Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie Hellendoorn 2026

Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, onderdeel c van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie Hellendoorn 2026

Artikel 1 Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een vermakelijkheid verstaan: een activiteit, waarbij wordt beoogd of mede wordt beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen of waarbij het publiek dit amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak zoekt, ondergaat, vindt, pleegt te vinden of kan vinden, een en ander in of op daartoe bestemde of geschikte voor een ieder toegankelijke inrichtingen, terreinen, wateren en dergelijke.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

Onder de naam vermakelijkhedenretributie worden geheven rechten ter zake van het, tegen betaling of vergoeding van welke aard dan ook en voor welk onderdeel van de vermakelijkheid dan ook, geven van vermakelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheid geeft, dan wel degene voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid gegeven wordt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De vermakelijkhedenretributie wordt niet geheven indien en voor zover:

  • a.

    uit hoofde van een privaatrechtelijke overeenkomst ter zake van het geven van vermakelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 2 bedoelde voorzieningen, een bedrag wordt gevorderd;

  • b.

    de gemeente de vermakelijkheid geeft;

  • c.

    de vermakelijkheid bestaat uit een braderie, rommelmarkt, kermis of vergelijkbaar evenement dat zich voornamelijk op de openbare weg afspeelt;

  • d.

    het gaat om een vermakelijkheid die in hoofdzaak wordt genoten door personen met een lidmaatschap/abonnement;

  • e.

    degene die de vermakelijkheid geeft dit doet ter aanvulling van zijn/haar hoofdactiviteit.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De grondslag voor de heffing van de vermakelijkhedenretributie is het aantal betalende bezoekers c.q. deelnemers aan de vermakelijkheid.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt € 0,23 per betalende bezoeker, met dien verstande dat voor de eerste 100.000 bezoekers per belastingtijdvak het tarief € 0,00 per bezoeker bedraagt.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De vermakelijkhedenretributie wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    Na aanvang van het belastingtijdvak kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over het belastingtijdvak vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd aan het einde van het belastingtijdvak, doch voor het einde van het belastingtijdvak kan een voorlopige aanslag worden opgelegd.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag, is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de vermakelijkhedenretributie wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt of is getreden;

met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de raad zo snel mogelijk achteraf informeert over de toegepaste bevoegdheid.

Artikel 13 Overgangsrecht

De ‘Verordening vermakelijkhedenretributie 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening vermakelijkhedenretributie Hellendoorn 2026’.

 

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter.

Toelichting op de Verordening vermakelijkhedenretributie Hellendoorn 2026

ALGEMENE TOELICHTING

Wat regelt deze verordening?

De vermakelijkhedenretributie is een heffing voor het geven van vermakelijkheden (activiteiten voor amusement of vermaak) waarbij gemeentelijke voorzieningen worden gebruikt of waarbij de gemeente extra voorzieningen treft, zoals toezicht. Denk aan evenementen in of op openbare terreinen, hallen of andere voor iedereen toegankelijke plaatsen.

Wat is een vermakelijkheid ?

Dat is elke activiteit die (mede) bedoeld is om publiek te vermaken of waar het publiek vermaak zoekt of ondergaat. Het gaat om activiteiten op daartoe bestemde of geschikte plekken die voor iedereen toegankelijk zijn. Voorbeelden: (muziek)evenementen, shows, sport- of entertainmentactiviteiten met publiek.

Voor wie is de heffing?

Degene die de vermakelijkheid geeft, of voor wiens rekening en risico die plaatsvindt, is belastingplichtig. De organisator mag de heffing doorberekenen in de kaartprijs of het deelnemersgeld.

Wanneer is géén vermakelijkhedenretributie verschuldigd?

De verordening kent vrijstellingen, onder meer als:

  • -

    er al een bedrag op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is verschuldigd voor het gebruik van de voorziening;

  • -

    de gemeente zelf de vermakelijkheid geeft;

  • -

    het gaat om een braderie, rommelmarkt, kermis of vergelijkbaar evenement dat zich vooral op de openbare weg afspeelt;

  • -

    de vermakelijkheid in hoofdzaak wordt genoten door leden/abonnementhouders;

  • -

    de activiteit slechts aanvulling is op iemands hoofdactiviteit (bijvoorbeeld een winkel met een kleine modeshow).

Waarover wordt geheven? (maatstaf en tarief)

De maatstaf is het aantal betalende bezoekers/deelnemers.

Tijdvak, heffing en betaling

  • -

    Belastingtijdvak: het kalenderjaar.

  • -

    Wijze van heffing: bij aanslag. Er kan ook een voorlopige aanslag volgen tijdens het jaar.

  • -

    Ontstaan schuld: aan het einde van het belastingtijdvak (met mogelijkheid tot voorlopige aanslag).

  • -

    Betalen: in twee gelijke termijnen: de laatste dag van de maand na dagtekening en twee maanden later.

Kwijtschelding

Voor de vermakelijkhedenretributie wordt geen kwijtschelding verleend. Dit past bij het karakter van de heffing (organisatoren kunnen de heffing in de prijs verrekenen).

Wijzigingen door het college

Het college mag de verordening beperkt wijzigen (taal/techniek, tariefsverlaging, of als rijksregels dat vereisen) en informeert de raad daarna.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 – Definitie

Bepaalt ruim wat een vermakelijkheid is: elke publiekstoegankelijke activiteit gericht op amusement/vermaak, op daarvoor geschikte plekken (terreinen, inrichtingen, water). Zo kan de regeling breed en eerlijk worden toegepast op uiteenlopende evenementen.

Artikel 2 – Aard van de belasting en belastbaar feit

Hier staat wanneer vermakelijkhedenretributie wordt geheven: als er vermakelijkheden worden gegeven waarvoor betaling (van welke aard dan ook) wordt gevraagd én waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van de gemeente tot stand gebrachte/in stand gehouden voorzieningen, of als de gemeente bijzondere voorzieningen treft (bijvoorbeeld extra toezicht).

Artikel 3 – Belastingplicht

De organisator of degene voor wiens rekening en risico de activiteit plaatsvindt, is belastingplichtig. Dit sluit aan bij de praktijk: degene die het evenement organiseert, regelt ook de afdracht.

Artikel 4 – Vrijstellingen

Somt de situaties op waarin geen vermakelijkhedenretributie verschuldigd is: bij bestaande privaatrechtelijke vergoedingen aan de gemeente, bij gemeentelijke evenementen, braderie/rommelmarkt/kermis op de openbare weg, leden/abonnement-activiteiten en nevenactiviteiten bij een hoofdactiviteit. Doel: dubbele betaling voorkomen, kleine of ledengebonden activiteiten ontzien en uitvoerbaarheid verbeteren.

Artikel 5 – Maatstaf van heffing

De heffing is gebaseerd op het aantal betalende bezoekers/deelnemers. Hierdoor sluit de belasting aan bij de omvang van het evenement.

Artikel 6 – Belastingtarief

Het tarief is € 0,23 per betalende bezoeker, met € 0,00 voor de eerste 100.000 bezoekers per jaar. De drempel ondersteunt laagdrempelige of middelgrote evenementen en beperkt administratie bij kleinere activiteiten.

Artikel 7 – Belastingtijdvak

Het kalenderjaar is het tijdvak. Dit is duidelijk voor organisatoren en sluit aan bij andere lokale heffingen.

Artikel 8 – Wijze van heffing

De heffing gebeurt bij aanslag. Er kan tijdens het jaar een voorlopige aanslag volgen, bijvoorbeeld op basis van verwachte bezoekersaantallen.

Artikel 9 – Ontstaan van de belastingschuld

De schuld ontstaat aan het einde van het jaar. Met een voorlopige aanslag kan tussentijds al een deel worden geheven als dat nodig is.

Artikel 10 – Termijnen van betaling

Twee termijnen: einde van de maand na dagtekening en twee maanden later.

Artikel 11 – Kwijtschelding

Er wordt geen kwijtschelding verleend. Dit is gebruikelijk bij heffingen die organisatoren kunnen doorberekenen.

Artikel 12 – Overdracht van bevoegdheden

Het college kan kleine of noodzakelijke wijzigingen doorvoeren (redactioneel, tariefsverlaging, of naar aanleiding van rijksregels) en rapporteert dat aan de raad.

Artikelen 13 t/m 15 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 13 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 14 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 15 geeft de naam van de verordening.

Naar boven