Gemeenteblad van Hellendoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 556040 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 556040 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026
Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
gelet op de artikelen 24 e.v. van de Wet op de lijkbezorging, de artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t vast te stellen de:
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026
Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 9.00 uur van de werkdag, voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
Voor het verstrooien van as op een daarvoor aangewezen strooilocatie of op een graf is geen apart verlof noodzakelijk. Wel dient een hiervoor opgesteld formulier ingevuld te worden, waar alle voor de gemeente relevante gegevens op moeten worden vermeld, zoals de naam van de overledene, wanneer en waar er wordt uitgestrooid.
Het lijk, dan wel omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk ( sticker). Het college kan nadere regels stellen over de wijze van begraven:
de kleding die de overledene draagt of bij zich heeft, zijn eveneens van organisch en milieuverantwoord materiaal. Synthetische kleding dient te worden vermeden. De kledij mag bestaan uit afbreekbare stoffen zoals katoen, wol, of vlas. De overledene kan zonder kledij in een lijkwade (of) in een kist worden begraven;
Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, evenals het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 9.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte graven
Artikel 11 Aantal overledenen in algemene graven
In algemene graven kunnen maximaal 3 lijken per graf worden begraven.
Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar of voor onbepaalde tijd het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn van tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van tien jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.
Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien jaar het gebruikersrecht op een algemeen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemeen graf is uitgegeven.
Artikel 15 Termijnen urnengraven en urnennissen
Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijf, tien, vijftien of twintig jaar het recht op een urnengraf of urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het urnengraf of de urnennis is uitgegeven.
Artikel 16 Overschrijving van verleende rechten
Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende kan ook ten name van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.
Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven of indien de asbus met zijn asresten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.
Artikel 17 Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 18 Verval van grafrechten wegens wanbetaling
Het besluit tot verval wordt schriftelijk bekendgemaakt aan de rechthebbende en vermeldt de grond(en), het openstaande bedrag, de gevolgde stappen, de datum waarop het recht vervalt, en de rechtsmiddelen. Indien het adres van de rechthebbende onbekend is of ontvangst uitblijft, wordt het besluit gedurende één jaar op een geschikte plaats bij het betreffende graf en bij de ingang van de begraafplaats aangebracht; die bekendmaking treedt in de plaats van de individuele bekendmaking.
Niet-blijvende beplantingen op een graf, die in een verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.
Artikel 21 Verwijdering grafbedekking
Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op of nabij het te ruimen graf te plaatsen sticker dan wel bordje door het college bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt het college aan de rechthebbende uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen van het college bekend.
Artikel 22 Onderhoud door rechthebbende
Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
Hoofdstuk 6 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar, voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval maakt het college aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen bekend.
Toelichting op de Beheersverordening begraafplaatsen Hellendoorn 2026
De begripsomschrijvingen uit deze verordening en de Verordening begrafenisrechten zijn gelijkluidend.
Voor een particulier graf, particulier urnengraf of -nis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden 'voor zover van belang' zijn ingevoegd, omdat de bepalingen betreffende het ruimen en wegnemen van een asbus alleen van toepassing zijn op een particulier graf, respectievelijk particulier urnengraf of –nis.
Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.
Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde dag na overlijden geschieden.
Bijeenkomsten, die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Staatsblad 1988, 157) en de Algemene plaatselijke verordening.
De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.
Een schriftelijke kennisgeving is nodig, omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt gevraagd.
De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis.
Willen nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf uitvoeren, dan blijven aanwijzingen en hulp van het begraafplaatspersoneel nodig, mede uit veiligheidsoverwegingen, vooral bij het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden een te zware lichamelijke inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal door het personeel moeten geschieden.
De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van de begraafplaats een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan.
De bezorging van de as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.
Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf, indien deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet.
Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.
Artikel 10, tweede en derde lid
Op de begraafplaats Ninaberlaan kan per particulier graf twee diep worden begraven. Dat betekent twee lijken boven elkaar. Op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan bestaat, mede vanuit cultuurtechnisch oogpunt, de mogelijkheid om per particulier graf drie diep te worden begraven, oftewel drie lijken boven elkaar.
Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de bodem.
Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats.
Artikel 14, eerste lid en 15, tweede lid
Deze bepalingen zijn opgenomen, omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting.
Artikel 14, derde lid en 15, derde lid
De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn een nieuwe graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het graf meedelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om het opnieuw verwerven van de termijn van uitgifte kan vragen.
Het is van belang om de rechthebbende mede te delen dat het verwerven van een nieuwe termijn tijdig moet worden aangevraagd.
Artikel 14, zesde en zevende lid
Een algemeen graf is bedoeld voor het begraven op kosten van de gemeente waarop een gebruikersrecht van tien jaar rust. Het opnieuw verwerven van een gebruikersrecht voor dit soort graven is niet mogelijk. Na afloop van de wettelijke grafrusttermijn bestaat de mogelijkheid om de stoffelijke resten een andere bestemming te geven. Zie verder artikel 24, derde lid.
Artikel 14, negende lid, respectievelijk artikel 15, vijfde lid
Deze leden stellen dat bijvoorbeeld ook een stichting of ander rechtspersoon rechthebbende kan zijn.
Het is verplicht dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben bij het graf.
Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts één persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Maar het is ook toegestaan dat een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon wordt aangewezen.
Deze bepaling stelt de termijn op één jaar.
Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende bij afstand van het graf geen recht heeft op vergoeding of deels terugvorderen van de grafrechten.
In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens moeilijkheden over verwijderde bloemen en eenjarige planten, bijvoorbeeld geraniums, kerst- en paasbakjes en vader- en moederdagboeketten. Omdat de bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbende op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbende telkens per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld.
De gemeente Hellendoorn heeft goede ervaringen opgedaan met stickers in een onopvallende kleur.
De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen wordt ten minste een jaar van te voren gedaan. De mededeling aan de rechthebbende op een particulier graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en een nieuw grafrecht kan worden verworven of dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 14 en 15, tweede lid en artikel 24, eerste lid).
De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 16, derde lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een mededeling bij het graf gedurende minstens een jaar.
De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze graven met de mogelijkheid om een nieuw grafrecht te verwerven, maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op particuliere graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen.
Het onderhoud heeft als bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft.
In de meeste gevallen is het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd.
Op de graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, bijvoorbeeld rozen, coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten het snoeien, het onkruidvrij houden, het verwijderen van onkruid en het aanbrengen van nieuwe planten. Het is mogelijk dat de gemeente (voor rekening van de rechthebbende) het onderhoud verzorgt.
De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen, wordt gedaan aan de belanghebbenden. Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 21, tweede lid.
Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van een algemeen graf de stoffelijke overblijfselen c.q. de as een andere bestemming te geven dan die welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet worden begraven in het collectieve graf en dat de as niet op het strooiveld wordt verstrooid. Die andere bestemming - zowel voor algemene als particuliere grafruimten - is zo ruim mogelijk omschreven.
Zo kan bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte worden geplaatst (ook wel het schudden van het graf genoemd). De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een volgende generatie in dezelfde familie blijven.
Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere begraafplaats.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-556040.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.