Verordening op de heffing en invordering van begrafenis- en andere rechten voor de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026

Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en de ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Hellendoorn 2026’;

 

b e s l u i t vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van begrafenis- en andere rechten voor de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026

Artikel 1 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaatsen aan de Ninaberlaan en de Meester Ponsteenlaan en de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’;

  • b.

    graf: de ruimte waarin een lijk wordt begraven;

  • c.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het plaatsen en hebben van een gedenkteken op die ruimte;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • d.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarbij sprake is van een gebruikersrecht in plaats van een uitsluitend recht en waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • e.

    collectief graf: een voorziening op de begraafplaats die is ingericht voor de teraardebestelling van stoffelijke resten. De stoffelijke resten uit graven, waarvan het grafrecht afloopt en niet opnieuw wordt verworven, worden overgebracht naar dit collectieve graf;

  • f.

    asbus: een bus ter berging van as van één overledene;

  • g.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;

  • h.

    particulier urnengraf/urnennis: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • i.

    strooiveld: een aangewezen plaats waarop as wordt verstrooid;

  • j.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de leiding op de begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • k.

    rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf/urnengraf/urnennis. De rechthebbende is de persoon die bepaalt wie in het graf wordt begraven of geplaatst;

  • l.

    verdiepen: bij het verdiepen van een graf worden alle stoffelijke resten (op alle diepten) uit dat graf verzameld en onder het graf geborgen, in een diepere laag;

  • m.

    ruimen: het vrijmaken van het graf van stoffelijke resten;

  • n.

    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een (urnen)graf;

  • o.

    grafbeplanting: winterharde beplanting, welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf is aangebracht;

  • p.

    gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen hekwerken en kettingen;

  • q.

    directe begraving: een begraving van een lijk waarvoor de burgemeester op grond van artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging toestemming heeft verleend deze binnen 36 uur na overlijden te begraven.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstelling

De rechten worden niet geheven voor het op- en herbegraven van een lijk of asbus op rechterlijk gezag.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten die niet per jaar worden geheven is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 7 Wijze van heffing

De rechten, als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de jaarlijks verschuldigde rechten

De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Rechten, als bedoeld in de tarieventabel - anders dan de jaarlijks verschuldigde rechten -, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiken van de schriftelijke kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 21 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt of is getreden;

met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de raad zo snel mogelijk achteraf informeert over de toegepaste bevoegdheid.

Artikel 13 Overgangsrecht

De ‘Verordening begrafenisrechten 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening begrafenisrechten Hellendoorn 2026’.

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter.

Tarieventabel

Behorende bij de Verordening begrafenisrechten Hellendoorn 2026.

Hoofdstuk 1

Verlenen van rechten

 

 

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven:

 

 

1.1.1

voor een periode van 30 jaar

2.951,00

1.1.2

voor een periode van onbepaalde tijd

11.804,00

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier urnengraf/urnennis wordt geheven:

 

 

1.2.1

voor een periode van 5 jaar, per urnengraf/urnennis

772,00

1.2.2

voor een periode van 10 jaar, per urnengraf/urnennis

1.543,00

1.2.3

voor een periode van 15 jaar, per urnengraf/urnennis

2.315,00

1.2.4

voor een periode van 20 jaar, per urnengraf/urnennis

3.087,00

1.3

Voor een particulier graf met een uitsluitend recht van 30 jaar geldt het volgende: Als er meer dan 20 jaar zit tussen de eerste en tweede teraardebestelling wordt er een bedrag in rekening gebracht om te voldoen aan de wettelijke grafrusttermijn van 10 jaar. Dit bedrag wordt berekend door het aantal jaren dat nodig is om de grafrusttermijn van 10 jaar te waarborgen, te vermenigvuldigen met een tiende deel van het tarief vermeld in 1.4.2

 

 

1.4

Voor het verlengen van uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven:

 

 

1.4.1

voor een periode van 5 jaar

492,00

1.4.2

voor een periode van 10 jaar

984,00

1.4.3

voor een periode van 15 jaar

1.476,00

1.4.4

voor een periode van 20 jaar

1.967,00

1.5

Voor het verlengen van uitsluitend recht op een particulier urnengraf/urnennis wordt geheven:

 

 

1.5.1

voor een periode van 5 jaar

772,00

1.5.2

voor een periode van 10 jaar

1.543,00

1.5.3

voor een periode van 15 jaar

2.315,00

1.5.4

voor een periode van 20 jaar

3.087,00

Hoofdstuk 2

Begraven

 

 

2.1.1

Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder in een particulier graf wordt geheven

1.011,00

2.1.2

Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 1 jaar in een particulier graf wordt geheven

245,00

2.1.3

Voor het begraven van een lijk van een kind tussen de 1 en 12 jaar in een particulier graf wordt geheven

392,00

2.2.1

Voor het beschikbaar stellen van algemeen graf zonder uitsluitend recht

1.011,00

2.2.2

Voor het beschikbaar stellen van een algemeen kindergraf voor een lijk van een kind beneden 1 jaar

245,00

2.2.3

Voor het beschikbaar stellen van een algemeen kindergraf voor een lijk van een kind tussen de 1 en 12 jaar

392,00

2.3

Voor elk half uur of gedeelte daarvan dat de teraardebestelling langer duurt dan één uur en vijftien minuten wordt een extra bedrag in rekening gebracht van

64,00

2.4

Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in onderdeel 2.1.1 tot en met 2.2.3, per begraving verhoogd met

451,00

2.5

Onder buitengewone uren wordt verstaan: uren, anders dan op werkdagen tussen 09.00 uur en 15.00 uur en op zaterdagen, anders dan tussen 09.30 uur en 14.00 uur.

 

 

2.6

Voor begravingen in het weekend of op een feestdag worden de rechten als genoemd in onderdeel 2.3 verhoogd met

 

75%

Hoofdstuk 3

Bijzetten van asbussen en urnen

 

 

3.1

Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnengraf/urnennis, waarvoor het recht uit 1.2 is betaald, wordt geheven

142,00

3.2

Voor het bijzetten van één urn per graflaag, in een particulier graf waarbij de resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn, wordt geheven

284,00

Hoofdstuk 4

Verstrooien van as

 

 

4.1

Voor het verstrooien van as, door medewerkers van de begraafplaats, wordt per asbus geheven

298,00

Hoofdstuk 5

Grafbedekking en onderhoud

 

 

5.1

Voor het onderhoud van grafbeplanting en gedenktekens wordt geheven:

 

 

5.1.1

per graf, voor zowel een staand als liggend monument, per jaar

191,00

5.1.2

per graf, voor zowel een staand als liggend monument, voor de periode van 10 jaar, ineens

1.403,00

5.1.3

per graf, voor zowel een staand als liggend monument, voor de periode van 20 jaar, ineens

2.807,00

5.1.4

per graf, voor zowel staand als liggend monument, voor de periode van 30 jaar, ineens

3.099,00

5.2

onverminderd het bepaalde bij onderdeel 2.1.1 tot en met 2.2.3 bedragen de rechten voor het wegnemen en opnieuw plaatsen van een grafsteen en/of gedenkteken, per keer

517,00

Hoofdstuk 6

Lijkschouwing

 

 

6.1

Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven bij een dienstverlening van korter dan 60 minuten

283,00

 

vermeerderd voor elke 30 minuten waarmee genoemde periode van 60 minuten wordt overschreden met

108,00

6.2

De tarieven bij artikel 6.1 worden verhoogd:

 

 

 

-

bij uitvoering op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen met een opslag van

 

80%

 

-

bij uitvoering buiten de periode van 08.00 uur tot 17.00 uur op overige dagen met een opslag van

 

50%

Hoofdstuk 7

Opgraven of verdiepen

 

 

7.1

Voor het opgraven van een lijk wordt geheven

528,00

7.2

Voor het verdiepen van een lijk per begraaflaag wordt geheven

933,00

7.3

Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven

1.204,00

Hoofdstuk 8

Grafreserveringen

 

 

8.1

Voor het gereserveerd houden van een graf met een grafrechttermijn voor onbepaalde tijd op natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’

11.804,00

8.2

Voor het gereserveerd houden van een graf op de begraafplaats aan de Ninaberlaan:

 

 

8.2.1

voor een graf met een grafrechttermijn van 30 jaar

2.951,00

8.2.2

voor een graf met een grafrechttermijn voor onbepaalde tijd

11.804,00

Hoofdstuk 9

Overige diensten

 

 

9.1

Het tarief voor het ter zake verlenen van (een) dienst(en), voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, bedraagt (na voorafgaande prijsopgave)

 

Kostprijs

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025, nr. 2025-012128.

De griffier,

 

Toelichting op de Verordening begrafenisrechten Hellendoorn 2026

ALGEMENE TOELICHTING

Wat regelt deze verordening?

De verordening gaat over de rechten (bedragen) die de gemeente vraagt voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor diensten die daarmee te maken hebben. Denk aan begraven, het bijzetten van een urn, het verstrooien van as en onderhoud van graven. De wettelijke basis staat in de Gemeentewet (artikel 229) en sluit aan op de Wet op de lijkbezorging.

Voor welke begraafplaatsen geldt dit?

De verordening geldt voor de gemeentelijke begraafplaatsen aan de Ninaberlaan, Meester Ponsteenlaan en de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’. In de verordening staan ook de definities van de begrippen die we gebruiken, zoals particulier graf, algemeen graf, urnennis, strooiveld en rechthebbende.

Waarom staan de tarieven in een aparte tabel?

De diensten en kosten verschillen per gemeente. Daarom werkt Hellendoorn met een tarieventabel. De tarieventabel hoort onlosmakelijk bij de verordening.

Kostendekkend

De gemeente mag niet méér heffen dan nodig is om de kosten te dekken.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 – Belastbaar feit

Hier staat: voor welke gebruiken en diensten mag de gemeente rechten heffen? Kort gezegd: voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor daarop gerichte diensten.

Artikel 2 – Definities

We leggen de belangrijkste begrippen uit. Belangrijke Hellendoornse onderdelen zijn onder andere de locaties van de begraafplaatsen en de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’. Heldere definities voorkomen misverstanden en sluiten aan bij de beheersverordening begraafplaatsen.

Artikel 3 – Belastingplicht

Wie betaalt de rechten? Dat is degene die de dienst aanvraagt of van de begraafplaats gebruikmaakt. Denk aan nabestaanden of een uitvaartondernemer.

Artikel 4 – Vrijstelling

Er is een vrijstelling voor het (opnieuw) begraven op rechterlijk gezag, want voor bepaalde, wettelijk afgedwongen handelingen worden geen rechten geheven.

Artikel 5 – Maatstaf en tarief

De hoogte van de rechten staat in de tarieventabel. Een deel van een eenheid telt als een hele eenheid (bijvoorbeeld een begonnen half uur).

Artikel 6 – Belastingjaar

Voor jaarlijks terugkerende rechten (zoals onderhoud) is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Bij niet-jaarlijkse rechten geldt het tijdvak waarvoor wordt afgekocht of geleverd.

Artikel 7 – Wijze van heffing

Hellendoorn heft door middel van een schriftelijke kennisgeving met datum en bedrag. Dat past bij het incidentele karakter van veel diensten (bijvoorbeeld begraven of bijzetten).

Artikel 8 – Ontstaan van de schuld (jaarlijkse rechten)

Onderhoudsrechten zijn verschuldigd bij de start van de belastingplicht. Dit zorgt ervoor dat de heffing tijdig en duidelijk is.

Artikel 9 – Ontstaan van de schuld (overige rechten)

Alle andere rechten zijn verschuldigd bij de start van de dienst of het gebruik (bijvoorbeeld op de dag van de begrafenis).

Artikel 10 – Betalingstermijnen

De rechten worden meteen bij uitreiking betaald of – bij toezending – binnen 21 dagen na dagtekening

Artikel 11 – Kwijtschelding

De gemeente verleent geen kwijtschelding voor deze rechten.

Artikel 12 – Overdracht van bevoegdheden

Het college kan de verordening technisch of wettelijk noodzakelijk aanpassen (bijvoorbeeld redactioneel, tariefsverlaging, of aansluiten op nieuwe rijksregels). De raad wordt achteraf geïnformeerd.

Artikelen 13 t/m 15 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 13 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 14 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 15 geeft de naam van de verordening.

Naar boven