Gemeenteblad van Hellendoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 556062 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 556062 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen Hellendoorn 2026
Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;
b e s l u i t vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen Hellendoorn 2026
Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht
Bij de gebruikersbelasting wordt:
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 2 Voorwerp van de belasting
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde, die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak, in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak, die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3 Maatstaf van heffing
Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.
In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
Artikel 7 Termijnen van betaling
In het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00, wordt afgeweken van het eerste lid. De aanslagen moeten dan worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Aan de belastingschuldige die niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan bij de invordering van de onroerende-zaakbelastingen kwijtschelding worden verleend. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Hellendoorn, waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan.
De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, gewijzigd bij raadsbesluit van 28 januari 2025, nr. 2025-000749, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
Toelichting op de Verordening onroerende-zaakbelastingen Hellendoorn 2026
De verordening bepaalt wie OZB betaalt, waarover u betaalt (de WOZ-waarde van uw pand of terrein) en welk tarief geldt. Er zijn twee soorten OZB:
De OZB sluit aan op de Wet WOZ. De WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Die waarde is de heffingsmaatstaf voor de OZB.
De raad stelt de tarieven vast. De tarieven zijn een percentage van de WOZ-waarde
W anneer telt waarde niet mee?
Sommige (delen van) objecten tellen niet mee bij het bepalen van de OZB, bijvoorbeeld cultuurgrond in de landbouw, openbare wegen en spoorbanen, waterkeringen en rioolwaterzuivering (woningdelen uitgezonderd), werktuigen die los te maken zijn, en kerkgebouwen. Ook geldt een woondelenvrijstelling bij niet-woningen: delen die in hoofdzaak woondoeleinden hebben tellen voor de gebruikersbelasting niet mee.
U betaalt OZB via een aanslagbiljet. Standaard in twee termijnen. Afhankelijk van het aanslagbedrag kan het ook in vier termijnen en met automatische incasso in maximaal tien maandtermijnen. Kleine restbedragen tot € 10,00 worden bij de eerstvolgende termijn volledig geïncasseerd.
Kunt u de aanslag niet betalen zonder in de problemen te komen? Dan kunt u kwijtschelding krijgen volgens de landelijke regels (Invorderingswet 1990). Hellendoorn hanteert daarbij dat 100% van de bijstandsuitkering telt als noodzakelijke kosten van bestaan. Vraag dit tijdig aan.
Relatie met uitvoering en bezwaar
De WOZ-waarde hoort u apart. Bent u het niet eens met de WOZ-waarde? Maak dan bezwaar tegen de WOZ-beschikking. De OZB-aanslag volgt namelijk die waarde. Bij vragen over wie moet betalen (eigenaar/ gebruiker) helpt de verordening en de landelijke uitleg uitkomst te bieden.
Artikel 1 – Belastbaar feit en belastingplicht
Hier staat wie belasting moet betalen en voor welke situaties.
Artikel 2 – Voorwerp van de belasting
Het gaat om de onroerende zaak zoals de Wet WOZ die afbakent. Of iets als woning telt, hangt af van het hoofdzakelijk gebruik (in hoofdzaak = meestal 70% of meer).
Artikel 3 – Maatstaf van heffing
De OZB wordt berekend over de WOZ-waarde. Is er bij uitzondering geen WOZ-waarde, dan wordt die waarde op een vergelijkbare manier bepaald (vangnet).
Dit artikel noemt de situaties waarin (delen van) de waarde buiten beschouwing blijven, zoals landbouwgrond, kerken, openbare wegen, waterkeringen, zuiveringswerken en bepaalde werktuigen.
Voor niet-woningen telt het woondeel niet mee voor de gebruikersbelasting.
Hier staan de percentages voor 2026. De bedragen volgen dus direct uit het percentage × WOZ-waarde. Het is een vast percentage per soort belasting.
De OZB wordt bij aanslag geheven. U ontvangt een aanslagbiljet.
Artikel 7 – Termijnen van betaling
Mogelijk voor wie niet kan betalen zonder in financiële problemen te komen. Hellendoorn volgt de landelijke regels en rekent 100% van de bijstandsnorm als noodzakelijke kosten van bestaan.
Artikelen 9 t/m 1 1 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 9 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 10 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 11 geeft de naam van de verordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-556062.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.