Nadere regels subsidie pilot aanvullende jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2026

Nadere regels subsidie pilots aanvullende jeugdhulp 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;

 

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Midden-Groningen 2025;

 

Overwegende dat subsidieverlening op grond van artikel 4.34 van de Algemene wet bestuursrecht kan plaatsvinden;

 

Besluit vast te stellen de Nadere regels subsidie pilots aanvullende jeugdhulp 2026

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvullende Hulp (AH): individuele jeugdhulp in kader van de gemeentelijke pilots, niet vallend binnen de huidige Open House-overeenkomst.

  • b.

    Basis jeugdhulp (BJH): de jeugdhulp zoals omschreven in de Verordening jeugdhulp gemeente Midden-Groningen.

  • c.

    Doelgroep: ouders en jeugdigen in de zin van de Jeugdwet, waaronder ook de verlengde jeugdhulp wordt verstaan.

  • d.

    Jeugdhulp: jeugdhulp in de zin van artikel 1.1 van de Jeugdwet.

  • e.

    Jeugdhulpaanbieder: de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp verleent onder verantwoordelijkheid van het college, zoals genoemd in de definitie van jeugdhulpaanbieder in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

  • f.

    Notitie Strategie Pilots aanvullende hulp jeugd en gezin gemeente Groningen en Midden-Groningen: het document waarin de inhoudelijke, financiële en contractuele keuzes die nodig zijn om de pilots Aanvullende Hulp uit te voeren worden beschreven.

  • g.

    Open House-overeenkomst: Overeenkomst Open House uitvoering Diensten Jeugdwet tussen jeugdhulpaanbieder en de RIGG.

  • h.

    RIGG: Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten.

  • i.

    Specialistische Jeugdhulp in de huidige overeenkomst: individuele jeugdhulp op grond van de Open House-overeenkomst.

  • j.

    RBOJ: Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, zoals bedoeld in artikel 7 van de Centrum Regeling Jeugdregio Groningen 2025.

 

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

Er is subsidie beschikbaar voor:

Pilot voortgezet onderwijs-specialistische jeugdhulp, zoals genoemd in paragraaf 4.1 van de Notitie strategie Pilots Aanvullende Hulp (Bijlage 1).

 

Artikel 3. Subsidiabele kosten

Onder de te subsidiëren ontwikkelkosten vallen alle kosten die nodig zijn om de pilot te ontwikkelen, organiseren, uitvoeren en monitoren, exclusief zorgkosten.

 

Ontwikkelkosten zijn onder andere:

  • a.

    Ontwerp en uitwerking van de pilotaanpak en vertaling van onderzoeksvragen.

  • b.

    Projectmanagement, coördinatie en afstemming met gemeenten, WIJ Groningen, onderwijs en lokale teams.

  • c.

    Inrichting van nieuwe werkprocessen, interventies of samenwerkingsstructuren.

  • d.

    Monitoring, evaluatie, dataverzameling en rapportages.

  • e.

    Pilot-specifieke scholing of training.

  • f.

    Deelname aan gezamenlijke bijeenkomsten, leerkringen en reflectiesessies.

  • g.

    Communicatie- en implementatiekosten die direct betrekking hebben op de pilot.

 

Niet toegestaan als ontwikkelkosten:

  • a.

    Zorgkosten.

  • b.

    Structurele formatie of reguliere bedrijfsvoering.

  • c.

    Investeringen die geen directe link hebben met de pilot.

 

Ten aanzien van de kosten is artikel 2.3 van het Besluit Jeugdwet van toepassing, waarin regels zijn opgenomen met betrekking tot een reële prijsstelling en kostprijselementen.

 

Artikel 4. Subsidieaanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een jeugdhulpaanbieder.

 

Artikel 5. Subsidieverplichtingen

Op de subsidieverlening zijn de onderstaande verplichtingen van toepassing, die de aanvrager binnen de pilot inhoudelijk moet vormgeven. De nadere uitwerking van de pilotopzet vindt in de eerste fase plaats door de partij aan wie de subsidie is toegekend, in samenwerking met de gemeente Midden-Groningen. De precieze inhoud, aanpak en onderzoeksopzet van de pilot worden in de Subsidiebeschikking vastgelegd.

 

A. Eisen aan de inhoudelijke invulling van de pilot (pilotopzet & samenwerking):

  • 1.

    Aanvrager werkt actief mee aan de inhoudelijke uitwerking en ontwikkeling van de pilot;

  • 2.

    Aanvrager neemt structureel deel aan de gezamenlijke werkgroep met gemeenten Midden-Groningen ten behoeve van de doorontwikkeling van de pilot;

  • 3.

    Aanvrager is gecontracteerd voor aanvullende hulp via het RIGG;

  • 4.

    Aanvrager maakt gebruik van bestaande lokale en regionale structuren (zoals lokale teams, scholen en wijkprofessionals) en stemt de hulp vooraf en gedurende het traject af met de betreffende gemeente;

  • 5.

    Aanvrager werkt samen met relevante netwerkpartners, waaronder onderwijsinstellingen, lokale teams en andere betrokken aanbieders;

  • 6.

    Aanvrager hanteert de uitgangspunten zoals genoemd in bijlage 2, waaronder normaliseren, de-medicaliseren, vroegsignalering en een integrale gezinsbenadering

  • 7.

    Aanvrager draagt zorg voor continuïteit van hulp gedurende de looptijd van de pilot, tenzij de gemeente anders beslist;

  • 8.

    Aanvrager maakt leeropbrengsten actief beschikbaar en overdraagbaar voor de verdere regionale inkoop en doorontwikkeling van Aanvullende Hulp.

 

B. Eisen aan de organisatie van de aanvrager (kwaliteit, verantwoording & bedrijfsvoering):

Deze voorwaarden gaan over wat er organisatorisch van de aanvrager wordt verwacht om de pilot verantwoord en professioneel uit te voeren.

 

  • 1.

    Aanvrager zorgt voor inzet van deskundig en gekwalificeerd personeel, passend bij de aard van de pilot en conform relevante wet- en regelgeving;

  • 2.

    Aanvrager draagt bij aan monitoring, evaluatie en leeropbrengsten, en levert tijdig de benodigde gegevens aan volgens de regionale monitoringskaders;

  • 3.

    Aanvrager werkt mee aan toetsen, casuïstiekbesprekingen en evaluatiemomenten;

  • 4.

    Aanvrager biedt volledige transparantie in werkwijze, voortgang en resultaten, inclusief:

    • a.

      tussentijdse voortgangsrapportages;

    • b.

      inhoudelijke rapportages;

    • c.

      financiële verantwoording betreffende de ontwikkelkosten, geen zorgkosten.

  • 5.

    Aanvrager werkt volgens de afgesproken planning en mijlpalen en stemt eventuele afwijkingen vooraf af met de gemeente;

  • 6.

    Aanvrager informeert de gemeente onverwijld over omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de pilot, bijvoorbeeld: personele problemen, wijzigingen in partnerschappen of uitvoeringsrisico’s.

 

Artikel 6. Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt conform artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Midden-Groningen ingediend en bevat een inhoudelijke uitwerking van de pilot, overeenkomstig de hieronder genoemde aanvullende indieningsvereisten, alsmede een op de activiteiten van de pilot gerichte begroting.

  • 2.

    Aanvragen worden bij het college ingediend vóór 30 januari 2026 via het digitale aanvraagformulier.

 

Aanvullende indieningsvereisten:

De subsidieaanvraag bevat een bijlage waarin de aanvrager:

  • eerste reactie en reflectie geeft op de ambities en vraagstukken van de betreffende pilot (uit de Notitie strategie pilots);

  • uiteenzet op welke wijze deze onderzoeksvragen worden onderzocht, inclusief aanpak, methodiek en concrete activiteiten;

  • inzicht geeft in de relevante ervaring en deskundigheid voor het uitvoeren van de pilot;

  • beschrijft op welke manier wordt samengewerkt met de gemeente en belangrijke stakeholders waar van toepassing zoals betrokken onderwijsinstellingen en huisartsen.

 

Begroting (ontwikkelkosten)

  • De subsidieaanvraag bevat een afzonderlijke begroting. Alleen ontwikkelkosten mogen worden opgenomen in de begroting.

  • Zorg gerelateerde kosten maken geen onderdeel uit van de subsidiabele kosten en worden gefinancierd vanuit de Overeenkomst uitvoering Diensten Jeugdwet Open House met de RIGG. Dat betekent dat de subsidieaanvrager hiervoor gecontracteerd dient te zijn.

 

Artikel 7. Beoordeling subsidieaanvraag

  • 1.

    De beoordeling van op tijd ingediende en complete aanvragen wordt uitgevoerd door een commissie van deskundigen (o.a. beleidsadviseur, contractmanager, business controller en inhoudelijk specialist). Alle aanvragen worden eerst verzameld en en vervolgens na sluiting van de indieningstermijn gelijktijdig beoordeeld.

  • 2.

    De commissie bestaat uit een oneven aantal leden van minimaal 5 (vijf) en maximaal 7 (zeven).

  • 3.

    De ingediende subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van het in artikel 7 opgenomen beoordelingskader

  • 4.

    De beoordeling vindt plaats in twee stappen:

    • a.

      Individuele beoordeling – iedere beoordelaar kent zelfstandig een score toe per onderdeel.

    • b.

      Consensusgesprek – de commissie bespreekt de individuele beoordelingen en komt tot een gezamenlijke, uniforme beoordeling.

  • 5.

    Per onderdeel van het beoordelingskader zoals genoemd in artikel 7 wordt een cijfer toegekend tussen 0 en 10.

  • 6.

    De subsidie wordt verleend aan de jeugdhulpaanbieder met de subsidieaanvraag die conform het vierde lid de hoogste score behaalt.

  • 7.

    Na toewijzing/toekenning van de pilot kunnen geen nieuwe aanvragen worden ingediend.

 

Artikel 8. Beoordelingskader pilot AH

De ingediende pilotvoorstellen worden beoordeeld op basis van onderstaand beoordelingskader. Per onderdeel wordt een score toegekend van 0, 2, 4, 6, 8 of 10 punten. Naarmate een voorstel beter aansluit bij het afwegingskader van de gemeente Midden-Groningen (bijlage 1: Notitie strategie Pilots Aanvullende Hulp), worden meer punten toegekend. Let op: de tekst tussen haakjes bij de onderdelen 1 t/m 4 verwijst rechtstreeks naar de corresponderende onderdelen in bijlage 1 van de Notitie Strategie Pilots Aanvullende Hulp.

 

1. Vraagstukken pilot (Doelbereik, Samenhang en relevantie– conform bijlage I)

Gewogen op volledigheid, scherpte en aansluiting op de pilotdoelen.

Ga in uw beantwoording in ieder geval in op de volgende onderdelen:

  • De aanvrager geeft antwoord op de ambities en vraagstukken van de pilot uit de Notitie strategie pilots Aanvullende Hulp en reflecteert hierop;

  • De aanvrager geeft een duidelijke schets van de uitvoering van de pilot;

  • Het voorstel toont een duidelijke relevantie voor de pilot en de regionale ontwikkelopgave.

 

Score: 0 – 10 punten

 

2. Relevante ervaring en deskundigheid (Legitimiteit – conform bijlage I)

Beoordeling van de organisatie en professionaliteit van de aanvrager.

Ga in uw beantwoording in ieder geval in op de volgende onderdelen:

  • De aanvrager heeft ervaring met aanvullende hulp, vergelijkbare pilots of relevante methodieken.

  • Deskundigheid van het personeel is passend bij de aard en doelgroep van de pilot.

 

 

 

Score: 0 – 10 punten

 

3. Samenwerking met gemeente en stakeholders (Betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid – conform bijlage I)

Beoordeling van kwaliteit, betrokkenheid en realisme van samenwerkingsrelaties.

Ga in uw beantwoording in ieder geval in op de volgende onderdelen:

  • De samenwerking met de gemeente is helder beschreven en realistisch geborgd.

  • Indien van toepassing: samenwerking met onderwijsinstellingen, huisartsen, lokale teams en andere betrokken professionals is overtuigend uitgewerkt.

  • Het voorstel toont begrip van het regionale speelveld en benut bestaande structuren.

 

Score: 0 – 10 punten

 

4. Begroting (Uitvoerbaarheid – conform bijlage I)

Beoordeling van de financiële onderbouwing.

Ga in uw beantwoording in ieder geval in op de volgende onderdelen:

  • De subsidieaanvraag bevat een afzonderlijke begroting die aansluit bij de beschreven activiteiten;

  • Alleen ontwikkelkosten zijn opgenomen in de begroting;

  • De begroting is realistisch, transparant en logisch opgebouwd.

 

Score: 0 – 10 punten

 

Artikel 9. Subsidieplafond

Het subsidieplafond van deze subsidieregeling is gelijk aan het bedrag dat daartoe in de geldende jaarlijkse begroting is opgenomen. 

 

Artikel 10. Aanvullende weigeringsgronden

De aanvragen moet minimaal twee jaar ervaring hebben met het daadwerkelijk verlenen van gecontracteerde jeugdhulp binnen de Open House-overeenkomst.

 

Artikel 11. Bevoegdheid college

Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van een van bovenstaande bepalingen.

 

Artikel 12. Verplichtingen

De verplichtingen zoals benoemd in artikel 11 en 13 tot en met 15 van de Algemene subsidieverordening Midden-Groningenzijn van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 13. Inwerkingtreding, duur en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt inwerking met ingang van de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

  • 2.

    De subsidieregeling geldt tot en met het tijdstip dat er een nieuwe regionale overeenkomst met een leverancier (of opdrachtnemer(s)) tot stand is gekomen als gevolg van de Europese aanbesteding voor Aanvullende Hulp.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als Subsidieregeling ‘Pilot Aanvullende Jeugdhulp Midden-Groningen 2026’.

 

 

Aldus besloten door het College van Burgemeesters en Wethouders van Midden-Groningen d.d. 16 december 2025.

De gemeentesecretaris,

De burgemeester,

Toelichting

De gemeente Midden-Groningen wil, samen met de andere Groninger gemeenten en samenwerkingspartners de jeugdhulp eenvoudig, laagdrempelig en toegankelijk organiseren. Dat vindt plaats vanuit de visie ‘voor het kind, vanuit het gezin’ en staat in het teken van de-medicaliseren, normaliseren en het leren omgaan met lastige levensgebeurtenissen die bij opgroeien horen. Daartoe willen we de jeugdhulp slimmer, meer integraal en doelgerichter inzetten. Achterliggend doel is het normaliseren en beheersbaar houden van de kosten in het jeugdzorglandschap, zodat zwaardere jeugdhulp beschikbaar blijft voor degenen die dat het meeste nodig hebben. In verband hiermee wordt een pilot uitgevoerd.

De te subsidiëren pilot is gericht op de ontwikkeling van de Aanvullende jeugdhulp (AH), binnen de kaders van het regionaal vastgestelde Langjarig perspectief en in aansluiting op en in samenhang met de BJH en HSJ.

Met AH is specialistische expertise laagdrempelig en dichtbij, dan wel in de leefwereld van het gezin beschikbaar, inclusief het onderwijs.

Met de pilot wordt ook onderzocht of de ondersteuning aan jongeren meer groepsgericht kan plaatsvinden en bij welke soort ondersteuning deze vorm kan worden toegepast. Ook moet de pilot inzicht geven in welke samenwerkingsafspraken rondom de analyse van de ondersteuningsvraag en andere werkwijzen passen bij de AH.

De pilot dient als voorbereiding op de inkoop van aanvullende jeugdhulp die in 2026 start, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028.

 

Bijlage I – Notitie strategie

pilots aanvullende hulp jeugd en gezin

gemeente Groningen en Midden-Groningen

Inhoudsopgave

1. Inleiding. 3

2. Leeswijzer. 4

3. Scope en doel pilots. 4

4. Pilots. 5

4.1 Thema’s binnen de pilots. 6

4.2 Pilots Onderwijs–Specialistische jeugdhulp Groningen en Midden-Groningen. 7

4.3 Pilot Aanvullende (Specialistische) hulp dichtbij 9

4.4 Wat we willen leren met de pilots. 10

5. Vertaling pilots naar opdrachtgeverschap. 10

5.1 Uitgangspunten opdrachtgeverschap pilots. 11

5.2 Keuze subsidie of inkoop pilots. 11

5.3 Proces pilots. 11

5.4 Looptijd pilots. 12

5.5 Gunningscriteria. 12

5.6 Bekostiging en dekking. 12

5.7 Besluitvorming pilots. 13

5.8 Positie pilots AH in het programma Langjarig Perspectief 13

5.9 Communicatie. 13

5.10 Participatie  14

5.11 Risicoparagraaf pilots. 14

5.12 Planning. 15

 

  • 1.

    Inleiding

Voor u ligt de notitie strategie pilots aanvullende hulp jeugd en gezin gemeente Groningen en Midden-Groningen. Dit document is een vervolg op de Startnotitie Aanvullende Hulp Jeugd en Gezin, die door de gemeenteraad van Groningen op 24 september 2025 is vastgesteld. De daarin beschreven uitgangspunten vormen het kader voor de pilots Aanvullende Hulp. Daar waar de startnotitie vooral de doelen en beoogde effecten voor inwoners beschrijft, richt deze notitie zich op de inhoudelijke, financiële, procesmatige en contractuele keuzes die nodig zijn om de pilots Aanvullende Hulp uit te voeren.

De gemeente Groningen wil, samen met de andere Groninger gemeenten en netwerkpartners de jeugdhulp eenvoudig, laagdrempelig en toegankelijk organiseren. Dat doen we vanuit de visie ‘Voor het kind, vanuit het gezin’; en dat doen we omdat gezinnen recht hebben op ondersteuning die écht aansluit bij hun leefwereld en hun vragen. We willen de transformatie van de jeugdhulp daartoe verder versnellen, zodat de schaarse hulp snel beschikbaar is en blijft daar waar dat het meeste nodig is. Dat is extra belangrijk in een tijd waarin hulptrajecten eerder langer (en duurder) worden en de beschikbare professionals en middelen beperkt zijn.

Aanvullende hulp betreft hulp aan jeugdigen en ouders bij ingewikkelde, soms meervoudige, opvoed- en opgroeiproblemen, zoals mentale problemen en gedragsuitdagingen, angst- dwang- en stemmingsproblematiek, scheidingsproblematiek en dergelijke. Deze hulp is zo mogelijk inzetbaar zonder indicatie. Ook professionals kunnen gebruik maken van de in de aanvullende hulp aanwezige deskundigheid. De hulp is beschikbaar laagdrempelig en dichtbij/in de leefwereld van het gezin. Uiteindelijk gaat het om één doel: kinderen en gezinnen beter helpen, met minder bureaucratie en meer effect.

 

Samenwerking gemeenten Groningen en Midden-Groningen

De Aanvullende Hulp zal uiteindelijk in subregio’s worden ingekocht (Langjarig perspectief transformatie jeugdhulp jeugdregio Groningen, besproken en vastgesteld in het Regionaal Bestuurlijk Platform (RBOJ) 12 november 2024 en 14 februari 2025). Via afstemming RBOJ is op 26 september 2025 in de regio overeenstemming bereikt dat de gemeenten Midden-Groningen en Groningen hierin gezamenlijk optrekken. Daarom is de gemeente Midden-Groningen aangesloten bij de projectgroep AH; vandaaruit zal Midden-Groningen werken aan een eigen pilot met het onderwijs.

Dwarskijksessie

Op 28 oktober 2025 reflecteerden deskundigen en regionale stakeholders tijdens een dwarskijksessie op de inhoud en het proces van de Groninger jeugdhulp. Centrale vragen waren: waar moeten we bij de transformatie van het (gehele) jeugdhulplandschap rekening mee houden; wat wel en niet doen; en welke randvoorwaarden zijn cruciaal voor succes? De belangrijkste inzichten zijn als volgt:

 

  • Minder denken vanuit stoornissen, meer vanuit context en leefwereld. Hulp moet dichtbij, samenhangend en zo nodig langdurig zijn, met één vaste professional die het gezin ondersteunt.

  • Professionals hebben ruimte, vertrouwen en steun nodig van hun eigen organisatie en de opdrachtgever.

  • De gemeente moet rolvast blijven: kaders stellen, maar uitvoering aan het veld laten, met blijvende dialoog tijdens en na een aanbesteding.

  • Een integrale aanpak is essentieel; veel vragen raken ook aanpalende domeinen zoals Wmo, onderwijs en bestaanszekerheid.

  • Transformatie vraagt langdurige inzet; de eerste jaren staan in het teken van samenwerking, leren en ontwikkelen. Effecten volgen later, dus verwachtingen moeten realistisch blijven.

  • Neem de tijd voor de ontwikkeling, reflecteer en doe het samen met aanbieders en stakeholders.

  • Realiseer je dat de kost voor de baat uitgaat, zowel qua tijd als qua inzet en middelen.

 

Deze inzichten verwerken we in de pilots en de regionale inkoop Aanvullende Hulp.

 

2. Leeswijzer

We werken in onderstaande notitie uit, welke inhoudelijke vragen wij hebben en hoe we deze binnen pilots willen onderzoeken. In de volgende hoofdstukken lichten we toe:

  • de scope, inhoudelijke thema’s en vraagstukken van de pilots;

  • hoe het proces, organisatie en besluitvorming rond de uitvoering van de pilots is ingericht;

  • hoe we de opdrachtverlening van de pilots vertalen in een subsidieregeling;

  • hoe we de aanbieders en stakeholders zoals onderwijs, WIJ Groningen betrekken bij dit proces;

  • hoe we het perspectief en participatie van jongeren verwerken in het proces;

  • hoe we de verbinding met de regionale inkoop Aanvullende Hulp maken.

 

Met deze notitie stellen we de hoofdlijnen van deze keuzes vast, zodat we hierover het gesprek kunnen voeren met aanbieders en andere betrokkenen. Tegelijkertijd is het, zoals ook benadrukt tijdens de dwarskijksessie, belangrijk dat dit proces vanaf het begin samen met aanbieders, stakeholders en jongeren vormgeven. Op basis van hun inbreng kan het zijn dat we keuzes nog aanscherpen of verdiepen.

 

3. Scope en doel pilots

Aanvullende Hulp (AH) vormt samen met de Basisjeugdhulp (BJH) en de Hoogspecialistische Jeugdhulp (HSJ) het geheel van de lokale en regionale jeugdhulp. Naast deze jeugdhulp vindt ondersteuning aan gezinnen ook plaats op andere manieren; voorliggend, preventief en vanuit andere domeinen. Met de inkoop van AH geven we richting aan de verdere ontwikkeling en transformatie van dit onderdeel binnen het jeugd(hulp)landschap. AH wordt ingezet wanneer gespecialiseerde kennis of ervaring nodig is, aanvullend op en in samenhang met BJH en HSJ. Regionaal werken we uit hoe deze samenhang in de praktijk vorm krijgt.

 

De AH biedt vroegtijdig en snel gespecialiseerde ondersteuning, dicht bij de leefomgeving van jeugdigen en gezinnen. Dat kan thuis, op school en/of in samenwerking met de lokale teams van WIJ Groningen en de BJH. Ook kan AH worden ingezet op verwijzing van huisartsen of andere professionals, bijvoorbeeld voor consultatie of om mee te denken in een casus. Zo voorkomen we waar mogelijk dat onnodig zwaardere en/of langdurige hulp nodig is. Schematisch ziet er als volgt uit:

 

De regionale indeling in BJH, AH en HSJ is begin 2025 vastgesteld in het Langjarig Perspectief Transformatie Jeugdhulp Regio Groningen. Op basis daarvan werken de Groninger gemeenten en aanbieders toe naar een vergelijkbare opbouw van het jeugdhulplandschap. Er is ruimte voor verschillen in ontwikkeltempo tussen de gemeenten, zodat we kunnen leren van ervaringen en de veranderingen voor aanbieders uitvoerbaar blijven. De pilots in de gemeente Groningen en Midden-Groningen zijn hierin een volgende stap. Binnen de pilots AH richten we ons op ondersteuning bij:

  • meervoudige opvoed- en opgroeiproblemen;

  • mentale problemen en externaliserende of internaliserende gedragsuitdagingen waarbij het kind en zijn omgeving onder druk staan;

  • opvoed- en opgroeiproblemen als gevolg van complexe scheidingen;

  • het voorkomen van terugval en het borgen van geboekte vooruitgang;

  • daginvulling in samenhang met opvoeding, onderwijs en mentale gezondheid.

 

De pilots zijn nadrukkelijk bedoeld om te leren, te verbeteren en om stapsgewijs toe te werken naar een regionale inkoop van de volledige AH vanaf 2028. Wat we in de pilots leren, gebruiken we voor het aanscherpen van de regionale inkoop. Daarbij verwachten we naast inzicht in specifieke deelvraagstukken in relatie tot het onderwijs en specialistische ondersteuning dichtbij, ook inzichten die behulpzaam zijn bij de volledige uitwerking van AH en bijvoorbeeld de samenhang / afbakening met basishulp.

Bij de uitvoering van de pilots houden we rekening met lopende initiatieven en samenwerkingen, zodat we bestaande kennis en ervaring optimaal benutten en het wiel niet opnieuw uitvinden. Waar mogelijk sluiten we aan op reeds lopende pilots en trajecten.

 

Positie dagbesteding ten opzichte van de Aanvullende hulp

Het cluster dagbesteding/dagbehandeling bestaat uit verschillende componenten, gericht op verschillende doelgroepen met verschillende problematieken (Verwijsgids RIGG). Deze vormen van ondersteuning hebben binnen het jeugdhulplandschap een eigen positie. De doelgroepen die hiermee worden bereikt vragen specifieke kennis en kunde. In principe valt dagbesteding niet onder de AH, deze afbakening is regionaal vastgesteld. Met de pilots willen we zicht krijgen op de vormen van groepsaanbod die dicht tegen dagbesteding aan liggen en hoe we gezamenlijk nieuwe vormen kunnen ontwikkelen. We onderzoeken in het bijzonder groepsgericht en hybride aanbod, vooral wanneer dit tijdelijk wordt ingezet als vervanging van onderwijs. De ervaringen uit de pilots helpen ons naar verwachting om beter te begrijpen waar de grens ligt tussen AH en dagbesteding. De uitkomsten gebruiken we om de scope van de regionale inkoop scherper te bepalen.

 

4. Pilots

Op basis van onze ambities en de lokale en regionale koers in de transformatie van het jeugdhulplandschap hebben we een aantal vraagstukken benoemd die we in de pilots verder willen onderzoeken. De pilots helpen ons te leren wat in de praktijk werkt en wat beter kan, zowel zorginhoudelijk als organisatorisch in de diverse (keten- en netwerk)samenwerkingen. De precieze vraagstukken scherpen we samen met aanbieders aan door direct na vaststelling van deze notitie het gesprek daarover te voeren. Hierbij betrekken we ook andere partijen in het netwerk zoals onze welzijnsorganisaties, onderwijs en huisartsen. Door de pilots op deze manier in te richten, krijgen we snel inzicht in de werkzame factoren, wat helpt om aanvullende hulp effectief, samenhangend en uitvoerbaar te organiseren in de context van de gemeente Groningen, de gemeente Midden-Groningen en straks ook in de regio. De opbrengsten uit de pilots gebruiken we vervolgens ook om de regionale inkoop verder voor te bereiden. We starten met twee onderwerpen:

  • Onderwijs - Specialistische jeugdhulp;

  • Specialistische hulp dichtbij.

 

Voor het onderwerp Onderwijs-Specialistische jeugdhulp zijn er twee pilots: één in de gemeente Groningen en één in de gemeente Midden-Groningen. In 4.1 volgt een toelichting op twee thema's die in alle pilots (Onderwijs- Specialistische jeugdhulp en Specialistische hulp dichtbij) aan de orde dienen te komen. Dit zijn groepsgericht werken en het werkproces toegang en verwijzing. We onderzoeken hoe die kunnen bijdragen aan de doelen van de AH en welke vormen het beste aansluiten bij de lokale toegangen.

We lichten de algemene uitgangspunten van deze pilots toe, evenals de lokale context waarin de pilots uitgevoerd worden. In 4.2 gaan we in op de pilots voor Onderwijs-Specialistische jeugdhulp en in 4.3 op de pilot Specialistische hulp dichtbij.

 

4.1 Thema’s binnen de pilots

Binnen elke pilot willen we een tweetal thema’s verwerken die voor alle pilots van belang zijn, namelijk: wat de meerwaarde is van groepsaanbod, en de ontwikkeling van een eenduidig werkproces voor toegang en verwijzing.

 

  • a.

    Ontwikkeling groepsaanbod

In de pilots willen we leren of en hoe groepsaanbod een passende vorm van ondersteuning kan zijn binnen de Aanvullende Hulp. Groepsgericht aanbod houdt in dat meerdere jongeren en/of ouders tegelijk begeleiding of behandeling ontvangen onder leiding van één of meerdere professionals.

Met de pilots willen we leren:

  • voor welke vormen van ondersteuning groepsgericht aanbod passend is;

  • wanneer een groepsaanbod in het belang is van het kind en de ouders;

  • voor welke leeftijdsgroepen en doelgroepen dit goed werkt;

  • hoe groepen praktisch en organisatorisch het beste kunnen worden samengesteld;

  • welke resultaten groepsaanbod oplevert voor jongeren, ouders en professionals.

 

Daarnaast willen we leren hoe groepsaanbod kan bijdragen aan lagere werkdruk voor de professionals, betere benutting van expertise en meer samenwerking tussen aanbieders. We kijken daarbij ook naar de voorwaarden voor kwaliteit en deskundigheid, zoals de inzet van SKJ-geregistreerde professionals en de rol van gedragswetenschappers of orthopedagogen.

Specifiek kijken we in de pilots op welke wijze groepsgericht aanbod passend en uitvoerbaar is binnen de lichtere ambulante GGZ via de huisarts/OJG en bij gedragsproblematiek op school. We willen weten in welke situaties groepsgericht werken voldoende aansluit bij de behoefte van jeugdigen en ouders, hoe professionals dit ervaren, en onder welke voorwaarden groepsaanbod voorliggend kan zijn op individuele hulp. De inzichten hieruit helpen ons om te bepalen welke plek groepsgericht werken in de regionale inkoop AH kan krijgen.

 

  • b.

    Werkproces toegang en verwijzing

In de pilots gaan we leren op welke wijze een gezamenlijke werkwijze tussen het lokale team (voor Groningen is dat WIJ Groningen en Midden-Groningen het sociale team) en betrokken aanbieders kan bijdragen aan het beter bepalen van passende ondersteuning. Daarbij staat centraal hoe hulpvragen en signalen in samenhang en systematisch kunnen worden geanalyseerd. We willen weten hoe een diagnostisch model daarbij kan helpen om daarbij onderbouwde keuzes te maken: zo licht als kan, zo zwaar als nodig is. Het perspectief van het kind en het gezin is leidend.

We willen ook leren hoe deze werkwijze kan aansluiten bij het diagnostisch model dat wordt gebruikt binnen de nieuwe inkoop Hoogspecialistische Jeugdhulp (HSJ). Ook kijken we naar de rol van verwijzers zoals huisartsen en OJG’ers: hoe zij kunnen aanhaken, welke afspraken nodig zijn en hoe deze in de praktijk werken. Daarnaast willen we toetsen hoe de uitgangspunten van de Jeugdwet – zoals eigen kracht, inzet van algemene voorzieningen en het voorkomen van onnodig zware ondersteuning – binnen deze werkwijze kunnen worden toegepast.

Samen met de aanbieders bepalen we welke onderdelen van bovenstaande vragen het meest bepalend zijn en op welke wijze deze de meeste en beste inzichten kan opleveren. De pilots moeten zo een helder beeld geven van wat in de praktijk werkt, welke randvoorwaarden nodig zijn en hoe dit kan worden vertaald naar de regionale inkoop AH.

 

Kinderen met ander woonplaatsbeginsel dan gemeente Groningen

Met name bij jeugdhulp aan jeugdigen op school is het denkbaar dat er een ander Woonplaatsbeginsel dan gemeente Groningen geldt. Dit is met name het geval bij de pilot Onderwijs-jeugdhulp (paragraaf 4.1) in Groningen (in Midden-Groningen speelt dit niet). Een substantieel deel van de leerlingenpopulatie van het voortgezet onderwijs in de gemeente Groningen is afkomstig uit andere gemeenten (ongeveer 30-40%). Het streven is dat alle leerlingen onderdeel worden van de pilot als zij ook op die plek naar school gaan. We willen hier voor de start van de pilot afspraken over maken met de regiogemeenten.

 

4.2 Pilots Onderwijs–Specialistische jeugdhulp Groningen en Midden-Groningen

De beschrijving van deze pilots begint met hoe we als gemeenten kijken naar de relatie tussen onderwijs-jeugdhulp. De school is een belangrijk onderdeel van de leefwereld van jeugdigen. Goed onderwijs is essentieel voor de toekomst van kinderen. Alle kinderen hebben recht op het best mogelijke onderwijs, ongeacht hun achtergrond of het inkomen van de ouders. We vinden dat de school meer is dan een leerplek: het is een sociale omgeving, een tweede thuis. Een kind moet hier zichzelf kunnen zijn en zich stap voor stap ontwikkelen, zonder dat hulp of labels centraal staan. Onderwijs geldt als gelijkmaker zodat alle kinderen uiteindelijk met een diploma/startkwalificatie klaar staan om hun volwassen leven verder op te bouwen. Het kan voorkomen dat een kind niet goed in zijn/haar vel zit en/of er strubbelingen zijn rondom het opgroeien en ontwikkelen. We verwachten dat ouders en de school van het kind in eerste instantie dit zelf en/of samen oplossen. In veel gevallen is dit ook mogelijk. Ondersteuning vanuit onderwijs, wel-zijnsachtige activiteiten en (preventieve) jeugdhulp zouden dit gewone leven moeten ondersteunen, niet vervangen. We zien ook onder ogen dat sommige kinderen -al dan niet tijdelijk- meer ondersteuning en (jeugd)hulp nodig hebben om zich te ontwikkelen thuis en op school.

De gemeente Groningen en de gemeente Midden-Groningen willen daarom elk een eigen pilot opzetten gericht op de uitvoering van aanvullende jeugdhulp in het voortgezet onderwijs voor leerlingen van 12 tot 18 jaar. In deze pilots onderzoeken we samen met het voortgezet onderwijs of en hoe aanvullende hulp op school georganiseerd kan worden, en of dat wenselijk is. Ook willen we in de praktijk onderzoeken hoe een sterkere verbinding tussen gewenste jeugdhulp in/ voor de thuissituatie en in relatie tot school georganiseerd kunnen worden. Belangrijke achterliggende redenen voor deze pilots zijn dat leerlingen en hun ouders ervaren dat onderwijs en jeugdhulp nog onvoldoende op elkaar aansluiten en dat professionals elkaars taal niet altijd spreken. Dit leidt tot versnippering, stress bij jeugdigen én ouders, en een verhoogd risico op schooluitval. De insteek is dat jeugdhulp zo veel als mogelijk (en wenselijk) wordt afgestemd op de schoolgang en het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) van de leerling. We willen leren hoe onderwijs en jeugdhulp beter op elkaar kunnen aansluiten. De pilot in Midden-Groningen richt zich op alle leerlingen met een (jeugd)hulpvraag. De pilot van Groningen richt zich op leerlingen die al extra ondersteuning vanuit het onderwijs krijgen, dreigen uit te vallen en uitgevallen zijn. Vooralsnog richten we ons niet op jongeren van 12 tot 18 jaar die een vrijstelling van leerplicht hebben die langer dan voor één jaar is afgegeven. In overleg met de gegunde partijen van de pilot en de betrokken scholen wordt de doelgroep van de pilot in de gemeente Groningen exact bepaald.

 

Vraagstukken bij deze twee pilots c.q. verwachte werkzame factoren

Met deze twee pilots willen we de volgende vraagstukken en verwachte werkzame factoren in de praktijk nader onderzoeken. Onderstaande punten moeten nader worden uitgewerkt, geconcretiseerd en eventueel geprioriteerd in afstemming met de aanbieders, onderwijs en andere stakeholders:

  • Wij veronderstellen dat betere afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp bijdraagt aan het welzijn van leerlingen en ouders. Als onderwijs en jeugdhulp beter inhoudelijk op elkaar zijn afgestemd, voelen leerlingen en ouders zich beter begrepen, neemt probleemgedrag af en wordt sneller passende ondersteuning en hulp geboden.

  • De veronderstelling is dat vroegtijdige en deskundige inzet op school de hulpverlening versnelt en verbetert. Als hooggekwalificeerde professionals (die zijn gespecialiseerd in het bieden van aanvullende hulp) vroegtijdig op school betrokken zijn, wordt sneller de juiste hulp ingezet en wordt de inzet van zwaardere jeugdhulp verminderd.

  • Wij verwachten dat een beperkte en vaste groep samenwerkende partners efficiëntie en kwaliteit kan verhogen. Als minder aanbieders en zorgprofessionals op school actief zijn, ontstaan kortere lijnen tussen deze partijen en leren ze elkaars taal verstaan. Hierdoor verbetert de samenwerking, ontstaat meer gezamenlijke expertise en wordt tijd bespaard.

  • Goede communicatie tussen school en thuis versterkt deelname en steun. Als gedrag en hulpvragen eenduidig worden vertaald tussen school en thuis, ervaren gezinnen meer steun en nemen leerlingen actiever deel aan het onderwijsprogramma. Daarnaast hoeven leerlingen en ouders minder vaak hetzelfde verhaal te vertellen en ervaren ze de ondersteuning en zorg meer als één geheel.

  • Onze veronderstelling is dat vroegtijdige en groepsgerichte ondersteuning langdurige en/of zwaardere zorg en schooluitval voorkomt. Als hulpvragen vroegtijdig en in groepsverband worden opgepakt, ontstaat meer onderlinge steun, wordt passende hulp sneller ingezet en neemt de noodzaak voor zwaardere trajecten af.

 

Achtergrondinformatie over de pilot in Groningen

Gemiddeld 14% van de leerlingen uit het reguliere voortgezet onderwijs in de gemeente Groningen (schooljaar 2023/2024) maakt gebruik van ambulante jeugdhulp (Basis jeugdhulp is in dit percentage niet meegenomen). Dit percentage ligt hoger bij leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het OPDC (Orthopedagogisch-Didactisch Centrum), namelijk gemiddeld 34%. Ook maken veel leerlingen in meer en mindere mate gebruik van andere onderdelen uit het jeugdhulplandschap zoals de preventieve onderwijs-jeugdhulpteams van WIJ Groningen (VO WIJ), BJH en af en toe ook onderwijs vervangende vormen van dagbesteding/-behandeling. Hier hebben we geen soortgelijke cijfers op schoolniveau beschikbaar.

We willen de pilot graag verder in dialoog met de scholen, samenwerkingsverband VO Groningen stad én jeugdhulpaanbieders vormgeven. In dit licht zien wij ook de thema’s werkwijze en toeleiding, groepsgericht werken én de plek/ werkwijze rondom de verklarende analyse als onderdeel van de dialoog die nog gaat volgen.

 

Achtergrondinformatie over de pilot in Midden-Groningen

 

De pilot vindt plaats op het Aletta Jacobscollege, een school voor voortgezet onderwijs. Van de ruim 1200 leerlingen kreeg in schooljaar 2024-2025 ongeveer 200 een vorm van jeugdhulp, waaronder hulp uit het segment ‘aanvullende hulp'. Hoe groot de omvang AH gedurende de pilot zal zijn is moeilijk te voorspellen. Behalve dat we van een aanbieder vragen om aanvullende hulp te bieden, vragen we expertise voor het maken van (verklarende) analyses van de hulpvraag in de ‘toegang’ voor leerlingen tot jeugdhulp algemeen. Deze toegang wordt gesitueerd op de schoollocatie als een laagdrempelige voorziening. Het doel is om samen met onderwijs en gemeentelijke toegang daarvoor een samenhangende werkwijze te ontwikkelen, waarin hulpvragen van jongeren vroegtijdig, integraal en zorgvuldig worden opgepakt en de passende hulp ook snel beschikbaar is.

 

4.3 Pilot Aanvullende (Specialistische) hulp dichtbij

Eén van onze ambities is dat hulp zo snel en zo licht als mogelijk als nodig wordt geboden. Specialistische hulp (of wel straks geformuleerd als aanvullende hulp) willen we alleen inzetten als dit écht helpend is. De Ondersteuners Jeugd en Gezin (OJG) bij huisartsen laten zien dat kortdurende, laagdrempelige specialistische hulp dichtbij helpt om de juiste hulp snel op de juiste plek en het juiste moment te bieden. Bijna alle huisartsenpraktijken (ruim 90%) in de gemeente Groningen hebben een OJG. De caseload van de OJG-ers bedraagt zo’n 600 trajecten per jaar. Binnen een praktijk zijn er tussen de artsen onderling grote verschillen als het gaat om de inzet van de OJG. Naast de 600 OJG casussen verwijzen de huisartsen zo’n 1200 jeugdigen keer per jaar door naar ondersteuning; ook hierbij spelen OJG-ers (soms) een rol.

 

In deze pilot willen we samen met de aanbieders en verwijzers onderzoeken wat ervoor nodig is om meer specialistische hulp dichter bij gezinnen en de leefwereld te organiseren; in aansluiting op de Toegang jeugd, de huisartsen en in nauwe samenwerking met de BJH bij WIJ Groningen. We willen leren hoe en welke hulp sneller en effectiever kan worden ingezet in samenhang met de BJH en andere vormen van ondersteuning rondom het gezin. We bouwen hiermee voort op de reeds opgedane ervaringen, onder andere van de OJG, waarbij we scherpe afspraken over verwijsroutes willen maken. De samenwerkingsafspraken tussen gemeente en huisartsen leggen we vast.

 

Met deze pilot willen we onderzoeken wat ervoor nodig is om specialistische expertise snel beschikbaar te hebben en hoe dit georganiseerd kan worden. Bijvoorbeeld door specialisten aan de voorkant te positioneren. Specialistische deskundigheid moet ook beschikbaar zijn door andere professionals, zoals bijvoorbeeld de Toegang van WIJ Groningen of de BJH. De veronderstelling is dat snel opschalen, afschalen, hulp erbij halen daardoor eenvoudiger is. Ook willen we leren hoe deze specialistische hulp zo veel mogelijk zonder indicatie beschikbaar gemaakt kan worden en/of met een minimum aan administratieve lasten; zowel richting kinderen en gezinnen als onderling tussen professionals.

 

Dit alles vraagt om een eenduidige werkwijze bij, en gezamenlijke analyse van, hulpvragen. Vanuit de samenwerking tussen gemeente, aanbieders, onderwijs en huisartsen. In deze pilot wordt een werkwijze ontwikkeld passend bij de uitgangssituaties van Groningen, passend bij het regionale langjarig perspectief en passend bij landelijke opgaven en afspraken. Daarbij willen we ook leren van ervaringen uit andere gemeenten.

 

Vraagstukken c.q. verwachte werkzame factoren bij deze pilot

Met deze pilot willen we onderstaande vraagstukken in de praktijk uitproberen, leren hoe het werkt, hoe het beter kan, hoe de verwachte werkzame factoren in de praktijk uitpakken, etc. Onderstaande punten worden nader uitgewerkt, geconcretiseerd in afstemming met de aanbieders, onderwijs en andere stakeholders:

  • Onze veronderstelling is dat snelle inzet van lichte ggz-jeugdhulp aan de voorkant voor minder onnodige verwijzingen naar zware jeugdhulp zorgt. Door tijdig deze lichte ondersteuning te bieden in de leefomgeving van jongeren – thuis, op school en in de wijk – worden problemen eerder herkend en aangepakt, waardoor zwaardere jeugdhulp minder vaak nodig is (normaliseren);

  • Hooggekwalificeerde professionals aan de voorkant zorgen voor snellere en beter passende ondersteuning in alle leefdomeinen. Wanneer deskundige professionals vanuit de aanvullende hulp (indien nodig) vroeg betrokken zijn, kunnen jongeren en gezinnen sneller passende hulp krijgen die aansluit bij hun specifieke situatie en omgeving;

  • De veronderstelling is dat er samenhangende en kwalitatief betere ondersteuning rondom het kind en het gezin ontstaat vanuit een gezamenlijke eenduidige werkwijze tussen professionals uit de (jeugd)zorg, het onderwijs en het sociaal domein.

  • Wij willen testen of en hoe groepsaanbod binnen de leefwereld van kinderen en gezinnen kan bijdragen aan meer onderlinge steun en het beter benutten van hulpbronnen in het netwerk.

 

4.4 Wat we willen leren met de pilots

De pilots zijn bedoeld om te onderzoeken wat werkt in de context van de gemeente Groningen, gemeente Midden-Groningen en straks ook in de regio en hoe ondersteuning slimmer, meer samenhangend en dichter bij de leefwereld van jongeren en gezinnen kan worden georganiseerd. Aandacht gaat uit naar de verbinding tussen lokale uitvoering en regionale kaders, de samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en zorgaanbieders, en het gebruik van kennis en data om te leren en te verbeteren. De pilots leveren geen rapporten op, maar inzichten die richting geven aan de volgende stap in de transformatie van het regionale jeugdhulplandschap. We noemen dat tellen en vertellen: leren van resultaten en van het verhaal achter de cijfers. De opbrengsten zijn:

  • Tellen en vertellen: inzicht in wat de pilots hebben opgeleverd aan cijfers, ervaringen en duiding;

  • Wat werkt, wat zijn de werkzame factoren (en welke niet!) en is overdraagbaar: inzicht in factoren die bijdragen aan effectieve ondersteuning, zoals duur en intensiteit van trajecten, samenwerking en samenstelling van groepen;

  • Samen leren: een gezamenlijk ontwikkelde werkwijze die aansluit bij de praktijk en toepasbaar is binnen de regio;

  • Financieel inzicht: een geactualiseerde begroting en businesscase met inzicht in de beoogde en gerealiseerde resultaten;

  • Gezamenlijk mogelijk maken: een basis voor afspraken over medefinanciering tussen gemeenten, bijvoorbeeld wanneer leerlingen buiten de eigen gemeente naar school gaan.

De rode lijn in dit proces is de voortdurende dialoog tussen gemeente en aanbieders, en mogelijk andere netwerkpartners. Hier nadrukkelijk WIJ Groningen, het sociale team van Midden-Groningen, huisartsen en het onderwijs benoemd. We werken niet vóór of naast, maar met elkaar. In de samenwerking tussen de gemeente Groningen met WIJ Groningen noemen we dat ‘samen koken’ – al doende leren, proeven en verbeteren.

 

5. Vertaling pilots naar opdrachtgeverschap

In de eerste hoofdstukken hebben we uiteengezet welke inhoudelijke keuzes we maken, waarom en wat het moet opleveren. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de uitgangspunten voor de opdrachtverlening.

 

5.1 Uitgangspunten opdrachtgeverschap pilots

De dialoog tussen gemeenten en aanbieders vormt het vertrekpunt van de pilots. Samen onderzoeken we in de praktijk wat werkt: hoe hulp effectiever, eenvoudiger en beter passend kan worden georganiseerd rondom de leefwereld van jeugdigen en gezinnen.

 

De pilots zijn een volgende stap in de transformatie van het jeugdhulplandschap en in het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen binnen de jeugdhulp. Ze worden uitgevoerd met een beperkt aantal partners, zodat we gericht kunnen vernieuwen, afspraken overzichtelijk blijven en ervaringen goed kunnen worden gevolgd. Deze aanpak sluit aan bij het Langjarig Perspectief Jeugdhulp. Gemeenten en partners dragen samen verantwoordelijkheid voor uitvoering en resultaten.

De samenwerking binnen de pilots is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Gedeelde ambitie

  • We werken vanuit één waardenkader en een gezamenlijke bedoeling: de jeugdhulp verbeteren door samen te doen wat nodig is voor jeugdigen en gezinnen.

  • Dialoog en samendoen

  • We voeren steeds het gesprek over wat werkt, waar het schuurt en wat beter kan. De dialoog vormt de basis voor leren en verbeteren, niet de formele afspraken alleen.

  • Benutten van expertise

  • We gebruiken de kennis en ervaring van professionals, gezinnen, jongeren en beleidsmakers om tot passende en vernieuwende oplossingen te komen.

  • Transparantie en vertrouwen

  • We bespreken verschillen in belangen en perspectieven open. We maken vooraf afspraken over hoe we omgaan met spanning, verschillen of het beëindigen van samenwerking.

 

5.2 Keuze subsidie of inkoop pilots

Het advies is om te werken met een subsidieregeling in plaats van een aanbesteding. Voor de pilots onderwijs-jeugdhulp zal er sprake zijn van twee opdrachtgevers en subsidieverleners, Gemeente Groningen en Gemeente Midden-Groningen.

 

5.3 Proces pilots

Voorbereiding (Q2–Q4 2025)

Na vaststelling van de Startnotitie Aanvullende Hulp door college en raad is de voorbereidingsfase gestart. In deze fase hebben we de inhoudelijke, financiële en organisatorische kaders voor de pilots uitgewerkt. De concept-inkoopstrategie is afgestemd met betrokken partners zoals aanbieders, onderwijs, WIJ Groningen, de RIGG en cliëntenvertegenwoordiging. Ook heeft er een Dwarskijksessie plaatsgevonden met lokale en landelijke experts om de aanpak te toetsen. Onderdeel van deze fase was een bijeenkomst met aanbieders waarin we onze opzet, leervragen en samenwerking met de aanbieders hebben besproken. De fase wordt afgerond met de vaststelling van de subsidieregeling waarmee de pilots kunnen worden uitgevoerd.

 

Ontwikkelfase pilots (Q1 2026–Q4 2027)

Na vaststelling van de subsidieregeling kunnen aanbieders via een subsidieaanvraag aangeven voor welke pilot zij willen deelnemen en met wie zij samenwerken. Per pilot wordt één aanvraag geselecteerd. Elke pilot krijgt een gezamenlijke werkgroep met een leeragenda waarin doelen, leerpunten en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Gedurende het jaar organiseren we tussentijdse reflectiemomenten met aanbieders, gemeenten, jongeren, ouders en lokale teams. Dat betekent dat we begin januari 2026 starten met de gezamenlijke ontwikkelfase. De daadwerkelijke uitvoering van de pilots is vervolgens afhankelijk van de concrete invulling per pilot en de subsidieaanvragen van de betrokken aanbieders. Voor de pilots Onderwijs–Jeugdhulp geldt dat, gelet op de aansluiting bij het schooljaar, de verwachting is dat de uitvoering pas in september 2026 kan starten.

 

Regionale uitwerking en voorbereiding inkoop (Q1 2026–Q2 2027)

De inzichten uit de pilots worden verwerkt in de regionale strategie AH. Deze vormt de basis voor de aanbestedingsdocumenten voor de inkoop vanaf 2027. In 2027 volgt besluitvorming en de voorbereiding van de regionale aanbesteding.

 

5.4 Looptijd pilots

De pilots kennen een looptijd van gemiddeld zes tot twaalf maanden. Indien de pilots succesvol blijken kunnen ze worden verlengd tot de start van de nieuwe inkoop van de AH, zodat er sprake is van continuïteit van ondersteuning voor de jeugdigen en ouders die hierbij betrokken zijn.

De werkwijzen die binnen de pilots worden ontwikkeld, moeten overdraagbaar zijn naar de nieuwe contractperiode. Zo bouwen we stap voor stap aan een werkwijze die toekomstbestendig is en aansluit bij de regionale overeenkomst Aanvullende Hulp die ingaat vanaf 1 januari 2028.

 

5.5 Gunningscriteria

De voorstellen voor de pilots worden beoordeeld aan de hand van het afwegingskader dat binnen de directie DMO wordt gebruikt (zie bijlage 2). De beoordeling kijkt naar zes elementen:

  • Doelbereik – draagt de pilot bij aan de beoogde resultaten?

  • Samenhang – sluit de aanpak aan bij ontwikkelingen in het zorglandschap en landelijke ontwikkelingen?

  • Relevantie – levert het kennis en inzichten op ten behoeve van de pilots en de regionale inkoop AH

  • Uitvoerbaarheid – is de aanpak realistisch en praktisch uitvoerbaar?

  • Betrouwbaarheid – draagt het bij aan de opbouwen van een duurzame relatie met de betrokken aanbieders

  • Legitimiteit – is de aanpak gedragen door de juiste partijen en belanghebbenden?

 

De voorstellen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente(n), de RIGG, lokale teams en onderwijs. De beoordeling vindt plaats op basis van een cijfermatige waardering (10, 8, 6, 4, 2 of 0). Het afwegingskader wordt hiervoor uitgewerkt in een beoordelingskader dat in het pilotdocument wordt opgenomen. Per pilot wordt in principe één subsidieaanvraag geselecteerd.

 

5.6 Bekostiging en dekking

De bekostiging van de pilot sluit aan bij de uitgangspunten uit het Langjarig Perspectief Transformatie Jeugdhulp, waarin taakgerichte bekostiging het uitgangspunt is. Dat betekent niet dat we de pilot taakgericht financieren, maar dat we met deze systematiek gaan oefenen.

 

Bij de financiering van de pilots maken we onderscheid tussen twee soorten kosten:

  • a.

    Ontwikkelkosten: kosten die samenhangen met het ontwikkelen van de nieuwe werkwijze;

  • b.

    Uitvoeringskosten: kosten voor het daadwerkelijk leveren van ondersteuning aan kinderen en gezinnen.

Voor de pilot financieren we uitsluitend de ontwikkelkosten. De kosten die samenhangen met de uitvoering van ondersteuning en zorg worden bekostigd vanuit de lopende Open House-overeenkomst individuele Jeugdhulp, op basis van de huidige p*q-systematiek. Wel willen we tijdens de uitvoering van de pilot afspraken onderzoeken hoe we de overgang kunnen maken van inspanningsvariant naar taakgericht.

De dekking van de pilot voor de gemeente Midden-Groningen vindt plaats uit de binnen de begroting beschikbare middelen.

 

5.7 Besluitvorming pilots

De notitie strategie pilots en de bijdrage aan de regionale inkoopstrategie worden vastgesteld door de ambtelijk, stuurgroep en bestuurlijk opdrachtgever en vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan het college. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd.

 

5.8 Positie pilots AH in het programma Langjarig Perspectief

De gemeente Groningen heeft bij de besluitvorming over het programma Langjarig Perspectief Jeugdhulp van het RBOJ de positie van verkenner gemeente gekregen. Dit betekent dat Groningen vooruitloopt op de definitieve (sub)regionale inkoop van de AH. De ervaringen uit de pilots worden gebruikt om de regionale inkoop verder vorm te geven. Midden-Groningen haakt in haar samenwerking met Groningen aan bij deze verkenner-rol.

 

Rol en positie van de RIGG

De RIGG is verantwoordelijk voor de uitvoering van de definitieve (sub)regionale inkoop van de AH binnen het kader van het Langjarig Perspectief Jeugdhulp. Daarnaast voert de RIGG de inkoop van de HSJ uit. Om de overgang van de pilotfase naar de regionale inkoop goed te laten verlopen, en om de aansluiting tussen AH en HSJ te versterken, neemt de RIGG vanaf de pilotfase actief deel aan de projectorganisatie van de gemeente Groningen. De RIGG brengt hierbij kennis in over inkoop, inhoud van de hulp en het regionale jeugdhulplandschap.

 

Rol en positie Stichting WIJ Groningen en onderwijs

Het onderwijs en Stichting WIJ Groningen zijn betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de pilots. Zij signaleren hulpvragen, denken mee. In de pilotfase nemen zij deel aan de werkgroepen, waarin samen met de gemeente en de aanbieders de voortgang wordt gevolgd en bevindingen worden besproken. Hun bijdrage is nodig om te toetsen of de werkwijze uitvoerbaar is en aansluit bij de praktijk van scholen, lokale teams en zorgaanbieders.

 

5.9 Communicatie

Communicatie ondersteunt het transformatieproces door middel van gerichte inzet. Het overkoepelende doel is om informatie te verstrekken, draagvlak te creëren en verwachtingen te managen. Daarom stellen we een apart communicatieplan op die we samen met de RIGG afstemmen en uitvoeren. Naast het opstellen van een communicatieplan – waarin communicatiedoelen, doelgroepen, kernboodschap en middelen worden uitgewerkt – wordt ervoor gezorgd dat communicatie rondom mijlpalen plaatsvindt en waar nodig ook in de tussenliggende fasen. Op de website van de gemeente Groningen is een aparte pagina over AH en de pilots geplaatst:

https://gemeente.groningen.nl/inkoop-aanvullende-jeugdhulp.

 

5.10 Participatie

Het is belangrijk dat jeugdigen en ouders dat actief participeren en hun inhoudelijke bijdrage kunnen leveren. Jeugdigen en ouders worden actief betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de pilots, zodat hun ervaringen en perspectieven zichtbaar en gehoord worden en we daarvan kunnen leren. Dit geven wij als volgt vorm:

  • We richten voor de pilots AH een jongerenparticipatiegroep in. Deze groep adviseert de gemeente en betrokken partners en bewaakt het perspectief van jongeren en gezinnen.

  • We hebben een focusbijeenkomst met jongeren georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst hebben we met jongeren van gedachten gewisseld over de voorwaarden waar de aanvullende hulp aan moet voldoen. De jongeren gaven aan dat het belangrijk is dat het systeem hen ziet en begrijpt, en dat hun ideeën serieus worden meegenomen. Zij benadrukten dat een vertrouwde en gelijkwaardige relatie met hulpverleners van groot belang is, evenals het behouden van regie over hun eigen traject. De inzichten die tijdens deze sessie zijn verzameld, zullen worden gebruikt om de inrichting van aanvullende hulp verder te optimaliseren en beter af te stemmen op de behoeften van jongeren. We zijn in overleg met deze groep over het vervolg.

  • Het perspectief van kinderen en ouders wordt daarnaast structureel meegenomen in de evaluatie van de pilots.

 

 

5.11 Risicoparagraaf pilots

Risico

Impact

Kans

Beheersmaatregel

Zorgcontinuïteit casussen bij overgang pilots naar nieuwe inkoop

Middel

Middel

Zorgen dat de doorlooptijd van de pilots aansluit op de ingang van de overeenkomst regionale inkoop.

Pilots moeten verlengbaar zijn.

Maatwerk moet bij uitzondering mogelijk zijn.

Weinig animo aanbieders deelname aan de pilots.

Groot

Laag

Aanbieders meenemen in bedoeling pilots, ontwikkelkosten meefinancieren.

Onvoldoende afstemming/ aansluiting externe partners zoals het onderwijs en huisartsen.

Middel

Middel

Actief betrekken in uitwerking pilots.

Uitnodigen om deel te nemen aan de gezamenlijke werkgroepen pilots

Aanbieders pilots worden niet gegund in regionale inkoop.

Middel

Middel

Bepaling opnemen in pilotdocument dat aanbieders lopende toewijzingen kunnen uitdienen.

Afspraken maken met gegunde partijen over ondernemerschap van niet gegunde partijen die deelnemen aan de pilots.

Belastbaarheid en verandercapaciteit bij cruciale partners zorglandschap (onvoldoende capaciteit, kennis en kunde).

Groot

Groot

Procesbegeleiding mee aanbieden en meefinancieren.

 

5.12 Planning

Planning Aanvullende Hulp.xlsx.

 

Bijlage 1: Afwegingscriteria

 

Afwegingskader pilots AH

Onderdeel

Toelichting

Doelbereik

Doeltreffendheid: In welke mate draagt de pilot bij aan de inhoudelijke bedoeling van AH en de gewenste cultuurverandering (van problematiseren en medicaliseren, naar zo veilig en gezond mogelijk opgroeien). In hoeverre draagt het bij aan het in partnerschap ontwikkelen, monitoren, leren, bijstellen van de AH. Zowel voor de Groningen en Midden-Groningen als voor de regio.

Doelmatigheid: In hoeverre wordt alleen vergoeding gevraagd voor de extra ontwikkel- en leerkosten (individuele voorzieningen) en in hoeverre wordt bij collectief aanbod voorkomen dat er sprake is van dubbele vergoeding voor dezelfde hulp. Zijn de verwachte resultaten in verhouding met de investering en de inspanningen die hiervoor nodig zijn? En draagt het bij aan een planmatig en transparant inkoopproces, waarbij we als gemeenten (mede) de regie hebben.

Samenhang

Consistentie: In hoeverre is beschreven welke concrete resultaten door de pilot worden opgeleverd en hoe deze resultaten binnen de pilot kunnen worden bereikt. Dit in relatie tot de inhoudelijke bedoeling van AH.

Coherentie: Past de pilot bij de ontwikkelingen in het zorglandschap zoals BJH en HSJ en sluit de pilot aan op landelijke ontwikkelingen. Is sprake van risico op conflicterende ontwikkelingen in relatie tot bijvoorbeeld het regionale zorglandschap en/of tot landelijke ontwikkelingen (aanpassingen wet, HVA).

Relevantie

Urgentie: Levert het ons kennis op ter voorbereiding van het inkoopproces AH, zodat we onderbouwd hierin keuzes kunnen maken.

Innovatief: Doet de pilot ten opzichte van de bestaande inkoop, wezenlijk iets anders in de aanpak of te bereiken resultaten.

Uitvoerbaarheid

Betrokkenheid: Is er voldoende mogelijkheid voor ouders en jeugdigen om te participeren.

Haalbaarheid: In hoeverre kan worden gewaarborgd dat er voldoende jeugdigen/gezinnen worden bereikt, dat de pilot wordt uitgevoerd binnen de afgesproken financiële en organisatorische randvoorwaarden en dat er voldoende flexibiliteit is om de pilot, in overleg met de gemeente Groningen en/of Midden-Groningen, bij te kunnen sturen.

Betrouwbaarheid

Beheersbaarheid: Worden de gemeente Groningen en Midden-Groningen - ambtelijk en bestuurlijk - tijdens de uitvoering van de pilot betrokken bij het ‘tellen en vertellen’ van de bevindingen? Is de voortgang van de pilot gewaarborgd bij veranderende omstandigheden. Zijn er reële financiële risico's of risico's in relatie tot het regionale zorglandschap aan te wijzen.

Duurzaamheid: Kunnen we het initiatief, de leeropbrengst en de samenwerkingsrelaties - zorgaanbieder, Stichting WIJ Groningen, lokale team (Midden-Groningen), RIGG, wettelijke verwijzers, onderwijs en de gemeenten - voortzetten na 1 januari 2028.

Legitimiteit

Rechtmatigheid: Is de handelwijze van de pilot in overeenstemming met de gemeentelijke en landelijke regelgeving. Raakt de pilot de landelijke discussie met betrekking tot de reikwijdte, beschikkingsvrij werken en de ‘pettendiscussie'.

Draagvlak: In hoeverre voorziet de pilot in een duidelijke maatschappelijke behoefte en kan het rekenen op brede steun vanuit de samenleving en/of de beoogde doelgroep. In welke mate kan de pilot rekenen op ondersteuning van de samenwerkingspartners en professionals. En in hoeverre is er sprake van politieke draagvlak.

 

Bijlage II – paragraaf 3.2 van de Startnotitie

 

3.2 Wat willen we bereiken?

We willen dat alle jeugdigen de kans krijgen zich positief te ontwikkelen. Dat zij een goede start kunnen maken in het leven, zodat zij zich kansrijk kunnen ontwikkelen tot personen die zoveel mogelijk een zelfstandige plek kunnen vinden in de samenleving. Hun ouders/opvoeders, gezin en andere directe betrokkenen zijn hierbij als eerste van belang. Door steeds meer in te zetten op het versterken van het normale leven van jeugdigen thuis, in de buurt en op school zorgen we hier met elkaar voor; gezinnen; familie, vrienden, verenigingen en professionals samen.

 

Samengevat wordt dit zichtbaar in de volgende beweging:

 

 

Van: Problematiseren en medicaliseren

 

Naar: Veilig, gezond en zo normaal mogelijk opgroeien

 

Door: Herstel van het gewone leven, thuis-nabij, in de buurt en op school

 

 

Problemen, tegenslag en zorgen horen net als plezier en succes bij dit “gewone” leven. In heel veel gevallen lukt het om op eigen kracht en met familie, vrienden en anderen gezond op te groeien. Het gewone leven is dan ook het fundament van positief en gezond opgroeien. Daarbij zien we dat sommige kinderen - al dan niet tijdelijk- toch meer ondersteuning en hulp nodig hebben van professionals om zich te ontwikkelen thuis en op school. Schematisch ziet het groeimodel er als volgt uit:

 

 

Vormen van preventieve (jeugd)hulp zijn daarbij als eerste bedoeld om dit gewone leven te ondersteunen en niet om het te vervangen. Vanuit deze bedoeling zijn we nu ook begonnen met het organiseren van lokale Basishulp jeugd. Steeds meer wordt daarbij ook aansluiting gezocht bij en samenwerking met het onderwijs. We werken aan een nieuwe visie en nieuwe afspraken op de samenhang tussen onderwijs-jeugd(hulp).

De inkoop van (jeugd)hulp is één van de middelen om hieraan bij te dragen. In paragraaf 3.5 en hoofdstuk 4 van deze notitie lichten we dat verder toe. Het is allereerst belangrijk om te benadrukken dat het bij de inkoop van hulp niet alleen gaat om de technische inkoopkant, maar juist ook om een andere manier van denken en doen door professionals en specialisten. Het gaat om het voortzetten van de ingezette cultuurverandering: anders kijken naar opgroeien, bewuster omgaan met het inzetten van hulp, niet te snel labels plakken, maar ook waar nodig te durven vertragen en verdragen. Dat moet hand in hand gaan met het versterken van een gezamenlijke werkwijze van professionals, zodat we met een goede analyse snel en doelgericht de juiste hulp kunnen inzetten als het opgroeien vastloopt of risico’s ontstaan.

 

 

Naar boven