Gemeenteblad van Waalwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2025, 554332 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2025, 554332 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van de raad van de gemeente Waalwijk tot vaststelling van de Financiële verordening van de gemeente Waalwijk 2026
In deze verordening wordt verstaan onder:
financiële organisatie: het onderdeel van de administratie dat systematisch financiële gegevens maakt en verwerkt van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Waalwijk, teneinde te komen tot een goed inzicht in:
- de financieel-economische positie;
- de uitvoering van de Begroting;
- het afwikkelen van vorderingen en schulden;
- alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.
administratieve begrotingswijziging:
a. de wijziging van de begroting die binnen een programma wordt doorgevoerd en die qua lasten en baten per saldo budgettair neutraal is.
b. een budgettair neutrale herschikking in (de inzet van) personeel, ook als dit over de programma’s heen gaat.
c. voorwaarden voor een administratieve wijziging onder a. en b is dat dit geen gevolgen mag hebben voor het beleid en de in de begroting vastgelegde doelstellingen en prestaties.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast:
b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Indien de raad een motie (inclusief financiële dekking) indient met een incidenteel financieel bedrag lager dan € 75.000, met een meerderheid van stemmen aanneemt en het college neemt de motie over, dan mag het college direct tot uitvoering overgaan zonder daarvoor een afzonderlijk raadsvoorstel bij de raad in te dienen. Moties met een structurele meerjarige doorwerking worden meegenomen in de meerjarenbegroting. Verantwoording van de motie vind plaats via de Planning en Control-producten, als bedoeld in artikel 3.
Artikel 5. Inrichting begroting en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:
a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en
b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 BBV van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
In de begroting en in de jaarstukken wordt een overzicht van incidentele baten en lasten per programma opgenomen. De incidentele baten en lasten worden vanaf € 75.000 afzonderlijk gespecificeerd en toegelicht; indien minder dan € 75.000 worden de incidentele baten en lasten in een totaalbedrag opgenomen.
Artikel 7. Autorisatie begroting en investeringskredieten
De raad stelt per programma, voor het betreffende begrotingsjaar, vast:
a. de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren, het betreft hier de op grond van artikel 25 BBV verplicht voorgeschreven indicatoren en de eigen indicatoren;
b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;
Artikel 8. Tussentijdse rapportages
Het college informeert de raad in het voorjaar over de voortgang van de uitvoering van de begroting. In deze rapportage wordt gerapporteerd op alle afwijkingen in de exploitatie boven de € 75.000 per budgettaire afwijking en gaat in op de realisatie van de beleidsvoornemens. Voor investeringskredieten geldt deze verplichting ten aanzien van een afwijking van meer dan 5% van het krediet en hoger dan € 50.000. Door middel van het Voorjaarsbericht kunnen geen nieuwe zaken op de Begroting gebracht worden.
Het college informeert de raad in het najaar over de ontwikkelingen in de exploitatie boven de € 75.000 per budgettaire afwijking van het lopende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting. Voor investeringskredieten geldt deze verplichting ten aanzien van een afwijking van meer dan 5% van het krediet en hoger dan € 50.000. Door middel van het Najaarsbericht kunnen geen nieuwe zaken op de Begroting gebracht worden. Door middel van het Najaarsbericht wordt de raad in de gelegenheid gesteld om in het begrotingsjaar niet bestede budgetten over te hevelen naar het volgend begrotingsjaar.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar mits er een positief rekeningsaldo is. Het college biedt dit (voorlopige) voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan. Bij de jaarrekening wordt van die onderdelen bepaald welk bedrag werkelijk wordt overgeheveld.
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. 5 De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van lasten ten opzichte van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.;
b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 15. Waardering en afschrijving vaste activa
De uitgangspunten met betrekking tot de waardering en afschrijving van vaste activa worden door de raad in de Nota Waardering en afschrijving vaste activa vastgelegd, die als bijlage onderdeel uitmaakt van deze verordening. Deze nota wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, maar tenminste eenmaal per raadsperiode opnieuw door de raad vastgesteld.
Het college is bevoegd om ter dekking van niet begrote uitgaven, niet zijnde investeringskredieten, tot een bedrag van maximaal € 50.000 per bestemmingsreserve jaarlijks te beschikken over bestemmingsreserves. Het college informeert de raad door middel van een raadsinformatiebrief en draagt er zorg voor dat de mutatie in de eerstvolgende kwartaalswijziging van de begroting wordt verwerkt.
De raad stelt in de Nota kostentoerekening, die als bijlage deel uitmaakt van deze verordening, de beleidskaders vast met betrekking tot de wijze van kostentoerekening ten behoeve van het bepalen van de kostprijs van de levering van goederen, werken en diensten. Deze nota wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, maar tenminste eenmaal per raadsperiode opnieuw door de raad wordt vastgesteld.
Artikel 18. Financieringsfunctie
In het Treasurystatuut stelt de raad regels vast die worden gehanteerd voor het dagelijks geldstromenbeheer en voor liquiditeitsrisico’s, renterisico’s, kredietrisico’s en relatiebeheer, administratieve organisatie en interne controle van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, maar tenminste eenmaal per raadsperiode opnieuw door de raad vastgesteld.
Paragraaf 5. In begroting en jaarrekening op te nemen paragrafen
De paragraaf lokale heffingen dient inzicht te geven in de diverse gemeentelijke heffingen en de gevolgen daarvan voor de inwoners. Het algemeen belastingbeleid dient beschreven te worden en er dient stilgestaan te worden bij de ontwikkelingen binnen het belastinggebied en bij de lokale lastendruk voor de inwoners. De diverse belastingen en heffingen dienen nader toegelicht te worden. Er dient te worden ingegaan op het kwijtscheldingsbeleid.
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient nader te worden ingegaan op de weerstandscapaciteit afgezet tegen de risico’s die de gemeente loopt in zowel de exploitatie- als investeringssfeer.
De interne regels omtrent weerstandsvermogen en risicomanagement worden door de raad vastgelegd in een Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Deze nota wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, maar tenminste eenmaal per raadsperiode geactualiseerd en opnieuw door de raad vastgesteld.
Bij de begroting en de jaarstukken worden in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van het BBV opgenomen.
De raad stelt tenminste eenmaal per raadsperiode een Nota Onderhoud Openbare Ruimte vast. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau (beeldkwaliteit) voor het openbaar groen, water, wegen, openbare verlichting, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.
Het Onderhoud Wegen (OW) dient plaats te vinden in samenhang met het Mobiliteitsplan en het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW), waarbij de werkzaamheden zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd en samengevoegd tot het Integraal Uitvoerings Programma (IUP). Het IUP heeft een planningshorizon van vier jaar bestaande uit een definitieve planning voor de eerste twee jaar en een doorkijk naar het derde en vierde jaar. Dit plan wordt tweejaarlijks door de raad vastgesteld.
De raad stelt tenminste eenmaal per raadsperiode een Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) vast.
De normen voor kwaliteit en het onderhoudsniveau worden vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk. In het plan zijn voor een tijdsperiode van vier jaar onder meer de investeringen met betrekking tot vervanging, verbetering en de aanleg van (druk)riolering gepland, zoveel mogelijk in samenhang met het Mobiliteitsplan en Onderhoud Wegen (IUP).
Gemeentelijk vastgoed en het onderhoud daarvan
De raad stelt in de Nota Vastgoed de kaders vast met betrekking tot het gemeentelijk vastgoedbeleid en -/beheer en tot het management van gemeentelijk vastgoed. Daarnaast geeft de nota aan welke acties genomen worden om strategisch te kunnen sturen op de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Deze nota wordt eenmaal per raadsperiode door de raad vastgesteld.
Ten behoeve van het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt eens per twee jaar een meerjarenplanning door de raad vastgesteld.
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken worden de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten opgenomen.
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken worden naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV in ieder geval opgenomen:
a. de omvang, opbouw en (verwachte) ontwikkeling van het personeelsbestand;
b. de totale personele lasten (vast personeel en inhuur derden).
Bij de begroting en de jaarstukken worden in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen van het BBV opgenomen.
De raad stelt tenminste eens in de vier jaar een nota Grondbeleid vast. In deze nota wordt aandacht besteed aan:
a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
b. het beleid ten aanzien van de grondprijzen;
c. het beleid ten aanzien van de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.
Indien in het kader van de jaarlijkse actualisatie van de kostprijsberekeningen een negatief resultaat per einde looptijd van een complex wordt geprognosticeerd, dan zal voor dit verlies een dekkingsmiddel worden aangewezen. Als blijkt dat dit negatief resultaat per einde looptijd onafwendbaar is, dient per direct, ter grootte van dat verlies op eindwaarde, een voorziening te worden getroffen ten laste van de reserve grondexploitatie en indien ontoereikend ten laste van de algemene reserve.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Het college draagt de zorg voor:
a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;
b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;
c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
e. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Het college draagt zorg voor en legt vast de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van leveringen, werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de relevante Nationale en Europese wetgeving. Het college legt jaarlijks in de jaarrekening in de paragraaf bedrijfsvoering verantwoording af over aanbesteding en inkoop.
De financiële verordening wordt tenminste eenmaal per raadsperiode door de raad gewijzigd of opnieuw vastgesteld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-554332.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.