Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (2e wijziging)

De raad van de geeente Zutphen,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 1116852;

 

gelet op artikel(en) 149 en 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (2e wijziging)

Artikel I Wijziging verordening

De Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Artikel 2:11 wordt, met toevoeging van de leden 2 tot en met 4 en vernummering van de daaropvolgende leden, gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

  • 1.

    De vergunninghouder neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in.

  • 2.

    De vergunninghouder kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.

  • 3.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste een keer per twee weken en tenminste tien keer per dertien weken zijn plaats in op de markt.

  • 4.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats die verhinderd is zijn vaste plaats in te nemen, deelt dit tijdig, indien mogelijk vóór de betreffende marktdag, mee aan de marktmeester, met vermelding van de reden en (verwachte) duur van zijn afwezigheid.

  • 5.

    Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de vergunninghouder van een vaste standplaats op zijn verzoek voor een bepaalde periode ontheffing verlenen van de in het derde lid vermelde verplichting.

  • 6.

    In de in het vijfde lid vermelde situaties kan het college, op aanvraag van de vergunninghouder, toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger. De aanvraag vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger.

  • 7.

    De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging op grond van het vorige lid – en verplichtingen die bij of op grond van dit hoofdstuk van deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

  • 1.

    De vaste standplaats wordt persoonlijk ingenomen door de vergunninghouder of door een in de vergunning vermelde vaste vervanger.

  • 2.

    Per vergunninghouder zijn maximaal twee vaste vervangers toegestaan.

  • 3.

    Voor vermelding als vaste vervanger op de vergunning komen uitsluitend in aanmerking:

    • a.

      de echtgenoot of echtgenote van de vergunninghouder;

    • b.

      de geregistreerde partner van de vergunninghouder;

    • c.

      de geregistreerde partner van de vergunninghouder;

    • d.

      de vennoot van de vergunninghouder;

    • e.

      een medewerker van de vergunninghouder.

  • 4.

    De vaste vervanger kan niet tevens zelf vergunninghouder op de markt zijn en gelijktijdig een of meer vergunninghouders vervangen.

  • 5.

    De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

  • 6.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste een keer per twee weken en tenminste tien keer per dertien weken zijn plaats in op de markt.

  • 7.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats die verhinderd is zijn plaats in te nemen, deelt dit tijdig, indien mogelijk vóór de betreffende marktdag, mee aan de marktmeester, met vermelding van de reden en (verwachte) duur van zijn afwezigheid.

  • 8.

    Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de vergunninghouder van een vaste standplaats, als hij geen vaste vervanger heeft, op zijn verzoek voor een bepaalde periode ontheffing verlenen van de in het zesde lid vermelde verplichting.

  • 9.

    In de in het achtste lid vermelde situaties kan het college, op aanvraag van de vergunninghouder toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een tijdelijke vervanger. De aanvraag vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger.

  • 10.

    De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging op grond van het vorige lid – en verplichtingen die bij of op grond van dit hoofdstuk van deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

 

  • B.

    De toelichting bij artikel 2:11 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

De vergunninghouder is verplicht zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 2:4 van dit hoofdstuk is bepaald dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent dit dat de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de vergunninghouder kan worden ingenomen.

 

De plicht om de standplaats het minimum aantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste vergunninghouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen.

 

Het is wel noodzakelijk dat de marktmeester van elke verhindering zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld, mede gelet op de mogelijkheid om de vaste standplaats als dagplaats toe te wijzen. Tijdig houdt in dat de verhindering zo spoedig als mogelijk, doch in ieder geval vóór aanvang van de markt, wordt gemeld. Dit zal natuurlijk niet mogelijk zijn als iemand kort daarvoor bijvoorbeeld ziek is geworden.

 

Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden staat het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toe zich op zijn standplaats te laten vervangen. Op deze wijze wordt een continue bezetting van de vaste standplaatsen zoveel mogelijk gewaarborgd. In geval van vakantie is een ontheffing met een maximum termijn van zes weken gebruikelijk. De ontheffing wordt aan een maximum van twee jaar gebonden in geval van ziekte. Als de ziekte langer dan twee jaar duurt, is vaak sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.

 

Als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in het vijfde lid, kan gedacht worden aan:

  • -

    het voldoen aan een wettelijke verplichting;

  • -

    het huwelijk van de vergunninghouder of van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad;

  • -

    bevalling van de vergunninghouder of diens partner;

  • -

    ernstige ziekte van de partner, ouders of kinderen;

  • -

    overlijden van de partner, ouders, kinderen, bloed- en aanverwanten tot de vierde graad.

Deze opsomming is niet limitatief. Per situatie kan beoordeeld worden of sprake is van een bijzondere omstandigheid.

De vergunninghouder is verplicht zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Dit kan zeker voor wat grotere marktondernemingen als beperkend worden ervaren. Door de mogelijkheid van een vervanger in de vergunning op te nemen kan de betreffende marktonderneming op meerdere markten tegelijkertijd staan. Daarnaast wordt het hierdoor wellicht eenvoudiger nieuwe marktondernemingen aan te trekken en standplaatsen op de markt ingenomen te houden.

 

Er is limitatief aangegeven wie als vaste vervanger op de vergunning kunnen worden bijgeschreven om o ngewenste situaties tegen te gaan.

 

De plicht om de standplaats het minimum aantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste vergunninghouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen.

 

Het is wel noodzakelijk dat de marktmeester van elke verhindering zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld, mede gelet op de mogelijkheid om de vaste standplaats als dagplaats toe te wijzen. Tijdig houdt in dat de verhindering zo spoedig als mogelijk, doch in ieder geval vóór aanvang van de markt, wordt gemeld. Dit zal natuurlijk niet mogelijk zijn als iemand kort daarvoor bijvoorbeeld ziek is geworden.

 

Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden staat het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toe zich op zijn standplaats tijdelijk te laten vervangen, als hij geen vaste vervanger heeft. Op deze wijze wordt een continue bezetting van de vaste standplaatsen zoveel mogelijk gewaarborgd. In geval van vakantie is een ontheffing met een maximum termijn van zes weken gebruikelijk. De ontheffing wordt aan een maximum van twee jaar gebonden in geval van ziekte. Als de ziekte langer dan twee jaar duurt, is vaak sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.

 

Als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in het achtste lid, kan gedacht worden aan:

  • -

    het voldoen aan een wettelijke verplichting;

  • -

    het huwelijk van de vergunninghouder of van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad;

  • -

    bevalling van de vergunninghouder of diens echtgenote of partner;

  • -

    ernstige ziekte van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders of kinderen;

  • -

    overlijden van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders, kinderen, bloed- en aanverwanten tot de vierde graad.

Deze opsomming is niet limitatief. Per situatie kan beoordeeld worden of sprake is van een bijzondere omstandigheid.

 

Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden. Dit geldt zowel voor de vaste als de tijdelijke vervanger.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel III Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (2e wijziging).

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 15 december 2025

De voorzitter,

de griffier,

Naar boven