Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2025, 556421 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2025, 556421 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Haarlem
gelezen de tekstinhoud van ”Voorbereidingsbesluit Meldplicht staalslakken en grondstabilisatie gemeente Haarlem” d.d. 16‑12‑2025,
Besluit:
met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels een voorbereidingsbesluit te nemen houdende regels over bodem onder de Omgevingswet;
voor het omgevingsplan de voorbeschermingsregels vast te stellen die zijn opgenomen in bijlage A;
dat dit voorbereidingsbesluit in werking treedt per 19 december 2025;
dat dit voorbereidingsbesluit wordt aangehaald als Voorbereidingsbesluit Meldplicht staalslakken en grondstabilisatie gemeente Haarlem.
"Voorbereidingsbesluit Meldplicht staalslakken en grondstabilisatie gemeente Haarlem" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Aldus vastgesteld door Gemeente Haarlem, 16‑12‑2025.
Diegenen die mogen ondertekenen
Burgemeester en wethouders van Haarlem,
Op grond van het Delegatiebesluit gemeente Haarlem 2024.
de secretaris, mw. C. Lenstra
de burgemeester, J. Wienen
Voor zover de regels van de hoofdregeling van het omgevingsplan afwijken van deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels.
Deze paragraaf is, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, van toepassing op het toepassen van bouwstoffen als bedoeld in artikel 3.48m van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om:
het toepassen van staalslakken die niet vallen onder het toepassingsbereik van artikel 2 van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak; en
grondstabilisatie.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
bouwstof: bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
bindmiddelen: niet-vormgegeven stoffen die aan de bodem worden toegevoegd met als resultaat dat samen met de in de bodem aanwezige grond een stabilisaat ontstaat, waaronder in ieder geval kalk, cement en gips;
grondstabilisatie: het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat als gevolg van de toevoeging van bindmiddelen aan de bodem;
staalslak: hoogovenslak of LD-staalslak;
hoogovenslak: slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven; en
LD-staalslak: slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz;
niet-vormgegeven bouwstof: een bouwstof waarvan de kleinste eenheid een volume heeft van minder dan 50 cm3 of bouwstoffen die onder normale omstandigheden niet duurzaam vormvast zijn, zoals granulaten;
vormgegeven bouwstof: een bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft, zoals asfalt of beton.
Het is verboden om staalslakken (vormgegeven - en niet-vormgegeven bouwstoffen), die niet vallen onder het toepassingsbereik van artikel 2 van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak, toe te passen als bouwstof zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
De melding bevat:
de verwachte datum waarop de staalslakken in het werk worden toegepast;
de verwachte datum waarop het werk waarin de staalslakken worden toegepast zal zijn voltooid;
een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen staalslakken;
de herkomst van de staalslakken;
de hoeveelheid van de staalslakken in kubieke meters die in totaal in het werk zullen worden toegepast;
de dimensionering van het werk in het kader waarvan de staalslakken worden toegepast;
de onderbouwing van de functionaliteit van het werk;
de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres daarvan is vermeld; en
een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de staalslakken de zuurgraad van het grondwater, wegvloeiend hemelwater of nabijgelegen oppervlaktewater beïnvloeden of anderszins in strijd met de zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast.
Het tweede lid, onder b en d tot en met i, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al eerder bij een melding voor hetzelfde werk zijn verstrekt en zich geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan.
Ten minste een week voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Grondstabilisatie is verboden, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Het eerste lid geldt niet voor toepassingen op een oppervlakte van minder dan 1000 m2.
De melding bevat:
de verwachte datum waarop de grondstabilisatie plaatsvindt;
de verwachte datum waarop de grondstabilisatie zal zijn voltooid;
een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op het stabilisaat;
de herkomst en de samenstelling van de gebruikte bindmiddelen;
de hoeveelheid bindmiddelen die in totaal voor de stabilisatie van de bodem zal worden toegepast;
de dimensionering van de stabilisatie;
de onderbouwing van de functionaliteit van de stabilisatie;
de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres daarvan is vermeld; en
een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater, wegvloeiend hemelwater of nabijgelegen oppervlaktewater beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast.
Het derde lid, onder b en d tot en met i, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al eerder bij een melding voor hetzelfde werk zijn verstrekt en zich geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan.
Ten minste een week voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Algemene toelichting
Bij de herijking van de bodemregelgeving worden de kaders voor het toepassen van circulaire bouwstoffen door het Rijk opnieuw tegen het licht gehouden. Daarnaast werkt het Rijk aan een meldplicht voor de toepassing van staalslakken. Een aanpassing van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) neemt enige tijd in beslag. Het is ongewenst dat toepassing van staalslakken of grootschalige grondstabilisatie kan plaatsvinden, zonder dat het bevoegd gezag hiervan vooraf op de hoogte wordt gesteld en actief kan toezien op de juiste manier van toepassen. Op 21 juli 2025 heeft de Staatssecretaris van I&W op een pauzeknop gedrukt met de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak die op 22 juli 2025 in de Staatscourant is gepubliceerd. Deze regeling duurt maximaal een jaar – tot 23 juli 2026 -, vervalt of kan nog een keer met een half jaar worden verlengd. De regeling heeft geen overgangsrecht en geen terugwerkende kracht. Bestaande toepassingen vallen niet onder de regeling. Deze regeling verbiedt tijdelijk twee categorieën toepassingen van staalslak. Dit betreffen toepassingen van niet vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak op of in de landbodem in laagdikten van meer dan een halve meter of op locaties waar inname, inhalatie of oog-, mond- of huidcontact door de mens niet is uitgesloten. Voor overige toepassingen op of in de landbodem van niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak geldt een vergunningplicht. De Minister van I&W kan ontheffing verlenen van om in uitzonderlijke gevallen van het verbod en de vergunningplicht af te wijken. In dat geval wordt het bevoegd gezag om een zienswijze gevraagd.
De staatssecretaris heeft het RIVM opdracht gegeven andersoortige toepassingen van staalslak (bijvoorbeeld in toepassingen in laagdikten van een halve meter of kleiner) nader te onderzoeken. Het Haarlemse voorbereidingsbesluit heeft een breder toepassingsbereik dan de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak omdat de toepassing van staalslak, voor zover die niet vallen onder artikel 2 van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak, gemeld moet worden. Het gaat dan om het toepassen van zowel vormgegeven als niet-vormgegeven bouwstoffen (met daarin minder dan 20 massaprocent LD- en ELO-staalslak) op of in de landbodem. Het moet dan dus gaan om het toepassen van staalslakken als bouwstof. Staalslak ontstaat bij de omzetting van ruwijzer naar staal. De gestolde staalslak is een steenachtig materiaal. Voor staalslakken gelden toepassingsvoorwaarden, zoals “droogligging” (boven het grondwaterniveau) en geen contactmogelijkheid met oppervlaktewater, vanwege de zeer hoge pH-waarde (zuurgraad). Voor bouwstoffen waarvan het risico schuilt in de plaats en de wijze van de toepassing zelf, zoals bij staalslakken(mengsels) en bij grondstabilisatie, is een meldingsplicht vooraf vanuit oogpunt van preventie dringend gewenst. De toepassing van deze bouwstoffen met een hoge pH-waarde (zuurgraad) is landelijk onvoldoende gereguleerd. Het huidige wettelijk kader biedt geen mogelijkheid tot een meldplicht vooraf. De Omgevingswet maakt door het nemen van een voorbereidingsbesluit het opleggen van deze meldplicht wel mogelijk. Dit voorbereidingsbesluit voorziet hier in. De regels treden een dag na publicatie van het besluit in werking en zijn direct handhaafbaar. Dit verbetert de toezichtmogelijkheden voor Omgevingsdienst IJmond en hierdoor worden onjuiste toepassingen met schade voor mens en milieu zoveel mogelijk voorkomen. Het voorbereidingsbesluit geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. De toepassing van staalslakken en grondstabilisatie in of op de landbodem kan significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben. Het gaat bij deze toepassingen doorgaans om zeer grote hoeveelheden. Het risico bij toepassing van staalslakken(mengsels) en grondstabilisatie volgt met name uit de hoge pH-waarde, die tot humane of ecologische risico’s kan leiden. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat toepassingsvoorwaarden voor bouwstoffen (paragraaf 4.123 van het Bal) en een specifieke zorgplicht (artikel 2.11 van het Bal). In de praktijk kan de zorgplicht - omdat toezichthouders niet op de hoogte zijn van een voorgenomen toepassing - pas door het bevoegd gezag worden ingezet als de ongewenste situatie al is ontstaan. Om te voorkomen dat ongewenste nadelige effecten pas na toepassing van staalslakken of grondstabilisatie naar voren komen, is het nodig om hiervoor in het omgevingsplan een meldplicht op te nemen in aanvulling op de algemene regels in het Bal voor het toepassen van bouwstoffen. Met een meldplicht is het bevoegd gezag in de gelegenheid om vooraf te toetsen of aan de toepassingsvoorwaarden en aan de zorgplicht wordt voldaan. Het bevoegd gezag kan zo nodig een maatwerkvoorschrift stellen ter bescherming van de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.13 van het Bal. Bij staalslakken is een meldplicht vooral van belang bij bouwstoffen met meer dan 20% staalslakken, hoewel risico’s bij hydraulisch menggranulaat (tot 20% staalslakken) niet geheel zijn uitgesloten. Vandaar dat deze laatste categorie in het voorbereidingsbesluit geregeld wordt. Bij bodemstabilisatie is voor wat betreft de pH-waarde in de meeste gevallen de omvang van het werk bepalend voor mogelijke significante nadelige gevolgen (dit hangt af van de toegepaste bindmiddelen). Daarom wordt voor de meldplicht voor bodemstabilisatie een ondergrens aangehouden van 1000 m2. De specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal is bij de toepassing van bouwstoffen altijd van toepassing. De specifieke zorgplicht kan inhouden dat maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, of in het uiterste geval dat van toepassing wordt afgezien als de nadelige gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt.
Dit artikel bepaalt het toepassingsbereik van dit hoofdstuk en bevat de begripsbepalingen.
In paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen over het toepassen van bouwstoffen. Deze gelden ook bij het toepassen van staalslakken of het stabiliseren van de bodem door het maken van een stabilisaat in de bodem. Hierbij gaat het immers ook om het toepassen van bouwstoffen. In aanvulling op de regels in het Bal is een meldplicht opgenomen voor zover het gaat om het toepassen van staalslakken die niet vallen onder het toepassingsbereik van artikel 2 van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak vallen en een meldplicht voor grondstabilisatie. Het toepassen van bouwstoffen omvat zowel het aanbrengen als het daarna aangebracht houden van bouwstoffen. De bepalingen van paragraaf 4.123 van het Bal blijven van toepassing zo lang de bouwstoffen in de functionele toepassing, waarin ze zijn aangebracht, aanwezig blijven.
De begripsbepalingen in dit hoofdstuk zijn aanvullend op de begripsbepalingen in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
In artikel 4.1257, derde lid, van het Bal is het begrip partij geduid als: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt. In dit voorbereidingsbesluit ziet de meldplicht zowel op de melding van de toepassing in zijn geheel (artikel 1.2, tweede lid, onderdelen a tot en met i, en artikel 1.3, derde lid, onderdelen a tot en met i), als op vervolgmeldingen per partij (dezelfde artikelen, onderdelen a en c). Een ander relevant begrip bij het toepassen van bouwstoffen is het begrip «werk». Dit is in artikel 4.1257, derde lid van het Bal omschreven als: infrastructuur, waaronder bouwwerken, of het resultaat van een andere functionele toepassing van bouwstoffen. Het begrip «werk» is een breed begrip dat functionele toepassingen van bouwstoffen dekt. In de omschrijving van het werk zijn naast overige functionele toepassingen, de begrippen bouwwerk en infrastructuur opgenomen, beiden gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. Het gaat bijvoorbeeld om dijken, viaducten, (spoor)wegen of geluidswallen. Een belangrijke eigenschap van een werk is dat het een functioneel karakter moet hebben. De situaties waarin geen bouwstoffen mogen worden toegepast zijn geregeld in artikel 4.1260, derde lid, van het Bal.
Onder a
Voor de begripsbepaling van «bouwstof» wordt verwezen naar artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Het begrip «bouwstof» wordt in het Besluit bodemkwaliteit omschreven als een materiaal dat is bestemd om te worden toegepast waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of en aluminium samen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie. Het gaat om steenachtig materiaal.
Onder b en c
Bindmiddelen zoals kalk, cement en gips worden aan de bodem toegevoegd om een stabielere bodem te creëren. Samen met de aanwezige grond wordt een nieuwe bouwstof gemaakt, het stabilisaat. Deze nieuwe bouwstof moet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een bouwstof, zoals de eis van een milieuverklaring bodemkwaliteit.
Onder d tot en met f
Staalslak komt bij de staalproductie in steenachtig gestolde vorm vrij. Het gaat om: Hoogovenslak, dit is slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven; en LD-staalslak, dit is slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz. Om ze te kunnen gebruiken als bouwstoffen worden staalslakken geleverd met een milieuverklaring bodemkwaliteit op grond van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, die wordt gebruikt om de kwaliteit van de staalslakken aan te tonen. Vaak is dit een erkende kwaliteitsverklaring op basis van Beoordelingsrichtlijn (BRL) 9310 of BRL 9345. Een beoordelingsrichtlijn is een document waarin de relevante eisen en voorschriften zijn opgenomen die van toepassing zijn op een product en/of een proces en beschrijft de manier waarop certificatie-instellingen toetsen of een organisatie voldoet aan de technische eisen voor het behalen of behouden van een certificaat. Een beoordelingsrichtlijn geeft de producteisen aan die worden gesteld aan bouwstoffen en stelt eisen aan het door de producent te hanteren kwaliteitssysteem bij de productie ervan.
Onder g en h
Hier zijn definities opgenomen van niet-vormgegeven bouwstoffen en vormgegeven bouwstoffen.
Dit artikel bepaalt dat het toepassen van staalslakken als bouwstof (vormgegeven en niet-vormgegeven stoffen), die niet vallen onder het toepassingsbereik van artikel 2 van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak, gemeld moet worden. Het gaat dan om het toepassen van zowel vormgegeven als niet-vormgegeven bouwstoffen (met daarin minder dan 20 massaprocent LD- en ELO-staalslak) op of in de landbodem. Het moet dan dus gaan om het toepassen van staalslakken als bouwstof. De reden hiervoor is dat bij het toepassen van staalslakken mogelijk nadelige effecten op de fysieke leefomgeving kunnen ontstaan, zoals een verhoging van de pH-waarde in grondwater of oppervlaktewater.
De meldplicht bevat onder meer het indieningsvereiste dat beschreven moet worden welke voorzieningen en maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de staalslakken de zuurgraad van het grondwater, wegvloeiend hemelwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) worden toegepast. Deze meldplicht, waaraan vier weken voor de start van de activiteit moet worden voldaan, is nodig om het bevoegd gezag voldoende gelegenheid te geven om de bij de melding verstrekte informatie te beoordelen en zo nodig een controle in te plannen. Eventueel kan het bevoegd gezag (bij voorkeur voorafgaand aan de toepassing) een maatwerkvoorschrift stellen op grond van artikel 2.13 van het Bal.
Op basis van de gegevens bij de melding is het bevoegd gezag in de gelegenheid om toepassingen met staalslakken te registreren. Bij eventuele (onvoorziene) nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving, zoals een verhoogde zuurgraad kan dan eerder de relatie worden gelegd met de toepassing en kunnen de te nemen maatregelen daarop worden afgestemd. Zo nodig kan alsnog een maatwerkvoorschrift door het bevoegd gezag worden gesteld ter invulling van de zorgplicht.
Onder a en b
Informatie over de verwachte data waarop het toepassen zal beginnen en eindigen is van belang voor het houden van fysiek toezicht. Het bevoegd gezag kan langsgaan op de locatie waar het werk wordt gerealiseerd.
Onder c
Uit de milieuverklaring bodemkwaliteit, die is afgegeven op grond van het Bal, volgt onder meer informatie over de kwaliteit van de toe passen staalslakken.
Onder d
Informatie over de herkomst van de staalslakken geeft inzicht waar deze bouwstof is geproduceerd en is nodig met het oog op de ketenhandhaving. Als deze informatie is opgenomen in de milieuverklaring, dan voldoet het verstrekken van de milieuverklaring.
Onder e
Het is van belang dat bekend is hoeveel staalslakken in totaal in het werk wordt toegepast. Zo kan het bevoegd gezag beoordelen of sprake is van een functionele toepassing, die voldoet aan de eis van functionele hoeveelheid (artikel 4.1261 van het Bal). Ook kan zij haar toezichtcapaciteit afstemmen op de omvang van de toepassing. Het toepassen kan eventueel in fasen plaatsvinden, maar de hoeveelheid van al deze fasen samen moet bekend zijn.
Onder f
Ook de dimensionering moet worden gemeld. Hieruit kan worden opgemaakt of er inderdaad sprake is van een functionele toepassing en niet meer staalslakken wordt toepast dan noodzakelijk is voor het realiseren van de functionele toepassing (artikel 4.1261 van het Besluit activiteiten leefomgeving).
Onder g
In de melding wordt aangegeven welke functionele toepassing (werk) wordt gerealiseerd met een onderbouwing waarom de initiatiefnemer de toepassing als functioneel ziet (zoals bedoeld in artikel 4.1260 van het Bal). Het gaat bij de onderbouwing om de vraag of de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats of onder de omstandigheden waar deze plaatsvindt. Veelal is het realiseren van een functionele toepassing het gevolg van een ruimtelijk besluit, zoals bij de aanleg van een weg.
Onder h
In artikel 2.18 van het Bal zijn algemene gegevens opgenomen die steeds bij het verstrekken van gegevens en bescheiden moeten worden aangeleverd. Daarin is al opgenomen dat het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, wordt verricht moet worden verstrekt. Locaties waar bouwstoffen worden toegepast, bevinden zich vaak in het buitengebied en hebben niet altijd een adres. Daarom zullen in aanvulling daarop de coördinaten van de ontvangende landbodem moeten worden verstrekt. Mocht van de ontvangende landbodem het adres vermeld zijn, dan kunnen de coördinaten achterwege worden gelaten. De informatie over de locatie waar de bouwstoffen zullen worden toegepast stelt het bevoegd gezag in staat zich een beeld vormen of de voorgenomen toepassing van bouwstoffen op de beoogde locatie is toegestaan. Het kan bijvoorbeeld niet toegestaan zijn bepaalde bouwstoffen toe te passen als in het omgevingsplan de functie natuurgebied of grondwaterbeschermingsgebied is aangewezen.
Onder i
Zie de toelichting bij het eerste lid.
In een werk kunnen verschillende partijen staalslakken worden toegepast. Een volledige melding is niet vereist als al eerder een melding is gedaan voor de functionele toepassing waarin de staalslakken worden toegepast. Dezelfde gegevens hoeven niet iedere keer opnieuw te worden gemeld als in het kader van dezelfde functionele toepassing meerdere partijen staalslakken worden toegepast. Er kan dan worden volstaan met specifieke informatie die op die partijen betrekking heeft, zoals opgenomen in het tweede lid onder a (start van de toepassing) en c (milieuverklaring).
Als het toepassen op een andere manier wordt gedaan dan in de melding is aangegeven moet dit tenminste een week voorafgaand aan die wijziging worden gemeld. Zo kan het bevoegd gezag onder meer beoordelen of nog steeds sprake is van een functionele toepassing en een functionele hoeveelheid.
Het eerste lid bepaalt dat grondstabilisatie gemeld moet worden. Grondstabilisatie is het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat door het toevoegen van bindmiddelen aan de bodem. De reden voor een meldplicht is dat deze activiteit nadelige effecten op de fysieke leefomgeving kan hebben, zoals een verhoging van de
pH-waarde in grondwater of oppervlaktewater. De meldplicht bevat onder meer het indieningsvereiste dat beschreven moet worden welke voorzieningen en maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de toepassing de zuurgraad van het grondwater, wegvloeiend hemelwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloedt of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht.
Het stabiliseren van de bodem van locaties met een oppervlakte van minder dan 1000 m2 valt niet onder de meldplicht voor het stabiliseren van de bodem, omdat de mogelijke nadelige effecten op de fysieke leefomgeving bij toepassing ervan naar verwachting niet significant zijn. De specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving is onverminderd van toepassing.
Onder a en b
Informatie over de verwachte data waarop het toepassen zal beginnen en eindigen is van belang voor het houden van fysiek toezicht. Het bevoegd gezag kan langsgaan op de locatie waar het werk wordt gerealiseerd.
Onder c
Uit de milieuverklaring bodemkwaliteit, die is afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit, volgt onder meer informatie over de kwaliteit van het toe passen stabilisaat.
Onder d
Voor het kunnen beoordelen van de toepassing is het nodig om de herkomst en de samenstelling van de gebruikte bindmiddelen te verstrekken aan het bevoegd gezag.
Onder e
Voor het kunnen beoordelen van de toepassing is het nodig om de hoeveelheid bindmiddelen die in totaal voor de stabilisatie van de bodem zal worden toegepast te verstrekken aan het bevoegd gezag.
Onder f
Ook de dimensionering moet worden gemeld. Hieruit kan worden opgemaakt of er inderdaad sprake is van een functionele toepassing en niet meer stabilisaat wordt toepast dan noodzakelijk is voor het realiseren van de functionele toepassing (artikel 4.1261 van het Besluit activiteiten leefomgeving).
Onder g
In de melding wordt aangegeven welke functionele toepassing (werk) wordt gerealiseerd met een onderbouwing waarom de initiatiefnemer de toepassing als functioneel ziet. Het gaat bij de onderbouwing om de vraag of de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats of onder de omstandigheden waar deze plaatsvindt. Veelal is het realiseren van een functionele toepassing het gevolg van een ruimtelijk besluit.
Onder h
In artikel 2.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn algemene gegevens opgenomen die steeds bij het verstrekken van gegevens en bescheiden moeten worden aangeleverd. Daarin is al opgenomen dat het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, wordt verricht moet worden verstrekt. Locaties waar bouwstoffen worden toegepast, bevinden zich vaak in het buitengebied en hebben niet altijd een adres. Daarom zal in aanvulling daarop de coördinaten van de ontvangende landbodem moeten worden verstrekt. Mocht van de ontvangende landbodem het adres vermeld zijn, dan kunnen de coördinaten achterwege worden gelaten.
De informatie over de locatie waar de bouwstoffen zullen worden toegepast stelt het bevoegd gezag in staat zich een beeld vormen of de voorgenomen toepassing van bouwstoffen op de beoogde locatie is toegestaan. Het kan bijvoorbeeld niet toegestaan zijn bepaalde bouwstoffen toe te passen als in het omgevingsplan de functie natuurgebied of grondwaterbeschermingsgebied is aangewezen.
Onder i
Zie het algemene deel van de toelichting, en de toelichting bij artikel 1.2, eerste lid. De toelichting bij artikel 1.2, eerste lid over mogelijke nadelige effecten, geldt vergelijkbaar voor grondstabilisatie.
In een werk kunnen verschillende partijen bindmiddelen worden toegepast. Een volledige melding is niet vereist als al eerder een melding is gedaan voor de functionele toepassing als geheel. Dezelfde gegevens hoeven niet iedere keer opnieuw te worden gemeld als in het kader van dezelfde functionele toepassing meerdere partijen worden toegepast. Er kan dan worden volstaan met specifieke informatie die op die partijen betrekking heeft, zoals opgenomen in het derde lid onder a (start van de toepassing) en c (milieuverklaring).
Als het toepassen op een andere manier wordt gedaan dan in de melding is aangegeven moet dit tenminste een week voorafgaand aan die wijziging worden gemeld. Zo kan het bevoegd gezag onder meer beoordelen of nog steeds sprake is van een functionele toepassing en een functionele hoeveelheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-556421.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.