|
De vergunninghouder is verplicht zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 2:4 van dit hoofdstuk is bepaald dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent dit dat de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de vergunninghouder kan worden ingenomen.
De plicht om de standplaats het minimum aantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste vergunninghouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen.
Het is wel noodzakelijk dat de marktmeester van elke verhindering zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld, mede gelet op de mogelijkheid om de vaste standplaats als dagplaats toe te wijzen. Tijdig houdt in dat de verhindering zo spoedig als mogelijk, doch in ieder geval vóór aanvang van de markt, wordt gemeld. Dit zal natuurlijk niet mogelijk zijn als iemand kort daarvoor bijvoorbeeld ziek is geworden.
Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden staat het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toe zich op zijn standplaats te laten vervangen. Op deze wijze wordt een continue bezetting van de vaste standplaatsen zoveel mogelijk gewaarborgd. In geval van vakantie is een ontheffing met een maximum termijn van zes weken gebruikelijk. De ontheffing wordt aan een maximum van twee jaar gebonden in geval van ziekte. Als de ziekte langer dan twee jaar duurt, is vaak sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.
Als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in het vijfde lid, kan gedacht worden aan:
- -
het voldoen aan een wettelijke verplichting;
- -
het huwelijk van de vergunninghouder of van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad;
- -
bevalling van de vergunninghouder of diens partner;
- -
ernstige ziekte van de partner, ouders of kinderen;
- -
overlijden van de partner, ouders, kinderen, bloed- en aanverwanten tot de vierde graad.
Deze opsomming is niet limitatief. Per situatie kan beoordeeld worden of sprake is van een bijzondere omstandigheid.
|
De vergunninghouder is verplicht zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Dit kan zeker voor wat grotere marktondernemingen als beperkend worden ervaren. Door de mogelijkheid van een vervanger in de vergunning op te nemen kan de betreffende marktonderneming op meerdere markten tegelijkertijd staan. Daarnaast wordt het hierdoor wellicht eenvoudiger nieuwe marktondernemingen aan te trekken en standplaatsen op de markt ingenomen te houden.
Er is limitatief aangegeven wie als vaste vervanger op de vergunning kunnen worden bijgeschreven om o
ngewenste
situaties tegen te gaan.
De plicht om de standplaats het minimum aantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste vergunninghouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen.
Het is wel noodzakelijk dat de marktmeester van elke verhindering zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld, mede gelet op de mogelijkheid om de vaste standplaats als dagplaats toe te wijzen. Tijdig houdt in dat de verhindering zo spoedig als mogelijk, doch in ieder geval vóór aanvang van de markt, wordt gemeld. Dit zal natuurlijk niet mogelijk zijn als iemand kort daarvoor bijvoorbeeld ziek is geworden.
Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden staat het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toe zich op zijn standplaats tijdelijk te laten vervangen, als hij geen vaste vervanger heeft. Op deze wijze wordt een continue bezetting van de vaste standplaatsen zoveel mogelijk gewaarborgd. In geval van vakantie is een ontheffing met een maximum termijn van zes weken gebruikelijk. De ontheffing wordt aan een maximum van twee jaar gebonden in geval van ziekte. Als de ziekte langer dan twee jaar duurt, is vaak sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.
Als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in het achtste lid, kan gedacht worden aan:
- -
het voldoen aan een wettelijke verplichting;
- -
het huwelijk van de vergunninghouder of van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad;
- -
bevalling van de vergunninghouder of diens echtgenote of partner;
- -
ernstige ziekte van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders of kinderen;
- -
overlijden van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders, kinderen, bloed- en aanverwanten tot de vierde graad.
Deze opsomming is niet limitatief. Per situatie kan beoordeeld worden of sprake is van een bijzondere omstandigheid.
Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden. Dit geldt zowel voor de vaste als de tijdelijke vervanger.
|