Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026

De raad van de gemeente Veere;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026

 

Nr. 25B.06747

 

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer.

b. vakantieonderkomen: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden en als bijgebouw bij of tot een perceel als bedoeld in artikel 3 behoren.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit

1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Voorwerp van de belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

2. Als perceel wordt aangemerkt:

a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering

onroerende zaken;

b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak,

van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld

samenstel.

Artikel 4. Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2. De grondslagen van de belasting zijn:

a. een vast bedrag per perceel met rolcontainers;

b. een vast bedrag per perceel met een pas voor de ondergrondse container

c. een bedrag per lediging van de rolcontainer;

d. een bedrag per aanbieding in de ondergronds container

e. een bedrag per extra rolcontainer

3. Het aantal ledigingen, wordt vastgesteld met behulp van rolcontainerherkennings- en de registratieapparatuur op de inzamelauto. Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal malen dat een rolcontainer ter lediging wordt aangeboden.

4. Het aantal aanbiedingen in de ondergrondse container, wordt vastgesteld met behulp van registratieapparatuur in de ondergrondse container. Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal malen dat de ondergrondse container met de afvalpas is geopend, per belastingjaar, welke openingen daarbij automatisch zijn geregistreerd door de paslezer.

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend voor:

1. Het vaste bedrag zoals vermeld in 1.1 t/m 3.1;

2. Tot een maximum van 6 ledigingen voor restafval rolcontainers, als bedoeld in artikel 3.1 van de tarieventabel of,

3. Tot een maximum van 18 aanbiedingen op ondergrondse restafval containers

Met dien verstande dat geen kwijtschelding wordt verleend voor dat deel van de aanslag dat betrekking heeft op meer dan één beschikbaar gestelde grijze en/of meer dan één beschikbaar gestelde groene rolcontainers per perceel.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde

belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen.

Artikel 11. Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing 2025", vastgesteld bij besluit van 12 december 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2026" gemeente Veere.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025.

De voorzitter, De griffier,

drs. F.J. Schouwenaar, A.N. te Sligte

Tarieventabel

behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing Veere 2026.

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

 

1.

De belasting bedraagt per perceel:

 

1.1

Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door een 1 persoonshuishouden.

€ 207,15

1.2

Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee- of meerpersoonshuishouden.

€ 222,05

1.3

Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht niet permanent mag worden bewoond of bestemd is voor de (recreatieve) verhuur, of indien bij aanvang van de belastingplicht geen inschrijving in de BRP aanwezig is

€ 222,05

1.4

Indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht geen gebruik wordt gemaakt van een rolcontainer of ondergronds container, en ten aanzien waarvan wel een inzamelplicht bestaat, bedraagt de belasting per belastingjaar

€ 222,05

1.5

In afwijking van 1.1, indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht sprake is van een perceel met eenpersoonshuishouden én waarbij tenminste een voor de verhuur bestemd vakantieonderkomen aanwezig.

€ 414,30

1.6

In afwijking van 1.2, indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht sprake is van een perceel met meerpersoonshuishouden én waarbij tenminste een voor de verhuur bestemd vakantieonderkomen aanwezig is

€ 444,10

1.7

In afwijking van 1.3, indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht sprake is van een perceel waarbij 1 of meer vakantieonderkomens aanwezig zijn

€ 414,10

 

 

 

2.

Tarieven per lediging afvalstoffenheffing

 

2.1

De belasting als bedoeld in artikel 5 lid 2 sub c bedraagt per lediging van de rolcontainer

€ 7,50

2.2

De belasting als bedoeld in artikel 5 lid 2 sub d bedraagt per aanbieding aan de ondergrondse container

€ 2,50

3.

Extra container, per perceel

 

3.1

bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container

€ 17,50

3.2

bestemd voor de overige huishoudelijke restafvalstoffen, per extra container

€ 400,00

3.3

bestemd voor Oud papier en karton voor de kernen: Veere, Gapinge, Serooskerke, per extra container

€ 17,50

Behorende bij het raadsbesluit van 11 december 2025.

De griffier van de gemeente Veere,

Naar boven