Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Hellendoorn 2026

Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

b e s l u i t vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Hellendoorn 2026

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruik maken van een perceel waarvoor krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2.

    Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 3 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

  • b.

    hoogbouwcomplex: een verzameling percelen, gesitueerd in één gebouw over verschillende bouwlagen, die gebruik maakt van een verzamelvoorziening voor restafval met toegangscontrole, bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik.

  • c.

    recreatiecomplex: een verzameling percelen:

    • -

      waar meerdere percelen te huur zijn voor kortdurend en volgtijdig recreatief verblijf via een overkoepelende verhuurorganisatie en

    • -

      waar de gemeente Hellendoorn een verzamelvoorziening voor restafval zonder toegangscontrole, bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik, heeft geplaatst.

  • d.

    afvalpas: een pas met meerdere functies, die door de gemeente Hellendoorn is uitgereikt aan (één van) de gebruiker(s) van een perceel in de gemeente Hellendoorn waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan:

    • -

      voor iedereen: een toegangsbewijs voor het gemeentelijke afvalbrengpunt,

    • -

      voor gebruikers van een perceel in of nabij een hoogbouwcomplex: het ontgrendelen van een verzamelvoorziening bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik;

    • -

      op verzoek: het ontgrendelen van een verzamelvoorziening specifiek bestemd voor luierinzameling;

  • e.

    restafval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens die van gemeentewege niet gescheiden worden ingezameld of gerecycled;

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang van de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel

De belasting, als bedoeld in de bijbehorende tarieventabel in hoofdstuk 2, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is na beëindiging van de belastingplicht.

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van de tarieventabel

De belasting is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 11 Termijnen van betaling voor de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00, wordt afgeweken van het eerste lid. De aanslagen moeten dan worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid geldt dat, in geval op enig moment het openstaande verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen kleiner of gelijk is aan € 10,00, het voornoemde bedrag in de eerstvolgende termijn volledig geïncasseerd wordt.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 Termijnen van betaling voor de belasting, bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van de tarieventabel

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de belasting, bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van de tarieventabel, worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 21 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 13 Tegemoetkoming afvalstoffenheffing bij medische indicatie

  • 1.

    Belastingplichtigen die in verband met een medische situatie onvermijdbaar medisch afval aanbieden, kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming afvalstoffenheffing bij medische indicatie.

  • 2.

    De tegemoetkoming, als bedoeld in het eerste lid, heeft uitsluitend betrekking op het totaalbedrag aan afvalstoffenheffing, dat verschuldigd is op grond van hoofdstuk 2 van de tarieventabel.

  • 3.

    Tegemoetkoming is alleen mogelijk voor het bedrag aan afvalstoffenheffing, dat uitgaat boven een drempelbedrag en kleiner of gelijk is aan een maximumbedrag van de tegemoetkoming.

  • 4.

    Voor belastingjaar 2026 is het drempelbedrag € 59,60, hetgeen overeenkomt met acht aanbiedingen van een restafvalcontainer met een inhoud van 140 liter vermenigvuldigd met het bijbehorende tarief volgens hoofdstuk 2 van de tarieventabel.

  • 5.

    Voor belastingjaar 2026 is de maximale tegemoetkoming € 166,40, hetgeen overeenkomt met dertien aanbiedingen van een restafvalcontainer met een inhoud van 240 liter vermenigvuldigd met het bijbehorende tarief volgens hoofdstuk 2 van de tarieventabel.

  • 6.

    Het college kan nadere regels stellen over deze tegemoetkoming.

Artikel 14 Kwijtschelding

  • 1.

    Aan de belastingschuldige die niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan bij de invordering van de afvalstoffenheffing kwijtschelding worden verleend. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Hellendoorn, waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan.

  • 2.

    Kwijtschelding kan uitsluitend worden verleend voor de belasting die wordt geheven op grond van hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel.

  • 3.

    De belasting die wordt geheven op grond van hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan volledig worden kwijtgescholden.

  • 4.

    De belasting die wordt geheven op grond van hoofdstuk 2 van de tarieventabel kan ten hoogste worden kwijtgescholden voor € 59,60, hetgeen overeenkomt met acht aanbiedingen van een restafvalcontainer met een inhoud van 140 liter vermenigvuldigd met het bijbehorende tarief volgens hoofdstuk 2 van de tarieventabel.

Artikel 15 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, gewijzigd bij raadsbesluit van 28 januari 2025, nr. 2025-000749, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing Hellendoorn 2026’.

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter.

Tarieventabel

Behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing Hellendoorn 2026.

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1

Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

 

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

215,40

1.2

In afwijking van artikel 1.1 bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar voor:

 

 

 

a.

percelen die zijn gelegen in een recreatiecomplex

330,60

 

b.

percelen:

  • -

    die niet zijn gelegen op een recreatiecomplex en

  • -

    die niet beschikken over de inzamelvoorzieningen genoemd in hoofdstuk 2 van deze tarieventabel en

  • -

    waar de gemeente Hellendoorn op andere wijze het afval inzamelt

275,00

Hoofdstuk 2

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per gebeurtenis

 

 

2.1

Onverminderd het bepaalde in het artikel 1.1 bedraagt de belasting voor het aanbieden ter lediging van een restafvalcontainer van

 

 

2.1.1

140 liter, per aanbieding

7,45

2.1.2

240 liter, per aanbieding

12,80

2.2

Onverminderd het bepaalde in het artikel 1.1 bedraagt de belasting voor het ontgrendelen van een gemeenschappelijke restafvalcontainer bij een hoogbouwcomplex met een inworpopening van

 

 

2.2.1

30 liter, per ontgrendeling

1,60

2.2.2

60 liter, per ontgrendeling

3,20

Hoofdstuk 3

Maatstaven en tarieven inzamelen grove huishoudelijke afvalstoffen

 

 

3.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen

 

 

3.1.1

per aanvraag

25,00

3.1.2

onverminderd het bepaalde in 3.1.1 voor afvalstoffen, niet zijnde groente-, fruit- en tuinafval, per aanbieding van maximaal 1 m3, of een gedeelte daarvan

35,00

3.1.3

onverminderd het bepaalde in 3.1.1 voor grof tuinafval, of daarmee vergelijkbaar materiaal, per aanbieding van maximaal 2 m3

10,00

Hoofdstuk 4

Maatstaven en tarieven achterlaten huishoudelijke afvalstoffen op afvalbrengpunt

 

 

4.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1en 2 bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op het afvalbrengpunt

 

 

4.1.1

voor afvalstoffen in de categorie groenafval of grof tuinafval per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,00

4.1.2

voor afvalstoffen in de categorieën papier, verpakkingsglas, vlakglas, PMD (plastic, metalen en drankenkartons), textiel, ijzer, wit- en bruingoed, matrassen, luiers en incontinentiemateriaal, drukhouders, EPS (piepschuim/tempex) en klein chemisch afval

0,00

4.1.3

voor afvalstoffen in de categorie grond/zand, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,045

4.1.4

voor afvalstoffen in de categorie puin, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,03

4.1.5

voor afvalstoffen in de categorie hout A (onbehandeld hout), B (geverfd, gelakt of verlijmd hout) en C (geïmpregneerd hout en bielzen), per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,05

4.1.6

voor afvalstoffen in de categorie asbest-cementplaten en soortgelijke materialen, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,24

4.1.7

voor afvalstoffen in de categorie dakleer, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,32

4.1.8

voor afvalstoffen die niet vallen onder de voornoemde categorieën en al het overige niet gescheiden aangeboden afval, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,18

4.2

a.

Het tarief genoemd in artikel 4.1.1 vindt toepassing voor houders van een afvalpas, met een jaarlijks aanbod tot en met 500 kg.

 

 

 

b.

De tarieven genoemd in artikel 4.1.2 tot en met 4.1.8 vinden toepassing voor houders van een afvalpas, met een jaarlijks aanbod tot en met 1.000 kg per categorie.

 

 

 

c.

Bij het tarief genoemd in artikel 4.1.6 is een belastingvrije voet van toepassing van 100 kg per jaar voor houders van een afvalpas.

 

 

 

d.

Indien de onder punt a tot en met c genoemde hoeveelheden zijn overschreden, zijn de tarieven van toepassing, die genoemd worden in het meest recente besluit 'Tarievenbesluit bedrijfsafval en gevaarlijk afval'.

 

 

Hoofdstuk 5

Maatstaven en tarieven voor het omruilen van een container voor huishoudelijke afvalstoffen

 

 

5.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt de belasting voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een container voor huishoudelijke afvalstoffen, per keer

 

 

5.1.1

op de gemeentewerf:

 

 

 

a.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een container voor huishoudelijke afvalstoffen binnen drie maanden na een verhuizing

0,00

 

b.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een container voor huishoudelijke afvalstoffen op andere momenten dan vermeld in 5.1.1.a

17,50

 

c.

voor het verkrijgen van een tweede container voor huishoudelijke afvalstoffen

0,00

5.1.2

bij dienstverlening aan huis:

 

 

 

a.

de tarieven van artikel 5.1.1 verhoogd met

30,00

 

b.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een container voor huishoudelijke afvalstoffen tijdens de omruilactie die de gemeente eenmaal per jaar organiseert

0,00

Hoofdstuk 6

Administratiekosten

 

 

6.1

Indien betaling van de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op het afvalbrengpunt niet plaatsvindt op de voet van artikel 12, eerste lid, onder a, worden de tarieven, vermeld in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de tarieventabel, verhoogd met een toeslag voor administratiekosten van

10,00

 

Dit geldt voor facturen waarvan het verschuldigde bedrag kleiner is dan € 50,00.

 

 

6.2

Bij verhuizing of vestiging kan één bewoner binnen drie maanden na het betrekken van de nieuwe woning gratis een nieuwe afvalpas aanvragen. Bij alle overige aanvragen, bijvoorbeeld buiten voornoemde periode of vanwege verlies of diefstal, zijn administratiekosten verschuldigd van

7,50

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025, nr. 2025-012128.

De griffier,

 

Toelichting op de Verordening afvalstoffenheffing Hellendoorn 2026

ALGEMENE TOELICHTING

Wat regelt deze verordening?

De verordening bepaalt wie afvalstoffenheffing betaalt, waarover u betaalt en hoe hoog de bedragen zijn. De heffing is bedoeld om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval in de gemeente Hellendoorn. In artikel 1 en 2 staat dat het gaat om een directe belasting op basis van de Wet milieubeheer en dat de heffing is gekoppeld aan het gebruik van een perceel (woning of vergelijkbaar object).

Hoe werkt het tarief (waarom een tarieventabel)?

We gebruiken een basistarief per woning per jaar en daarnaast bedragen per aanbieding van restafval. Zo betaalt iedereen mee aan het systeem (wagens, milieustraat, verwerking) en betaalt u extra wanneer u vaker restafval aanbiedt. Deze opzet is uitgewerkt in de tarieventabel bij de verordening.

De systematiek van de heffing is veranderd ten opzichte van vorig jaar. Met ingang van 2026 is er sprake van DIFTAR. Dat is een afkorting voor ‘gedifferentieerde tarieven’. In zijn algemeenheid betekent DIFTAR dat het bedrag dat u betaalt aan afvalstoffenheffing gekoppeld is aan de hoeveelheid aangeboden restafval. Recreatiewoningen op een recreatiepark vallen buiten deze systematiek.

Wat valt er nog meer onder de verordening?

  • -

    Regels en tarieven voor het ophalen van grofvuil op aanvraag en voor het afvalbrengpunt (milieustraat). Sommige stromen zijn gratis, andere hebben een kilo-tarief.

  • -

    Omruilen of verkrijgen van containers (soms gratis, soms met bijdrage) en administratiekosten bij facturering of bij het aanvragen van een nieuwe afvalpas buiten de gratis termijnen. De afvalpas is ook uw toegangsbewijs tot het afvalbrengpunt en (waar van toepassing) tot verzamelcontainers.

Kostendekkend karakter

De afvalstoffenheffing is bedoeld om de gemeentelijke kosten voor afvalinzameling en -verwerking te betalen. De opbouw met een vast deel plus een deel per aanbieding sluit aan op de verplichtingen uit de Wet milieubeheer. De tarieventabel maakt deze kostenverdeling inzichtelijk.

Relatie met de uitvoering

De verordening sluit aan op de inzamelvoorzieningen in Hellendoorn: huiscontainers (140 of 240 liter), verzamelcontainers bij hoogbouw en het afvalbrengpunt. Ook is geregeld wat een hoogbouwcomplex, recreatiecomplex en afvalpas zijn. Zo is duidelijk welke regels bij welke situatie horen.

Begripsduiding (in gewone taal)

  • -

    Perceel: uw woning of vergelijkbare plek waar huishoudelijk afval kan ontstaan.

  • -

    Gebruik maken: er wonen of het object gebruiken; wie gebruikt, is belastingplichtig.

  • -

    Restafval: het deel dat u niet apart kunt inleveren (dus niet papier, glas, GFT, PMD, etc.).

  • -

    Inworp/aanbieding: elke keer dat u restafval in de container of verzamelcontainer doet.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 – Aard van de belasting en belastbaar feit

Hier staat de juridische basis: de afvalstoffenheffing is een directe belasting op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De heffing is verbonden aan het bieden van gemeentelijke inzameling van huishoudelijk afval.

Artikel 2 – Voorwerp van de belasting

Het ‘voorwerp’ is het perceel. Dat kan een woning zijn, maar ook andere (on)roerende objecten die als zelfstandige eenheid worden gebruikt.

Artikel 3 – Definities

Dit artikel verduidelijkt begrippen die bij de uitvoering belangrijk zijn, zoals gebruik maken, hoogbouwcomplex, recreatiecomplex, afvalpas en restafval. Zo weet u of u te maken heeft met huiscontainers of met verzamelcontainers, en waarvoor u de afvalpas gebruikt.

Artikel 4 – Belastingplicht

Degene die het perceel gebruikt (bewoner/gebruiker) is belastingplichtig.

Artikel 5 – Maatstaf van heffing en belastingtarief

De maatstaven en tarieven staan in de tarieventabel. Die bevat het jaartarief en – waar van toepassing – bedragen per aanbieding, en tarieven voor grofvuil, milieustraat en containerdiensten.

Artikel 6 – Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Dat is praktisch: u krijgt jaarlijks een aanslag met daarop het vaste deel en – na afloop – zo nodig het variabele deel (zie artikel 9).

Artikel 7 – Wijze van heffing

  • -

    Het jaartarief (hoofdstuk 1) en het variabele deel per aanbieding (hoofdstuk 2) worden via aanslag geheven.

  • -

    Tarieven voor diensten zoals grofvuil op aanvraag, afvalbrengpunt en containerdiensten (hoofdstukken 3 t/m 6) worden bekendgemaakt via een kennisgeving (mondeling of schriftelijk).

Artikel 8 – Ontstaan van de belastingschuld (hoofdstuk 1)

Voor het jaartarief ontstaat de schuld aan het begin van het jaar of bij start gebruik. Stopt u in de loop van het jaar (bijvoorbeeld door verhuizing buiten de gemeente), dan krijgt u ontheffing naar rato van de resterende volle maanden. Verhuist u binnen Hellendoorn, dan loopt de heffing door op het nieuwe adres.

Artikel 9 – Ontstaan van de belastingschuld (hoofdstuk 2)

Het variabele bedrag per aanbieding van restafval wordt na afloop van het jaar (of bij einde plicht) vastgesteld. Zo worden alle aanbiedingen van het hele jaar eerst geteld.

Artikel 10 – Ontstaan van de belastingschuld (hoofdstukken 3 t/m 6)

Bij dienstverlening (bijv. grofvuilophaal of milieustraat) betaalt u bij aanvang van de dienstverlening. Dat is logisch: het gaat om een directe, concrete handeling.

Artikel 11 – Termijnen van betaling (hoofdstuk 1 en 2)

U betaalt normaal in twee termijnen. Is het bedrag lager dan € 5.000, dan zijn het vier termijnen. Met automatische incasso kan dat tot tien termijnen per jaar. Bij een heel laag restbedrag kan dit in één keer worden geïncasseerd.

Artikel 12 – Termijnen van betaling (hoofdstukken 3 t/m 6)

Bij een kennisgeving geldt: mondeling → direct betalen; schriftelijk → bij uitreiken of binnen 21 dagen na dagtekening.

Artikel 13 – Tegemoetkoming bij medische indicatie

Heeft u door een medische situatie onvermijdelijk meer restafval? Dan is er een tegemoetkoming op het variabele deel (hoofdstuk 2) mogelijk. In 2026 geldt:

  • -

    Drempelbedrag: € 59,60 (komt overeen met 8 aanbiedingen van 140 liter).

  • -

    Maximale tegemoetkoming: € 166,40 (komt overeen met 13 aanbiedingen van 240 liter).

Het college kan nadere regels stellen (zoals aanvraag en bewijs). Dit maakt het systeem eerlijk voor wie aantoonbaar meer restafval heeft door een medische aandoening.

Artikel 14 – Kwijtschelding

Kunt u de aanslag niet betalen zonder in de knel te komen? Dan kunt u kwijtschelding aanvragen volgens de landelijke regels en de gemeentelijke leidraad. Hierbij telt 100% van de bijstandsuitkering als kosten van bestaan, zoals in de Leidraad is vastgelegd.

  • -

    Geldt voor hoofdstuk 1 en 2 (jaartarief en variabel deel).

  • -

    Het jaartarief kan volledig worden kwijtgescholden.

  • -

    Het variabele deel kan tot maximaal € 59,60 worden kwijtgescholden (gelijk aan 8 x 140 liter-tarief).

Artikelen 1 5 t/m 1 7 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 15 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 16 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 17 geeft de naam van de verordening.

Naar boven