Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2026

De raad van de gemeente Overbetuwe;

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 25 november 2025;

 

gelet op artikel(en) 228 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

 

Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2026

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    dagdeel: de ochtend van 08.00 uur tot 13.00 uur of de middag/avond van 14.00 uur tot 21.00 uur;

  • b.

    jaar: een kalenderjaar;

  • c.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in de gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • d.

    standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel anders dan tijdens de warenmarkt, jaarmarkt of evenement;

  • e.

    niet-commerciële activiteiten: een activiteit die:

    • -

      georganiseerd wordt door stichtingen en verenigingen, waarvan de inkomsten worden aangewend om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen of worden ingezet voor een goed doel: en

    • -

      geen individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk heeft: en

    • -

      niet bedrijfsmatig van aard is: en

    • -

      niet mede door commerciële bedrijven ontplooid is: en

    • -

      een beoogde doelstelling van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve of culturele aard heeft.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, waarvoor vergunning is verleend.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:

  • a.

    het hebben van voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

  • b.

    het hebben van voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal, weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;

  • c.

    niet-commerciële activiteiten;

  • d.

    een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik;

  • e.

    het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor een evenementenvergunning is verleend, waarbij de organisator geen winstoogmerk nastreeft en die ofwel uitsluitend tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie op buurt- of wijkniveau, ofwel uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel;

  • f.

    het hebben van voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • g.

    standplaatsen tijdens de dag van Elst op de route van de Nijmeegse Vierdaagse.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    Als een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte door de lengte en breedte te nemen van de denkbeeldige rechthoek die de ingenomen ruimte omsluit.

  • 3.

    Als de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    De aanslag moet worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet is gedagtekend.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Intrekking oude regeling

De Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2025, zoals vastgesteld bij besluit van 3 december 2024, en de daarbij behorende tarieventabel, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 13 Overgangsrecht

De Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2025 blijft van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2026.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 december 2025.

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

drs. D.E. van der Kamp

de voorzitter,

R.P. Hoytink-Roubos

Tarieventabel 2026 behorende bij de Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2026

 

Gebiedsomschrijving

 

Deze tarieventabel verstaat onder:

 

Gebied A, Centrum Elst: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart (bijlage 1).

 

Gebied B: het gebied van de gemeente niet vallend onder gebied A.

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Standplaatsen

 

1.

Het jaartarief bedraagt voor het innemen van een door de gemeente aangewezen dan wel gedoogde vaste standplaats voor de verkoop van waren (uitgezonderd het plaatsen of het uitstallen daarvan op de marktterreinen gedurende de aangewezen marktdagen en markttijden) per hele vierkante meter ingenomen grond, per dagdeel:

1.1

in gebied A:

€ 41,40

1.2

in gebied B:

€ 34,70

 

 

 

2.

Het tarief, niet gestaffeld, bedraagt voor het hebben van een tijdelijke standplaats voor de verhuur/verkoop van waren alsmede voor het uitstallen van goederen (uitgezonderd het plaatsen of het uitstallen daarvan op de marktterreinen gedurende de aangewezen marktdagen en markttijden) per hele vierkante meter ingenomen grond, per dagdeel:

2.1

tot en met 20 m²:

 

2.1.1

in gebied A:

€ 1,84

2.1.2

in gebied B:

€ 1,53

2.2

vanaf 21 m²:

 

2.2.1

in gebied A:

€ 0,91

2.2.2

in gebied B:

€ 0,79

 

 

 

Hoofdstuk 2 Terrassen

 

Het tarief bedraagt voor het hebben van banken, tafeltjes, stoelen, windschermen, parasols, bloemen- en plantenbakken en dergelijke, per hele

 

vierkante meter ingenomen grond voor het terras, per jaar:

€ 28,35

 

 

 

Hoofdstuk 3 Evenementen

 

Het tarief bedraagt voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond (op- en afbouwdagen niet meegerekend) voor het houden van

 

een commercieel evenement, per dag, per m²:

€ 0,40

 

 

 

met een maximum per dag van:

€ 250,00

 

 

 

 

 

 

Behoort bij besluit van de gemeenteraad d.d. 9 december 2025,

 

Mij bekend,

de griffier,

 

drs. D.E. van der Kamp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 1 bij Verordening precariobelasting Gebied A precariobelasting

 

Naar boven