Verordening tot het actualiseren van de Verordening fysieke leefomgeving

De raad van de gemeente Alkmaar;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025;

 

gelet op

het advies van de commissie Sociaal en Ruimte van 27 november 2025;

de artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet;

 

overwegende dat

om de Verordening fysieke leefomgeving actueel, bruikbaar en handhaafbaar te houden het noodzakelijk is om een aantal (taal)technisch-juridische onvolkomenheden, waaronder het verbeteren van wat onder een waardevolle boom moet worden verstaan en de toelichting die hoort bij toetsingscriteria voor de kapvergunning, en de weeffout over het verbod om te slapen op of aan de weg te herstellen, en het daarnaast wenselijk is om de hoogtegrens voor grote voertuigen met 5 centimeter te verhogen tot 2,45 meter;

 

besluit vast te stellen de Verordening tot het actualiseren van de Verordening fysieke leefomgeving

Artikel I Wijzigen verordening

De Verordening fysieke leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1:1, onderdeel i, wordt «onder m» vervangen door: onder n.

 

B

In artikel 2:1, vierde lid, wordt «;» vervangen door: ..

 

C

In artikel 2:3, tweede lid, wordt «artikel 1:8» vervangen door: artikel 1:3.

 

D

Artikel 2:8 vervalt.

 

E

In artikel 5:7, eerste lid, wordt «een hoogte van meer dan 2,4 meter» vervangen door: een hoogte van meer dan 2,45 meter.

 

F

In artikel 9:1, aanhef en onderdeel j, wordt «ouder is dan 50 jaar» vervangen door: 50 jaar of ouder is,

gerekend vanaf de eerste dag van het jaar van aanplant tenzij de exacte datum van aanplant bekend is.

 

G

Het tweede lid van artikel 9:4 komt te luiden:

 

  • 1.

    In afwijking van artikel 1:3 kan de kapvergunning voor een monumentale of waardevolle boom, als alternatieven voor behoud nauwgezet zijn onderzocht, alleen worden verleend als:

    • a.

      een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de monumentale of waardevolle boom of;

    • b.

      naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

H

In artikel 9:11, eerste lid, wordt «artikel 9:2» vervangen door: artikel 9:3.

 

I

In artikel 10:1, tweede lid, vervalt «2:8,».

 

J

Artikel 10:6 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In onderdeel a wordt «de artikelen 2:9 en 4:7» vervangen door: artikel 4:7.

     

  • 2.

    In onderdeel h wordt «van deze verordening.» vervangen door: van deze verordening;.

     

  • 3.

    Na onderdeel h wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

     

    • i.

      het Aanwijzingsbesluit Reclameverordening op artikel 7:4 van deze verordening.

Artikel II Inwerkingtreding

 

  • 1.

    Deze verordening tot het actualiseren van de Verordening fysieke leefomgeving treedt in werking op de dag na het bekendmaken daarvan.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid treedt onderdeel J, subonderdeel 3, van artikel I in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2021.

De raad van Alkmaar, 11 december 2025

mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

mw. mr. V.H. Hornstra, griffier

Toelichting Verordening tot het actualiseren van de Verordening fysieke leefomgeving

Deze verordening tot het actualiseren van de Verordening fysieke leefomgeving heeft als doel de verordening actueel te houden.

 

Artikelsgewijs

 

D (artikel 2:8), I (artikel 10:1) en J (artikel 10:6)

 

Artikel 2:8 van de Verordening fysieke leefomgeving regelt kort gezegd dat het verboden is om te slapen op of aan de weg.

 

Het oogmerk van dit artikel is het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast. In het bijzonder gaat het om het voorkomen van brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de stad. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Het voorkomen en tegengaan houdt duidelijk verband met het beschermen van de openbare orde, en daarbij gaat het om de openbare orde in de zin van “de door het lokale bestuur gewenste en gereguleerde normale gang van zaken van het gemeenschapsleven in, aan en zichtbaar vanaf de openbare ruimte” en “het ordentelijk verloop van het maatschappelijk leven in de openbare ruimte”. Ook voor het tegengaan van verontreiniging geldt dat de openbare orde centraal staat en dit sluit aan bij de Algemene plaatselijke verordening (Apv); het verbod om te wildplassen staat namelijk ook in de Apv. De bedoeling van dit artikel wijst dus duidelijk in de richting van de Apv. Daarom hoort dit artikel niet (meer) thuis in de Verordening fysieke leefomgeving, maar in de Apv; dit volgt ook uit de wijzigingen in de Model-APV (zomer 2024) van de VNG. Dit geldt ook voor de strafbaarstelling van dit artikel (I) en de verwijzing naar uitvoeringsregels (J).

 

E (artikel 5:7)

Uit de gemeentelijke handhavingspraktijk blijkt dat werkbusjes (soms) net de hoogtegrens van 2,4 meter overschrijden, omdat bijvoorbeeld een rek op het dak is geplaatst. Door deze verhoging mogen die busjes niet geparkeerd staan op de plek waar ze toch staan, terwijl deze extra hoogte maar minimaal overlast veroorzaakt. Het verhogen van de hoogtegrens met 5 centimeter is een praktischere oplossing dan het laten ontsnappen van lucht uit de banden van het werkbusje om zo aan de hoogtegrens te voldoen. Met de nieuwe hoogtegrens van 2,45 meter wordt recht gedaan aan de huidige feitelijke situatie dat werkbusjes ook steeds hoger worden.

 

F (artikel 9:1)

Onderdeel j

Met deze wijziging wordt dit onderdeel taalkundig verhelderd, omdat «ouder dan 50 jaar» op meerdere manieren kan worden uitgelegd en daarmee onduidelijkheid oplevert in uitvoeringspraktijk. Is het beginpunt bijvoorbeeld «50 jaar en 1 dag» of «het eerstvolgende geboortejaar, namelijk 51 jaar»? Omdat in dit onderdeel een onderscheid wordt gemaakt tussen een boomgroep van «nog geen 50 jaar» en een boom «ouder dan 50 jaar» moet taalkundig worden aangenomen dat bij «ouder dan 50 jaar» wordt gedoeld op «50 jaar of ouder» (omdat «50 jaar» dan precies aansluit bij «nog geen 50 jaar»). De onduidelijkheid wordt dan ook weggenomen door de formulering «50 jaar of ouder» te gebruiken: een gemeentelijke boom vanaf 50 jaar is dus een waardevolle boom.

 

Vervolgens is voor de uitvoeringspraktijk de vraag in hoeverre de leeftijd van de boom ten tijde van de aanplant een rol moet spelen bij het bepalen van de leeftijd in het kader van de verordening. Doorgaans is het jaar van aanplant de enige verifieerbare indicatie over de leeftijd van de boom. Daarom wordt, tenzij de exacte datum van aanplant bekend is, bij de aanvraag voor een kapvergunning voor een gemeentelijke boom voor het bepalen van de leeftijd als uitgangspunt genomen dat de boom is aangeplant op 1 januari van het jaar van aanplant. Omdat een te planten boom altijd ouder zal zijn dan 1 jaar, is het reëel om ook bij een boom die is geplant in de loop van het jaar voor het bepalen van de leeftijd uit te gaan van 1 januari van dat jaar.

 

G (artikel 9:4)

Tweede lid

De toelichting is aangepast omdat in de oude toelichting het begrip «zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang» nader werd ingevuld met nadere regels. Dit is in strijd met de regels voor wetgevingstechniek, omdat de toelichting niet kan worden gebruikt voor het stellen van nadere regels. Daarnaast is het gebruik van het begrip «zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang» (oud) verduidelijkt naar «zwaarwegend maatschappelijk belang», omdat «algemeen maatschappelijk» meer van hetzelfde is.

 

Voor de monumentale en waardevolle bomen die staan op de lijst met monumentale en waardevolle bomen geldt een kapverbod tenzij vergunning is verleend. Mogelijkheden tot behoud van monumentale en waardevolle bomen moeten altijd uitgebreid zijn onderzocht, bijvoorbeeld door aanpassing van een bouwplan, een nadere inrichting van het gebied of een minder ingrijpende ingreep aan de boom. Als aanpassing of ingreep zonder grote bezwaren niet mogelijk is, dan kan een kapvergunning worden verleend.

 

Het begrip «zwaarwegend maatschappelijk belang» wordt alleen gebruikt om aan te geven dat een afweging moet worden gemaakt tussen het belang van de aanvrager en het algemeen belang van de samenleving. Deze afweging is maatwerk en is daarom niet verder uitgewerkt.

 

Als gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) de reden voor de kapaanvraag is, dan moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de (boomverzorgings-) alternatieven voor kap voldoende zijn onderzocht en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.

Naar boven