Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Kampen

De raad van de gemeente Kampen;

gelezen het voorstel van het presidium van 3 december 2025;

gelet op artikel 33 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

gezien het advies van de Commissie Raadsbrede vraagstukken & Bestuur;

BESLUIT:

vast te stellen de

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Kampen 2025

 

 

Paragraaf 1 Ambtelijke bijstand

Artikel 1 Verzoek om informatie

  • 1.

    Een raads- of commissielid wendt zich tot de griffier of een ambtelijk informant met een verzoek om:

    • a.

      feitelijke informatie van geringe omvang;

    • b.

      inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.

  • 2.

    Indien de ambtelijk informant twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie zoals bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.

Artikel 2 Verzoek om bijstand

  • 1.

    Een raads- of commissielid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties, of andere bijstand.

  • 2.

    De bijstand, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet alleen door de griffier kan worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand verlenen.

  • 3.

    De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd.

Artikel 3 Verlenen van ambtelijke bijstand

  • 1.

    De ambtelijke bijstand wordt verleend tenzij:

    • a.

      het raads- of commissielid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;

    • b.

      dit het belang van de gemeente kan schaden;

    • c.

      de taakuitoefening van de betreffende ambtenaar hierdoor ernstig wordt belemmerd en dit gelet op de prioriteit die aan die werkzaamheden is gegeven, onaanvaardbaar wordt geacht.

  • 2.

    Indien de secretaris van mening is dat de gevraagde bijstand moet worden geweigerd op grond van het bepaalde in het eerste lid, sub c, overlegt hij met de griffier of de bijstand niet tot geringere en aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht. Indien daarover overeenstemming is bereikt, wijst de secretaris één of meer ambtenaren aan om de gevraagde bijstand te verlenen.

  • 3.

    Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raads- of commissielid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 4 Ontevreden over verleende ambtelijke bijstand

  • 1.

    Indien een raads- of commissielid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij via de griffier hiervan mededeling aan de gemeentesecretaris.

  • 2.

    Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.

Artikel 5 Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

  • 1.

    Een raads- of commissielid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden tot uiterlijk een gezamenlijk te bepalen datum.

  • 2.

    Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raads- of commissielid.

 

Paragraaf 2 Fractieondersteuning

Artikel 6 Recht op en hoogte van financiële bijdrage

  • 1.

    De fracties, zoals bedoeld in het reglement van orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie.

  • 2.

    Deze bijdrage bestaat voor elke fractie uit een bedrag van maximaal € 2.500,--.

  • 3.

    Jaarlijks vóór 31 januari wordt een voorschot verleend ter hoogte van de financiële bijdrage als bedoeld in het tweede lid, verrekend met nog niet verrekende teveel ontvangen voorschotten in periodes waarvoor de financiële bijdrage overeenkomstig artikel 10 is vastgesteld.

  • 4.

    In een jaar waarin gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden, heeft de fractie recht op een bijdrage voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt, heeft de fractie recht op de bijdrage voor de overige maanden van dat jaar. Het eerste voorschot wordt vóór 31 januari van dat jaar verstrekt; het tweede voorschot vóór het eind van de maand april.

Artikel 7 Besteding financiële bijdrage

  • 1.

    Fracties besteden de bijdrage uitsluitend aan ondersteuning om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

  • 2.

    De financiële bijdrage mag in ieder geval niet gebruikt worden ter bekostiging van:

    • a.

      uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

    • b.

      betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;

    • c.

      giften, leningen, beleggingen en voorschotten;

    • d.

      uitgaven die dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers toekomen;

    • e.

      uitgaven die opgenomen zijn in de bij deze verordening behorende leidraad.

Artikel 8 Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie

  • 1.

    Indien één of meer raadsleden van één of meer fracties zich afsplitst/afsplitsen van de oorspronkelijke fractie(s) en als zelfstandige nieuwe fractie gaat/gaan optreden, blijft de jaarlijkse financiële bijdrage als bedoeld in artikel 6 voor de oorspronkelijke fractie tijdens de zittingsperiode gehandhaafd en wordt de jaarlijkse financiële bijdrage voor de nieuwe fractie tijdens de zittingsperiode voor het eerst toegekend in het jaar volgend op dat van de afsplitsing.

  • 2.

    Als een fractie tijdens de zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage als bedoeld in artikel 6 met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 9 Reserve

  • 1.

    De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in volgende jaren.

  • 2.

    De reserve mag jaarlijks worden aangevuld met maximaal 50% van de financiële bijdrage op grond van artikel 6. Deze reserve mag jaarlijks worden meegenomen naar het volgende jaar, tot maximaal het einde van de raadsperiode.

  • 3.

    Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve komt tot uitdrukking in de afrekening over dat jaar.

  • 4.

    Als zich een situatie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voordoet, wordt een eventuele reserve van de fractie waar de betreffende leden uittreden toebedeeld aan de betrokken fracties naar evenredigheid van de resterende zetelaantallen.

Artikel 10 Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage

  • 1.

    Elke fractie legt, binnen twee maanden na het einde van een boekjaar, verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning door middel van een door de penningmeester en fractievoorzitter ondertekend verantwoordingsdossier. In verkiezingsjaren wordt er tweemaal verantwoording afgelegd. Eerst over de maanden tot en met de maand van de verkiezingen aan het einde van de het jaar over de resterende maanden.

  • 2.

    Het verantwoordingsdossier bestaat uit:

    • a.

      een ingevuld Excel-sjabloon ‘verantwoording uitgaven’;

    • b.

      de bijbehorende digitale betalingsbewijzen;

    • c.

      een kort verslag van de besteding van de fractiegelden.

  • 3.

    Controle van de verantwoording vindt plaats door de griffie. De griffier stelt jaarlijks een financieel verslag op over de in het voorgaande jaar in het kader van deze verordening gedane uitbetalingen. De raad stelt na controle van het financieel verslag met een raadsbesluit de hoogte vast van:

    • a.

      de financiële bijdrage;

    • b.

      het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot;

    • c.

      de wijziging van de reserve, en

    • d.

      de resterende reserve.

Paragraaf 3 Slotbepalingen

Artikel 11 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening fractieondersteuning gemeente Kampen 2020 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening op de ambtelijke bijstand 2002 wordt ingetrokken.

  • 3.

    De Verordening fractieondersteuning gemeente Kampen 2020 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Kampen.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025.

M.E. Veldhoen,

griffier

S. de Rouwe,

voorzitter

Toelichting

 

Algemeen

Artikel 33 van de Gemeentewet (hierna: wet) bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op ambtelijke bijstand (eerste lid) en dat de in de raad vertegenwoordigde groeperingen (de fracties) recht hebben op ondersteuning (tweede lid). Met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning van fracties moet de raad een verordening vaststellen die ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de verantwoording bevat (derde lid). Met deze verordening wordt hieraan uitvoering gegeven.

 

De formulering van artikel 33 van de wet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan. In Kampen geldt dat ook commissieleden hierop een beroep kunnen doen.

 

De financiële bijdrage voor de fractieondersteuning is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit betekent dat titel 4.2 van de Awb van toepassing is op het verstrekken van de financiële bijdrage en dat het besluit van de raad waarmee – na verantwoording en controle – de hoogte van de financiële bijdrage wordt vastgesteld (zie artikel 10) vatbaar is voor bezwaar en beroep.

 

In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. De hoofdverantwoordelijkheid van de griffier is de ondersteuning van de raads- en commissieleden; de griffier is onder andere het eerste aanspreekpunt als het gaat om verzoeken om informatie en bijstand. Een nadere omschrijving van en toelichting op de taken van de griffier is vastgelegd in de Instructie voor de griffier. De griffiemedewerkers (ongeacht functiebenaming) vallen onder het gezag van de griffier.

 

De griffier vervult, via de secretaris, ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. Dat de raad over een griffier met griffie beschikt die bijstand kan verlenen, betekent niet dat er geen behoefte is aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal in bepaalde gevallen een beroep op deze organisatie dan ook nodig zijn. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal daarom de secretaris in dergelijke gevallen de ambtenaar die de ambtelijke bijstand verleent moeten aanwijzen.

 

Artikelsgewijs

 

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld.

 

Artikel 1 Verzoek om informatie

Raads- en commissieleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben of inzage of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. In dit artikel is bepaald dat zij hun verzoek rechtstreeks aan de ambtenaar mogen richten. Dat mag ook via de griffie(r), bijvoorbeeld als men niet weet welke ambtenaar belast is met het betreffende onderwerp. Verzoeken die betrekking hebben op documenten waarop geheimhouding rust, worden in elk geval aan de griffier gericht. Daarbij zij er volledigheidshalve op gewezen dat de griffier een opgelegde geheimhouding in acht moet nemen. Als een raads- of commissielid geheime stukken opvraagt die alleen mogen worden ingezien, moet de griffier het verzoek doorgeleiden naar het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd.

 

Artikel 2 Verzoek om bijstand en artikel 3 Verlenen van ambtelijke bijstand

De verzoeken om bijstand moeten aan de griffier gericht worden. Als de griffier of de griffiemedewerkers de verzochte ondersteuning niet kunnen leveren, verzoekt de griffier de secretaris om inzet van ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie. Het is aan de secretaris om te beoordelen of een van de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ voor het door ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie verlenen van ambtelijke bijstand zich voordoet. Overigens ligt het bij een conflict over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand in de rede dat de burgemeester, als voorzitter van de raad en het college, hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig ook het betrokken raads- of commissielid (vierde lid).

Na een verzoek om bijstand vindt er een intakegesprek plaats in aanwezigheid van het indienende raads- of commissielid, de griffier en de gemeentesecretaris. Hierin kunnen bijvoorbeeld de kaders van het verzoek aan de orde komen, onder andere om het verzoek behapbaar te houden. Bij het toewijzen van een ambtenaar is aandacht voor het risico van de loyaliteitskwestie, ook het raads- of commissielid heeft recht op de kennis, kwaliteiten en neutraliteit van de betrokken, deskundige ambtenaar. Als een ambtenaar is toegewezen, dan vindt er een startgesprek plaats tussen de ambtenaar en het raads- of commissielid en de griffier. Daarin kan ook worden gesproken over hoe om te gaan met geheime stukken. Na het verlenen van de bijstand vindt een evaluatie plaats.

 

Artikel 4 Geschil over verleende ambtelijke bijstand

Net als bij de weigering om ambtelijke bijstand door ambtenaren vanuit de reguliere ambtelijke organisatie te verlenen, kan de burgemeester ook een rol vervullen als een raads- of commissielid niet tevreden is over de door een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie verleende ambtelijke bijstand. Als er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan zal de burgemeester ook hier een bemiddelende rol kunnen spelen (tweede lid). De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer.

 

Artikel 5 Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

Dit artikel voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad en college terecht komt. Als een raads- of commissielid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raads- of commissielid, is bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raads- of commissielid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.

De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Als hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.

 

Artikel 6 Recht op financiële bijdrage

Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen.

De fractieondersteuning bestaat uit een vast bedrag per in de raad vertegenwoordigde fractie, dat als voorschot wordt uitgekeerd.

De bijdrage wordt verstrekt voor de duur van de zittingsperiode van de raad (eerste lid). Ook na een gemeentelijke herindeling waarbij de nieuwe raad vanaf 1 januari aantreedt, zal de bijdrage voor de duur van de zittingsperiode van die raad verstrekt worden (op basis van een door de nieuwe raad vastgestelde verordening). De herindelingsverkiezingen zijn dan in november van het jaar daarvóór geweest.

De financiële bijdrage voor fractieondersteuning voldoet aan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Omdat het verlenen van subsidies in de Algemene subsidieverordening ((hierna: ASV) indien van kracht) in de gemeente aan het college gedelegeerd is, is voornoemde verordening uitdrukkelijk niet van toepassing verklaard op de bijdrage voor fractieondersteuning.

 

Artikel 7 Besteding financiële bijdrage

Voor wat betreft de besteding van de fractieondersteuning worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Voorwaarde voor besteding van de fractievergoeding is dat de bijdrage wordt besteed aan raadswerkzaamheden teneinde de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak van de raad te versterken. Deze opsomming houdt verband met drie hoofdtaken die de raad als bestuursorgaan kreeg toegekend na de invoering van de dualisering van het gemeentebestuur. In het tweede lid zijn een aantal doelen genoemd waarvoor de financiële bijdrage voor fractieondersteuning in ieder geval niet gebruikt mag worden. Deze opsomming is niet limitatief.

Het is uiteraard niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en dat ook contributies aan politieke partijen of met politieke partijen gelieerde organisaties via de fractieondersteuning kunnen worden gefinancierd (onder a). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie. Raadsleden kunnen ook zichzelf of bedrijven waarvoor zij werkzaam zijn niet betalen voor diensten uit het fractiebudget.

Een deel van de onder niet toegestane uitgaven staat daar vermeld omdat deze voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet.

 

De bijdrage mag gebruikt worden om een vrijwilligersvergoeding uit de keren aan een of meer fractieondersteuner(s)/-secretaris mits de fractie en de ondersteuner hierover afspraken op papier zetten (welke werkzaamheden tegen welke vergoeding). Het advies is om hiervoor gebruik te maken van het formulier zoals opgenomen in bijlage 1. Advies is om hierbij rekening te houden met de voorwaarden die de Belastingdienst stelt aan het onbelast verstrekken van een vrijwilligersvergoeding. Indien de fractieondersteuner tevens werkzaam is als commissielid is sprake van een dubbelfunctie en moet duidelijk worden aangetoond voor welke werkzaamheden de vergoeding wordt verstrekt middels een overeenkomst. Het is in strijd met de Gemeentewet als een fractieondersteuner politiek-inhoudelijk ondersteunende werkzaamheden uitoefent voor zichzelf als commissielid. Een raadslid kan niet tevens een betaald fractieondersteuner zijn.

 

Leidraad uitgaven

Toegestane uitgaven

  • -

    Vergoeding aan fractieondersteuners/-secretaris

  • -

    Inhuren van deskundigen voor extern advies

  • -

    Versterking van de fractie door training- of strategiedagen

  • -

    Opzetten en onderhouden van (een deel van) een website

  • -

    Volgen of bijwonen van cursussen, trainingen, congressen en seminars

  • -

    Kosten van een openbare achterbanraadpleging (zaalhuur, organisatie, enquêtes)

  • -

    Kosten van ontwikkelsessies voor de fractie

  • -

    Kosten die gemaakt worden voor het beschikken over een rekening voor de fractie mogen uit het fractiebudget betaald worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bankkosten of de kosten die gemaakt worden voor de oprichting van een stichting fractieondersteuning.

 

Niet-toegestane uitgaven

  • -

    Verkiezingsactiviteiten (folders, advertenties)

  • -

    Leningen, giften, beleggingen en voorschotten

  • -

    Onkosten (telefoon of andere devices, abonnementen, internet, reis- en verblijfskosten)

  • -

    Presentjes/ bloemen/ kaarten ten behoeve van relaties

  • -

    Inschrijfkosten KvK

  • -

    Wijziging statuten van een partij

  • -

    Partijactiviteiten (vergaderingen)

  • -

    Contributie beroepsverenigingen

  • -

    Attenties in het kader van lief en leed

 

Toelichting bij onderhouden website

Kosten voor het onderhoud en het beheer van de website van de fractie kunnen betaald worden uit het fractiebudget. Het gaat dan om een website waarmee de fractie zich presenteert, standpunten verwoordt en burgers de gelegenheid geeft om mee te praten over politieke onderwerpen. Veelal zien we websites waarbij partij- en fractiezaken door elkaar lopen. In dat geval ligt het voor de hand dat fractie en bestuur de kosten voor de website delen.

 

Toelichting bij ontwikkelsessies voor de fractie

Het fractiebudget mag worden aangesproken voor de kosten van zaalhuur voor maximaal 1 heisessie per jaar gericht op het functioneren van de fractie. In principe kunnen kosten voor zaalhuur voor fractiebijeenkomsten niet uit het fractiebudget worden betaald. Hiervoor is immers aan elke fractie een ruimte ter beschikking gesteld in het gemeentehuis. In dit geval is een uitzondering gemaakt voor één jaarlijkse heisessie per jaar omdat het hier geen inhoudelijke fractievergadering betreft maar een vergadering met de fractie over zijn eigen functioneren.

 

Toelichting bij verhouding ten opzichte van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden

Uitgaven welke dienen te worden betaald uit de vergoedingen die de raadsleden ontvangen ingevolge de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden mogen niet betaald worden uit het fractiebudget. De volgende vergoedingen en tegemoetkoming mogen dus niet worden bekostiging uit het fractiebudget:

  • -

    artikel 3.1.1 eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers geeft aan dat raadsleden een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden. Het is dus niet toegestaan raadsleden een vergoeding voor hun werkzaamheden te betalen uit het fractiebudget;

  • -

    artikel 3.4.1 eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers geeft aan dat commissieleden een vergoeding ontvangen per bijgewoonde vergadering. Het is dus niet toegestaan commissieleden een vergoeding te betalen voor hun werkzaamheden uit het fractiebudget;

  • -

    het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers geven aan in welke gevallen reis- en verblijfskosten gedeclareerd kunnen worden. Deze kosten kunnen dus niet betaald worden uit het fractiebudget;

  • -

    de verordening rechtspositie geeft aan in welke gevallen scholing gedeclareerd kan worden. Cursussen, bezoek aan seminars en congressen voor raads- en commissieleden worden bekostigd uit het daarvoor beschikbare opleidingsbudget. Deze kosten kunnen dus niet betaald worden uit het fractiebudget;

  • -

    aan raadsleden en commissieleden wordt, conform de verordening rechtspositie, een computer/tablet in bruikleen ter beschikking gesteld. Dergelijke kosten kunnen dus niet betaald worden uit het fractiebudget;

De handreiking rechtspositie licht toe dat politieke ambtsdragers een maandelijkse onkostenvergoeding ontvangen voor voorzieningen die niet zuiver functioneel zijn, noch zuiver privé. Omdat ze toch een functioneel element bevatten, worden dergelijke voorzieningen wel vergoed. De ambtsdrager moet deze kosten zelf betalen uit de toelage/onkostenvergoeding. De hoogte van de onkostenvergoeding is gebaseerd op gemiddelde uitgaven en is vastgelegd in het rechtspositiebesluit. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste toelage per maand kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd.

 

De vaste onkostenvergoeding is bedoeld voor in ieder geval de volgende kosten:

  • -

    representatie;

  • -

    vakliteratuur;

  • -

    excursies;

  • -

    bureaukosten;

  • -

    contributies, lidmaatschappen, zoals contributies van verenigingen en regionale beroepsverbanden (met uitzondering van landelijke beroepsverenigingen met een professionaliseringsdoelstelling; die vallen onder de bestuurskosten);

  • -

    ontvangsten thuis;

  • -

    zakelijke giften.

 

Ook voor eigen rekening blijven voorbeelden van kosten als:

  • -

    individuele consumpties buiten de werkplek (zoals koffie, thee, drankjes);

  • -

    fooien in Nederland;

  • -

    verjaardagsgebak, attenties en cadeaus voor naaste collega’s;

  • -

    gelegenheidskleding, huur en reiniging van kleding, uitgaven voor persoonlijke verzorging;

  • -

    activiteiten van partijgenootschappelijke aard;

  • -

    abonnementen op kranten en tijdschriften en vakliteratuur die thuis worden ontvangen;

  • -

    representatieve aanpassingen aan de eigen woning en representatieve ontvangsten thuis.

 

Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden kunnen niet uit het fractiebudget betaald worden tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten. Politiek georiënteerde cursussen zijn een aangelegenheid van de fracties en kunnen daarom bekostigd worden uit het fractiebudget.

 

Ook overige uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige reglementen kunnen niet worden betaald uit het fractiebudget.

 

Artikel 9 Reserve

Het deel van de financiële bijdrage waarop voorwaardelijk aanspraak wordt gemaakt en dat niet wordt gebruikt, wordt door de raad gereserveerd voor gebruik ten behoeve van die fractie in de volgende jaren (eerste lid).

Omdat het niet wenselijk is dat een reserve eindeloos groeit, is hier wel een maximum aan verbonden (tweede lid), de reserve blijft namelijk beschikbaar tot het einde van de raadsperiode. Indien het voorschot, inclusief de reserve, dan niet is besteed, dient het gehele bedrag terug gestort te worden.

Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met mutaties in zittende fracties. De regeling van het vijfde lid voorziet hierin, de reserve wordt naar evenredigheid verdeeld.

 

Artikel 10 Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage

Na controle van het verslag waarmee de besteding van de financiële bijdrage wordt verantwoord, stelt de raad de hoogte van de financiële bijdrage ten behoeve van het functioneren van de betreffende fractie vast. Daarmee ontstaat een onvoorwaardelijke aanspraak op het vastgestelde bedrag. Omdat dit bedrag kan afwijken van het verstrekte voorschot – en dus mogelijk een verrekening dient plaats te vinden – wordt tevens de hoogte van het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot vastgesteld. Als het verleende voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan kan het onverschuldigde bedrag overeenkomstig artikel 4:57, eerste lid, van de Awb teruggevorderd worden. De beslissing tot terugvordering is – evenals het besluit waarmee de financiële bijdrage wordt vastgesteld – een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit.

Voorts wordt vastgesteld de hoogte van de wijziging van de reserve en van de resterende reserve; deze kan voor een of beide uiteraard ook nul bedragen.

 

Naar boven