Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026

Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

gelet op de artikelen 24 e.v. van de Wet op de lijkbezorging, de artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

 

b e s l u i t vast te stellen de:

 

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2026

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn;

  • b.

    Begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaatsen aan de Ninaberlaan en de Meester Ponsteenlaan en de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’;

  • c.

    graf: de ruimte waarin een lijk wordt begraven;

  • d.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het plaatsen en hebben van een gedenkteken op die ruimte;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • e.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarbij sprake is van een gebruikersrecht in plaats van een uitsluitend recht en waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • f.

    collectief graf: een voorziening op de begraafplaats die is ingericht voor de teraardebestelling van stoffelijke resten. De stoffelijke resten uit graven, waarvan het grafrecht afloopt en niet opnieuw wordt verworven, worden overgebracht naar dit collectieve graf;

  • g.

    asbus: een bus ter berging van as van één overledene;

  • h.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;

  • i.

    particulier urnengraf/urnennis: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • j.

    strooiveld: een aangewezen plaats waarop as wordt verstrooid;

  • k.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de leiding op de begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • l.

    rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf/urnengraf/urnennis. De rechthebbende is de persoon die bepaalt wie in het graf wordt begraven of geplaatst;

  • m.

    verdiepen: bij het verdiepen van een graf worden alle stoffelijke resten (op alle diepten) uit dat graf verzameld en onder het graf geborgen, in een diepere laag;

  • n.

    ruimen: het vrijmaken van het graf van stoffelijke resten;

  • o.

    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een (urnen)graf;

  • p.

    grafbeplanting: winterharde beplanting, welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf is aangebracht;

  • q.

    gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen hekwerken en kettingen;

  • r.

    directe begraving: een begraving van een lijk waarvoor de burgemeester op grond van artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging toestemming heeft verleend deze binnen 36 uur na overlijden te begraven.

Artikel 2 Uitbreiding begrip ‘particulier graf’

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder ‘particulier graf’ mede verstaan: urnengraf en urnennis.

Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaats

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

  • 2.

    Het college kan nadere regels betreffende de openingstijden stellen. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

  • 3.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

Artikel 4 Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 2.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden, elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen en anders dan voor een begrafenis, voor het vervoeren van materialen of voor beheerwerkzaamheden.

  • 3.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden sneller dan 10 km per uur.

  • 4.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Het is verboden met rijwielen te rijden op de begraafplaats.

  • 6.

    De begraafplaats is verboden voor honden en andere huisdieren.

  • 7.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen, die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 8.

    Degenen, die zich niet aan de in het vorige lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 5 Plechtigheden

  • 1.

    Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en overige plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 3.

    Het oplaten van ballonnen en vuurlampionnen is op de begraafplaatsen niet toegestaan in verband met de milieubelasting die hiermee gemoeid is.

Artikel 6 Opgraven en ruimen van graven

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen, die met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 9.00 uur van de werkdag, voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Een handeling, als bedoeld in het eerste lid, mag alleen plaatsvinden indien daarvoor een verlof tot begraven is afgegeven door de ambtenaar burgerlijke stand van de gemeente van overlijden.

  • 3.

    Voor het verstrooien van as op een daarvoor aangewezen strooilocatie of op een graf is geen apart verlof noodzakelijk. Wel dient een hiervoor opgesteld formulier ingevuld te worden, waar alle voor de gemeente relevante gegevens op moeten worden vermeld, zoals de naam van de overledene, wanneer en waar er wordt uitgestrooid.

  • 4.

    Het lijk, dan wel omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk ( sticker). Het college kan nadere regels stellen over de wijze van begraven:

    • a.

      bij het begraven is het gebruik van natuurlijke materialen op de natuurbegraafplaats een verplichting;

    • b.

      de kleding die de overledene draagt of bij zich heeft, zijn eveneens van organisch en milieuverantwoord materiaal. Synthetische kleding dient te worden vermeden. De kledij mag bestaan uit afbreekbare stoffen zoals katoen, wol, of vlas. De overledene kan zonder kledij in een lijkwade (of) in een kist worden begraven;

    • c.

      synthetische kleding en andere onnatuurlijke materialen mogen niet gedragen worden. Overige onnatuurlijke materialen dienen ook zoveel mogelijk verwijderd te worden. Denk daarbij aan kettingen, ringen, kunstgebitten en wanneer mogelijk ook de protheses.

  • 5.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, evenals het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 9.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 8 Over te leggen stukken

  • 1.

    Begraving en het plaatsen van een asbus mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of tot de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient, indien dit een andere persoon is dan de rechthebbende, een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende.

  • 3.

    De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    De tijd van begraven, bijzetten en het bezorgen van as is:

    • a.

      op werkdagen: om 10.30 uur, 12.30 uur en 14.30 uur;

    • b.

      op zaterdagen: om 10.30 uur en 12.30 uur

  • Op zondagen en algemeen erkende feestdagen wordt niet begraven, bijgezet of as bezorgd.

  • 2.

    Bij het begraven op werkdagen heeft men de vrije keuze tussen de tijdstippen (tenzij er uiteraard al een andere uitvaart op één van de begraafplaatsen is ingepland). Op zaterdag wordt altijd eerst begraven om 10.30 uur. Pas daarna (dus bij tweede uitvaart op zaterdag) wordt om 12.30 uur begraven.

  • 3.

    Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte graven

Artikel 10 Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: particuliere graven en particuliere urnengraven/urnennissen en algemene graven.

  • 2.

    Op de begraafplaats Ninaberlaan wordt ‘twee-diep’ begraven. Hier liggen de graven hart-op-hart 135 cm uit elkaar.

  • 3.

    Op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan en de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ bestaat de mogelijkheid om ‘drie-diep’ te begraven. Op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan liggen de graven hart-op-hart 150 cm uit elkaar.

  • 4.

    In de particuliere graven kan per graflaag één asbus met of zonder urn worden bijgezet.

  • 5.

    De begraafplaatsen aan de Ninaberlaan en de Meester Ponsteenlaan zijn in hun geheel aangewezen als verstrooiingsplaats. Op deze begraafplaatsen is ook een speciaal strooiveld ingericht.

  • 6.

    De natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ is niet als strooiveld aangewezen. Er kan alleen asverstrooiing plaatshebben wanneer de zode van 50 cm dikte van het graf is gehaald. De as wordt op ca. 50 cm diepte verstrooid waarna de zode weer terug geplaatst wordt.

Artikel 11 Aantal overledenen in algemene graven

In algemene graven kunnen maximaal 3 lijken per graf worden begraven.

Artikel 12 Volgorde van uitgifte

  • 1.

    De particuliere graven op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. De graven aan de Ninaberlaan worden uitgegeven wanneer er locaties vrij komen.

  • 2.

    Bij overlijden kan alleen op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan een naastliggend graf worden gereserveerd, onder de voorwaarden dat:

    • a.

      de grafrechttermijn voor beide graven gelijk is;

    • b.

      de leges voor de grafrechttermijn van het tweede graf direct wordt betaald;

    • c.

      voor beide graven de rechthebbende eenzelfde rechtspersoon is.

  • 3.

    Op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ kan vrij worden gekozen uit de beschikbare locaties. Het is ook mogelijk om hier een graflocatie te reserveren. Het grafrecht voor onbepaalde tijd dient bij reservering direct te worden betaald.

  • 4.

    Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan kan een graf op een vrijgekomen locatie worden gereserveerd onder de voorwaarde dat de rechten voor de betreffende graftermijn ( uitgifte voor 30 jaar of voor onbepaalde tijd) direct worden betaald.

  • 5.

    Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit om bijzondere redenen gewenst is.

Artikel 13 Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 14 Termijnen graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar of voor onbepaalde tijd het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde recht van dertig jaar kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd, telkens met een termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaren: mits de aanvraag 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3.

    Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf, doet het college daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij dat graf, wiens adres hen bekend is.

  • 4.

    Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn van tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van tien jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 5.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

  • 6.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien jaar het gebruikersrecht op een algemeen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemeen graf is uitgegeven.

  • 7.

    Het in het zesde lid bedoelde recht van tien jaar kan niet opnieuw worden verworven.

  • 8.

    De in dit artikel bedoelde rechten kunnen niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.

  • 9.

    Een recht, als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 10.

    De termijn voor een graf op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ is voor onbepaalde tijd.

Artikel 15 Termijnen urnengraven en urnennissen

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij het college schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijf, tien, vijftien of twintig jaar het recht op een urnengraf of urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het urnengraf of de urnennis is uitgegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde recht van vijf, tien, vijftien of twintig jaar kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd, telkens met een termijn van vijf , tien, vijftien of twintig jaar na bijzetting, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3.

    De termijn voor een urnengraf op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ is voor onbepaalde tijd.

  • 4.

    De in dit artikel bedoelde rechten kunnen niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.

  • 5.

    Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid.

Artikel 16 Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende kan ook ten name van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven of indien de asbus met zijn asresten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid gestelde termijn van één jaar, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van één jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 17 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 18 Verval van grafrechten wegens wanbetaling

  • 1.

    Aan het uitsluitend recht op een particulier graf en aan daarmee samenhangende diensten is de verplichting verbonden tot betaling van de verschuldigde grafrechten en eventuele onderhoudsbijdragen overeenkomstig de daarvoor geldende Verordening begrafenisrechten.

  • 2.

    Onverminderd artikel 28 van de Wet op de lijkbezorging kan het college het grafrecht doen vervallen indien de rechthebbende ernstig of herhaald nalaat de verschuldigde bedragen te voldoen, mits:

    • a.

      het reguliere invorderingstraject van de gemeente Hellendoorn is toegepast;

    • b.

      de rechthebbende is gewezen op de mogelijkheid van het vervallen van het grafrecht.

  • 3.

    Het besluit tot verval wordt schriftelijk bekendgemaakt aan de rechthebbende en vermeldt de grond(en), het openstaande bedrag, de gevolgde stappen, de datum waarop het recht vervalt, en de rechtsmiddelen. Indien het adres van de rechthebbende onbekend is of ontvangst uitblijft, wordt het besluit gedurende één jaar op een geschikte plaats bij het betreffende graf en bij de ingang van de begraafplaats aangebracht; die bekendmaking treedt in de plaats van de individuele bekendmaking.

Hoofdstuk 5 Grafbedekkingen

Artikel 19 Toestemming grafbedekking

  • 1.

    Voor het hebben van een grafbedekking is de schriftelijke toestemming nodig van het college.

  • 2.

    Over de wijze van aanvragen van de toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van de door het college vastgestelde nadere regels.

  • 4.

    Het college kan toestemming weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de door het college vastgestelde nadere regels;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  • 5.

    Afhankelijk van de plek op de begraafplaats waar begraven wordt, kan gekozen worden uit een verticaal (staand) of horizontaal (liggend) gedenkteken.

  • 6.

    De afmetingen voor een gedenkteken zijn:

    • a.

      voor volwassenen (waarbij de lengte en de breedte van het gedenkteken het graf niet mogen overschrijden):

      • -

        een breedte van maximaal 70 cm;

      • -

        een hoogte van maximaal 125 cm;

      • -

        een dikte van minimaal 8 cm en maximaal 50 cm;

      • -

        een lengte van een liggend gedenkteken maximaal 200 cm;

      • -

        een lengte (diepte) van een staand gedenkteken maximaal 60 cm;

    • b.

      voor kinderen (waarbij de lengte en de breedte van het gedenkteken het graf niet mogen overschrijden):

      • -

        een breedte van maximaal 70 cm;

      • -

        een hoogte van maximaal 100 cm;

      • -

        een dikte van minimaal 5 cm en maximaal 40 cm;

      • -

        een lengte (diepte) van maximaal 40 cm.

  • 7.

    Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort. Om verzakking te voorkomen moeten de gedenktekens voorzien zijn van een deugdelijke en duurzame fundering van beton- of kunststofpalen.

  • 8.

    Voor de grafbeplanting kan men kiezen uit diverse laagblijvende plantensoorten. De aanbevolen hoogte is 30 cm. De beplanting mag niet hoger worden dan 125 cm en moet binnen de grafruimte blijven.

  • 9.

    Op de urnengraven en urnennissen bevinden zich standaard natuurstenen afdekplaten. Op deze afdekplaat kan een, door de gemeente verstrekt, herinneringsplaatje (met afmeting 10 bij 15 cm), worden gehecht.

  • 10.

    Op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’ is het niet toegestaan grafbedekking of gedenktekens te plaatsen of losse bloemen, kransen of linten te plaatsen. Het bepaalde in artikel 21 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Grafbeplanting

  • 1.

    Niet-blijvende beplantingen op een graf, die in een verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

  • 2.

    Het is niet toegestaan beplanting te plaatsen op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn in opdracht van het college worden verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op of nabij het te ruimen graf te plaatsen sticker dan wel bordje door het college bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt het college aan de rechthebbende uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen van het college bekend.

Artikel 22 Onderhoud door rechthebbende

  • 1.

    De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 2.

    Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 3.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 4.

    Het is rechthebbende niet toegestaan onderhoud te plegen op de natuurbegraafplaats ‘Het Kleine Blik’. Het onderhoud geschiedt door de gemeente.

Artikel 23 Onderhoud door gemeente

In afwijking van artikel 22 kan het college na opdracht van de rechthebbende voorzien in het schoonhouden en het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen.

Hoofdstuk 6 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar, voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval maakt het college aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen bekend.

  • 2.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden herbegraven in een collectief graf en de eventuele as wordt verstrooid op één van de daartoe bestemde strooivelden.

  • 3.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders bij te zetten of te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7 Inrichting register

Artikel 25 Voorschriften

  • 1.

    Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en bezorgde as.

  • 2.

    Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 26 Intrekking oude regeling

De ‘Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hellendoorn 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 27 Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening zoals vermeld in artikel 26 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    De rechten en verplichtingen met betrekking tot particuliere graven, die voortvloeien uit of geacht worden te zijn ontstaan uit de ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.

Artikel 28 Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven voorschrift of een voorschrift verbonden aan een toestemming wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 2.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 29 Citeertitel

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Beheersverordening begraafplaatsen Hellendoorn 2026.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2026.

 

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter.

Toelichting op de Beheersverordening begraafplaatsen Hellendoorn 2026

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

De begripsomschrijvingen uit deze verordening en de Verordening begrafenisrechten zijn gelijkluidend.

Artikel 2

Voor een particulier graf, particulier urnengraf of -nis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden 'voor zover van belang' zijn ingevoegd, omdat de bepalingen betreffende het ruimen en wegnemen van een asbus alleen van toepassing zijn op een particulier graf, respectievelijk particulier urnengraf of –nis.

Artikel 4

Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.

Artikel 5

Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde dag na overlijden geschieden.

Bijeenkomsten, die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Staatsblad 1988, 157) en de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel 6

De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.

Artikel 7, eerste lid

Een schriftelijke kennisgeving is nodig, omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt gevraagd.

De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis.

Artikel 7, vijfde lid

Willen nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf uitvoeren, dan blijven aanwijzingen en hulp van het begraafplaatspersoneel nodig, mede uit veiligheidsoverwegingen, vooral bij het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden een te zware lichamelijke inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal door het personeel moeten geschieden.

Artikel 8, eerste lid

De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van de begraafplaats een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan.

Artikel 8, tweede lid

De bezorging van de as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.

Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf, indien deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet.

Artikel 9, derde lid

Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.

Artikel 10, tweede en derde lid

Op de begraafplaats Ninaberlaan kan per particulier graf twee diep worden begraven. Dat betekent twee lijken boven elkaar. Op de begraafplaats aan de Meester Ponsteenlaan bestaat, mede vanuit cultuurtechnisch oogpunt, de mogelijkheid om per particulier graf drie diep te worden begraven, oftewel drie lijken boven elkaar.

Artikel 12, vijfde lid

Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de bodem.

Artikel 13

Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats.

Artikel 14, eerste lid en 15, tweede lid

Deze bepalingen zijn opgenomen, omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting.

Artikel 14, derde lid en 15, derde lid

De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn een nieuwe graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het graf meedelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om het opnieuw verwerven van de termijn van uitgifte kan vragen.

Het is van belang om de rechthebbende mede te delen dat het verwerven van een nieuwe termijn tijdig moet worden aangevraagd.

Artikel 14, zesde en zevende lid

Een algemeen graf is bedoeld voor het begraven op kosten van de gemeente waarop een gebruikersrecht van tien jaar rust. Het opnieuw verwerven van een gebruikersrecht voor dit soort graven is niet mogelijk. Na afloop van de wettelijke grafrusttermijn bestaat de mogelijkheid om de stoffelijke resten een andere bestemming te geven. Zie verder artikel 24, derde lid.

Artikel 14, negende lid, respectievelijk artikel 15, vijfde lid

Deze leden stellen dat bijvoorbeeld ook een stichting of ander rechtspersoon rechthebbende kan zijn.

Artikel 16, tweede lid

Het is verplicht dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben bij het graf.

Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts één persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Maar het is ook toegestaan dat een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon wordt aangewezen.

Deze bepaling stelt de termijn op één jaar.

Artikel 17

Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende bij afstand van het graf geen recht heeft op vergoeding of deels terugvorderen van de grafrechten.

Artikel 20

In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens moeilijkheden over verwijderde bloemen en eenjarige planten, bijvoorbeeld geraniums, kerst- en paasbakjes en vader- en moederdagboeketten. Omdat de bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbende op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbende telkens per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld.

Artikel 21, tweede lid

De gemeente Hellendoorn heeft goede ervaringen opgedaan met stickers in een onopvallende kleur.

De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen wordt ten minste een jaar van te voren gedaan. De mededeling aan de rechthebbende op een particulier graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en een nieuw grafrecht kan worden verworven of dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 14 en 15, tweede lid en artikel 24, eerste lid).

De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 16, derde lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een mededeling bij het graf gedurende minstens een jaar.

Artikel 22

De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze graven met de mogelijkheid om een nieuw grafrecht te verwerven, maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op particuliere graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen.

Artikel 23

Het onderhoud heeft als bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft.

In de meeste gevallen is het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd.

Op de graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, bijvoorbeeld rozen, coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten het snoeien, het onkruidvrij houden, het verwijderen van onkruid en het aanbrengen van nieuwe planten. Het is mogelijk dat de gemeente (voor rekening van de rechthebbende) het onderhoud verzorgt.

Artikel 24, eerste lid

De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen, wordt gedaan aan de belanghebbenden. Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 21, tweede lid.

Artikel 24, derde lid

Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van een algemeen graf de stoffelijke overblijfselen c.q. de as een andere bestemming te geven dan die welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet worden begraven in het collectieve graf en dat de as niet op het strooiveld wordt verstrooid. Die andere bestemming - zowel voor algemene als particuliere grafruimten - is zo ruim mogelijk omschreven.

Zo kan bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte worden geplaatst (ook wel het schudden van het graf genoemd). De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een volgende generatie in dezelfde familie blijven.

Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere begraafplaats.

Naar boven