Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026

Geregistreerd onder nummer D/2025/717058

Wettelijke grondslag:

Gemeentewet, art. 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk;

  • b.

    standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning;

  • c.

    standplaats- c.q. vergunninghouder: houder van een marktvergunning die door het college is verstrekt voor de ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is;

  • d.

    standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning;

  • e.

    vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning;

  • f.

    een (markt)dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als gehele dag wordt aangemerkt;

  • g.

    een week: een aaneengesloten periode van 7 dagen;

  • h.

    een maand: het tijdvak dat loopt vanaf de eerste dag in een kalendermaand tot en met de laatste dag van die kalendermaand;

  • i.

    een kwartaal: drie achtereenvolgende kalendermaanden, respectievelijk beginnende op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op een markt.

Artikel 3 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van de standplaatshouder of vergunninghouder, die een standplaats als bedoeld in artikel 1 inneemt of voor zich doet reserveren, dan wel van degene die in diens plaats treedt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarieven

Het marktgeld voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 1 bedraagt:

a.

Voor een dagplaats: per strekkende meter of gedeelte daarvan met een diepte van maximaal drie meter, per marktdag of gedeelte daarvan

€ 4,37

b.

Voor een vaste standplaats: per strekkende meter of gedeelte daarvan met een diepte van maximaal drie meter, per kalendermaand of gedeelte daarvan

€ 13,75

Artikel 5 Wijze van heffing

Het marktgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    Het marktgeld voor een standplaats is verschuldigd op het moment dat de standplaats wordt ingenomen.

  • 2.

    Het marktgeld voor een vaste standplaats is ingevolge artikel 2 van deze verordening verschuldigd bij aanvang van elke kalendermaand of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 7 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld worden betaald op het tijdstip van uitreiking van de kennisgeving, nota of ander schriftuur bedoeld in artikel 4.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het voorgaande lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt vastgesteld met het schriftuur als bedoeld in artikel 4 van deze verordening.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 8 Vrijstelling bij verplaatsing wegens evenement

Indien de markt op grond van een door de burgemeester verleende evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de vigerende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Heemskerk tijdelijk wordt verplaatst wegens de jaarlijkse volksfeesten of Koningsdag, wordt voor een vaste standplaats die hierdoor wordt verplaatst het marktgeld voor de gehele betreffende kalendermaand niet geheven.

Artikel 9 Kwijtschelding

Voor het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening marktgelden 2025’, vastgesteld op 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgelden 2026’.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente

Heemskerk in zijn openbare vergadering van 11 december 2025

de raad voornoemd,

G. van Egmond

waarnemend griffier,

A.H.J.J. Luijten

de voorzitter,

Naar boven