Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Den Haag 2025

Toelichting

 

Bij een zeer groot aantal ouders is tussen 2005 en 2019 onterecht de kinderopvangtoeslag stopgezet door de Belastingdienst. Dat heeft voor die ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden enorme gevolgen gehad. Daardoor is hen ernstig onrecht aangedaan.

 

Gedupeerde ouders hebben vaak meer nodig dan alleen financieel herstel. Zij kunnen nog dagelijks gevolgen ondervinden van de manier waarop de terugvordering van de kinderopvangtoeslag plaatsvond. Zij hebben bijvoorbeeld ondersteuning nodig bij het vinden van passend werk, het oplossen van schulden of begeleiding bij gezondheidsproblemen. Om die reden is in de Wet hersteloperatie toeslagen geregeld dat het aan het college van burgemeester en wethouders is om brede ondersteuning te bieden aan personen die zijn getroffen door de toeslagenproblematiek. Sinds 2021 ontvangen Haagse gedupeerden van de kinderopvangtoeslag deze brede ondersteuning. In deze beleidsregel is vastgelegd langs welke kaders deze ondersteuning wordt gegeven.

 

Brede ondersteuning is niet gericht op financieel herstel en biedt geen compensatie voor schade uit het verleden. Het doel van de brede ondersteuning is dat het gedupeerden in staat stelt een nieuwe start te maken na de toeslagenproblematiek. De nieuwe start is gekoppeld aan doelstellingen die verband houden met de vijf leefgebieden die in de Wet hersteloperatie toeslagen zijn genoemd. De individuele situatie van de gedupeerde en het gezin op het moment van de aanvraag is hierbij het uitgangspunt. Met de geboden ondersteuning krijgen ouders en kinderen de mogelijkheid om vaardigheden te ontwikkelen, kennis op te doen en hulp te krijgen om zo de doelstellingen op de vijf leefgebieden te kunnen behalen.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, 

 

gelet op:

 

  • -

    artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen; en

  • -

    artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit vast te stellen de Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Den Haag 2025.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

bedreigende situatie:

gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;

college:

gezin:

college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner;

hulpvraag:

formulering van de behoefte aan brede ondersteuning die passend is om de doelstellingen te kunnen bereiken;

immateriële voorziening:

een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak;

inwoner:

ingezetene volgens de Basisregistratie Personen van de gemeente Den Haag;

kindregeling:

herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen, pleegkinderen of voormalig pleegkinderen van gedupeerde ouders;

leefgebieden:

de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg;

materiële voorziening:

een fysieke voorziening die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken;

toekennen:

beschikken van de aanspraak op een voorziening;

UHT:

Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen;

verstrekken:

feitelijk betalen, betaalbaar stellen of inzetten van een toegekende voorziening;

voorziening:

materiële voorziening of immateriële voorziening;

wet:

Wet hersteloperatie toeslagen;

 

Artikel 1:2 Doel van de brede ondersteuning

  • 1.

    De brede ondersteuning is gericht op:

    a. het ondersteunen van de aanvrager, als bedoeld in artikel 1:4, bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en

    b. het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid.

  • 2.

    De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat stellen een nieuwe start te maken zijn:

    a. in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;

    b. samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen;

    c. minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren middels arbeid;

    d. een veilige en betaalbare plek om te wonen; en

    e. welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.

 

Artikel 1:3 Uitzonderingen brede ondersteuning

Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn:

  • a. vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;

    b. ondersteuning op andere leefgebieden;

    c. vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;

    d. betalen van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen;

    e. kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend, tenzij sprake was van een bedreigende situatie; en

    f. kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.

 

Artikel 1:4 Doelgroep brede ondersteuning

  • 1.

    Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder brede ondersteuning hebben gehad.

  • 2.

    Het college verleent ook toegang tot brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.

  • 3.

    Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar die geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.

  • 4.

    Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.

 

Artikel 1:5 Brede ondersteuning voor een minderjarige

  • 1.

    Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze:

    a. jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat;

    b. jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner en onder diens gezag staat; of

    c. zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.

  • 2.

    Een aanvraag voor brede ondersteuning voor een minderjarige jonger dan 16 dient ingediend te worden door diens ouders verzorgers.

  • 3.

    Een aanvraag voor brede ondersteuning voor een minderjarige van 16 of 17 jaar oud kan door de minderjarige ingediend worden mits ouders/verzorgers hier medeweten van hebben.

 

 

Hoofdstuk 2 Aanvraag, eerste gesprek en vaststelling hulpvraag

 

Artikel 2:1 Aanvraag brede ondersteuning

  • 1.

    Een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning aan het college kan zowel schriftelijk via het digitale aanmeldformulier, per e-mail als telefonisch worden ingediend.

  • 2.

    Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 1:4 genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning.

  • 3.

    Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van de aanvraag.

 

Artikel 2:2 Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag

  • 1.

    Het college nodigt de aanvrager binnen acht weken uit voor een eerste gesprek, nadat een aanvraag bij het college is ingediend.

  • 2.

    Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanvrager, aan de hand van de doelstellingen bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, de situatie van de aanvrager op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is.

 

 

Hoofdstuk 3 Besluit op de aanvraag en plan van aanpak

 

Artikel 3:1 Besluit op de aanvraag

Het college draagt zorg dat de aanvrager binnen acht weken na het eerste gesprek een besluit als bedoeld in artikel 2.21 vierde lid van de wet. De beschikking bevat:

  • a. een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat ziet op een nieuwe start in het kader van herstel dat tenminste op hoofdlijnen is vastgesteld; of

    b. een weigering van de toegang tot brede ondersteuning.

 

Artikel 3:2 Het opstellen van het plan van aanpak

  • 1.

    Het college stelt in afstemming met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt.

  • 2.

    In het plan van aanpak wordt vastgelegd:

    a. hoe stapsgewijs en integraal wordt toegewerkt naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager; en

    b. indien van toepassing, welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.

  • 3.

    Het plan aanpak kan tussentijds gewijzigd of aangevuld worden zoals omschreven in artikel 3:4 van deze beleidsregel.

 

Artikel 3:3 Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren

  • 1.

    Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager:

    a. achttien jaar of ouder is;

    b. in aanmerking komt voor de kindregeling;

    c. naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit zoals bedoeld in de Beleidsregel Schuldhulpverlening Den Haag 2022; en

    d. diens aanvraag aanvullend schuldhulpverleningsaanbod heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021.

  • 2.

    Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie voor het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod.

 

Artikel 3:4 Het wijzigen van het plan van aanpak

  • 1.

    Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek.

  • 2.

    Een aanvrager kan een verzoek indienen om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 3:1, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan de artikelen 4:1, tweede en derde lid, 4:2 en 4:3.

  • 4.

    De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.

 

 

Hoofdstuk 4 Toekennen en verstrekken van voorzieningen

 

Artikel 4:1 Voorzieningen

  • 1.

    Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend.

  • 2.

    Het college hanteert vastgelegde richtbedragen bij het toekennen van de voorzieningen.

  • 3.

    Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met:

    a. de capaciteiten van de aanvrager;

    b. de financiële draagkracht de aanvrager;

    c. de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager;

    d. het duurzame karakter van de voorziening; en

    e. de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.

 

Artikel 4:2 Materiële voorzieningen

Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van toegekende voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.

 

Artikel 4:3 Immateriële voorzieningen

Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van toegekende voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.

 

Artikel 4:4 Medewerking aanvrager

Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend in het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking, zoals bedoeld artikel 4:2, tweede lid, van de Awb , vragen om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening aan de artikelen 4:1, derde lid, 4:2 en 4:3 voldoet.

 

Artikel 4:5 Weigeren voorzieningen

Het college weigert het toekennen van een voorziening als:

  • a. de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was;

    b. de voorziening niet aan de artikelen 4:1, derde lid, 4:2 en 4:3 voldoet;

    c. de aanvrager niet de medewerking, bedoeld in artikel 4:4 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan de artikelen 4:1, tweede en derde lid, 4:2 en 4:3 voldoet; of

    d. de aanvrager al eerder deze voorziening heeft ontvangen of uitgekeerd heeft gekregen in het kader van de brede ondersteuning zoals bedoeld in de wet.

 

 

Hoofdstuk 5 Beëindiging brede ondersteuning en overdracht

 

Artikel 5:1 Beëindiging van de brede ondersteuning

  • 1.

    In aanvulling op artikel 2.21, vierde lid, onderdeel b, en zesde lid, van de wet eindigt de brede ondersteuning als de aanvrager:

    a. om beëindiging van de brede ondersteuning verzoekt; of

    b. niet binnen een vastgestelde redelijke termijn van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken.

  • 2.

    Het college nodigt de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning uit voor een gesprek om de actuele situatie van de aanvrager op de leefgebieden te bespreken om te bepalen over er overdracht van hulpverlening nodig is zoals bedoeld in artikel 5:2.

 

Artikel 5:2 Overdracht van hulpverlening

Als de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning de doelstellingen uit het plan van aanpak niet heeft bereikt en het plan van aanpak niet expliciet in een overdracht naar reguliere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein voorziet, dan zorgt het college in samenspraak met de aanvrager alsnog voor een warme overdracht naar regulier ondersteuningsaanbod van de gemeente vanuit de brede ondersteuning.

 

Artikel 5:3 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een aanvrager of tot een uitkomst die kennelijk onredelijk is.

 

 

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

 

Artikel 6:1 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

 

Artikel 6:2 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Den Haag 2025.

 

Den Haag, 16 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven