Verordening precariobelasting Hoogeveen 2026

De raad van de gemeente Hoogeveen;

 

Gelezen het voorstel van het college;

Gelet op artikel 216 en 228 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Hoogeveen 2026

(Verordening precariobelasting Hoogeveen 2026)

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • -

    dagdeel: de periode op een dag voor 13.00 uur of na 13.00 uur

  • -

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

  • -

    maand: een kalendermaand;

  • -

    jaar: een kalenderjaar;

  • -

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • -

    evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, zoals het houden van feestelijkheden, shows, demonstraties, tentoonstellingen, braderieën, circussen en dergelijke;

  • -

    standplaats: een aangewezen locatie op basis van de Beleidsregels standplaatsen 2025;

  • -

    Bebouwde kom: het gebied dat als bebouwde kom is vastgesteld voor de gemeente op basis van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wegenverkeersregeling en opgenomen op de bij deze verordening behorende kaarten met de nummer 1 t/m 11;

  • -

    centrum: het gedeelte van de bebouwde kom Hoogeveen zoals dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart;

  • -

    buitengebied: het gemeentelijk grondgebied dat niet als bebouwde kom of centrum is aangemerkt;

  • -

    nationale feestdagen: de algemeen erkende feestdagen bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

 

Artikel 4. Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;

  • b.

    voorwerpen, waarvoor met de gemeente een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • c.

    voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • d.

    voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in het algemeen belang dan wel worden gebezigd voor een godsdienstig of cultureel doel;

  • e.

    voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;

  • f.

    voorwerpen, welke uitsluitend als gedenkteken dienen ter nagedachtenis van gevallenen van oorlogsgeweld en ten hoogste 0,2 m2 openbare grond in beslag nemen.

  • g.

    deuren, welke krachtens een wettelijk voorschrift naar buiten moeten openslaan;

  • h.

    brievenbussen, bloemen- of plantenbakken;

  • i.

    afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,15 meter buiten de gevel uitsteken;

  • j.

    voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling;

  • k.

    buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoudelijk of hemelwater;

  • l.

    voorwerpen ten dienste van het wegverkeer om het gebruik van wegen door zich daarop voortbewegend verkeer te vergemakkelijken, waaronder in ieder geval worden begrepen algemene bewegwijzeringen waarmee een algemeen belang wordt gediend.

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

 

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4.

    Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 6.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 7.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

 

Artikel 7. Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

 

Artikel 8. Wijze van heffing

De precariobelasting wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

 

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1.

    De gevorderde bedragen moeten worden betaald binnen één maand na dagtekening van de in artikel 8 bedoelde schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    Indien een automatische incasso is afgegeven voor het innen van de gemeentelijke heffingen wordt het belastingbedrag op de kennisgeving automatisch afgeschreven in de volgende maand na die waarin de kennisgeving is verzonden.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 12. Overgangsrecht

De verordening Precariobelasting 2018 met bijlagen van 7 december 2017, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 4 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Hoogeveen 2026.

 

 

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hoogeveen,

gehouden op 4 december 2025.

De griffier, De voorzitter,

C. Elken-van Mierlo M. Breukelman

Tarieventabel behorende bij de Verordening Precariobelasting 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van voorwerpen waarvoor in de volgende hoofdstukken dan wel in een andere belastingverordening geen afzonderlijk tarief is opgenomen per m² in beslag genomen grond:

 

a. per dag

€ 0,82

 

b. per week

€ 2,47

 

c. per maand

€ 4,94

 

d. per jaar

€ 49,73

 

met een maximumbedrag per dag van

€ 124,15

 

 

 

Hoofdstuk 2 Bouw - en onderhoudswerken

2.1

Het tarief bedraagt voor het op enigerlei wijze aan de openbare

 

dienst onttrekken van openbare gemeentegrond ten behoeve van

 

bouw- en onderhoudswerken, per m² in beslag genomen grond:

 

a. voor een dag

€ 0,27

 

b. voor een week

€ 1,05

 

c. per maand

€ 3,56

 

 

 

Hoofdstuk 3 Opslagplaatsen C.A.

3.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van een vaste opslag-, laad- en/of losplaats per m² in beslag genomen grond per jaar:

€ 0,99

 

 

 

Hoofdstuk 4 Standplaatsen

4.1

Het tarief bedraagt voor het hebben of innemen van een standplaats op het autobusstation aan het Stationsplein, per bushalte, per jaar

€ 211,70

4.2

Het tarief voor het innemen van een standplaats met kramen, tafels, weegtoestellen, hand- of andere wagens en andere soortgelijke inrichtingen op gemeentegrond bedraagt per locatie per jaar voor:

 

 

1 dag per week

€ 1.344

 

2 dagen per week

€ 2.688

 

3 dagen per week

€ 4.032

 

4 dagen per week

€ 5.377

 

e. 5 of meer dagen per week

€ 6.720

 

 

 

Hoofdstuk 5 Terrassen en uitstallingen

5.1

Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder, op of boven een terras, bij een totaal ingenomen oppervlakte, per m2:

 

a. per jaar

€ 27,00

5.2

Het tarief voor het hebben van een uitstalling van waren op openbare gemeentegrond bedraagt per m² in beslag genomen grond:

 

 

per jaar

€ 50,85

 

 

 

Hoofdstuk 6 Tankstations

6.1

Het tarief voor het hebben van een installatie voor de levering van benzine of andere motorbrandstoffen, met inbegrip van de eventueel daarbij behorende vulputten, leidingen, tanks, lichtmasten, reclamezuilen, kiosken of andere voorwerpen op of onder openbare gemeentegrond bedraagt per aftappunt voor motorbrandstof: per aftappunt per jaar

€ 353,20

 

 

 

Hoofdstuk 7 Evenementen C.A.

7.1

In afwijking van hetgeen is bepaald in hoofdstuk 4 en 5 van deze tarieventabel bedraagt het tarief voor het hebben van voorwerpen en/of innemen van standplaatsen en terrassen en/of uitstalling van waren tijdens evenementen, per m² in beslag genomen grond:

7.1.1

Indien het betreft openbare gemeentegrond in een gebied

 

aangemerkt als centrum, per m² in beslag genomen grond:

 

a. per dag

€ 0,86

 

b. per week

€ 2,58

 

Het maximumbedrag per dag bedraagt bij:

 

 

1 t/m 1.000 m²

€ 87,48

 

1.001 t/m 5.000 m²

€ 174,96

 

5.001 t/m 10.000 m²

€ 262,31

 

10.001 t/m 15.000 m²

€ 350,17

 

15.001 m² of meer

€ 458,38

7.1.2

Indien het betreft openbare gemeentegrond in een gebied

 

aangemerkt als bebouwde kom, per m² in beslag genomen grond:

 

a. per dag

€ 0,46

 

b. per week

€ 1,35

 

Het maximumbedrag per dag bedraagt bij:

 

 

1 t/m 1.000 m²

€ 44,91

 

1.001 t/m 5.000 m²

€ 90,59

 

5.001 t/m 10.000 m²

€ 136,35

 

10.001 t/m 15.000 m²

€ 182,06

 

15.001 m² of meer

€ 227,92

7.1.3

Indien het betreft openbare gemeentegrond in een gebied

 

aangemerkt als buitengebied, per m² in beslag genomen grond:

 

a. per dag

€ 0,34

 

b. per week

€ 0,92

 

Het maximumbedrag per dag bedraagt bij:

 

 

1 t/m 1.000 m²

€ 29,34

 

1.001 t/m 5.000 m²

€ 58,64

 

5.001 t/m 10.000 m²

€ 88,03

 

10.001 t/m 15.000 m²

€ 146,85

 

15.001 m² of meer

€ 174,66

7.1.4

De precariobelasting genoemd in 7.1.1 en 7.1.2 wordt niet geheven indien het evenement plaats vindt op nationale feestdagen.

7.1.5

De precariobelasting genoemd in 7.1.1 en 7.1.2 wordt niet geheven als een evenement wordt georganiseerd of opgezet door een burgerinitiatief of maatschappelijk initiatief, georganiseerd en/of uitgevoerd door een groep burgers, die zich afspeelt in het publiek domein en die ten goede komt aan de samenleving.

 

Behorende bij raadsbesluit van 4 december 2025.

 

De griffier,

 

 

 

C. Elken-van Mierlo

 

Bijlage  

 

 

Naar boven