Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2026

De raad van de gemeente Zwolle;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2-12-2025;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2026.

(Verordening Havengeld Zwolle 2026)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    abonnement: recht op onbeperkt gebruik binnen een periode van een week, een maand, een kwartaal of een jaar;

  • b.

    bedrijfsvaartuig: vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zeeschip, binnenschip of vaartuig in directe dienst bij de gemeente, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep met dat vaartuig dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten;

  • c.

    binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip en niet zijnde een pleziervaartuig;

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • e.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

  • f.

    digitale dienstverlening: internetapplicatie van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van scheepsbewegingen en betaling van havengelden met gebruik van een (mobiele) telefoon en/of internet;

  • g.

    exploitant: eigenaar, beheerder of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;

  • h.

    gemeentelijk vaarwater: het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater;

  • i.

    Green Award Certificaat: een certificaat dat door de Stichting Green Award wordt uitgereikt aan vaartuigen waarvan tijdens een inspectie is aangetoond dat zij voldoen aan bovenwettelijke eisen op het gebied van milieu, veiligheid en kwaliteit;

  • j.

    halfjaar: een aaneengesloten tijdvak van 6 maanden;

  • k.

    haven: wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, aanmeergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen;

  • l.

    havenmeester: de als zodanig van gemeentewege aangewezen ambtenaar, aan wie het toezicht op de haven en de kade is opgedragen en zijn plaatsvervanger;

  • m.

    historisch vaartuig: een vaartuig dat aanvankelijk is gebouwd als bedrijfsvaartuig, dat een leeftijd heeft van minimaal 50 jaar en dat qua uiterlijk zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat van bouw en uitrusting wordt gehouden en in gebruik is voor permanente bewoning;

  • n.

    hospitaalschip: een schip uitsluitend bestemd en gebruikt voor behandeling, verpleging of vervoer van zieken, gewonden en gehandicapten;

  • o.

    jaar: een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden;

  • p.

    kade: de voor de openbare dienst bestemde plaats ingericht voor het aanleggen of aangelegd houden van vaartuigen en/of voor het opslaan van goederen ter lading en/ of gelost uit voer- of vaartuigen;

  • q.

    kalenderjaar: een aaneengesloten periode van twaalf maanden, die begint op 1 januari en eindigt op 31 december;

  • r.

    kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden;

  • s.

    laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

  • t.

    maand: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalendermaand tot en met de laatste dag van die kalendermaand;

  • u.

    meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet;

  • v.

    passagiersschip: een vaartuig dat een middel van openbaar vervoer is, of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;

  • w.

    pleziervaartuig: een vaartuig in particulier bezit dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;

  • x.

    schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;

  • y.

    schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert;

  • z.

    sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig slepen of duwen van andere vaartuigen;

  • aa.

    tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;

  • bb.

    termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven of kade plaatsvindt;

  • cc.

    ton: een massa van 1.000 kilogram;

  • dd.

    vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen.

  • ee.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende op de dag waarin het gebruik een aanvang neemt;

  • ff.

    woonschip: een vaartuig, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik als woning;

  • gg.

    zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de benaming havengelden wordt een recht geheven ter zake van:

  • a.

    het gebruik overeenkomstig de bestemming van de voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van andere voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente;

  • b.

    rechten voor het genot van de door de gemeente verstrekte diensten.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de kapitein, de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van een van deze optreedt.

Artikel 4 Verschuldigdheid

Het havengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de haven, dan wel het genot van de verstrekte diensten in verband met dat gebruik, aanvangt.

Artikel 5 Tarieven

Het havengeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de tarieventabel.

Artikel 6 Tarieftoepassing

  • 1.

    Voor de toepassing van de tarieven wordt een gedeelte van een dag, een week, een maand, een vierkante meter (m²) , een strekkende meter of een ton als een volle eenheid gerekend;

  • 2.

    Het laadvermogen van het vaartuig wordt uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;

  • 3.

    Als aantal m² wordt aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte; zijnde de grootste lengte maal de grootste breedte;

  • 4.

    De lengte van het vaartuig wordt uitgedrukt in het aantal meters, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief.

Artikel 7 Vrijstellingen

  • 1.

    Het haven- en kadegeld wordt niet geheven van:

    • a.

      vaartuigen in directe dienst van de gemeente of werkend in opdracht van de gemeente;

    • b.

      vaartuigen, die van een zich in de gemeente bevindende scheepswerf zijn te water gelaten en vaartuigen, die aan het terrein van een zodanige scheepswerf worden hersteld, een en ander voor zover er niet mee wordt gevaren;

    • c.

      baggermachines en vaartuigen, die daarbij gebezigd worden voor het vervoer van baggerspecie gedurende de tijd, dat zij binnen het gebied van de gemeente werken;

    • d.

      vaartuigen die waarvan de schipper kan aantonen dat wegens ernstige familieomstandigheden zoals een sterfgeval of ziekte van een familielid voor een periode van maximaal 14 dagen van de haven gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost; de vrijstelling kan eenmalig voor 14 dagen worden verlengd;

    • e.

      vaartuigen, waarvan de schipper kan aantonen gedwongen in de haven te verblijven ten gevolge van ijsgang of weersgesteldheden of lage waterstand, mits niet wordt geladen of gelost of nadat is geladen en/of gelost;

    • f.

      met spierkracht voortbewogen vaartuigen;

    • g.

      doorvarende vrachtschepen, die aanleggen, mits niet langer dan twaalf uren en zij niet laden en/of lossen;

    • h.

      hospitaalschepen.

Artikel 8 Aanvang/beëindiging belastingplicht in de loop van het belastingjaar

  • a.

    Indien de belastingplicht ten aanzien van vaartuigen, genoemd in de tabel onder de nummers 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2 in de loop van het kalenderjaar ontstaat, bedraagt het havengeld zoveel vierde gedeelten van het havengeld, genoemd in de tabel, als er nog kalenderkwartalen in het kalenderjaar resteren. Hierbij wordt een gedeelte van een kalenderkwartaal aangemerkt als een kalenderkwartaal.

  • b.

    Indien de belastingplicht ten aanzien van vaartuigen, genoemd in de tabel onder de nummers 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2 in de loop van het kalenderjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel vierde gedeelten van het havengeld, genoemd in de tabel, als er nog volle kalenderkwartalen in het kalenderjaar resteren.

  • c.

    Indien in de loop van het jaar het havengeld per keer is geheven en er wordt overgegaan tot heffing bij abonnement, dan wordt het reeds geheven havengeld niet teruggegeven of verrekend.

  • d.

    Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn het betaalde havengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde havengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde havengeld lager is dan het betaalde, teruggave niet plaatsvindt.

Artikel 9 Wijze van heffing

  • 1.

    het havengeld wordt geheven door middel van afgifte van een gedagtekende nota of een andere schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    Bij gebruik van de digitale dienstverlening wordt de nota verstuurd vanuit de daarvoor gebruikte internetapplicatie.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel moet het havengeld, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden voldaan bij de aanbieding van de nota of andere schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    Ingeval de nota of andere schriftelijke kennisgeving wordt toegezonden moet het havengeld worden voldaan binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van havengelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van havengelden.

Artikel 13 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening Havengeld 2025 van 16 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

  • 4.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.

  • 5.

    Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening Havengeld Zwolle 2026”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.

De voorzitter,

de griffier,

Tarieventabel behorende bij de Verordening Havengeld Zwolle 2026

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Beroepsvaartuigen (exclusief btw)

 

 

 

 

 

 

Vrachtschepen

 

 

1.1

Vrachtschepen die niet laden en/of lossen, per ton laadvermogen: Per reis; per 7 dagen:

€ 0,100

1.2

Vrachtschepen die wel laden en/of lossen, per ton laadvermogen: Per reis; per 7 dagen:

€ 0,179

1.3

Vrachtschepen die minder dan de halve lading laden en/of lossen per ton laadvermogen: Per reis; per 7 dagen

€ 0,090

1.4

Abonnement per maand per ton

€ 1,624

1.5

Abonnement per kwartaal per ton

€ 3,798

1.6

Abonnement per jaar per ton

€ 9,910

1.7

Containerschepen, per geladen of geloste container

nvt

1.8

Schepen in het bezit van een bronzen Green Award certificaat krijgen 5% korting op bovengenoemde tarieven;

 

1.9

Schepen in het bezit van een zilveren Green Award certificaat krijgen 10% korting op bovengenoemde tarieven;

 

1.10

Schepen in het bezit van een gouden Green Award certificaat krijgen 15% korting op bovengenoemde tarieven;

 

1.11

Schepen in het bezit van een platinum Green Award certificaat krijgen 20% korting op bovengenoemde tarieven;

 

 

 

 

 

 

Zeeschepen, per ton laadvermogen

 

1.12

Zeeschepen die niet laden en/of lossen, per ton laadvermogen: Per reis; per 7 dagen:

nvt

1.13

Zeeschepen die wel laden en/of lossen, per ton laadvermogen Per reis; per 7 dagen

nvt

1.14

Zeeschepen die minder dan de halve lading laden en/of lossen per ton laadvermogen: Per reis; per 7 dagen

nvt

 

 

 

 

Vaartuigen, niet nader in de tabel omschreven

 

1.15

Per reis, per dag per strekkende meter

€ 0,526

1.16

Per reis, per 7 dagen per strekkende meter

€ 1,650

 

 

 

 

 

Passagiersschepen per strekkende meter

 

1.17

Per dag

 

€ 1,41

1.18

Per kalenderjaar

 

€ 7,387

 

 

 

 

 

Sleep- en duwboten per strekkende meter

 

1.19

tot 7 dagen

€ 2,083

1.20

Abonnement per kwartaal per strekkende meter

n.v.t.

 

 

 

 

Dekschuiten, per ton laadvermogen

 

1.20

Tot 7 dagen

 

n.v.t.

1.21

Abonnement per kwartaal per ton laadvermogen

n.v.t.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Bijzondere vaartuigen

 

 

 

 

 

 

Horecaschepen (inclusief btw)

 

2.1

Horecaschepen, die vast in Zwolle zijn gelegen, per m2 publieksruimte per kalenderjaar

€ 62,580

 

 

 

 

 

Recreatievaartuigen (exclusief btw)

 

2.2

Vaartuigen, die worden gebruikt als pleziervaartuig, met uitzondering van de kleine vaartuigen als bedoeld in artikel 5:25, vierde lid, van de APV, die de gemeente Zwolle als thuishaven hebben, lengte van het vaartuig, per strekkende meter, per kalenderjaar

€ 111,877

2.3

Vaartuigen, die door passanten als pleziervaartuig worden gebruikt, lengte van het vaartuig per dm1, per uur

€ 0,005

2.4

Historische vaartuigen, lengte van het vaartuig per dm1, per uur

€ 0,005

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Woonschepen (inclusief btw)

 

 

 

 

 

3.1

Woonschepen, per m2 oppervlakte, per kalenderjaar

€ 7,179

3.2

Woon-werkschepen, per m2 oppervlakte, per kalenderjaar

€ 7,179

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Voorzieningen (exclusief btw)

 

4.1

Afnemen water

 

€ 2,54

4.2

Afnemen elektra

 

€ 0,396

 

Behoort bij het raadsbesluit van 15 december 2025.

 

De griffier van Zwolle,

Naar boven