Gemeenteblad van Dijk en Waard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dijk en Waard | Gemeenteblad 2025, 556200 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dijk en Waard | Gemeenteblad 2025, 556200 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode voor de gemeenteraad van Dijk en Waard 2025
Raadsvergadering: 9 december 2025
De raad van de gemeente Dijk en Waard;
Goed bestuur is integer bestuur. Inwoners moeten kunnen vertrouwen op rechtmatig en legitiem handelen van hun overheid, een gelijke behandeling voor iedereen en op transparantie in besluitvorming. Ook moet een overheid zich openlijk willen en kunnen verantwoorden naar de samenleving 1 . Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat het hele bestuur en de hele gemeentelijke organisatie in al haar lagen aangaat.
Artikel 15, derde lid, Gemeentewet bepaalt dat de raad voor de raadsleden een gedragscode vaststelt. Dit heeft als doel de integriteit van raadsleden en de raad als geheel te waarborgen.
De code stelt de norm en is een verzameling gedragsregels waaraan de raad zich committeert en geldt als beoordelingskader bij twijfel of discussie over integriteitskwesties.
Het college en de ambtelijke organisatie hebben een eigen gedragscode voor integriteit.
In de gedragscode staan afspraken over gedrag en procedures. De meeste afspraken zijn een verdere uitwerking van wettelijke bepalingen. De artikelen in de gedragscode zijn voorzien van een wettelijk kader en een toelichting. Er zijn zes inhoudelijke hoofdstukken:
(1) Belangenverstrengeling; (2) Corruptie; (3) Faciliteiten; (4) Informatie; (5) Elkaar; (6) Naleven van de code. In de bijlage is het protocol integriteitsmeldingen opgenomen dat een integraal onderdeel is van deze gedragscode. Een samenvatting van de gedragscode en het protocol integriteitsmeldingen zijn beschikbaar als infographic.
De raad, zijn (burger)leden en andere fractievertegenwoordigers zijn aanspreekbaar op het naleven van de gedragscode. Bij de gedragscode hoort een protocol integriteitsmeldingen dat wordt gevolgd als iemand een melding maakt van het niet naleven van de gedragscode of een andere integriteitskwestie. Hoewel ‘integriteit’ in deze code is uitgedrukt als een verzameling regels, is het uitgangspunt dat integriteit een grondhouding is, een mentaliteit en bovenal iets waaraan je kunt werken en waarin je kunt groeien. Het gesprek blijven voeren en elkaar aanspreken zijn daarin cruciaal.
De gedragscode is een invulling van, en aanvulling op wettelijke regels. De code is in gezamenlijk debat vastgesteld door de raad. Hiermee committeert de raad zich aan het naleven ervan. Hoewel het niet naleven van de gedragscode geen rechtsgevolgen heeft, is de gedragscode niet vrijblijvend. Als je de code (onbedoeld) schendt dan kan dat gevolgen hebben voor je politieke en/of maatschappelijke positie en functioneren. Ook kan het nadelige werken op het algemene vertrouwen in de politiek.
Bij vragen, opmerkingen en/of onduidelijkheden kun je contact opnemen met de griffier.
Hoofdstuk 2 Voorkomen van (schijn van) belangenverstrengeling
Een raadslid onthoudt zich van deelname aan, beraadslagingen en stemmingen als er sprake is van een beslissing waarbij (schijn) van belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar het raadslid zelf een direct persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij/zij een substantiële betrokkenheid heeft.
Hoofdstuk 3 Voorkomen van (de schijn van) corruptie
Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk, de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en er tegelijkertijd geen schijn van corruptie is.
Een raadslid accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering en na bespreking in het seniorenconvent. Een dergelijke uitnodiging moet aantoonbaar van groot belang zijn voor de gemeente en er mag geen schijn van corruptie ontstaan. Achteraf wordt er een verslag aan de raad aangeboden.
Hoofdstuk 4 Omgang met gemeentelijke faciliteiten
Hoofdstuk 5 Omgang met informatie
Hoofdstuk 7 Naleving van de gedragscode en protocol integriteitsmeldingen
De raad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode en ziet toe op de naleving ervan. In geval van tekortkomingen en onduidelijkheden voorziet de raad hierin.
Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode, kan dit leiden tot een sanctie.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 december 2025.
De griffier,
M. (Menno) Horjus
De voorzitter,
M.F. (Maarten) Poorter
Protocol Integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers Gemeente Dijk en Waard 2025 (Bijlage bij de gedragscode gemeenteraad 2025)
Artikel 1.1 Algemene bepalingen
Uitgangspunt bij het gebruik van dit protocol zijn de door de raad vastgestelde ‘Gedragscode gemeenteraad Dijk en Waard’, ‘Gedragscode voor de wethouders van Dijk en Waard’ en ‘Gedragscode voor de burgemeester van Dijk en Waard’, alsmede de gedragingen genoemd in artikel 1.2 derde lid van deze regeling.
Integriteitsschending: een gedraging van een politiek ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om strafbare feiten, overtredingen van een bepaling van de gedragscode, maar ook om handelingen die in strijd zijn met overig geschreven of ongeschreven regels.
Artikel 2.3 Vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging
Hoofdstuk 3 Processtappen integriteitsmeldingen
Artikel 3.1 Integriteitsmelding
Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd, laat de burgemeester bij een externe onderzoeker de melding toetsen tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is dat een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 3.3 noodzakelijk is. Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op:
Artikel 3.2 Afhandeling melding na eerste toets
Als de burgemeester naar aanleiding van de toets vaststelt dat de melding niet ziet op een integriteitschending, onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij geen verder onderzoek in te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. De politieke ambtsdrager wordt dan alsnog op de hoogte gesteld van de inhoud van de melding.
Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, wordt de betrokken politiek ambtsdrager van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen met inachtneming van artikel 3.4 in kennis gesteld. Ook worden de melder en het presidium in kennis gesteld.
De plaatsvervangend voorzitter van de raad stelt ook de commissaris van de Koning van de beslissing in kennis, in het geval de melding over de burgemeester gaat.
De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester. Als de melding over de burgemeester gaat, verstrekt de plaatsvervangend voorzitter van de raad de opdracht. In de opdracht is in ieder geval opgenomen:
Artikel 3.4 Kennisgeving aan de betrokkene
Artikel 3.5 Horen van betrokkenen
Artikel 3.6 Onderzoeksrapportage
Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet bepaalt de burgemeester om al dan niet geheimhouding op te leggen op de onderzoeksrapportage en andere op de zaak betrekking hebbende stukken. De burgemeester kan hierover advies vragen aan het presidium, of aan het college, in het geval de melding betrekking heeft op een wethouder. Daarna biedt de burgemeester de onderzoeksrapportage al dan niet onder geheimhouding aan de gemeenteraad aan.
Artikel 3.8 Registratie en evaluatie
Dit protocol treedt in werking op de eerste dag na die der bekendmaking.
Integriteitsmeldingen die zijn ingediend vóór inwerkingtredingsdatum van dit protocol – en nog niet in behandeling zijn genomen door de burgemeester – worden beoordeeld op basis van dit protocol.
Deze regeling wordt aangehaald als ‘Protocol Integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers, gemeente Dijk en Waard 2025’
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar ook een gezamenlijk belang, een collectieve verantwoordelijkheid, dat het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Commitment naar de vereisten voor een integer bestuur van alle politieke ambtsdragers is van groot belang, omdat het aanzien van de politiek van het grootste belang is voor onze democratie. Dat betekent ook dat een integriteitsdiscussie nooit over de partijpolitieke band mag worden gespeeld, immers het hoger belang van het aanzien van de politiek wordt daarmee geen dienst bewezen. Een belangrijk instrument en hulpmiddel om een open, transparante en integere bestuurs- en organisatiecultuur te realiseren is een gedragscode.
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor hun bestuurders, een gedragscode vast te stellen. Met heldere regels en afspraken waaraan politieke ambtsdragers houvast hebben.
In aanvulling op de gedragscode, zijn in dit protocol de te nemen processtappen bij een integriteitsmelding over politieke ambtsdragers en fractievertegenwoordigers opgenomen. Commissieleden zijn door de raad benoemd om de fractie te ondersteunen en deel te nemen aan voorbereidende vergaderingen van de raad.
In de Gemeentewet is in artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet vastgelegd dat de burgemeester de taak heeft de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen. In het protocol is vastgelegd dat de burgemeester het onderzoeksproces coördineert. Hiermee is voor alle betrokkenen duidelijk waar de regierol voor het onderzoek van een integriteitsmelding is belegd.
De griffier is eerste adviseur van de raad en adviseert en ondersteunt in de werkzaamheden die voortvloeien uit dit protocol.
Integriteitsnormen in Gemeentewet
Integriteitsnormen staan in diverse wet- en regelgeving geborgd, zoals de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb),Het Wetboek van Strafrecht (WvSR) en de verschillende gedragscodes voor de gemeenteraad, wethouders en burgemeester. In de Gemeentewet zijn specifiek de volgende bepalingen opgenomen voor politieke ambtsdragers:
De politieke ambtsdragers leggen voordat zij hun functie kunnen uitoefenen de eed of belofte af. Met het afleggen van de eed of belofte beloven politieke ambtsdragers onder andere dat zij de wet zullen nakomen en de plichten als politieke ambtsdrager naar eer en geweten zullen vervullen. Zij beloven hun taken onbevooroordeeld en objectief te vervullen. Door het afleggen van de eed of belofte wordt het belang van onafhankelijkheid van de politieke ambtsdrager, tijdens de uitoefening van het ambt en het belang van integriteit in het algemeen benadrukt.
Wat is een integriteitsschending?
Een integriteitsschending gaat over een gedraging van een politiek ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’ of ‘goed volksvertegenwoordiger’. Het kan gaan om feiten die strafbaar zijn, maar ook om handelingen die in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels, waaronder de gedragscode. Een vermoeden is voldoende om een melding te doen. Het moet echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan. Dat wil zeggen op eigen kennis of waarneming en niet op basis van bijvoorbeeld horen zeggen. Niet elke schending is hetzelfde van gewicht. Ook de intentie kan verschillen. Er kan sprake zijn van een opzettelijke schending, maar ook van een schending uit onbekendheid of naïviteit. Elke schending wordt dan ook apart beoordeeld. Een melding verschilt van een klacht. Bij een klacht gaat het om een gedraging van een bestuurder of bestuurders die niet ook een schending is. Bij een klacht wordt dit protocol niet gevolgd. Hiervoor is een klachtenprovedure.
Van de melder wordt verwacht dat hij zijn integriteitsmelding schriftelijk indient. Hij ontvangt daarop een ontvangstbevestiging waarin de melder ook wordt gevraagd niet de publiciteit te zoeken om de persoonlijke levenssfeer van de betrokken politieke ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek.
Anonieme meldingen hebben hun beperkingen. Het feit dat de identiteit van de melder niet bekend is, vormt een complicerende factor bij de beoordeling en behandeling van de melding. Zo is het bijvoorbeeld voor onderzoekers niet mogelijk om nadere vragen te stellen aan de melder wanneer dat noodzakelijk zou zijn. Als een politieke ambtsdrager aarzelt om een vermoeden van een schending bij de burgemeester te melden, kan hij ook terecht bij de griffier (in geval van raads- of commissieleden) of de gemeentesecretaris (in geval van collegeleden) voor advies.
Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op:
De aard van het feit Waar gaat het precies om?
Is het wel een integriteitsschending, is het een strafbaar feit, wat voor soort integriteitsschending is het? Is het signaal concreet? Is het nodig de commissaris van de Koning hierbij te betrekken?
De ontvankelijkheid van de melding
Valt de gedraging binnen de sfeer van het bestuursorgaan? Is het bestuursorgaan in staat om hier een oordeel over te geven of een onderzoek naar uit te voeren? Zijn er procedures voor? Bevat de melding feiten die op een integriteitsschending wijzen of gedragingen of uitspraken die geen schending inhouden?
Hoe ernstig is het voorval, gelet op het feit zelf, de omstandigheden, de (functie van de) persoon op wie het signaal betrekking heeft of de maatschappelijke/politieke gevoeligheid. Ook speelt de afweging mee of een onderzoek opweegt tegen de eventuele gevolgen ervan. Is het op een andere manier op te lossen om daarmee de schade zoveel mogelijk te beperken?
De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden
Zijn de relevante feiten en omstandigheden goed controleerbaar? Zijn er goede onderzoeksmogelijkheden? Zijn er voldoende aanknopingspunten, is de informatie voldoende gedetailleerd?
De positie of persoon van de bron
Belangrijk is het afwegen van de bron zelf. Heeft deze voldoende kennis? Hoe betrouwbaar is het signaal? Spelen er politieke belangen mee? Staat dit signaal op zich of zijn er uit meerdere bronnen vergelijkbare signalen gekomen?
De persoon van het lid van de raad, de commissie, of collegelid in kwestie
Had de politieke ambtsdrager redelijkerwijs de mogelijkheid om de schending te plegen? Sluit dit aan bij de melding (was de ambtsdrager bijvoorbeeld niet op vakantie op het moment van de schending)?
De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van het signaal
Is er een logisch verband tussen de feiten uit het signaal en andere bekende feiten.
De spoedeisendheid/actualiteit van de melding
Hoe spoedeisend is de melding? En hoe actueel? Betreft het een zittende politieke ambtsdrager of een uit het verleden? Zijn er media bij betrokken?
Resultaten van de beoordeling van de melding
Naar aanleiding van de beoordeling van de melding zijn verschillende uitkomsten denkbaar:
De burgemeester beslist of er voldoende aanleiding is om een onderzoek in te (laten) stellen. Een onderzoek heeft als doel te beoordelen of signalen en/of vermoedens op redelijke grond zijn gebaseerd. Concreet betekent dit dat de opdrachtgever een onderzoek instelt naar de handelswijze van betrokkene(n), om alle relevante feiten die met het vermoeden samenhangen in kaart te brengen.
De burgemeester stelt de betrokken politieke ambtsdrager schriftelijk op de hoogte van het voorgenomen feitenonderzoek. Het kan zijn dat het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, bijvoorbeeld als de betrokkene naar aanleiding van de kennisgeving mogelijk bewijsmateriaal kan of zal vernietigen. In dat geval kan de kennisgeving achterwege blijven.
Het onderzoeksrapport behoort binnen de reikwijdte van het onderzoek alle informatie te bevatten die de volksvertegenwoordiging uiteindelijk nodig heeft om zich een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van een integriteitsschending. Dit betreft ook informatie die ontlastend is voor de betrokken politieke ambtsdrager. Denk daarbij aan informatie die ook nadelig kan zijn voor anderen in het bestuur of in de organisatie, bijvoorbeeld informatie over de bestuurscultuur of het handelen van de burgemeester. De volksvertegenwoordiging moet hiervan kennis kunnen nemen. Het kunnen immers relevante feiten en omstandigheden zijn voor de uiteindelijke beslissing over het rapport. Ook de betrokken ambtsdrager moet zich op basis van het onderzoeksrapport een oordeel over het onderzoek kunnen vormen.
De burgemeester heeft een wettelijke rol bij integriteitsbevordering, geduid in de Gemeentewet. Het oordelen over bestuurlijke integriteit is aan het hoogste bestuursorgaan in de gemeente: de raad. Dat betekent dat besluiten over de resultaten van onderzoeken naar de bestuurlijke integriteit worden genomen door de gemeenteraad. Een zorgvuldige rapportage moet dan ook altijd zodanig worden opgesteld zijn dat de raad zich een helder beeld kan vormen van wat er is gebeurd. Er is op verschillende manieren onderscheid aan te brengen in de behandeling van bestuurlijke integriteitsincidenten. Allereerst is het onderscheid tussen de strafrechtelijke en de politiek-bestuurlijke behandeling. Daarnaast is het onderscheid tussen de gekozen en de benoemde bestuurders relevant. Een zorgvuldige behandeling betekent te allen tijde rekening houden met de menselijke maat. Het is aan de burgemeester om, met ondersteuning van de griffier, hiervoor zorg te dragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-556200.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.