021:1739, CRVB:2021:2004).
Hoofdstuk 3 Aanvragen van een maatwerkvoorziening
In dit hoofdstuk van de verordening staat hoe een cliënt een aanvraag kan indienen en wanneer de gemeente de beslistermijn kan uitstellen (opschorten).
Hoofdstuk 4 Regels voor maatwerkvoorzieningen
Artikel 4.1 Algemene voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen
In dit artikel staan de algemene voorwaarden over wanneer een cliënt een maatwerkvoorziening kan krijgen om voldoende zelfredzaam te zijn en in staat om mee te doen aan de samenleving (participatie). Zijn er goede oplossingen om dat te bereiken, dan kent de gemeente geen maatwerkvoorziening toe. Voorbeelden van oplossingen waar de gemeente eerst naar kijkt zijn: een algemeen gebruikelijke voorziening (CRVB:2019:3690, CRVB:2024:1492), gebruikelijke hulp (CRVB:2021:823, CRVB:2021:1114, CRVB:2024:941, CRVB:2025:1004) of een algemene voorziening (CRVB:2024:743, CRVB:2024:1822).
Artikel 4.2 Specifieke voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen
Een maatwerkvoorziening is alleen nodig als er geen andere oplossingen zijn die zorgen dat een cliënt voldoende zelfredzaam is en kan meedoen aan de samenleving (participatie). Een maatwerkvoorziening moet daar aan passende oplossing voor geven. De gemeente is niet verplicht om voor alle problemen in de zelfredzaamheid of participatie voor een oplossing te zorgen. De gemeente moet wel rekening houden met de situatie van de cliënt voor het moment dat hij/zij ondersteuning nodig had. De gemeente mag kiezen voor de goedkoopste passende oplossing. Zijn er meerdere passende oplossingen, dan kent de gemeente de goedkoopste toe. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening en zal zoveel mogelijk bestemd zijn om de problemen van een cliënt op te lossen of te verminderen. De gemeente kan wel rekening houden met huisgenoten of mantelzorgers. Bijvoorbeeld om hun te leren hoe om te gaan met de problemen die een cliënt heeft. Dat komt ten goede van een cliënt.
Een cliënt kan gebruik maken van een andere wet of regeling waarmee de Wmo-problemen worden opgelost of vermindert. De gemeente mag van een cliënt verwachten dat hij of zij dat ook doet. Dit valt binnen de eigen kracht (CRVB:2023:1046, CRVB:2018:1444, CRVB:2012:BV9433, CRVB:2011:BT7241). Is het een bewuste keuze in een andere wet of regeling om geen (volledige) vergoeding te geven? Dan mag de gemeente aansluiten op die keuze (CRVB:2024:241, CRVB:2024:367). De gemeente verwacht ook dat een cliënt zorgt dat afspraken in een contract worden nagekomen. Bijvoorbeeld waarin eisen staan waaraan een woning voldoet (CRVB:2011:BQ4115).
Het gaat om een situatie waarin een client kan voorzien (zonder overleg met de gemeente) dat hij een maatwerkvoorziening nodig heeft. In hoofdstuk 7 van de verordening staan concrete voorbeelden als het over wonen gaat.
Artikel 4.3 Hulp van huisgenoten (gebruikelijke hulp)
In dit artikel staan de punten die de gemeente onderzoekt als een cliënt een huisgenoot heeft. Tijdens dat onderzoek kijkt de gemeente of de huisgenoot gebruikelijke hulp kan geven aan de cliënt. Is de huisgenoot overbelast of wordt hij of zij dat in de nabije toekomst? Dan kan de gemeente tijdelijk huishoudelijke ondersteuning of begeleiding toekennen. Dat doet de gemeente ook voor een cliënt die geen huisgenoot heeft (huishoudelijke ondersteuning).
Voor overbelasting is vaak een oplossing (eigen kracht). De gemeente helpt om de huisgenoot of de cliënt niet afhankelijk te maken van ondersteuning van de gemeente. Daarom verwacht de gemeente dat een huisgenoot of cliënt met reële oplossingen aan de slag gaat. Doen zij dat niet zonder reden? Dan geeft de gemeente niet opnieuw huishoudelijke ondersteuning.
Artikel 4.4 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget
Nog geen beslissing van de gemeente
In dit artikel staan de voorwaarden wanneer de gemeente een maatwerkvoorziening of pgb toekent als de cliënt geen problemen meer heeft. Bijvoorbeeld als een cliënt de badkamer heeft aangepast en pas dan zijn ondersteuningsvraag meldt bij het Sociaal Loket. Of als een cliënt wil beginnen met zo’n aanpassing ná de melding van de ondersteuningsvraag. Daar is toestemming van de gemeente voor nodig. Is zo’n aanpassing nog niet helemaal af? Dan onderzoekt de gemeente of de aanpassing nodig is maar ook of het wel de beste goedkoopste oplossing is.
Nieuwe aanvraag tijdens de budgetperiode
De gemeente is niet verplicht om binnen de budgetperiode (looptijd pgb) opnieuw een maatwerkvoorziening of pgb toe te kennen als het pgb volledig door een cliënt is besteed (CRVB:2018:818, CRVB:2016:2052, CRVB:2015:4918). En de situatie van de cliënt niet is veranderd. Bijvoorbeeld aan een tweedehandsauto die niet of alleen tegen hoge kosten gerepareerd kan worden.
Artikel 4.5 Maatwerkvoorzieningen algemeen
Bij dit artikel is geen uitleg nodig.
Artikel 4.6 Collectieve- en kortdurende maatwerkvoorziening
De gemeente geeft de voorkeur aan een collectieve maatwerkvoorziening (primaat), tenzij het geen goede oplossing is. De gemeente geeft een maatwerkvoorziening tijdelijk als een cliënt of een huisgenoot nog kan leren om zelf de problemen in de zelfredzaamheid of participatie te verminderen of op te lossen.
Artikel 4.7 Voorwaarden voor een geldbedrag (financiële tegemoetkoming)
Een maatwerkvoorziening kan ook uit een financiële tegemoetkoming bestaan (CRVB:2018:396). Het zal in de praktijk gaan om situaties waarin het college geen volledige maatwerkvoorziening in natura toekent (hoeft te doen) of kan doen omdat dit in de uitvoering niet mogelijk is. Zie ook de uitleg van dit begrip in hoofdstuk 1. In dit artikel staat voor welke kosten een financiële tegemoetkoming mogelijk is en hoe de betaling gebeurt.
Hoofdstuk 5 Hulp als huishoudelijke ondersteuning
Huishoudelijk ondersteuning gaat over schoonmaakondersteuning en ondersteuning bij regie/zorg over het huishouden. Wasverzorging is onderdeel van schoonmaakondersteuning. Daarvoor is de algemene voorziening wasservice beschikbaar. De gemeente beoordeelt tijdens het onderzoek of de wasservice een geschikte oplossing is. In dit hoofdstuk staat verder wanneer de gemeente huishoudelijke ondersteuning kan toekennen. De gemeente kent het niet opnieuw toe als de cliënt of huisgenoot de eigen kracht niet genoeg heeft benut om de (dreigende) overbelasting op te lossen of te verminderen. Zie ook de toelichting bij artikel 4.2 van de verordening.
De gemeente sluit aan bij de rechtspraak dat huishoudelijke ondersteuning niet gaat over tuinonderhoud of het lappen van de ramen aan de buitenkant van de woning (CRVB:2017:885, CRVB:2017:1302).
Hoofdstuk 6 Hulp als begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf en beschermd wonen
In dit hoofdstuk van de verordening staat welke maatwerkvoorzieningen er zijn en onder welke voorwaarden de gemeente die kan toekennen. Om de locatie van de dagactiviteiten of het kortdurend verblijf te bereiken kan vervoer nodig zijn.
In dit hoofdstuk van de verordening zijn de voorwaarden op genomen over maatwerkvoorzieningen voor wonen. De hoofdregel is dat deze maatwerkvoorzieningen nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. In artikel 1.1 staat de uitleg over dit begrip (uitleg van woorden in deze verordening). Een woning moet voor een cliënt te bereiken zijn. Ook als daarvoor eerst een gemeenschappelijke ruimte wordt gebruikt (artikel 7.4 lid 1 onder b van de verordening). Een woning moet voor een cliënt ook toegankelijk zijn. Daar kan een drempelhulp voor nodig zijn of het verbreden van een deur. Een woning moet voor een cliënt ook bruikbaar zijn (normale gebruik van de woning). Om dat te kunnen kan een traplift of rolstoel nodig zijn. In dit hoofdstuk staan ook de voorwaarden waaronder de gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren (afwijzen van de aanvraag).
De gemeente mag uitgaan van de goedkoopste passende oplossing (artikel 4.2 lid 1 onder b van de verordening). De voorkeur voor verhuizen (primaat) in artikel 7.3 van de verordening is daar een uitwerking van (CRVB:2018:702, CRVB:2018:2602). De wens van een cliënt om in de huidige woning te blijven wonen, hoe begrijpelijk die wens ook kan zijn, is niet doorslaggevend. Een verhuiskostenvergoeding kan een passende oplossing zijn als een geschikte of goedkoper aan te passen woning beschikbaar is (CRVB:2022:477).
Er gelden specifieke voorwaarden waaronder de gemeente een aanvraag kan afwijzen en welke uitzonderingen er zijn. Die staan in artikel 7.4 van de verordening. Het gaat om (woon)situaties of gebruikte materialen. In lid 1 onder c gaat het om de situatie dat een cliënt (zonder vooraf toestemming van de gemeente te vragen) verhuist en kon voorzien dat hierdoor een woningaanpassing of traplift nodig zou zijn (CRVB:2019:2951, CRVB:2023:742, CRVB:2024:486). In lid 1 onder d gaat het om een verhuizing die niet nodig is omdat de cliënt een geschikte woning heeft. Daar kan een belangrijke reden voor zijn, zoals samenwoning of een (nieuwe) baan. Gaat het om een samenwoning dan mag de gemeente wel rekening houden met de keuze die de cliënt en de partner maken in welke woning zij gaan samenwonen. De woningaanpassing of een bedrag om te verhuizen moet te maken hebben met de bouw van de woning.
Hoofdstuk 8 Hulp voor meedoen aan de samenleving (vervoer)
De gemeente kan een maatwerkvoorziening toekennen voor vervoer om mee te kunnen doen aan de samenleving. In dit hoofdstuk staan de activiteiten genoemd die hier onder vallen. Het gaat om cliënten die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer en waarvoor ook geen voorliggende oplossingen beschikbaar zijn om mee te kunnen aan de samenleving. In artikel 4.7 van de verordening staat dat een financiële tegemoetkoming voor vervoer ook mogelijk is.
Welke vervoersvoorziening voor een passende oplossing zorgt is afhankelijk van de vervoersbehoefte van de cliënt. Gaat het om een bestemming waar een cliënt een afspraak heeft, dan zal de Regiotaxi het vervoersprobleem kunnen oplossen. Voor andere bestemmingen kan een scootmobiel een betere oplossing zijn. De gemeente stelt in het onderzoek vast of een maatwerkvoorziening nodig is. En zo ja, welke.
In de verordening staat wat onder lokaal verplaatsen wordt verstaan. Daarmee sluit de gemeente aan op de rechtspraak (vergelijk CRVB:2009:BH4270, CRVB:2010:BL4037). De gemeente heeft in principe op grond van de wet geen verplichting om te zorgen voor bovenlokaal (bovenregionaal) vervoer (CRVB:2023:192, CRVB:2025:47). Daarvoor kan een cliënt gebruik maken van Valys (www.valys.nl).
Hoofdstuk 9. Persoonsgebonden budget
In dit hoofdstuk van de verordening staan regels en voorwaarden over het pgb. Ook als de budgethouder (cliënt met pgb) buiten de gemeente of in het buitenland verblijft. De regels verschillen per maatwerkvoorziening die een cliënt nodig heeft. Welke dat is, stelt de gemeente vast tijdens het onderzoek (hoofdstuk 2 van de verordening). In dit hoofdstuk staat ook waar een cliënt het pgb niet aan mag besteden en welke regels er zijn over declaraties. Ter bescherming van de budgethouder zijn kwaliteitseisen opgenomen voor degene aan wie het pgb wordt besteed (diensten). Voor de verschillende soorten maatwerkvoorzieningen is de vastgelegd hoe de gemeente de hoogte van het pgb vaststelt. Gaat het om diensten, dan gelden percentages van de tarieven of bedragen. Er is een verschil tussen professionals en zij die dat niet zijn. Van de percentages kan de gemeente in bijzondere situaties afwijken als het pgb aan een professional wordt besteed. Als dat uit het Budgetplan blijkt, kan een lager pgb-bedrag worden verstrekt. Gaat het om hulpmiddelen dan is het pgb niet hoger dan het bedrag dat de gemeente zou betalen (huur of koop). Voor woningaanpassingen gaat de gemeente uit van de oplossing die in het programma van eisen staat.
Hoofdstuk 10 Eigen bijdrage, kostprijs en ritbijdrage
Cliënten aan wie een maatwerkvoorziening of een pgb is toegekend betalen een eigen bijdrage. Ook als de maatwerkvoorziening tijdelijk niet wordt gebruikt. Er zijn wettelijke uitzonderingen. Voor een rolstoel betaalt een cliënt geen eigen bijdrage.
Het gaat om een maximumbedrag: het abonnementstarief (artikel 2.1.4a lid 4 van de wet). Gaat het om een woningaanpassing voor een minderjarige? Dan betalen de ouders de eigen bijdrage tot het moment dat deze minderjarige 18 jaar wordt en de woningaanpassing nog steeds nodig is. Voor cliënten aan wie beschermd wonen is toegekend of wie zijn toegelaten tot opvang geldt niet het abonnementstarief. Voor hen wordt de eigen bijdrage anders berekend.
Maakt een cliënt gebruik van de Regiotaxi? Dan betaalt hij of zij een ritbijdrage aan de vervoerder. Op de website kan de cliënt zien hoe hoog de ritbijdrage is. De eigen bijdrage voor de wasservice mag de gemeente zelf bepalen (artikel 2.1.4 van de wet). Dit gebeurt volgens de prijzen voor wassen en drogen uit de Nibud-prijzengids. In dit hoofdstuk staat ook hoe de gemeente de kostprijs berekent. Want de eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan die prijs.
Hoofdstuk 11 Regels over tegemoetkoming meerkosten
Een toelichting op de bepalingen van dit hoofdstuk is niet nodig. In het Besluit is alles over de tegemoetkoming meerkosten uitgewerkt (CRVB:2019:3206, CRVB:2020:2704).
Hoofdstuk 12 Regels over bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik
De gemeente is wettelijk verplicht om over dit onderwerp regels vast te stellen. De gemeente moet namelijk voorkomen dat het ten onrechte maatwerkvoorzieningen of pgb’s toekent. Maar ook controleren of de regels die horen bij maatwerkvoorzieningen of pgb’s wel worden nagekomen. Daarvoor stelt de gemeente toezichthouders aan (artikel 6.1 van de wet). Zij voeren onderzoeken uit als daar een reden voor is maar ook zonder reden mogen zij dat doen. Dit ter controle. Bijvoorbeeld door cliënten of andere personen te vragen om uitleg te geven over de ondersteuning van de gemeente. Medewerken aan zo’n onderzoek is verplicht. Bij rolvermenging kent de gemeente geen pgb toe (CRVB:2019:3761, CRVB:2019:2803, CRVB:2021:2575, CRVB:2024:1557). Dit om te voorkomen dat de gemeente ten onrechte een pgb toekent. Het is belangrijk dat cliënten weten aan welke regels zij zich moeten houden. Dat vertelt de gemeente tijdens het onderzoek (artikel 2.3.2 lid 6 van de wet). Om te voorkomen dat budgethouders geld moet terugbetalen kan de gemeente wachten met de uitbetaling van het pgb aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ook kan de gemeente de SVB vragen om een declaratie even niet uitbetalen. Hetzelfde geldt voor het tijdelijk stoppen van een maatwerkvoorziening. Om deze maatregelen te gebruiken moet de gemeente een reden hebben. Alleen bij een sterk vermoeden dat een client onvolledige of onjuiste informatie aan de gemeente heeft verstrekt, is het toegestaan. De uitkomsten van het onderzoek door de gemeente of de toezichthouder kan gevolgen hebben. In hoofdstuk 13 van de verordening staat welke gevolgen dat kunnen zijn.
Hoofdstuk 13 Nieuwe feiten en omstandigheden, beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering
Dit hoofdstuk gaat over de regels die nodig zijn als de gemeente het toekenningsbesluit wil stoppen (beëindigen), aanpassen (herzien) of intrekken. Er moet een reden zijn om dat te doen. Die zijn opgenomen in de artikelen van dit hoofdstuk. De gemeente moet bij deze besluiten uitleggen waarom het zo’n besluit neemt. Dat wil zeggen: is het nodig om het doel van het besluit te bereiken.
Is een toekenningsbesluit aangepast of ingetrokken? Dan kan de gemeente geld terugvragen van een cliënt (CRVB:2020:943, CRVB:2023:209). Dat kan ook van iemand die deze cliënt heeft geholpen (CRVB:2020:667). Ook dan moet de gemeente uitleggen waarom het zo’n besluit neemt. Ook hier geldt: is het nodig om het doel van het besluit te bereiken. De gemeente moet ook de situatie van cliënt betrekken voordat het geld terugvraagt. Het is niet altijd nodig om eerst een toekenningsbesluit aan te passen of in te trekken om geld terug te vragen van een cliënt (CRVB:2006:AX5819). In dit hoofdstuk staat verder hoe het geld, dat wordt teruggevraagd, bij de gemeente terugkomt.
Hoofdstuk 14 Overige bepalingen
Een toelichting op de bepalingen van dit hoofdstuk is niet nodig.
Een toelichting op de bepalingen van dit hoofdstuk is niet nodig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-557434.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.