Gemeenteblad van Zoetermeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zoetermeer | Gemeenteblad 2025, 55478 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zoetermeer | Gemeenteblad 2025, 55478 | beleidsregel |
BRP: De basisregistratie personen.
Algemeen beheerder: Het afdelingshoofd van de afdeling Communicatie en Publieksplein.
Aangewezen derde: Een derde met een gewichtig maatschappelijk belang die door de minister van BZK is aangewezen om voor de uitvoering van zijn taak gegevens uit de BRP te ontvangen.
Toezichthouder BRP: De toezichthouder, die namens het college van burgemeester en wethouder is aangewezen, om toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen van de burger op grond van de Wet BRP.
Afnemer: Overheidsorganisatie of aangewezen derde die voor de uitvoering van zijn taak persoonsgegevens uit de BRP ontvangt.
Gegevensbeheerder: De BRP-specialist van de afdeling Communicatie en Publieksplein.
Privacybeheerder: De BRP-specialist van de afdeling Communicatie en Publieksplein.
Het stelsel van basisregistraties is de kern van de informatiehuishouding van de overheid. De bedoeling is om gegevens eenmalig uit te vragen bij de burger en deze meervoudig te gebruiken. De gegevens in de basisregistraties moeten juist zijn zodat ze door de hele overheid gebruikt kunnen worden.
De BRP is een noodzakelijke schakel in de dienstverlening aan de inwoner en de persoonsinformatievoorziening voor de hele overheid en aangewezen derden. Zonder een goede werking van het totale informatiesysteem, waaronder techniek, locatie en personeel, is het onmogelijk dat deze werkzaamheden goed functioneren.
De persoonsgegevens in de BRP zijn zeer privacygevoelig. De regels om de privacy van de inwoner te waarborgen zijn streng. De belangen voor de inwoner en de gebruikers van de BRP-gegevens zijn groot.
Met dit beleidsstuk wordt invulling gegeven aan artikel 51 van de Privacy- en beheerregeling BRP. Informatiebeveiliging vormt dus een gedeelte van dit document. Het onderdeel betrouwbaarheid omvat ook de beleidsregels ten aanzien van de bestuurlijke boete. Vaststelling van het beleid geeft de gemeentelijke organisatie de opdracht om zorg te dragen voor het voldoen aan de doelstellingen die in dit document worden genoemd.
De beleidsdoelstellingen worden één keer in de vier jaar bijgewerkt. Door actualiteiten of evaluaties kan dit eerder zijn.
2.2 Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Zoetermeer
Dit beleid houdt direct verband met het Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Zoetermeer. Het Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Zoetermeer stelt hoofddoelen op het gebied van informatiebeveiliging, brengt risico’s in kaart, stelt doelstellingen en beheersmaatregelen vast en bepaalt wie verantwoordelijk zijn voor de diverse onderdelen van het proces. De BRP is belangrijk. Hierdoor worden er aanvullende doelstellingen vastgelegd voor informatiebeveiliging.
Jaarlijks worden de voortgang en de resultaten van de gestelde doelen geëvalueerd. Hierover wordt gerapporteerd aan het college door de beveiligingsfunctionaris. De beveiligingsfunctionaris is benoemd door het college en verantwoordelijk voor de evaluatie en rapportage. Dit is bepaald in de Privacy- en beheerregeling BRP. De taken van deze functionaris worden in dit document benoemd.
Het college van burgemeester en wethouders is eindverantwoordelijk voor het informatiebeveiligingsbeleid en de kwaliteit van de persoonsgegevens van de eigen inwoners. De taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie over informatiebeveiliging op concernniveau zijn opgenomen in het Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Zoetermeer. Het college is het bevoegde bestuursorgaan om beleidsdoelstellingen vast te stellen.
De algemeen beheerder is de proceseigenaar en heeft de functionele verantwoordelijkheid voor de dagelijkse zorg voor de BRP. Op grond van de Privacy- en beheerregeling BRP zorgt de algemeen beheerder voor het Informatiebeveiligingsplan BRP. In dit plan zijn de te nemen maatregelen opgenomen. De algemeen beheerder ziet toe op de uitvoering van deze maatregelen. De gegevensbeheerder/privacybeheerder geeft inhoudelijke ondersteuning en voert werkzaamheden uit namens de algemeen beheerder
3.1 Bedreiging informatiebeveiliging algemeen
De BRP is van belang voor veel werkzaamheden van de gemeente, andere overheidsorganen en aangewezen derden. De BRP zorgt voor de persoonsinformatievoorziening voor de gehele overheid. Een groot deel van de dienstverlening is afhankelijk van de BRP. Wanneer de BRP voor korte tijd niet beschikbaar is, veroorzaakt dit overlast. Als dit langer dan een dag zou duren, dan worden diverse processen ernstig verstoord. Langdurige of permanente uitval veroorzaakt ernstige financiële schade. Het belang van het BRP Informatiesysteem moet daarom als kritisch-strategisch worden gewaardeerd.
Enkele voorbeelden van bedreigingen ten aanzien van het BRP-informatiesysteem:
De algemeen beheerder maakt jaarlijks door een risicoanalyse de risico’s duidelijk. In overleg met de andere betrokkenen binnen de gemeente worden maatregelen voor deze risico’s bedacht. Deze worden opgenomen in het informatiebeveiligingsplan BRP.
3.2 Bedreiging betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van gegevens is om twee redenen belangrijk.
Gegevens in de BRP worden altijd overgenomen uit bij wet aangewezen brondocumenten, verzoeken en aangiften en door het toepassen van wetgeving. Het overleggen van brondocumenten is gedeeltelijk afhankelijk van de medewerking van de inwoner. Het doen van aangifte en verzoeken is geheel afhankelijk van de inwoner. Die medewerking is niet vrijblijvend, de inwoner heeft verschillende wettelijke verplichtingen.
De inwoner is een bepalende factor voor de betrouwbaarheid van de BRP. Het belang van een inschrijving in de BRP is groot. Dit komt doordat de BRP-gegevens door (semi-) overheidsinstellingen gebruikt worden voor bijvoorbeeld de aanspraak op voorzieningen.
Voor de betrouwbaarheid worden de volgende bedreigingen genoemd:
Onwetendheid van de inwoner. Voorbeelden:
Doelbewust frauderen. Voorbeelden:
Fouten in het bijhouden van gegevens. Voorbeelden:
Onvoldoende toezicht door bestuursorganen. Voorbeelden:
Illegale kamerverhuur. Voorbeelden:
Het verhuren van kamers is in sommige wijken binnen Zoetermeer niet toegestaan1. Als kamers hier wel worden verhuurd kan dit een negatief effect hebben. Bijvoorbeeld op de inschrijving in de BRP omdat niet iedereen wordt geregistreerd op het adres waar die woont.
Problematiek rondom briefadressen: Bijzondere aandacht verdient de registratie van een briefadres.
Het houden van een briefadres vanwege het ontbreken van een woonadres, wordt gezien als een tijdelijke situatie. Wanneer iemand voor langere tijd een briefadres heeft, kan dit een signaal zijn van een foutieve registratie. Bijvoorbeeld omdat iemand op een adres verblijft waar de hoofdhuurder huurtoeslag ontvangt die komt te vervallen met een registratie van woonadres;
Een aspect waarmee rekening moet worden gehouden bij de aanvraag om een briefadres, is de registratie van meerdere briefadressen op het betreffende adres. Hoewel meerdere briefadressen wettelijk is toegestaan, is extra waakzaamheid op zijn plaats. Het kan namelijk zijn dat de briefadresgever de informatie op het verzoekformulier manipuleert om een briefadres te verkrijgen terwijl er van recht op een briefadres geen sprake is.
Jaarlijks stelt de algemeen beheerder maatregelen voor deze bedreigingen op. Deze worden opgenomen in het informatiebeveiligingsplan.
Het Beleidsdocument BRP heeft als doel om vast te leggen welke eisen het college stelt aan het informatiesysteem. Deze eisen gaan over:
De verantwoordelijke personen en afdelingen van de gemeente nemen hiervoor de nodige maatregelen. Deze maatregelen en de verantwoordelijken hiervoor staan in het Informatiebeveiligingsplan BRP.
Alle aspecten van het informatiesysteem zijn beschikbaar voor intern of extern onderzoek. De opdracht voor het uitvoeren van een extern onderzoek kan door het college worden gegeven. De onderzoeken zijn gericht op de beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit, betrouwbaarheid en controleerbaarheid en worden minimaal eenmaal per jaar uitgevoerd. In de jaarlijkse rapportage (zie hoofdstuk 7) wordt het college op de hoogte gesteld van deze onderzoeken.
Om de dienstverlening naar de inwoner en de persoonsinformatievoorziening blijvend mogelijk te maken, is het nodig om de beschikbaarheid van het informatiesysteem te garanderen. De beschikbaarheid is de ongestoorde toegang tot de persoonsgegevens in de BRP en de bijbehorende procedures.
De persoonsgegevens in de BRP zijn zeer gevoelige gegevens. Alle betrokkenen moeten met de grootst mogelijke zorg omgaan met deze informatie. De processen zijn daarop ingericht. De technische en organisatorische inrichting van het informatiesysteem is opgezet zodat de gegevens daarin alleen ter kennis kunnen komen van personen of instanties die daartoe bevoegd zijn. Die bevoegdheid is geregeld in de Privacy- en beheerregeling BRP. De personen met toegang tot de BRP krijgen jaarlijks een instructie over de procedures en de geheimhoudingsplicht. Voor de personen die wijzigingen in de BRP aan kunnen brengen (gegevensbewerkers) wordt deze instructie in een bijeenkomst gegeven. Zij ondertekenen een instemmingsverklaring.
De eisen voor de privacybescherming staan voornamelijk in de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) en de Wet BRP. In de jaarlijkse zelfevaluatie wordt een deel van deze privacyvoorschriften en bijbehorende maatregelen getoetst.
De gegevens uit het BRP-informatiesysteem worden geautomatiseerd uitgewisseld met overheidsorganisaties en aangewezen derden. De integriteit moet daarom van hoge kwaliteit zijn. Deze kwaliteit wordt bepaald door eisen als actualiteit, compleetheid en invoer met toepassing van geldende richtlijnen en op basis van aangewezen brondocumenten. De technische en organisatorische inrichting van het informatiesysteem garandeert deze kwaliteit.
Onderdeel van de zelfevaluatie is een geautomatiseerde controle op de persoonsgegevens door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en een jaarlijkse inhoudelijke steekproef.
In de BRP worden verschillende persoonsgegevens vastgelegd. Hieronder wordt verder ingegaan op de betrouwbaarheid van de adres-, de nationaliteit- en de identiteitsgegevens. Hieronder staan de beleidsdoelstellingen en kwaliteitsmaatregelen voor de betrouwbaarheid van deze gegevens. De hoofddoelstelling is dat de gebruikers kunnen vertrouwen op de juistheid van de gegevens. Terugmeldingen van gebruikers bij gerede twijfel, worden altijd in behandeling genomen.
Gegevens in de BRP worden gehaald uit brondocumenten. Valse of vervalste brondocumenten kunnen zorgen voor een mindere betrouwbaarheid van deze gegevens. Er wordt aangifte gedaan wanneer iemand een vals of vervalst brondocument inlevert bij de gemeente. De algemeen beheerder neemt dit op in een procedure.
Bij de betrouwbaarheid van de adresgegevens worden de volgende kwaliteitsindicatoren gebruikt:
|
Doelstelling 5: Op minimaal 95% van de adressen met een woonbestemming, is het aantal geregistreerde bewoners gelijk aan de feitelijke situatie; |
|
Doelstelling 7: Leegstaande adressen mogen niet worden misbruikt door inwoners, die niet als ingezetene zijn geregistreerd, om zich foutief in te schrijven als ingezetene;
|
Voor de betrouwbaarheid van de nationaliteitsgegevens wordt de volgende doelstelling gehanteerd:
De (identiteits)gegevens in de BRP worden uit brondocumenten, zoals genoemd in de Wet BRP, gehaald. Het inschrijven op grond van vervalste of valse documenten kost de overheid veel geld en moet worden voorkomen. Bij de betrouwbaarheid van de (identiteits)gegevens worden de volgende doelstellingen gehanteerd:
|
Doelstelling 11: Het moet worden voorkomen dat één persoon zich onder verschillende namen meerdere malen inschrijft in de BRP.
|
Ondermijning is niet uitsluitend een onderwerp van de BRP maar een integraal, multidisciplinair aandachtsgebied. De problematiek rondom ondermijning is veel breder dan de registratie in de BRP, maar wordt hier alleen vanuit de BRP besproken.
De persoonsgegevens in het BRP-informatiesysteem gaan over én zijn van de Zoetermeerse inwoners. Daarom is transparant handelen richting de inwoner een verplichting van de betrokken personen van de gemeente. Aan opgenomen gegevens ontleent de inwoner rechten en plichten. De verantwoordelijke personen handelen volgens actuele werkprocedures en zij maken deze procedures inzichtelijk voor de inwoners en belanghebbenden.
In artikel 4.17 van de Wet BRP is de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen. Elke gemeente kan haar eigen beleid vaststellen voor het opleggen van de bestuurlijke boete. De boete kan worden opgelegd bij verschillende overtredingen. Hieronder wordt ingegaan op de betekenis van de bestuurlijke boete, de voorwaarden voor het opleggen van een boete en de hoogte van de boete. In de Wet BRP is een maximum gesteld van 325 euro.
De bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete en het opmaken van een rapport van overtreding is gemandateerd aan diverse functionarissen van de afdeling Communicatie en Publieksplein. Deze zijn allemaal werkzaam onder verantwoordelijkheid van de algemeen beheerder.
De bestuurlijke boete heeft vooral tot doel om de inwoner te bewegen om te voldoen aan zijn verplichtingen.
De Wet BRP stelt een maximum boetebedrag van 325 euro. Omdat er verschillende overtredingen zijn waarvoor een bestuurlijke boete opgelegd kan worden, worden er twee boetebedragen vastgesteld. Een standaardboete van 325 euro en een lage boete van 200 euro. Het onderscheid in deze boetes staat hieronder.
5.6 Type overtreding en hoogte boete
De boete kan worden opgelegd bij overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40 vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52 Wet BRP. Hieronder volgt welke boete aan welke overtreding(en) wordt gekoppeld. Uiteraard geldt in alle gevallen dat voldaan moet zijn aan de voorwaarden zoals hierboven genoemd.
Vooralsnog wordt de bestuurlijke boete opgelegd bij het niet voldoen aan de verplichtingen van artikel 2.38, 2.39, 2.46 en 4.17.
Het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten is in 2020 met een tweede rapport gekomen over de positie van arbeidsmigranten in Nederland2. Eén van de conclusies was dat arbeidsmigranten als volwaardig moeten worden behandeld. De misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland gaan over meerdere beleidsterreinen. Bij deze misstanden kan worden gedacht aan problemen rondom huisvesting, uitbuiting, oneerlijke concurrentie, overlast en de registratie. In dit beleidsdocument gaat het over de kwaliteit van de BRP. Hier worden alleen de problemen met betrekking tot de registratie van arbeidsmigranten in de BRP behandeld. Bij een integrale benadering van de misstanden bij arbeidsmigranten door de gemeente, zullen de hieronder beschreven doelstellingen en bijbehorende kwaliteitsmaatregelen daarin worden overgenomen. De beschreven onderdelen worden door of samen met andere betrokken afdelingen van de gemeente uitgevoerd. Mogelijke misstanden worden gemeld bij de desbetreffende toezichthoudende instantie (bijvoorbeeld politie, bouwinspecteur, brandweer, sociale recherche, enz.).
Vooral het onderzoek naar leegstaande adressen (zoals genoemd bij 3.5.2) is belangrijk omdat dan vaak wordt geconstateerd dat een ‘leegstaande’ woning wordt bewoond door arbeidsmigranten. Deze constateringen worden in ieder geval besproken in het overleg van de werkgroep woonfraude. Vanuit de werkgroep woonfraude worden afspraken gemaakt met werkgevers, uitzendbureaus en verhuurders van bekende verblijfsadressen van arbeidsmigranten. Deze afspraken gaan over het bekendmaken van arbeidsmigranten bij de gemeente en het faciliteren van de aangifte voor de inschrijving in de BRP. Deze partijen hebben een belang en een verantwoordelijkheid en worden daarop aangesproken. De afspraken omvatten de volgende onderwerpen:
Er wordt (landelijk) onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de arbeidsmigrant die Nederland verlaat, aangifte van vertrek te laten doen. Een onderdeel van dit onderzoek zal zijn om te kijken naar de mogelijkheid om bij de aangifte van verblijf en adres de werkgever te laten machtigen om het vertrek uit Nederland door te geven. Ook wordt gekeken of de werkgever een informatieve en stimulerende rol kan worden gegeven richting de vertrekkende medewerker.
In bepaalde situaties wordt maatwerk verleend. Er zijn situaties waarbij de persoonlijke omstandigheden van een inwoner kan vragen om maatwerk. Het maatwerk kan leiden tot toekenning van een briefadres in een geval waarin de Wet BRP niet voorziet. In deze gevallen wordt dit aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid3.
In gevallen waarbij de situatie van een inwoner vanwege sociaalmaatschappelijke omstandigheden vraagt om maatwerk, kan een briefadres worden aangevraagd. Het oogpunt van het maatwerk is het voorkomen of doorbreken van een vicieuze cirkel. Voorbeeld: Iemand heeft schulden en is daardoor op straat gezet en uitgeschreven van het adres. De persoon heeft een inschrijving in de BRP nodig om voor schuldhulpverlening in aanmerking te komen. Doordat de inschrijving achterwege blijft, blijft de hulpverlening ook achterwege en kan de persoon verder in de problemen komen.
Er wordt een briefadres aangevraagd. Dit kan met toestemming bij een particulier of er wordt een briefadres aangevraagd bij een aangewezen rechtspersoon. Is dat beide niet mogelijk dan wordt er een gemeentelijk adres opgenomen als briefadres. Is er sprake van een gemeentelijk briefadres dan wordt de post op dit adres in ontvangst genomen en aan de inwoner overhandigd.
Omdat het maatwerk als doel heeft om een vicieuze cirkel te voorkomen of te doorbreken, wordt de toestemming voor het briefadres voor een bepaalde periode gegeven. Voor het eindigen van deze periode wordt beoordeeld of deze periode eventueel wordt verlengd. Als de periode is verlopen en deze niet wordt verlengd, dan wordt de toestemming voor het houden van het briefadres ingetrokken.
8 Evaluatie door de beveiligingsfunctionaris
In hoofdstuk 11 van de Privacy- en beheerregeling BRP zijn bepalingen voor de beveiligingsfunctionaris opgenomen. Er is opgenomen dat de taken van deze functionaris in dit document worden benoemd. Hieronder worden deze taken benoemd.
De beveiligingsfunctionaris is verantwoordelijk voor de uitvoering van de evaluatie van de beleidsdoelstellingen uit het beleidsdocument. Ook is de beveiligingsfunctionaris verantwoordelijk voor de beantwoording van de vragenlijst van de Zelfevaluatie BRP. Dit is een instrument dat door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontwikkeld voor het toezicht op een goede uitvoering van de Wet BRP door gemeenten. Door beantwoording van de vragenlijst legt de gemeente verantwoording af aan het Ministerie en de Autoriteit Persoonsgegevens.
De gemeente moet de vragenlijst van de Zelfevaluatie zelf invullen. Om te zorgen voor een onafhankelijke beantwoording, is de beantwoording van de vragenlijst een verantwoordelijkheid van de beveiligingsfunctionaris. De BRP-specialist zorgt namens de algemeen beheerder voor de voorbereiding en de ondersteuning bij de beantwoording.
De beveiligingsfunctionaris voert de werkzaamheden zelfstandig uit. De functionarissen die belast zijn met het uitvoeren van het informatiebeveiligingsbeleid, verlenen hun medewerking aan de evaluatie. Voordat de bevindingen worden gerapporteerd aan het college, stelt de beveiligingsfunctionaris de betrokken functionarissen in de gelegenheid om op het concept te reageren. Dit is alleen ter voorkoming van feitelijke onjuistheden. In het geval van meningsverschillen mag nooit invloed worden uitgeoefend op de beveiligingsfunctionaris. De beveiligingsfunctionaris is, binnen het door het college meegegeven kader, volledig autonoom en onafhankelijk bij de uitvoering van zijn taak.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-55478.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.