Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026

 

Zaaknummer 2293246

 

gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026

 

Artikel 1. Beslistermijn schuldhulpverlening

Het besluit tot het verlenen van schuldhulpverlening, of de afwijzing daarvan zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt genomen binnen een bepaalde termijn na het eerste gesprek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet:

  • a.

    vier weken voor jongeren;

  • b.

    vier weken voor een één- of meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen of

  • c.

    acht weken in alle overige gevallen.

 

Artikel 2. Intrekking verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening Integrale Schuldhulpverlening 2022 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening Integrale Schuldhulpverlening 2022 blijft van toepassing op beslissingen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn genomen.

 

Artikel 3. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026

 

Hoorn, 9 december 2025

 

 

de griffier,                              de voorzitter,

 

 

Bekendmaking:

  • door middel van publicatie Westfriesland op Zondag;

  • door opname in het Gemeenteblad en

  • door middel van publicatie in de Staatscourant.

 

 

Toelichting

 

Algemeen

De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening geeft uitvoering aan artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: wet), zoals deze met ingang van 1 januari 2021 zal gelden. Artikel 4a van de wet is ingevoerd bij Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens (Stb. 239).

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Beslistermijn schuldhulpverlening

De wet regelt dat inwoners met problematische schulden bij gemeenten. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Daarbij is van belang dat het voor de inwoner duidelijk is binnen welke termijn na het eerste gesprek over de hulpvraag wordt besloten of diegene voor een schuldenregeling in aanmerking komt.

 

Hiervoor is een wettelijke termijn op genomen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. Een kortere beslistermijn vaststellen is wel toegestaan.

 

De gekozen termijnen sluiten aan bij de verschillende doelgroepen die in de praktijk extra aandacht vragen of waarvoor een snellere afhandeling wenselijk wordt geacht.

Voor jongeren is een termijn van vier weken opgenomen. Jongeren bevinden zich vaak in een kwetsbare fase, waarbij schulden snel kunnen oplopen en het van belang is dat zij snel duidelijkheid krijgen over de ondersteuning die zij kunnen ontvangen.

 

Voor één- of meerpersoonshuishoudens waarin minderjarige kinderen aanwezig zijn, is ook een termijn van vier weken vastgesteld. Ook in deze situaties is spoedige duidelijkheid van groot belang, omdat financiële problemen binnen het huishouden direct invloed kunnen hebben op de ontwikkeling en het welzijn van de kinderen.

 

Voor overige gevallen is een termijn van acht weken bepaald. Dit is de maximale beslistermijn die de wet toestaat en geeft de gemeente voldoende ruimte om in meer complexe situaties een zorgvuldige afweging te maken en de benodigde informatie te verzamelen.

 

Bij de keuze voor deze termijnen is rekening gehouden met de uitvoeringspraktijk en de beschikbare capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie. De termijnen bieden een goede balans tussen enerzijds het belang van de inwoner om tijdig duidelijkheid te krijgen en anderzijds het belang van een zorgvuldige beoordeling door de gemeente.

 

Naar boven