Subsidieregeling PAWOZ-Gebiedsinvesteringen Het Hogeland

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;

 

gelet op de Algemene Subsidieverordening Het Hogeland 2019;

 

besluit vast te stellen de ‘Subsidieregeling PAWOZ-Gebiedsinvesteringen Het Hogeland’.

Artikel 1 – Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager: de aanvrager van de subsidie, tevens penvoerder van het project en aanspreekpunt voor de Gemeente;

  • b.

    ASV: de Algemene Subsidieverordening 2019 Gemeente Het Hogeland;

  • c.

    Bestuursakkoord 2024: het door de minister van Energie & Klimaat, de gedeputeerde Staten van de provincie Groningen respectievelijk Friesland en de betrokken gemeenten op 13 mei 2024 ondertekende Bestuursakkoord gebiedsinvestering ‘net op zee’ PAWOZ-Eemshaven.

  • d.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;

  • e.

    De-minimisverklaring: de verklaring waarin de aanvrager en de overige projectpartners aangeven of zij in de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van de verklaring reeds de-minimissteun heeft ontvangen, en zo ja, tot welk bedrag. Dit zoals bepaald in de De-minimisverordening;

  • f.

    De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • g.

    Gemeente: de gemeente Het Hogeland;

  • h.

    Kassier: het projectteam PAWOZ-Gebiedsinvesteringen van de Gemeente;

  • i.

    Projectenlijst: een door de lokale dorpsbelangenvereniging opgesteld en door het College vastgesteld overzicht van aanvragers, projecten en werkzaamheden per dorp, bedoeld om de doelen zoals beschreven in het Regioplan PAWOZ te realiseren;

  • j.

    Projectpartner: organisatie die samen met de Aanvrager uitvoering geeft aan het projectvoorstel;

  • k.

    Projectvoorstel: voorstel van de aanvrager waarin de wijze waarop het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Bestuursakkoord is beschreven, inclusief concrete activiteiten en voorzien van een begroting, conform de door de gemeente ter beschikking gestelde formulieren;

  • l.

    Toewijzingsbrief: een brief van het College aan de aanvrager met daarin opgenomen:

  • een bevestiging dat het projectvoorstel van aanvrager geselecteerd is voor deze regeling op basis van de door de lokale dorpsbelangenvereniging voorgestelde en door het College vastgestelde projectlijst; en

  • het maximale bedrag waarvoor subsidie kan worden aangevraagd.

  • m.

    Verantwoordingsprotocol: een document waarin de eisen en procedures zijn vastgelegd waaraan een subsidie-aanvrager moet voldoen bij het afleggen van financiële en inhoudelijke verantwoording over de ontvangen subsidie.

Artikel 2 – Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidie is het stimuleren van activiteiten en projecten die:

  • a.

    Bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van Bestuursakkoord en vallen onder één of meerdere van de daarin genoemde thema’s:

  • i.

    Thema 1: behoud en versterken van de natuur.

  • ii.

    Thema 2: verbeteren van de fysieke leefomgeving.

  • iii.

    Thema 3: versterken van de regionale economie.

  • iv.

    Thema 4: versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie.

  • b.

    Worden uitgevoerd binnen het door de gemeente vastgestelde gebied, zoals omschreven in artikel 7 lid 2.

  • 2.

    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 – Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan publieke of private organisaties zonder winstoogmerk die in het bezit zijn van een toewijzingsbrief.

Artikel 4 – Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor projecten die:

  • a.

    door de Dorpsbelangenvereniging na een zorgvuldig participatieproces worden voorgedragen op de projectenlijst; en

  • b.

    naar oordeel van het College voldoende bijdragen aan het realiseren van de gestelde doelen en resultaten van het Bestuursakkoord.

Artikel 5 – Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen de volgende typen kosten in aanmerking:

  • a.

    loonkosten;

  • b.

    kosten van externe inhuur; en

  • c.

    materiële kosten.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde kosten dienen zijn subsidiabel indien en voor zover zij:

  • a.

    verband houden met de uitvoering van het project;

  • b.

    gemaakt worden na indiening van de subsidieaanvraag; en

  • c.

    gemaakt worden binnen de looptijd van deze regeling, zoals beschreven in artikel 17 lid 1 en lid 2.

  • 3.

    De gemaakte kosten mogen op geen enkele wijze worden geactiveerd op de balans van de aanvrager en/of betrokken projectpartners.

Artikel 6 – Hoogte subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van de activiteiten en bedraagt nooit meer dan:

  • a.

    100% van de subsidiabele kosten van het volledige project; en

  • b.

    het in de toewijzingsbrief genoemde maximumbedrag.

  • 2.

    De subsidiabele kosten worden als volgt berekend:

  • a.

    Inbreng van betaalde arbeid door de aanvrager wordt forfaitair gewaardeerd per uur, op basis van een door aanvrager onderbouwd uurtarief met een maximum van € 90 per uur.

  • b.

    Externe inhuur wordt forfaitair gewaardeerd per uur, op basis van een door aanvrager onderbouwd uurtarief met een maximum van € 90 per uur, eventueel vermeerderd met de omzetbelasting, tenzij deze compensabel is.

  • c.

    Materiële kosten worden gewaardeerd op basis van werkelijke kosten.

  • 3.

    Het College kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun, die ertoe leidt dat de totale aan de Aanvrager verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de overheid geldende verplichtingen krachtens een Europees verdrag, in mindering brengen op het subsidiebedrag bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7 – Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt door het college vastgesteld per dorp op basis van de definitieve projectenlijst die door de dorpen wordt ingediend. Die definitieve projectenlijst moet passen binnen het voor de dorpen vastgestelde dorpsbudget:

  • a.

    Oudeschip e.o.: € 3.272.000

  • b.

    Heuvelderij: € 360.000

  • c.

    Oosteinde: € 1.640.000

  • d.

    Roodeschool: € 6.236.000

  • e.

    Oosternieland: € 410.000

  • f.

    Oldenzijl: € 410.000

  • g.

    Uithuizermeeden / Hefswal: € 6.300.000

  • 2.

    Op basis van de projectenlijst wordt gekeken welke projecten door de gemeente zelf worden uitgevoerd en welke projecten door aanvragers en projectpartners worden uitgevoerd. Het totaal van projecten die door aanvragers en projectpartners worden uitgevoerd, bepaalt het subsidieplafond. Het college stelt dit subsidieplafond vast tegelijkertijd met het vaststellen van de definitieve projectenlijst.

  • 3.

    De gemeente publiceert een postcodelijst waarmee de dorpen zoals genoemd in het eerste lid worden gedefinieerd.

Artikel 8 – Wijze van verdeling

  • 1.

    Per dorp wordt een projectenlijst opgesteld door de lokale dorpsbelangenvereniging. In deze projectenlijst wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die door de gemeente worden uitgevoerd en projecten die door de aanvrager worden uitgevoerd.

  • 2.

    De projectenlijst bevat per project tenminste:

  • a.

    een omschrijving van het project;

  • b.

    het maximale bedrag van het project; en

  • c.

    wie het project uitvoert (de gemeente dan wel een aanvrager).

Indien het totaalbedrag van deze projectenlijst het voor betreffende dorp geldende subsidieplafond overstijgt, wordt het bedrag per project naar rato naar beneden bijgesteld om binnen het subsidieplafond te blijven.

  • 3.

    Deze lijst wordt getoetst door de Kassier. Na akkoord van de Kassier wordt de projectenlijst ter besluitvorming aan het college voorgelegd.

  • 4.

    Het besluit over de definitieve projectenlijst is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), inclusief de in de Awb opgenomen mogelijkheden voor bezwaar en beroep.

  • 5.

    Na akkoord van het college wordt de definitieve lijst met projecten gepubliceerd, conform de hiervoor in de Awb opgenomen publicatievereisten, en wordt het subsidieplafond vastgesteld zoals beschreven in artikel 7.

  • 6.

    De aanvrager ontvangt een Toewijzingsbrief, onder voorbehoud van hetgeen beschreven in lid 3 inzake bezwaar en beroep.

Artikel 9 – Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het door de gemeente beschikbaar gestelde aanvraagformulier, projectplan en begrotingsformat inclusief liquiditeitsprognose.

  • 2.

    Bij een aanvraag om subsidieverlening dient de aanvrager de volgende stukken en gegevens te overleggen:

  • a.

    een ingevuld en door een tekenbevoegd persoon ondertekend aanvraagformulier;

  • b.

    een ingevuld begrotingsformat;

  • c.

    een Toewijzingsbrief zoals beschreven in artikel 8.4;

  • d.

    een volledig ingevulde en rechtsgeldig ondertekende de-minimisverklaring. Indien geen de-minimisverklaring kan worden overgelegd, dan wel als uit de overgelegde de-minimisverklaring blijkt dat de van toepassing zijnde de-minimisdrempel reeds is overschreden of met de gevraagde subsidie zal worden overschreden, dan dient de aanvrager in plaats van een de-minimisverklaring een staatssteunanalyse te overleggen waaruit volgt dat subsidieverstrekking niet tot onrechtmatige steun volgens artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zal leiden; en

  • e.

    een bewijs van tekenbevoegdheid van de persoon die namens de organisatie het aanvraagformulier zoals bedoeld in lid 1 ondertekent.

Artikel 10 – Aanvraagtermijn

Een aanvraag kan, in afwijking van artikel 7 van de ASV, het gehele jaar worden ingediend, tot en met 30 juni 2035.

Artikel 11 – Beslistermijn

Het College beslist, conform artikel 8 van de ASV, binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 12 – Aanvullende Weigeringsgronden

  • 1.

    Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder j, van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • a.

    een project naar het oordeel van het College in organisatorische, financiële of technische zin niet haalbaar is;

  • b.

    de beoogde en verwachte effecten, als bedoeld in artikel 4, naar het oordeel van het College niet in redelijke verhouding staan tot de hoogte van de gevraagde subsidie;

  • c.

    in geval van een aanvraag om subsidie door de aanvrager geen de-minimisverklaring is overgelegd, dan wel als uit de overgelegde de-minimisverklaring blijkt dat de van toepassing zijnde de-minimisdrempel reeds is overschreden of met de gevraagde subsidie zal worden overschreden, dan wel uit de door de aanvrager aangeleverde staatssteunanalyse blijkt, dat er alleen rechtmatig steun verleend kan worden na aanmelding en goedkeuring door de Europese Commissie;

  • d.

    een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager niet voldoende is gewaarborgd;

  • e.

    de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden voor subsidieverlening; en

  • f.

    het project ernstig afbreuk doet aan de zes klimaat- en milieudoelstellingen, zoals vastgelegd in artikel 9 van de Europese Taxonomieverordening.

Artikel 13 - Verplichtingen Aanvrager

In aanvulling op de verplichtingen genoemd in artikel 11 en 12 van de ASV gelden voor de Aanvrager de navolgende verplichtingen:

  • 1.

    De Aanvrager dient overeenkomstig artikel 34 van de HVF-verordening daar waar nodig het embleem van de Europese Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU”. Het gebruiksklare EU-logo, met inbegrip van de financieringsverklaring, kan worden gedownload via het downloadcentrum van de Europese Commissie.

Artikel 14 – Bevoorschotting

  • 1.

    Bevoorschotting vindt plaats per kwartaal op basis van de door de aanvrager ingediende liquiditeitsprognose.

  • 2.

    De omvang van de bevoorschotting bedraagt 80% van het aangevraagde bedrag.

  • 3.

    De resterende 20% van het aangevraagde bedrag wordt uitgekeerd bij vaststelling van de subsidie.

  • 4.

    Er wordt geen voorschot (meer) verstrekt, indien de Aanvrager niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

Artikel 15 – Vaststelling subsidie

  • 1.

    Aanvrager dient binnen 13 weken na einddatum van het project een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het College, met gebruikmaking van het daarvoor door de Gemeente beschikbaar gestelde formulier. Het College stelt de subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vast.

  • 2.

    Een aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een inhoudelijk en financieel eindverslag, opgesteld conform het door de gemeente beschikbaar gestelde format. Bij subsidies van meer dan €50.000 gaat de aanvraag tot vaststelling tevens vergezeld van een accountantsverklaring.

  • 3.

    Het financieel eindverslag voldoet aan de eisen van het verantwoordingsprotocol en is qua volgorde en opbouw overeenkomstig de begroting bij de aanvraag ingericht.

  • 4.

    Het College kan het inhoudelijk en financieel eindverslag steekproefsgewijs controleren.

  • 5.

    Indien de daadwerkelijke kosten lager uitvallen wordt de subsidie naar rato vastgesteld.

Artikel 16 – Rapportage en publicatie van de subsidieverstrekking

Het College rapporteert aan de regiokassier van het ministerie van Klimaat en Groene Groei de volgende gegevens omtrent de subsidieverstrekking: de naam, het adres en indien de aanvrager een organisatie is, het KvK-nummer van de Aanvrager.

Artikel 17 – Slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking per 1-1-2026.

  • 2.

    Deze regeling vervalt per 31 december 2035.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling PAWOZ-Gebiedsinvesteringen Het Hogeland.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland op 4 november 2025

J.C.F. Broekhuizen, burgemeester

P.P.M. van Vilsteren, secretaris

Naar boven